Heeft de bijbel ons wel iets te zeggen?
VELEN reageren met een ontkenning op die vraag en zeggen: „Hij is onwetenschappelijk, een en al mythe en legende. Hij is uit de tijd. Hij is onpraktisch. Mensen die erin geloven, leven in een schijnwereld.”
Maar wat zijn de feiten?
• De bijbel zegt dat het leven door God werd geschapen. Volgens de wetenschap is het leven ontstaan door een toevallige combinatie van scheikundige verbindingen en energie. The World Book Encyclopedia zegt: „Pasteur toonde aan dat . . . leven niet spontaan kan ontstaan.” In zijn boek Evolution: A Theory in Crisis schrijft de bioloog Michael Denton: „Tussen een levende cel en het in de hoogste mate geordende niet-biologische systeem . . . bestaat een kloof die zo groot en absoluut is als men zich maar kan indenken.” Niet één evolutionist kan een wetenschappelijk deugdelijke manier waarop leven spontaan zou kunnen ontstaan te berde brengen.
• Volgens de evolutie hebben uit de oorspronkelijke cel zich alle levende dieren op aarde ontwikkeld. Het fossielenverslag laat absoluut geen geleidelijke overgang van de ene „familie”-soort in de andere zien. De wetenschapper Francis Hitching schrijft in zijn boek The Neck of the Giraffe: „Als u schakels tussen hoofdgroepen van dieren zoekt, die zijn er eenvoudig niet.” Dit stemt overeen met wat de bijbel zegt — dat een „familie”-soort zich voortplant „naar zijn soort”. — Genesis 1:12, 25.
• In veel gevallen worden de historische verslagen in de bijbel door de archeologie gestaafd.
• De Ouden dachten dat er allerlei fantastische middelen aan te pas kwamen om de aarde in de ruimte te schragen. Het was Isaac Newton die wetenschappelijk aantoonde dat de aarde door bewegingswetten en de gravitatiewet vrij in de ruimte zweeft. De bijbel had dat bijna 3200 jaar voordien al duidelijk gemaakt, want in Job 26:7 staat opgetekend dat God ’de aarde ophing aan niets’.
• In The Encyclopedia Americana wordt gezegd: „Het idee van een bolvormige aarde werd pas in de Renaissance alom aanvaard”, maar in de achtste eeuw v.G.T. zei de bijbel over God: „Hij troont boven de ronde aarde.” — Jesaja 40:22, Moffatt.
• De Mozaïsche wet (zestiende eeuw v.G.T.) getuigde duizenden jaren voordat Pasteur verband legde tussen bacteriën en ziekte al van kennis van het bestaan van besmettelijke ziektekiemen. — Leviticus, de hoofdstukken 13 en 14.
• Duizend jaar vóór Christus schreef Salomo in figuurlijke taal over de bloedsomloop, maar de medische wetenschap moest wachten totdat William Harvey die in de zeventiende eeuw G.T. verklaarde. — Prediker 12:6.
• Salomo schreef over mieren met ondergrondse graanschuren waarin ze zaden opsloegen om de winter door te komen (Spreuken 6:6-8). Bijbelcritici zeiden dat zulke mieren helemaal niet bestonden. Maar in 1871 ontdekte een Britse bioloog de mieren en hun graanschuren.
• Psalm 139:16 getuigde van kennis van de genetische code: „Uw ogen zagen zelfs het embryo van mij, en in uw boek waren alle delen ervan beschreven.”
• In de zevende eeuw v.G.T., voordat geleerden inzagen dat vogels trekken, onthulde de bijbel in Jeremia 8:7: „De ooievaar in de lucht weet de tijd voor de trek, de duif en de gierzwaluw en de draaihals weten de tijd van terugkeer.” — The New English Bible.
• In de eerste eeuw G.T. voorzei de bijbel dat mensen in „de laatste dagen” het milieu van de aarde zouden verwoesten en dat God daarom degenen zou „verderven die de aarde verderven”. — 2 Timotheüs 3:1; Openbaring 11:18.
• Is de bijbel onpraktisch? Hij bevat de meest praktische wijsheid die er is voor deze hachelijke tijden, maar willen mensen er profijt van trekken, dan moeten zij hun vrije wil gebruiken en ernaar handelen. ’Sla uw zwaarden tot ploegscharen en uw speren tot snoeimessen.’ ’Behandel anderen zoals u door anderen behandeld wilt worden.’ Heb uw naaste lief als uzelf. Mensen die zich aan deze grondregels houden, beginnen geen oorlogen, begaan geen misdaden. Wanneer mensen op aarde zich aan de heerschappij van Gods koninkrijk in handen van Christus Jezus onderwerpen, zal de hoop van wie in de bijbel gelooft geen onmogelijke droom maar praktische werkelijkheid blijken te zijn. — Micha 4:2-4; Mattheüs 7:12; Openbaring 21:3-5.
[Illustratieverantwoording op blz. 21]
Met toestemming van de Shrine of the Book, Israëlmuseum, Jeruzalem