Het dier onder die hooggewaardeerde horens
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ZUID-AFRIKA
PLOTSELING ging de neushoorn in volle vaart tot de aanval over. De man zwenkte opzij en sprintte in de richting van een kleine boom vlakbij. Maar de neushoorn keerde zich verbazingwekkend snel en soepel en gaf hem niet de tijd om zich in veiligheid te brengen. Hij werd enkele malen rond de boom gejaagd voordat hij op de horen werd genomen en de lucht in werd geslingerd. En neer kwam de arme man, eerst op de schouders van de neushoorn bonzend voordat hij de grond raakte. Daar lag hij nu, niets anders verwachtend dan vertrapt of doorboord te worden en het niet te overleven. Toen de neushoorn naar voren stapte, hief de man zijn voet op, maar de neushoorn snuffelde er alleen maar aan en draafde weg!
Dat is de Afrikaanse zwarte neushoorn — nieuwsgierig, vechtlustig, snel gealarmeerd. Als de uitstekende reuk of het scherpe gehoor van de neushoorn hem attent maakt op iets wat hij niet kan zien (doordat zijn gezichtsvermogen slecht is), zal hij opgewonden op de bron ervan afstormen — en dat kan variëren van een trein tot een vlinder! Hoewel zijn schouderhoogte zo’n anderhalve meter bedraagt en hij wel 1000 kilo weegt, kan hij niettemin galopperen met een snelheid van zo’n 55 kilometer per uur en abrupt 180 graden draaien!
Soms is zijn aanval gewoon bluf of zelfs louter malligheid. Yuilleen Kearney, eens in het bezit van een jonge zwarte neushoorn die Rufus heette, vertelt dat „hoe meer stof er opvloog, des te gelukkiger Rufus zich voelde”. Zij herinnert zich vertederd een gelegenheid waarbij Rufus „snuivend, blazend en denderend” door het struikgewas kwam aanzetten, „door de tuin stormde en vervolgens abrupt stopte voor de veranda, plechtig het trapje opliep en zich naast haar ligstoel neervlijde”.
Deze genegenheid voor de zwarte neushoorn wordt door velen gedeeld die een studie van het dier hebben gemaakt. Zij zijn het er echter allemaal over eens dat er onder neushoorns net zo veel verschil in persoonlijkheid is als onder mensen. Wees dus op uw hoede voor de echt slechtgeluimde neushoorn! Een populaire veldgids voor dieren in zuidelijk Afrika waarschuwt dat de zwarte neushoorn „nooit onvoorwaardelijk vertrouwd mag worden en dat het altijd het beste is er met een redelijk grote boog omheen te gaan”. Helaas is zijn agressiviteit vaak te wijten aan het feit dat hij door mensen bestookt is. Professor Rudolf Schenkel, de man die de eerder beschreven aanval van een neushoorn overleefde, betreurt het dat de mens zich tot de enige vijand heeft gemaakt die de neushoorn heeft.
Hoe staat het met de andere Afrikaanse neushoorn, de witte? Die vormt met zijn overwegend kalme aard een heel contrast met zijn onstuimige neef. Hij is ook bijna tweemaal zo groot als de zwarte en is het op twee na grootste landdier ter wereld. Zijn enorme kop is zo zwaar dat er vier mannen nodig zijn om die op te tillen! Toch is hij net zo soepel in zijn bewegingen als zijn zwarte neef.
Als de witte neushoorn in het wild met de mens wordt geconfronteerd, zal hij meestal in paniek vluchten bij de aanblik, het geluid of de geur van een menselijk wezen. In hun boek Rhino waarschuwen Daryl en Sharna Balfour echter daar niet zonder meer van uit te gaan. „De afgelopen jaren is er meer letsel toegebracht door witte neushoorns dan door zwarte”, schrijven zij, waaraan zij toevoegen dat dit misschien te wijten is geweest aan het „gebrek aan respect” bij de mens voor de neushoorn.
Hun favoriete tijdverdrijf
De Afrikaanse neushoorns delen een bijzondere voorliefde. Dat is de voorliefde voor modder — veel modder! Veel neushoorns versnellen hun pas als zij hun favoriete modderpoel naderen en slaken kreten van verrukking bij het vooruitzicht. De Balfours, die dit vaak hebben gezien, vertellen dat als de neushoorn zich langzaam in de modder laat zakken, „je een zucht hoort, waarna het tevreden dier een paar minuten op zijn ene kant blijft liggen . . . voordat hij met zijn toiletmaken verder gaat, waarbij hij zich vaak op zijn rug rolt en met zijn poten in de lucht trapt”.
