Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/1 blz. 13-17
  • Florida’s Everglades — Een wanhoopskreet uit de wildernis

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Florida’s Everglades — Een wanhoopskreet uit de wildernis
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een wanhoopskreet om hulp
  • Maak kennis met de machtige levíathan
    Ontwaakt! 1976
  • Bedreigd leven
    Ontwaakt! 1988
  • Alligators maken een come-back
    Ontwaakt! 1987
  • Vogels kijken — Een fascinerende hobby voor iedereen?
    Ontwaakt! 1998
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/1 blz. 13-17

Florida’s Everglades — Een wanhoopskreet uit de wildernis

JAARLIJKS stromen er bijna een miljoen bezoekers naar dit verbazingwekkende tropische paradijs om de schitterende wonderwerken van de Grootse Schepper te bezichtigen. Hier geen ontzag inboezemende, kilometers diepe ravijnen of hemelhoge kliffen, geen machtige watervallen die erom vragen gefotografeerd te worden en geen zwervende elanden of kuierende grizzly’s die u maar het beste op eerbiedige afstand kunt bewonderen. Het Everglades National Park is juist het eerste nationale park ter wereld dat niet is gesticht om zijn adembenemende landschapsschoon maar om zijn biologische rijkdom.

Het bestaat deels uit grasland en deels uit tropisch moeras en is dan ook wel een „grasrivier” genoemd. Al eeuwenlang verloopt het leven er voor zijn bewoners volgens hetzelfde patroon. Drie meter lange alligators koesteren zich in de zon en de dampende hitte, een oog wakend open voor hun volgende grote vangst. ’s Nachts weergalmt het moeras van hun gebrul en beeft de grond wanneer ze hun paringsritueel uitvoeren. Schildpadden ter grootte van een wastobbe banen zich een weg door het gras op zoek naar voedsel. Pijlsnelle, speelse Noordamerikaanse otters delen hun woongebied. In de zachte modder zijn verse sporen van poema’s te zien, op zoek naar een prooi. Witstaartherten moeten voortdurend op hun hoede zijn, want deze jagers zullen elke kans aangrijpen om ze te verschalken. Wasbeertjes, op afbeeldingen vaak hun voedsel in nabijgelegen beken aan het wassen, zijn helemaal thuis in de Everglades, waar een overvloed aan voedsel op het menu staat.

Er is ook heel wat leven dat bijna onopgemerkt blijft voor bezoekers aan de Everglades. Allerlei variëteiten kikkers zitten gecamoufleerd op bladeren boven de grond, op plompebladeren en op prachtige waterhyacinten in door mensen aangelegde kanalen. Met een echte slakkegang verplaatsen zich tussen de waterplanten de appelslakken — weekdieren ter grootte van een golfbal, toegerust met een kieuw en een eenvoudig soort long, waardoor ze in staat zijn zowel onder water als op het droge te ademen. Het ondiepe water krioelt van de rivierkreeften, krabben en allerlei vissen. Er zijn slangen in menigte en insekten en kruipende dieren te kust en te keur — allemaal wachtend om een maaltje te verorberen of verorberd te worden.

Tot de gevederde dieren die men er ziet, behoren de prachtige rode lepelaars, witte ibissen en Amerikaanse kleine zilverreigers, die in de lucht cirkelen terwijl hun partner het vliegen eraan geeft om de eieren met hun verwachte jongen warm te houden. De aanblik van de exotische grote blauwe reigers, die te snel vliegen om ze te kunnen tellen, zal iemand lang bijblijven. Zeemeeuwen, pelikanen en purperkoeten delen het luchtruim met de majestueuze Amerikaanse zeearend, het nationale symbool van de Verenigde Staten.

