De unieke Matterhorn
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ZWITSERLAND
„ER IS maar EEN Matterhorn op de hele aarde; maar EEN berg met zulke evenwichtige proporties. Een prachtig gezicht!” Dat zijn de woorden van Guido Rey, een Italiaanse alpinist.
De Matterhorn is inderdaad een bijzondere piek, een van de bekendste bergen ter wereld. De foto op deze bladzijden is waarschijnlijk niet de eerste afbeelding die u van deze markante berg ziet.
De piramidevormige Matterhorn ligt op de grens van Italië en Zwitserland, tien kilometer ten zuidwesten van het Zwitserse dorp Zermatt, de plaats waarnaar de piek genoemd is. Hij is 4478 meter hoog en heeft twee toppen, die ongeveer 100 meter uit elkaar liggen.
Hoewel de Matterhorn deel uitmaakt van de Centrale Alpen, staat hij alleen, zonder directe buren. Hierdoor heeft men vanuit alle richtingen een prachtig gezicht op de berg, en het maakt hem zeer fotogeniek.
Sommigen hebben de Matterhorn passend beschreven als een obelisk. Zijn vier wanden zijn naar de vier windstreken gericht en zijn scherp van elkaar gescheiden door een ’graat’.
De Matterhorn is ondanks zijn hoogte niet altijd met sneeuw bedekt. In het late voorjaar leggen zijn steile rotswanden in het hogere gedeelte hun mantel van sneeuw en ijs af door de warmte van de zon. In het lagere gedeelte nestelen gletsjers zich het hele jaar door in het oosten en noordwesten tegen de berg aan als een witte gordel rond zijn middel.
Menige bewonderaar heeft zich afgevraagd hoe deze ongeëvenaarde berg is ontstaan. Er zijn geen hopen gesteentepuin rond zijn voet te zien als overblijfselen van het materiaal waaruit hij werd gebeeldhouwd. Al dat puin moet in de ontelbare duizenden jaren dat de berg bestaat, zijn weggespoeld. Wat een enorme natuurkrachten moeten tot dit prachtige gezicht hebben bijgedragen!
Vroege nederzettingen
De alpenvallei die naar de voet van de Matterhorn leidt, was reeds bewoond in de tijd van het Romeinse Rijk. De geschiedenis vermeldt dat de Romeinse generaal Marius in het jaar 100 v.G.T. de Theodulpas, ten oosten van de Matterhorn op een hoogte van 3322 meter, overtrok. Deze bergroute werd ook tijdens de middeleeuwen gebruikt voor het vervoer van goederen van zuid naar noord.
In die tijd keken de bewoners met groot respect, zelfs met bijgelovige vrees, naar de Matterhorn op. Zij zouden er niet aan denken de berg te beklimmen, want die werd volgens hen door de Duivel zelf bewoond! Wie anders zou er ijs- en sneeuwlawines en rotsblokken zo groot als een huis naar beneden gooien?
Toenemende belangstelling voor natuurwetenschap
Wat die eenvoudige mensen uit vrees meden, werd later in de high society van Engeland populair. De belangstelling voor de wetenschap begon toe te nemen, en dat leidde ertoe dat onderzoekers bergen gingen beklimmen voor verkenningen op het gebied van wetenschappen zoals geologie, topografie en plantkunde.
In 1857 werd in Londen de Alpine Club opgericht, en menige welgestelde Engelsman reisde naar Frankrijk, Italië of Zwitserland om een aandeel te hebben aan het bedwingen van de Alpen. De avonturiers beklommen de ene piek na de andere, met inbegrip van de Mont Blanc. Hoewel deze berg met zijn 4807 meter de hoogste in Europa is, levert hij voor bergbeklimmers minder moeilijkheden op dan de Matterhorn.
Niet al deze inspanningen werden uitsluitend in naam van de natuurwetenschap verricht. Eerzucht stak de kop op. De roem om de eerste, de moedigste, de vasthoudendste te zijn, was een belangrijke factor. In die tijd betekende het woord „sport” in Engeland niets anders dan bergsport.
