Gemaakt met een groots doel
ZOALS reeds eerder opgemerkt, hebben mensen al lang naar de hemel gekeken en zich afgevraagd: ’Waarom is het er allemaal?’ Een getalenteerd musicus zong lang geleden vol waardering: „De hemelen maken de heerlijkheid van God bekend; en het uitspansel vertelt van het werk van zijn handen.” — Psalm 19:1.
Onze indrukwekkende aarde roept een soortgelijke reactie op. Zo zei de astronaut Charles M. Duke jr. na een ruimtevlucht enthousiast: „Met al haar kleuren van land, zeeën en wolken biedt de aarde de prachtigste aanblik in de ruimte.” Hij voegde eraan toe: „Ernaar te kijken tegen het zwart van de ruimte was bijna een religieuze ervaring.”
Hoe reageert u wanneer u naar een heldere, met sterren bezaaide hemel kijkt? Of wanneer u op aarde iets in de natuur ziet dat van een spectaculaire schoonheid is? Vraagt u zich ooit af hoe het is ontstaan, of waarom?
Zijn doel bekendgemaakt
Jehovah stelde de man Job een vraag: „Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte?” (Job 38:4) De vraag was bedoeld om Job nederig te stemmen, want uiteraard leefde hij toen nog niet. Maar lang voor Jobs tijd schiep God zonen naar zijn gelijkenis — geestelijke personen, engelen (Psalm 104:4, 5). God vervolgde zijn reeks vragen aan Job over de aarde dan ook met: „Wie heeft haar hoeksteen gelegd, toen [engelen] te zamen een vreugdegeroep aanhieven, en alle zonen Gods voorts juichend hun instemming betuigden?” — Job 38:6, 7.
Waarom heerste er zo’n blijdschap onder de engelen bij het grondvesten van de aarde? Omdat zij kennelijk wisten dat de aarde onder Gods stoffelijke scheppingen een bijzondere plaats innam. Misschien gaf God de engelen zelfs een vooruitblik op zijn glorieuze doel met de aarde. Later onthulde Jehovah aan de mensheid dat hij de aarde ’niet louter voor niets had geschapen, maar haar geformeerd had om ook bewoond te worden’, ja, opdat mensen er met plezier op zouden wonen, eeuwig zelfs. — Jesaja 45:18.
Na de man en de vrouw geschapen te hebben, maakte Jehovah zijn doel met de aarde bekend toen hij het eerste echtpaar de opdracht gaf: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt, in onderworpenheid” (Genesis 1:28). God schiep het mensenpaar met het wonderbare vermogen kinderen voort te brengen, en het was zijn bedoeling dat de hele aarde gevuld zou worden met volmaakte mensen die de goede eigenschappen van hun Schepper zouden weerspiegelen.
Het is waar dat er nu vrijwel overal op aarde mensen wonen, maar zij bewonen de aarde niet op een manier die hun Schepper tot eer strekt. De mens verkeert in een zieke, stervende toestand en zorgt niet naar behoren voor de aarde en de dierlijke schepping. Jehovah heeft de mens volmaakt geschapen en het was zijn bedoeling dat de hele aarde mettertijd beheerd zou worden door een rechtvaardige menselijke familie die gezamenlijk eeuwig in een aards paradijs zou wonen.
Wij kunnen erop vertrouwen dat zijn doel verwezenlijkt zal worden. Waarom? Omdat Jehovah heeft beloofd dat wat hij zich voorneemt, ’hij ook zal doen’ (Jesaja 46:11; 55:11). Zijn Woord geeft de verzekering: „De rechtvaardigen, díe zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven” (Psalm 37:29; Openbaring 21:3, 4). Velen zullen zich misschien herinneren dat Gods Zoon, Jezus Christus, aan de berouwvolle boosdoener die naast hem stierf de belofte deed: „Gij zult met mij in het Paradijs zijn” (Lukas 23:43). Hoe zal dat tot stand komen?
Hoe Gods doel verwezenlijkt zal worden
Wanneer Christus ten volle zijn heerschappij over de aarde laat gelden, zal die boosdoener een opstanding tot leven op aarde krijgen onder de hemelse heerschappij waar al zo lang om gebeden wordt (Psalm 72:1, 5-8; Mattheüs 6:9, 10; Johannes 18:36, 37; Handelingen 24:15). Maar voordat de opstanding van de doden plaatsvindt, zal de aarde gezuiverd worden van allen die weigeren God te aanbidden. De bijbel belooft: „De God des hemels [zal] een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht”, en voegt eraan toe: „Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Daniël 2:44.
De alwijze Schepper van ons grootse heelal kan beslist zijn doel verwezenlijken om deze aarde gevuld te krijgen met mensen die zijn goede eigenschappen weerspiegelen! (Genesis 1:27) Opdat mensen te weten zouden kunnen komen hoe God dit tot stand zal brengen, heeft hij in een boek voorzien dat mensen overal kunnen lezen.a Merk eens op hoe een man in Dayton (Ohio, VS) het beschreef:
„Zo lang ik leef, zal ik dit boek blijven lezen. Het begint met te vertellen hoe een prachtige plaats om te wonen door opstand verloren gaat. Daarop volgen tragedie, rampspoed, verdriet, moord en dood. Naarmate de familie zich uitbreidt, zakt ze steeds verder weg in wanhoop en duisternis. Er gaan eeuwen voorbij, naties komen en gaan, duizenden figuren passeren de revue, elke menselijke emotie — van felle, bittere haat tot de liefde van een martelaar — komt erin voor. Hoop, die als een zwak schijnsel begint, groeit uit tot absolute zekerheid. Een volmaakte regering zal het prachtige tehuis herstellen. Aan het hoofd van die regering staat de Koning, Christus Jezus. De regering: het koninkrijk Gods. De familie: de mensheid. Het boek is de bijbel!”
Wij moedigen u aan dit bijzonder belangrijke boek, de bijbel, te onderzoeken. Daarnaast nodigen wij u uit u uitvoeriger te verdiepen in de bewijzen dat dit heelal met al zijn kenmerken zich niet eenvoudig bij toeval ontwikkeld heeft. U zult een gedegen beschouwing van deze kwestie vinden in het boek Is er een Schepper die om u geeft? Op bladzijde 32 van dit tijdschrift leest u hoe u een exemplaar kunt bestellen.
[Voetnoten]
a Zie Een boek voor alle mensen, verkrijgbaar bij het Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap in Emmen.
[Illustratie op blz. 10]
„De prachtigste aanblik in de ruimte”
[Verantwoording]
NASA photo