Dan zijn er de langhalzige geoorde aalscholver en de anhinga of slangehalsvogel, zo genoemd omdat hij er meer als een reptiel dan als een vogel uitziet wanneer hij zijn lange S-vormige hals boven het water uitsteekt. Beide vogelsoorten, vraatzuchtig van aard, wedijveren om het voedsel in het ondiepe water van de Everglades. Wanneer ze nat zijn, spreiden beide hun vleugels en hun staartveren uit, wat heel pronkzuchtig overkomt, alsof ze voor een foto poseren. Pas wanneer hun veren volkomen droog zijn, kunnen de vogels opvliegen.

Om niet over het hoofd gezien te worden, schrikt de kraanvogelachtige koerlan bezoekers op met zijn doordringende kreten. Deze grote donkerbruine vogel met zijn witte vlekken wordt ook wel krijsvogel of jammervogel genoemd, omdat zijn roep klinkt als het klaaglijke gehuil van een door verdriet overmand mens. De zeldzame en bedreigde Everglades-moeraswouw, een roofvogel ter grootte van een kraai die voor zijn overleving afhankelijk is van de aanwezigheid van de appelslak, is een gedenkwaardige aanblik voor vogelaars. Als de bezoekers omhoogkijken, staan zij versteld van de enorme kolonie vogels roestend in de majestueuze altijdgroene eiken, die beladen zijn met glanzend groene bladeren en versierd met slierten Spaans mos. Groene en rode bloesems hangend aan tere klimplanten die zich rond de bomen slingeren, vormen een harmonieus geheel met de kleuren van de vogels. Hier vergeten de bezoekers licht in welk land en op welk continent zij zich bevinden. Ja, dit is een heel aparte wereld, een paradijs eigenlijk, primitief en prachtig.

Tot slot zijn er de ondiepe wateren en de gulden zaagzegge — de onmiskenbare signatuur van de Everglades. Zover het oog reikt, loopt glinsterend en glanzend, zo vlak als een tafelblad, met een verval in zuidelijke richting van zo’n vier centimeter per kilometer, deze stille grasrivier. Nauwelijks waarneembaar, zonder merkbare stroming, vloeit het water constant traag naar zee. Het is het levensbloed van de Everglades; zonder het water zouden de Glades sterven.

Aan het begin van deze eeuw, voordat de Everglades zo ernstig beschadigd en gehavend waren door mensenhanden, besloeg deze graszee wel 80 kilometer van oost naar west en 500 kilometer van de rivier de Kissimmee naar de Florida Bay. Een man van gemiddelde lengte zou de afstand kunnen doorwaden zonder natte schouders te krijgen. Luchtkussenvaartuigen scheren met misselijk makende snelheden over het oppervlak van de ondiepe wateren door de hoge, gulden zaagzegge en bezorgen verwaaide toeristen de sensatie van hun leven. Hengelaars komen vissen op baars en andere zoetwater- en zoutwatervis, zoals dat al generaties lang gebeurt.

Een wanhoopskreet om hulp

Tegen het begin van deze eeuw beschouwden plaatselijke politici en ondernemers de Everglades als een poel van ongewenste levensvormen die moest wijken voor onroerend-goedprojecten, stadsuitbreiding en agrarische ontwikkeling. „Indammen, bedijken, droogleggen en omleggen”, werd hun devies. In 1905, vóór zijn verkiezing als gouverneur van Florida, zwoer N. B. Broward de laatste druppel water uit dat „van pestilenties vergeven moeras” te wringen.

Dat waren geen ijdele beloften. Monsterlijke grondverzetmachines en baggermolens werden aangevoerd. Onder leiding en toezicht van het Amerikaanse korps der genie werd negentig kilometer kanaal gegraven van negen meter diep, waarbij ruim een miljoen vierkante meter wetland werd verwoest. Enorme dammen, dijken en pompstations werden gebouwd en meer kanalen en wegen doorkruisten de Everglades. Kostbaar, levengevend water werd aan dit van leven wemelende gebied onttrokken ter wille van uitgestrekte, nieuw ontwikkelde landbouwgronden. Kuststeden breidden zich uit in westelijke richting en slokten meer van de Everglades op voor kolossale woongemeenschappen, snelwegen, winkelcentra en golfbanen.