Beide neushoornsoorten delen soms dezelfde modderpoel en laten alle waardigheid varen in hun liefde voor een zompig tijdverdrijf. De bovengenoemde jonge Rufus werd zo enthousiast over zijn modderbad dat „hij soms opsprong voordat het voorbij was, om gewoon rond de tuin te hollen, bokkend als een wild paard, voordat hij naar de poel terugkeerde om de verrukking helemaal opnieuw te beleven”.
Het modderbad dient echter ook andere doelen dan zalig vermaak. Het voorziet in een gelegenheid voor gezellige ontmoetingen met medeneushoorns en andere dieren die van modder houden, geeft wat verlichting van irriterende vliegesteken en schenkt hun lichaam verkoeling tegen de hitte van de zon. Het is daarom niet verwonderlijk dat men neushoorns soms uren achtereen in hun modderige leger ziet vertoeven.
Het verschil
Hoe is de zwarte neushoorn van de witte te onderscheiden? Is de ene echt zwart en de andere wit? Nee. Ze zijn allebei grijs — maar verschillende tinten grijs — als de grijze kleur dan al te zien is. Wat u in werkelijkheid ziet, is de kleur van de modder van hun laatste modderbad, die nu op de huid vastgekoekt zit.
Maar de vorm van de bek zal u onmiddellijk vertellen met welke neushoorn u van doen hebt. De zwarte neushoorn, die een knabbelaar is, heeft een puntige bovenlip die hij om bladeren en takjes van struiken slaat om ze af te rukken. Zijn nauwkeuriger naam is daarom puntlipneushoorn. De witte neushoorn daarentegen is een grazer. Vandaar dat zijn bek breed en recht is, zodat hij gras kan afgrazen zoals een grasmaaimachine. Het zal u niet verwonderen dat zijn nauwkeuriger naam breedlipneushoorn is. Maar om de een of andere reden is de benaming zwart of wit, die zijn oorsprong schijnt te vinden bij vroege Nederlandse kolonisten in zuidelijk Afrika, gebleven.
Die hooggewaardeerde horens
De naam neushoorn spreekt voor zichzelf. De ook wel gebruikte naam rinoceros komt van twee Griekse woorden die „gehoornde neus” betekenen. En waaruit bestaan hun horens? Sommige mensen spreken van samenplakkend haar, daar ze bij de basis nogal eens uitrafelen. Maar ze bestaan niet uit echt haar, zegt dr. Gerrie de Graaff, wetenschappelijk adviseur bij het Zuidafrikaanse National Parks Board; „onder de microscoop hebben ze veel weg van hoeven”.
Net als vingernagels blijven de horens groeien. Een beroemde zwarte neushoorn die Gertie heette, pronkte met een hoorn die 138 centimeter lang was, en de horen van een witte neushoorn is twee meter lang geworden! En mocht de horen afbreken — wat soms gebeurt — dan vervangt hij zichzelf met een snelheid van ongeveer acht centimeter per jaar.
Waarom worden hun horens zo hoog gewaardeerd? Veel mensen gebruiken ze voor medicinale doeleinden en anderen voelen zich voornaam als zij een dolk met een heft van rinoceroshoorn bezitten. Zo groot is de vraag en zo winstgevend de handel, dat duizenden neushoorns zijn afgeslacht uit winstbejag.
De witte neushoorn, eens op het randje van uitsterven, heeft zich nu redelijk hersteld, dank zij verwoede inspanningen van natuurbeschermers. Dat geldt niet voor zijn zwarte neef. Een onderdeel van verscheidene lopende programma’s om iets aan het toenemende stropen te doen, is het onthoornen van het dier. Maar deze reusachtige opgave blijkt van beperkte waarde te zijn. Nu rinoceroshorens wel $2000 per kilo opbrengen, vinden stropers dat zelfs de stompen van een onthoornde neushoorn de moeite van het uitsteken waard zijn. Laten wij echter hopen dat de hebzucht van de mens het niet wint, opdat ook toekomstige generaties het genoegen zullen kunnen smaken dit boeiende dier te leren kennen.
[Inzet op blz. 27]
Hoe kunt u de zwarte neushoorn van de witte onderscheiden, gezien het feit dat ze allebei grijs zijn?
[Illustratie op blz. 26]
Witte neushoorn met baby
[Verantwoording]
National Parks Board of South Africa