Is het bij toeval ontstaan of is het geschapen?
VEEL wetenschappers hebben moeite met het denkbeeld dat het heelal geschapen is door een intelligente Schepper. Dus nemen zij aan dat het op de een of andere manier gewoon vanzelf is ontstaan. Maar niemand heeft kunnen verklaren hoe dat heeft kunnen gebeuren.
Eigenlijk is het zoals het blad Scientific American in zijn uitgave van januari 1999 berichtte: „De oerknaltheorie beschrijft niet de geboorte van het heelal.” Het blad voegde eraan toe: „Er zal een andere theorie die nog vroeger tijden beschrijft nodig zijn om de oorspronkelijke schepping van het heelal te verklaren.”
Lijkt het u echter redelijk toe dat het heelal op de een of andere manier gewoon zichzelf geschapen heeft? De fysicus Charles H. Townes merkte op: „Het is waar dat fysici hopen achter de ’oerknal’ te kijken en mogelijk de oorsprong van ons heelal te kunnen verklaren als, bijvoorbeeld, een soort fluctuatie. Maar waar is het dan een fluctuatie van en hoe is die weer ontstaan? Naar mijn mening lijkt de vraag naar de oorsprong altijd onbeantwoord te blijven als wij ons beperken tot een wetenschappelijke benadering.”
Tegenwoordig wordt erkend dat het heelal eens niet bestond en dat het op de een of andere manier is ontstaan. Kan dat wat men over de wetten van het heelal te weten is gekomen, ons helpen te begrijpen hoe dit gebeurd zou kunnen zijn?
„Twee kanten van dezelfde zaak”
Het bovenstaande is gezegd van energie en materie. „Materie is eenvoudig één vorm van energie”, werd in Scientific American opgemerkt. Dat verband tussen materie en energie werd uitgedrukt door Einsteins beroemde formule E=mc2 (energie is massa maal de lichtsnelheid in het kwadraat). Deze vergelijking onthult dat in een klein beetje massa of materie een ongelooflijke hoeveelheid energie schuilt. „Ze verklaart”, aldus professor Timothy Ferris, „waarom een bom ter grootte van een sinaasappel een stad kan wegvagen.”
Kijken wij naar de andere kant van de zaak, dan blijkt volgens Einsteins theorie energie ook in materie veranderd te kunnen worden. Bij de vorming van het stoffelijke heelal kan dus betrokken zijn geweest wat een kosmoloog betitelde als „de ontzagwekkendste transformatie van materie en energie waarvan we het voorrecht hebben gekregen een glimp op te vangen”.
Waar hebben de materie en de energie nodig voor zo’n „transformatie” echter hun oorsprong gevonden? Daarop heeft de wetenschap geen bevredigend antwoord. Interessant is dat de bijbel over God zegt: „Vanwege de overvloed van dynamische energie, en omdat hij sterk is in kracht, ontbreekt er niet één [van de hemellichamen] aan” (Jesaja 40:26). Wat God ook heeft gebruikt om het heelal te scheppen, het is duidelijk dat hij de energie en de kracht heeft die daarvoor nodig zijn.
Verschaft het wetenschappelijk bewijsmateriaal een basis om te geloven dat een Opperste Intelligentie ons heelal geschapen heeft? Een blik op de manier waarop het heelal begonnen is, helpt die vraag te beantwoorden.
Een ordelijk begin
Sta hier eens bij stil: De onbeheerste omzetting van materie in energie bij de explosie van een kernbom veroorzaakt chaos, zoals in Japan te zien was bij de totale verwoesting van Hiroshima en een groot deel van Nagasaki door zulke bommen in 1945. Het heelal is echter lang niet chaotisch maar harmonieus en prachtig! Beschouw ook deze schitterende aarde eens met haar verbazingwekkende verscheidenheid aan leven. Het is duidelijk dat die niet tot bestaan kan zijn gekomen zonder enige intelligente leiding en controle!
Het blad Newsweek van 9 november 1998 wijdde een beschouwing aan de implicaties van ontdekkingen betreffende de schepping van het heelal en schreef dat de feiten „deden vermoeden dat materie en beweging eerder ontstaan zijn zoals Genesis [in de bijbel] suggereert, ex nihilo, uit het niets, in een ontzagwekkende explosie van licht en energie”. Let eens op de redenen die Newsweek gaf voor het vergelijken van het begin van het heelal met de beschrijving van de gebeurtenis in de bijbel.