Hoewel in 1947 een deel van de Everglades tot nationaal park werd uitgeroepen, ging de drooglegging en het omleggen van het water in een verwoestend tempo door. Milieudeskundigen zijn het erover eens dat het droogleggen van de Everglades — en het daaraan spenderen van miljoenen dollars — een formidabele blunder was. Weinig mensen begrepen dat het verstoren van de waterhuishouding een rampzalig effect op het leven in de Everglades zou hebben. Het duurde decennia voordat de schade duidelijk werd.

Halverwege de jaren ’80 luidden milieuactivisten en biologen echter de noodklok: de Everglades stierven. Het leek wel of al het leven er klaagde, luid om hulp riep. Poelen waar alligators leefden, begonnen in de droge tijd droog te vallen. Wanneer de regen kwam en gebieden werden overstroomd, spoelden hun nesten en eieren weg. Hun aantallen dalen nu drastisch. Volgens berichten eten ze hun eigen jongen op. Van de exotische waadvogels waarvan er eens ruim een miljoen in het gebied leefden, zijn er slechts enkele duizenden over — hun aantal is met negentig procent teruggelopen. De prachtige rode lepelaars die eens de lucht verduisterden wanneer ze naar hun kolonies terugkeerden, zijn in aantal afgenomen tot een handjevol in verhouding. Sedert de jaren ’60 is het aantal schimmelkopooievaars gedaald van 6000 nestelende vogels tot slechts 500, zodat het een bedreigde soort is geworden. Ook bedreigd worden de rijke gronden in de Florida Bay waar zich de ’kraamkamers’ van de schelpdieren bevinden. De populatie van alle andere gewervelde dieren, van herten tot schildpadden, is met 75 tot 95 procent gedaald, berichtte een bron.

Met het gestadig oprukken van de landbouw en andere menselijke activiteiten kwamen vervuilende stoffen uit kunstmest- en pesticidenuitspoelsels die langzaam de grond en het water verontreinigden. In alle schakels van de voedselketen zijn hoge kwikgehalten vastgesteld, van de vissen in de moerassen tot en met de wasbeertjes, alligators en schildpadden. Vissers krijgen de raad geen baars en witvis te eten die gevangen is in bepaalde wateren die vol kwik zitten dat uit de bodem is gespoeld. De poema’s zijn eveneens het slachtoffer geworden van de invasie van de mens en niet alleen omgekomen door kwikvergiftiging maar ook door stropers. Zo bedreigd is dit dier dat men gelooft dat er nog geen dertig in de hele staat zijn, waarvan tien in het park. Een aantal inheemse planten van de Everglades staat ook op het randje van uitsterven.

Sommige waarnemers en milieudeskundigen zijn van mening dat het wel eens te laat zou kunnen zijn voor de Everglades. Overheids- en parkfunctionarissen en veel milieudeskundigen denken echter dat met financiële steun en een snel optreden van de zijde van overheids- en federale instellingen, de Everglades te redden zijn. „Niemand weet echt wanneer het te laat is voor iets wat zo groot en complex is”, zei een functionaris. „Het is misschien al te laat.” De bioloog John Ogden geeft toe dat de kansen op het redden van de Everglades niet rooskleurig zijn, maar hij is optimistisch. „Dat moet ik wel”, zei hij. „Het alternatief is een biologische woestijn, met een restje park dat hier een paar alligators herbergt, daar een enkel vogelnest en als middenstuk een mooi museum met een opgezette poema.”

De alarmkreet van plaatselijke functionarissen, biologen en milieuactivisten uit het hele land is gehoord door federale functionarissen en politici in Washington, de president en vice-president van de Verenigde Staten inbegrepen. Nu moet het Amerikaanse korps der genie terug naar het tekenbord, omdat hun voorgangers het jaren geleden door hen verrichte karwei verknoeiden. Hun staat een gloednieuw doel voor ogen: het redden van de Everglades en het leven erin, in plaats van ze droog te leggen, in te dammen en om te leggen.