De zomer van 1865 was een van de drukste wat bergbeklimmen betreft, vooral in verband met de Matterhorn. Deze fascinerende piramide was een van de laatste pieken die nog niet bedwongen waren. Hij werd als ontoegankelijk beschouwd en plaatselijke gidsen wilden het niet eens proberen. Hun standpunt was: ’Elke andere piek — maar niet de Horn.’
Het was echter onvermijdelijk dat de Matterhorn bedwongen zou worden. In het begin van de jaren ’60 van de vorige eeuw was een aantal alpentoppen bedwongen. De beklimmers leerden van hun ervaringen en ontwikkelden nieuwe technieken. Op twintigjarige leeftijd werd Edward Whymper uit Engeland door een Londense uitgever naar Zwitserland gestuurd om tekeningen te maken van alpengezichten teneinde een boek over dit onderwerp te illustreren. Whymper werd gefascineerd door de bergen, en bergbeklimmen werd zijn passie. Hij bedwong menige piek zowel in Frankrijk als in Zwitserland en deed verscheidene pogingen om de Matterhorn te beklimmen. Maar de Horn weerstond ze.
De Matterhorn bedwongen!
Ten slotte ontmoetten in juli 1865 drie verschillende groepjes klimmers elkaar toevallig in Zermatt — alle drie vastbesloten de Matterhorn te beklimmen. Onder tijdsdruk omdat een Italiaanse groep hun misschien voor zou zijn, besloten de drie groepjes zich aaneen te sluiten tot één cordée, ofte wel een groep klimmers die onderling met een touw verbonden zijn. De groep bestond uit zeven man — Edward Whymper en Lord Francis Douglas, Charles Hudson en zijn jonge vriend Hadow — allen uit Engeland — plus twee Zwitserse gidsen en een Franse gids die zij hadden kunnen huren.
Zij vertrokken op de ochtend van 13 juli uit Zermatt, benaderden de berg zonder zich te haasten vanuit het oosten en bemerkten dat de lagere gedeelten betrekkelijk gemakkelijk te beklimmen waren. Zij zetten op een hoogte van ongeveer 3300 meter hun tent op en genoten de verdere dag op hun gemak van de zon.
De volgende ochtend, 14 juli, begonnen zij vóór het aanbreken van de dag te klimmen. Het touw was slechts af en toe nodig. Sommige gedeelten waren moeilijker dan andere, maar vaak konden zij om de lastiger obstakels heen klimmen. Na twee rustperiodes kwamen zij aan het lastigste gedeelte. De laatste 70 meter bestond uit een sneeuwveld, en om 1.45 uur ’s middags bereikten zij de top. De Matterhorn was bedwongen!
De top vertoonde geen spoor van menselijke bezoekers, dus kennelijk waren zij de eerste. Wat een sensatie! Ongeveer een uur lang genoot de winnende groep van het adembenemende uitzicht in alle richtingen, en toen maakten zij zich klaar voor de afdaling. De Italiaanse bergbeklimmers die diezelfde dag een poging deden om de berg te bestijgen, bleven ver achter en keerden terug toen zij beseften dat zij de race verloren hadden.
Een zeer hoge prijs
De klimmers zouden echter een zeer hoge prijs voor hun overwinning betalen. Toen zij tijdens de afdaling bij een bijzonder moeilijk gedeelte kwamen, verbonden zij zich onderling met een touw, en de meest ervaren gids nam de leiding. Ondanks hun voorzichtigheid gleed de jongste deelnemer uit, viel op de man onder hem en sleepte degenen die zich boven hem bevonden mee. Gealarmeerd door een schreeuw waren de laatste drie mannen in staat zich aan een paar rotsblokken vast te grijpen. Maar het touw brak, en in een fractie van een seconde verdwenen de eerste vier mannen in de afgrond.
