De ware betekenis van 1914
ZOALS te kennen wordt gegeven op bladzijde 4, ’bouwt dit tijdschrift vertrouwen op in de belofte van de Schepper dat hij een nieuwe wereld van vrede en zekerheid tot stand zal brengen voordat het geslacht dat de gebeurtenissen van 1914 heeft meegemaakt, voorbijgaat’.
Ongetwijfeld vinden veel van onze lezers die verklaring verrassend. Toch heeft De Wachttoren (destijds bekend onder de naam Zion’s Watch Tower and Herald of Christ’s Presence) al in december 1879 — zo’n 35 jaar voor 1914 — bijbelse bewijzen verschaft dat 1914 een betekenisvol jaar zou zijn. Nog eerder al — in het midden van de negentiende eeuw — hadden andere onderzoekers van de bijbel zich erover uitgelaten dat 1914 mogelijk een in bijbelse profetieën gekenmerkt jaar was.a
Profetie is wel omschreven als vooraf opgetekende geschiedenis. Dit aspect van de bijbel vormt een bewijs van de goddelijke oorsprong ervan. Behalve dat de bijbel ons over toekomstige gebeurtenissen vertelt, geeft hij soms aan hoe lang het gaat duren voordat iets zal gebeuren. Sommige van deze specifieke profetieën hebben het over enkele dagen, sommige over jaren en andere over eeuwen.
Daniël, die profeteerde over de tijd dat de Messias voor het eerst zou verschijnen, onthulde ook wanneer de Messias zou terugkeren voor zijn „tegenwoordigheid” in wat „de tijd van het einde” wordt genoemd (Daniël 8:17, 19; 9:24-27). Deze bijbelprofetie bestrijkt een lange tijdsperiode, niet slechts een paar honderd jaar maar meer dan twee millennia — 2520 jaar! In Lukas 21:24 noemt Jezus deze periode „de bestemde tijden der natiën”.b
1914 leidt een tijd van benauwdheid in
De vervulling van bijbelse profetieën geeft te kennen dat wij sinds 1914 in de tijd van het einde leven. Jezus beschreef deze tijd als ’beginnend met weeën der benauwdheid’ (Mattheüs 24:8). In Openbaring 12:12 lezen wij: „Wee de aarde en de zee, want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft.” Dit verklaart waarom de wereld sinds 1914 zo in beroering is.
Deze tijd van het einde zal echter een betrekkelijk korte periode zijn — hij zal slechts één generatie bestrijken (Lukas 21:31, 32). Het feit dat wij nu tachtig jaar verder zijn dan 1914 geeft te kennen dat wij spoedig de bevrijding kunnen verwachten die Gods koninkrijk zal brengen. Dit betekent dat wij zullen zien dat „de geringste der mensen” — Jezus Christus — de volledige macht over „het koninkrijk der mensheid” opneemt en een vredige, rechtvaardige nieuwe wereld teweegbrengt. — Daniël 4:17.
[Voetnoten]
a In 1844 vestigde een Britse geestelijke, E. B. Elliott, de aandacht op 1914 als een mogelijk jaartal voor het einde van de „zeven tijden” in Daniël hoofdstuk 4. In 1849 behandelde Robert Seeley, uit Londen, het onderwerp op dezelfde manier. Joseph Seiss, in de Verenigde Staten, wees op 1914 als een betekenisvol jaar in de bijbelse chronologie in een publikatie van rond 1870. In 1875 schreef Nelson H. Barbour in zijn tijdschrift Herald of the Morning dat 1914 het einde markeerde van een periode die Jezus „de bestemde tijden der natiën” noemde. — Lukas 21:24.
b Zie voor een gedetailleerde verklaring van Daniëls profetie Redeneren aan de hand van de Schrift, blz. 86-89, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Kader op blz. 11]
Opmerkingen over 1914 en wat erna kwam
„Misschien was na de schijnbare onvermijdelijkheid van twee wereldoorlogen de schepping van kernwapens wel een vermanend geschenk dat ons een derde botsing van grote naties heeft bespaard en de langste periode van algemene vrede — een vrede van angst weliswaar — sinds Victoriaanse tijden heeft ingeleid. . . . Wat was er verkeerd gegaan met de mensheid? Waarom was de belofte van de negentiende eeuw de bodem ingeslagen? Waarom was de twintigste eeuw een tijdperk van verschrikking of, zoals sommigen geneigd zijn te zeggen, van het kwaad geworden?” — A History of the Modern World — From 1917 to the 1980s, door Paul Johnson.