„De ontketende krachten waren — zijn — opmerkelijk (miraculeus?) in evenwicht: Als de Oerknal iets minder krachtig was geweest, zou de uitdijing van het heelal minder snel zijn verlopen en zou het heelal weldra (binnen enkele miljoenen jaren, of een paar minuten — in elk geval weldra) zijn ingestort. Was de explosie iets krachtiger geweest, dan zou het heelal misschien zo fijn verdeeld zijn dat de resulterende soep te dun was voor de vorming van sterren. Onze kansen waren — en dat is exact het juiste woord ervoor — astronomisch klein. De verhouding materie en energie tot het volume van de ruimte bij de Oerknal moet binnen ongeveer een quadriljoenste van 1 procent van het ideale hebben gelegen.”
Newsweek opperde de gedachte dat er als het ware een „Afstemmer” van het heelal was: „Haal er slechts een ietsje af (zie boven, de foutenmarge van één quadriljoenste van 1 procent) . . . en wat volgt is niet slechts disharmonie maar eeuwige entropie en ijs. Dus wat — wie? — was de grote Afstemmer?”
De astrofysicus Alan Lightman gaf toe dat wetenschappers ’het merkwaardig vinden dat het heelal vanuit zo’n sterk geordende toestand is geschapen’. Hij voegde eraan toe dat „een geslaagde kosmologische theorie uiteindelijk het entropieprobleem” — waarom het heelal niet chaotisch is geworden — „moet verklaren”.
Waarom niet geneigd tot geloven
Zou u het ermee eens zijn dat een „sterk geordende toestand” duidt op een Organisator? De meesten wel. Maar mensen die het atheïsme aanhangen, zijn niet geneigd dat te aanvaarden. Waarom niet? Wegens hun geloof! Zoals professor Ferris schreef, is „atheïsme, laten we eerlijk zijn, een geloof zoals elk ander”. En het zou beter zijn, voerde hij aan, „als we God helemaal buiten de kosmologie lieten”.
En dat doen velen — maar het kost moeite. Zo schreef George Greenstein, hoogleraar in de astronomie, na veel dingen vermeld te hebben die als bewijzen voor ontwerp in het heelal beschouwd zouden kunnen worden: ’Ik raakte ervan overtuigd dat zulke „toevalligheden” nauwelijks bij toeval hadden kunnen plaatsvinden.’ Niettemin beweert Greenstein: „God is geen verklaring.” Zo offeren sommige wetenschappers een gezonde redenering op om hun wetenschappelijk godsdienstige rechtzinnigheid onaangetast te laten.
Het „geloof” van de beroemde fysicus Fred Hoyle werd evenwel later in zijn leven naar eigen zeggen aan het wankelen gebracht. In de jaren ’80 bekende hij: „Een van gezond verstand getuigende interpretatie van de feiten suggereert dat een superintellect zich bemoeid heeft met de fysica, evenals met de scheikunde en biologie, en dat er geen noemenswaardige blinde krachten in de natuur zijn. De waarden die aan de hand van de feiten berekend worden, lijken me zo overweldigend toe, dat deze conclusie bijna onaanvechtbaar wordt.”
Interessant is dat toen het tijdperk van het wetenschappelijk onderzoek in de moderne zin net aanbrak, Sir Isaac Newton tot soortgelijke conclusies kwam. Hij werd er door zijn ontdekkingen toe bewogen te schrijven: „Dit bijzonder mooie stelsel van zon, planeten en kometen kon slechts ontspruiten aan de raad en het gezag van een intelligent en machtig Wezen.”
Sta eens stil bij één consequentie van de ontdekkingen van bewegingswetten door Newton en Johannes Kepler.
Hoe ruimtevaart mogelijk is
Kepler beschreef de wetten van de planeetbeweging in het begin van de zeventiende eeuw en volgens The World Book Encyclopedia worden ze „gebruikt om de banen van kunstmatige satellieten en de vluchten van ruimtevaartuigen te plannen”. In 1687 publiceerde Newton zijn beroemde bewegingswetten en die wetten „vormen, net als die van Kepler, een hoeksteen bij de planning van ruimtevluchten”, vermeldde deze encyclopedie. Hoe dat zo?
Omdat mensen met behulp van deze wetten aan de hand van wiskundige berekeningen kunnen bepalen waar in de ruimte een bepaald lichaam op een gegeven tijdstip zal zijn. Zulke berekeningen worden mogelijk gemaakt door de onveranderlijke, altijd voorspelbare beweging van de hemellichamen, met inbegrip van de maan en de aarde. De maan bijvoorbeeld beweegt zich met een gemiddelde snelheid van 3700 kilometer per uur in een baan om de aarde en voltooit haar reis van iets minder dan een maand met verbazingwekkende voorspelbaarheid. De aarde maakt haar jaarlijkse reis rond de zon, waarbij ze zo’n 107.200 kilometer per uur aflegt, met vergelijkbare voorspelbaarheid.
Bij het geleiden van vluchten naar de maan richten mensen op aarde hun ruimtevaartuig dan ook naar een punt in de ruimte dat zich op vele duizenden kilometers vóór de voortsnellende maan bevindt. Aan de hand van allerlei berekeningen weten zij precies waar de maan op het vooraf bepaalde tijdstip met zekerheid zal zijn. En als het ruimtevaartuig de juiste richting en kracht krijgt, zal het ook op die plek zijn, zodat een maanlanding mogelijk is.
Wat maakt een dergelijke voorspelbaarheid in de beweging van hemellichamen mogelijk? De eerste Amerikaanse astronaut die rond de aarde cirkelde, John Glenn, zei enthousiast over de orde in het heelal: „Zou dit toevallig tot stand gekomen kunnen zijn? . . . Dat kan ik niet geloven”, waaraan hij toevoegde: „De een of andere Macht heeft dit alles in banen gebracht en houdt het daar.”
De ruimtevaartdeskundige dr. Wernher von Braun merkte vol ontzag voor de wetten die het heelal besturen dit op: „De bemande ruimtevaart . . . heeft voor ons tot dusver slechts een kleine deur geopend om een blik te werpen in de ontzagwekkende uitgestrektheden van de ruimte. Onze blik door dit kijkgaatje op de grote mysteries van het heelal bevestigt alleen maar ons geloof in de schepper ervan.”
De beroemde fysicus P. A. M. Dirac, die hoogleraar wiskunde was aan de Universiteit van Cambridge, was het met hem eens: „Men zou de situatie misschien kunnen beschrijven door te zeggen dat God een meesterwiskundige is en dat Hij hogere wiskunde heeft toegepast bij het tot stand brengen van het universum.”
Wie is deze Meesterwiskundige, dit Superintellect dat verantwoordelijk is voor de wonderen der schepping?
Geschapen door wie?
Wanneer wij door onbekend gebied reizen en op een prachtig chalet stuiten dat omgeven is door goed onderhouden gazons en schitterende tuinen, concluderen wij niet dat het daar toevallig gekomen is. Dat is een volslagen onlogische conclusie. Er zijn klaarblijkelijk een uitstekende aannemer en een bekwame tuinman voor verantwoordelijk geweest.
Het is duidelijk dat ons grootse heelal, dat zoveel te ingewikkelder is, evenzo een Schepper heeft gehad. In de bijbel identificeert hij zich met een naam: „Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam” (Jesaja 42:8). Van personen die Gods werken bewonderen, staat in de bijbel de uitroep opgetekend: „Gij, Jehovah, ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid en de eer en de kracht te ontvangen, want gij hebt alle dingen geschapen, en vanwege uw wil bestonden ze en werden ze geschapen.” — Openbaring 4:11.
Jehovah heeft niet alleen zijn persoonlijke naam, die hij zichzelf gegeven heeft, aan mensen onthuld maar ook, in zijn geschreven Woord, het doel geopenbaard waarmee hij de aarde voor menselijke bewoning heeft gereedgemaakt. En Jezus Christus, Gods eigen Zoon, garandeerde dat Gods Woord betrouwbaar is toen hij zei: „Uw woord is waarheid.” — Johannes 17:17.
Niet lang geleden werd in een wetenschappelijk tijdschrift opgemerkt: „In tegenstelling tot alle voorgaande generaties weten wij hoe wij tot bestaan zijn gekomen. Maar net als alle voorgaande generaties weten wij nog steeds niet waarom wij er zijn.” Maar het antwoord op die vraag, Waarom?, is voorhanden — Gods Woord geeft het. U vindt het antwoord in het volgende artikel.
[Illustratie op blz. 6]
Tijdens de kernexplosie boven Hiroshima kwam uit een beetje materie een enorme hoeveelheid energie vrij
[Verantwoording]
Hiroshima Peace and Culture Foundation from material returned by the United States Armed Forces Institute of Pathology
USAF photo
[Illustratie op blz. 7]
Energie werd tot schitterende, ordelijke sterrenstelsels
[Verantwoording]
Courtesy of Anglo-Australian Observatory, photograph by David Malin
[Illustraties op blz. 8, 9]
Welke wetten maken maanlandingen mogelijk?
[Illustratie op blz. 9]
„De een of andere Macht heeft dit alles in banen gebracht en houdt het daar.” — John Glenn
[Verantwoording]
NASA photo