Verdoofd bleven Edward Whymper en de twee Zwitserse gidsen in een zeer kritieke situatie achter. Zij moesten hun bivak opslaan voor de nacht en de volgende dag naar Zermatt terugkeren. Zo veranderde de glorie van die dag snel in een ramp die de overlevenden voor de rest van hun leven tekende.
Drie van de vier lichamen zijn later van een gletsjer gehaald, 1200 meter beneden de plaats van het ongeluk. De vierde man, Lord Douglas, is nooit gevonden.
Zij waren niet de laatste slachtoffers op de hellingen van de Matterhorn. Ondanks het feit dat er vele touwen stevig in de berg verankerd zijn op de verschillende routes naar boven of dwars over de rotswanden en nauwe spleten, en ondanks de toegenomen ervaring en sterk verbeterde uitrusting van de bergbeklimmers, zijn er alleen al op deze berg ongeveer 600 doden gevallen.
Gevaren
Eén ding dat het gevaar buitengewoon vergroot, is het weer. Het kan heel snel omslaan. Een dag begint misschien stralend, maar voor men het weet kan de piramide in dichte mist of in zware, donkere wolken gehuld zijn en kan er een angstaanjagend noodweer losbarsten. Dat kan gepaard gaan met enorme bliksemflitsen en donderslagen, alsook met windstoten, en eindigen met zware sneeuwval. En dat allemaal op een prachtige zomerdag!
Als klimmers door zo’n weersverandering worden overvallen, moeten zij wellicht de nacht in de openlucht doorbrengen, misschien op een smal plateautje waar zij nauwelijks kunnen staan. De temperatuur kan tot een flink eind onder het vriespunt dalen. Beneden is de afgrond. Dan wenst iemand misschien dat hij de Matterhorn slechts van verre had begroet!
Een ander gevaar zijn vallende stenen. Soms veroorzaken onvoorzichtige klimmers zelf steenval. Maar in de meeste gevallen gebeurt het door natuurlijke oorzaken. Temperatuurwisselingen, ijs en sneeuw, stromende regen en hete zon, alsook hevige winden die rond de Horn jagen, hebben allemaal invloed op de rotsen en veroorzaken dat er grote stukken losraken. Soms blijven ze jaren op hun plaats, als een grote stapel borden, maar door sneeuwlawines kunnen ze ten slotte in beweging komen en vallen.
Veel klimmers hebben zich erover verbaasd dat deze ontwikkeling al duizenden jaren doorgaat en dat de berg toch zijn slanke obeliskvorm heeft behouden en geen tekenen van verandering in vorm vertoont. Maar vergeleken met zijn naar schatting 2,5 miljard kubieke meter rots zijn de vallende stenen niet belangrijk genoeg om zijn vorm te veranderen. Niettemin veroorzaken ze letsel en verlies van levens.
Intussen is het beklimmen van de Matterhorn bij velen populair geworden. Sommige gidsen zijn honderden keren op de top geweest. Ook beklimmen veel mannen en vrouwen de berg meerdere malen en kiezen dan elke keer een andere route naar de top.
Er zijn echter ook mensen die een poging wagen, maar dan moeten erkennen dat de omstandigheden ongunstig zijn of dat hun eigen bekwaamheid, lichamelijke conditie of training onvoldoende is. Zij klimmen dus niet verder, maar laten het gezonde verstand prevaleren boven de roem de Matterhorn „gedaan” te hebben.
Of u deze markante berg nu op foto’s of in films hebt gezien of er vol ontzag vlakbij hebt gestaan en zijn grandioze aanblik bij zonsopgang of zonsondergang hebt bewonderd, het kan u niettemin hebben herinnerd aan de Grote Beeldhouwer. Met diep respect voor het werk van zijn handen hebt u in uw hart wellicht de woorden van Psalm 104:24 herhaald: „Hoe talrijk zijn uw werken, o Jehovah! Gij hebt ze alle in wijsheid gemaakt. De aarde is vol van uw voortbrengselen.”