„Van alle schoksgewijze transformaties van het Europese stelsel brachten de Grote Oorlog en de vredesregeling de scherpste breuk met het verleden teweeg, in economisch en sociaal opzicht net zo zeer als politiek. . . . De aangename glorie van dat vrijelijk opererende en produktieve stelsel was verdwenen in de catastrofe van de oorlog. Nu had Europa te maken met economische uitputting en algehele economische ontwrichting. . . . De schade was zo groot dat de Europese economie zich niet van de stagnatie en instabiliteit herstelde voor de volgende wereldoorlog uitbrak.” — The World in the Crucible 1914–1919, door Bernadotte E. Schmitt en Harold C. Vedeler.
„In de Tweede Wereldoorlog zou elk gevoel van menselijke verbondenheid verloren gaan. Door de Duitsers onder hun hitleriaanse overheersing, waaraan zij zich geduldig hadden laten onderwerpen, werden misdaden bedreven zó erg, dat zij in omvang en gemeenheid haar weerga niet vinden in het zondenregister der mensheid. De grootscheepse massamoord op een zes- of zevenmiljoen mannen, vrouwen en kinderen in de Duitse vernietigingskampen, alles volgens systeem, overtreft de koelbloedige slachtpartijen van Djengis-Chan in gruwelijkheid; in vergelijking daarmede was Djengis-Chan maar een klein mannetje. De opzettelijke uitroeiing van ganse bevolkingen werd in de oorlog aan het oostelijk front zowel door Duitsland als door Rusland beraamd en ook met nauwkeurigheid tot uitvoering gebracht. . . . Nu zijn wij dan eindelijk te voorschijn gekomen uit een toneel van materiële en zedelijke verwoesting, dat men zich zelfs in de somberste fantasieën van vroeger eeuwen niet had kunnen dromen.” — Van oorlog tot oorlog, Deel 1 van De Tweede Wereldoorlog, door Winston S. Churchill.
„Er bestaat nu erkenning voor de fundamentele rechten van mensen van alle klassen, naties en rassen; tegelijkertijd zijn wij echter gezonken tot misschien wel ongekende diepten van klassenstrijd, nationalisme en racisme. Deze slechte hartstochten vinden een uitweg in meedogenloze, wetenschappelijk geplande wreedheden; en de twee onverenigbare geesteshoudingen en gedragsnormen vallen tegenwoordig naast elkaar waar te nemen, niet alleen in dezelfde wereld maar soms ook in hetzelfde land en zelfs in dezelfde ziel.” — Civilization on Trial, door Arnold Toynbee.
„Als een geest die bleef dralen tot na het vastgestelde uur, had de negentiende eeuw — met haar fundamentele ordelijkheid, haar zelfvertrouwen en haar geloof in de menselijke vooruitgang — getalmd tot augustus 1914, toen de belangrijkste Europese machten een collectieve aanval van warhoofdigheid kregen die rechtstreeks tot het zinloos afslachten van miljoenen van de beste jonge mannen van een generatie leidde. Vier en een half jaar later, toen de wereld na de hartverscheurende ramp van de Grote Oorlog de brokken weer probeerde te lijmen, werd het vele (maar allerminst alle) waarnemers duidelijk dat de laatste resten van de oude orde waren weggevaagd en dat de mensheid een nieuw tijdperk was binnengegaan dat aanzienlijk minder rationeel was en minder vergevensgezind ten aanzien van menselijke tekortkomingen. Degenen die hadden geloofd dat de vrede een betere wereld zou inluiden, bemerkten in 1919 dat hun hoop niet was uitgekomen.” — Het voorwoord in 1919 — The Year Our World Began, door William K. Klingaman.
[Illustratie op blz. 10]
Beierse Alpen