Het is duidelijk dat water de zaak is waar het om draait. „De basis voor succes is schoner water — en genoeg water”, schreef U.S.News & World Report, en „dat kan slechts bereikt worden ten koste van de landbouw of stedelijke gebieden. De suikerplantages en groentekwekerijen van Zuid-Florida zijn het meest voor de hand liggende doelwit.” „Het verdelen van de watertaart zal niet meevallen, maar wij hebben al genoeg afgestaan en kunnen niet nog meer geven”, verklaarde de directeur van het Everglades Park, Robert Chandler. „Anderen moeten zuiniger omgaan met wat zij hebben”, zei hij. Voorstanders van het voorstel tot herstel van de Everglades vrezen, dat het grootste verzet tegen het project zal komen van de suikerrietverbouwers van Florida en de boeren die grote stukken grond in de Everglades bezitten. Ten koste van het leven in de Glades worden enorme hoeveelheden water weggepompt om in hun behoeften te voorzien.

Het herstellen en redden van de Everglades zou het stoutmoedigste en duurste restoratieplan uit de geschiedenis zijn. „Wij praten over veel geld, wij praten over veel land, en wij praten over herstel van een ecosysteem op een schaal die wij nog nooit ergens ter wereld hebben gezien”, zei de functionaris van het Wereld Natuur Fonds die aan het hoofd staat van het Evergladesproject. „In de komende vijftien tot twintig jaar, voor een prijs van ruwweg twee miljard dollar,” verklaarde het blad Science, „willen de genie, de deelstaat en andere federale instellingen in het hele ecosysteem van Florida’s Everglades, waaronder 14.000 vierkante kilometer wetlands en aangelegde waterwegen, de waterhuishouding in orde brengen.”

Daarnaast vereist het plan dat er ongeveer 40.000 hectare landbouwgrond bij het Okeechobeemeer wordt opgekocht voor omzetting in moerasland, met de bedoeling dat dit als filter dient voor verontreinigende stoffen die uit de resterende landbouwgrond spoelen. Suikerrietverbouwers komen in fel verzet tegen een voorstel tot besnoeiing van de federale subsidie voor de bedrijfstak met één dollarcent per pond om zo aan extra geld te komen voor het schoonmaken van de Everglades. „Het herstel moet betaald worden door degenen die het meeste profijt hebben getrokken van de vernietiging ervan: de suikerverbouwers en -verwerkers van Florida”, stond in een hoofdartikel in de krant USA Today. Naar schatting zal de subsidieverlaging van een cent per pond op Florida’s suiker jaarlijks $35 miljoen opleveren.

Men verwacht dat de strijd — boeren en suikerrietverbouwers tegen biologen, milieuactivisten en natuurliefhebbers — zal voortduren zoals dat het geval is in andere delen van de Verenigde Staten waar dezelfde partijen tegenover elkaar staan. Vice-president Gore riep op tot samenwerking. „Door samen te werken,” zei hij, „kunnen wij deze verdeeldheid verhelpen en een gezond milieu en een krachtige economie bereiken. Maar het is nu de tijd om tot daden over te gaan. Andere Everglades zijn er niet in de wereld.”

[Illustratie op blz. 13]

Alligator

[Verantwoording]

USDA Forest Service

[Illustratie op blz. 14]

Amerikaanse zeearend

[Illustratie op blz. 15]

Witte ibis

[Illustratie op blz. 15]

Een paartje nestelende anhinga’s of slangehalsvogels

[Illustratie op blz. 16]

Een drietal wadende wasbeertjes

[Illustraties op blz. 16]

Kleine zilverreiger

[Illustraties op blz. 16, 17]

Grote blauwe reiger

[Illustraties op blz. 17]

Aalscholverjongen

[Illustratie op blz. 17]

Koerlan, ook wel jammervogel genoemd

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen