Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g97 22/1 blz. 10-12
  • Moet ik mijn zonde belijden?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Moet ik mijn zonde belijden?
  • Ontwaakt! 1997
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Niets verborgen”
  • Het zwijgen verbreken
  • Vertel het aan je ouders
  • Een beroep op de ouderlingen
  • ’Ik ben bang dat ik uitgesloten word’
  • Moet ik het mijn ouders vertellen?
    Ontwaakt! 1985
  • Aanvaard altijd het strenge onderricht van Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2006
  • Verlangt God van ons dat we onze zonden belijden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Wat als je een ernstige zonde begaat?
    Voor eeuwig gelukkig! — Interactieve Bijbelcursus
Meer weergeven
Ontwaakt! 1997
g97 22/1 blz. 10-12

Jonge mensen vragen . . .

Moet ik mijn zonde belijden?

„Ik schaam me zo, ik weet niet wat ik moet doen. Ik zou wel naar mijn ouders willen gaan, maar ik schaam me te diep.” — Lisa.a

DAT schreef een radeloze jonge vrouw. Zij had al enkele jaren verkering met een ongelovige toen zij op een dag, onder invloed van alcohol, met hem naar bed ging.

Helaas gebeuren zulke dingen van tijd tot tijd, zelfs onder christelijke jongeren. Hoe jonger en onervarener wij zijn, des te meer fouten zullen wij vermoedelijk maken. Maar terwijl een kleine fout maken één ding is, is het nog iets heel anders om in ernstige overtredingen verwikkeld te raken, in seksuele immoraliteit bijvoorbeeld (1 Korinthiërs 6:9, 10). Wanneer dat gebeurt, moet een jongere hulp inroepen. Het probleem is dat het niet meevalt je fouten te belijden.

Zo had een christelijk meisje voorechtelijke seks. Zij besloot het aan haar gemeenteouderlingen te bekennen en stelde er zelfs een datum voor vast. Maar zij verschoof de datum naar een later tijdstip. Later verschoof zij de datum nogmaals. Al gauw was er een heel jaar verstreken!

„Niets verborgen”

Indien je een ernstige zonde hebt begaan, moet je beseffen dat het een heel slecht idee is dat te verzwijgen. De waarheid komt immers meestal toch aan het licht? Als klein kind brak Mark een wandversiering van keramiek. „Ik deed mijn uiterste best om de stukken weer aan elkaar te lijmen,” vertelt hij, „maar het duurde niet lang of mijn ouders ontdekten de barsten.” Je bent weliswaar geen kind meer, maar de meeste ouders voelen het gewoonlijk wel aan als er iets mis is met hun kinderen.

„Ik probeerde mijn problemen te verdoezelen met leugens,” bekent de vijftienjarige Ann, „maar uiteindelijk werd alles daar alleen maar erger door.” In de meeste gevallen komen leugens aan het licht. En wanneer je ouders ontdekken dat je hebt gelogen, zullen zij waarschijnlijk geschokt zijn — geschokter dan zij misschien geweest zouden zijn als je er gelijk mee voor de draad was gekomen.

Nog belangrijker is dat de bijbel zegt: „Er is niets verborgen dat niet openbaar zal worden, noch is er iets zorgvuldig aan het oog onttrokken dat nimmer bekend zal worden en nimmer aan het licht zal komen” (Lukas 8:17). Jehovah weet wat wij hebben gedaan en wat wij aan het doen zijn. Je kunt je net zomin voor hem verbergen als Adam dat kon (Genesis 3:8-11). Mettertijd zullen misschien ook anderen van je zonden op de hoogte raken. — 1 Timotheüs 5:24.

Blijven zwijgen kan je ook in andere opzichten schade berokkenen. De psalmist David schreef: „Toen ik bleef zwijgen, teerden mijn beenderen weg door mijn gekerm de gehele dag. Want dag en nacht was uw hand zwaar op mij” (Psalm 32:3, 4). Ja, de spanning van de geheimhouding kan emotioneel een zware tol eisen. Je ongerustheid en schuldgevoel, naast de angst dat het uitkomt, kunnen je intens neerslachtig maken. Het kan zijn dat je je gaat distantiëren van vrienden en familie. Misschien heb je zelfs het gevoel dat je contact met God zelf is verbroken! „Ik had met een slecht geweten te maken gekregen omdat ik Jehovah verdriet gedaan had”, schreef een jongere die Andrew heet. „Het vrat aan me.”

Het zwijgen verbreken

Is het hoe dan ook mogelijk om van deze emotionele onrust af te komen? Zeer zeker! De psalmist zei: „Ten slotte beleed ik u mijn zonde, en mijn dwaling bedekte ik niet. . . . En gijzelf hebt de dwaling van mijn zonden vergeven” (Psalm 32:5; vergelijk 1 Johannes 1:9). Ook voor Andrew betekende het een hele opluchting toen hij zijn zonde had beleden. Hij vertelt: „Ik wendde me tot Jehovah en bad oprecht om vergeving.”

Jij kunt hetzelfde doen. Bid tot Jehovah. Hij weet wat je hebt gedaan, maar beken het hem nederig in gebed. Vraag om vergeving; schroom niet omdat je je te slecht voelt om geholpen te worden. Jezus is gestorven opdat wij ondanks onze onvolmaaktheid een goede reputatie bij God zouden kunnen hebben (1 Johannes 2:1, 2). Je kunt ook om de kracht vragen om noodzakelijke veranderingen aan te brengen. Het lezen van Psalm 51 kan een grote hulp voor je blijken als je je op deze manier tot God wendt.

Vertel het aan je ouders

Er is echter meer nodig dan het eenvoudig aan God te belijden. Je bent ook verplicht het aan je ouders te vertellen. Zij hebben van God de opdracht ontvangen jou groot te brengen „in het strenge onderricht en de ernstige vermaning van Jehovah” (Efeziërs 6:4). Dat kunnen zij alleen doen als zij je problemen kennen. Nogmaals, het is misschien niet makkelijk of prettig het aan je ouders te vertellen. Maar na hun aanvankelijke reactie zullen zij hun emoties vermoedelijk onder controle houden. Het kan zelfs zijn dat zij blij zijn dat je voldoende vertrouwen in hen hebt gesteld om met je probleem voor de dag te komen. Jezus’ gelijkenis van de verloren zoon gaat over een jonge man die tot seksuele immoraliteit verviel. Maar toen hij zijn zonden eindelijk beleed, verwelkomde zijn vader hem met open armen! (Lukas 15:11-24) Jouw ouders zullen je ongetwijfeld eveneens hulp bieden. Per slot van rekening houden zij nog steeds van je.

Uiteraard kun je bang zijn dat je je ouders verdriet zult doen. Maar het is niet het belijden van de zonde dat je ouders verdriet doet; dat je die zonde hebt begaan, maakt hen verdrietig! Je bekentenis is de eerste stap tot het wegnemen van dat verdriet. De reeds genoemde Ann vertelde het aan haar ouders en voelde zich daarna enorm opgelucht.”b

Nog een belemmering voor het belijden van een zonde is schaamte en verlegenheid. De trouwe afschrijver Ezra had de zonden niet zelf begaan, maar toen hij de zonden van zijn medejoden beleed, zei hij: „Ik voel mij werkelijk beschaamd en verlegen om mijn aangezicht tot u op te heffen, o mijn God” (Ezra 9:6). Echt, het is goed om schaamte te voelen wanneer je een overtreding hebt begaan. Het duidt erop dat je geweten nog functioneert. En mettertijd zullen die gevoelens van schaamte afnemen. Andrew bracht het zo onder woorden: „Het is ontzettend moeilijk en pijnlijk om een zonde te belijden. Maar de wetenschap dat Jehovah rijkelijk zal vergeven, is een opluchting.”

Een beroep op de ouderlingen

Indien je een christen bent, is de zaak niet afgedaan als je het aan je ouders vertelt. Andrew zegt: „Ik wist dat ik met mijn probleem naar de gemeenteouderlingen moest. Wat een opluchting was het te weten dat zij klaarstonden om mij te helpen!” Ja, jongeren onder Jehovah’s Getuigen kunnen en moeten zich tot de gemeenteouderlingen wenden om hulp en aanmoediging. Maar waarom kun je niet gewoon tot Jehovah bidden en het daarbij laten? Omdat Jehovah de ouderlingen de verantwoordelijkheid heeft toevertrouwd ’over je ziel te waken’ (Hebreeën 13:17). Zij kunnen je helpen voorkomen opnieuw tot zonde te vervallen. — Vergelijk Jakobus 5:14-16.

Houd jezelf niet voor de gek door te redeneren dat je het alleen wel afkunt. Als je daar echt sterk genoeg voor was, zou je dan in eerste instantie tot zonde vervallen zijn? Het is duidelijk dat je hulp van anderen moet inroepen. Andrew deed die moedige stap. Zijn raad? „Ik moedig iedereen die in een ernstige zonde verwikkeld is of was aan, zijn hart bij Jehovah en bij een van zijn herders uit te storten.”

Maar hoe benader je een ouderling eigenlijk? Kies er een uit bij wie je je redelijk op je gemak voelt. Je zou kunnen beginnen met te zeggen: „Ik wil over iets praten”, of: „Ik heb een probleem”, of zelfs: „Ik zit met een probleem en heb uw hulp nodig.” Als je eerlijk en open bent, toon je duidelijk dat je berouw hebt en veranderingen aan wilt brengen.

’Ik ben bang dat ik uitgesloten word’

Hoe staat het met die mogelijkheid? Het is waar dat iemand die een ernstige zonde begaat, de kans loopt uitgesloten te worden, maar niet automatisch. Uitsluiting is voor degenen die weigeren berouw te hebben — die koppig weigeren te veranderen. Spreuken 28:13 zegt: „Wie zijn overtredingen bedekt, zal geen succes hebben, maar wie ze belijdt en laat, zal barmhartigheid worden betoond.” Het feit dat je je om hulp tot de ouderlingen hebt gewend, is een blijk van je wens om te veranderen. Ouderlingen zijn er in de eerste plaats om te genezen, niet om te straffen. Zij zijn verplicht Gods volk vriendelijk en waardig te behandelen. Zij willen je helpen ’rechte paden voor je voeten te maken’. — Hebreeën 12:13.

Toegegeven, waar sprake is van leugens of een al lang bestaande gewoonte ernstige overtredingen te begaan, kunnen overtuigende ’werken die bij berouw passen’ ontbreken (Handelingen 26:20). Soms wordt iemand dan inderdaad uitgesloten. En zelfs wanneer een kwaaddoener berouw heeft, zijn de ouderlingen verplicht een vorm van streng onderricht op te leggen. Moet je dan boos of verbitterd zijn om hun beslissing? In Hebreeën 12:5, 6 geeft Paulus de dringende raad: „Mijn zoon, acht het strenge onderricht dat van Jehovah komt, niet gering en bezwijk niet wanneer gij door hem wordt gecorrigeerd, want die Jehovah liefheeft, wordt door hem streng onderricht, ja, hij geselt een ieder die hij als zoon aanneemt.” Wat voor streng onderricht je ook krijgt, bezie het als een bewijs dat God van je houdt. Bedenk dat oprecht berouw ertoe zal leiden dat je opnieuw een goede band krijgt met onze barmhartige Vader, Jehovah God.

Het vereist moed om je fouten toe te geven. Maar als je het doet, kun je de zaken rechtzetten, niet alleen met je ouders maar ook met Jehovah God zelf. Laat je er niet door angst, trots of schaamte van weerhouden hulp in te roepen. Bedenk: Jehovah „zal rijkelijk vergeven”. — Jesaja 55:7.

[Voetnoten]

a Sommige namen zijn gewijzigd.

b Zie voor informatie over de manier waarop je je ouders het beste kunt benaderen hoofdstuk 2 van het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.

[Inzet op blz. 12]

’Ik moedig allen die gezondigd hebben aan, hun hart bij Jehovah uit te storten.’ — Andrew

[Illustratie op blz. 11]

Een bekentenis aan je ouders kan tot geestelijk herstel leiden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen