Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g94 22/2 blz. 4-7
  • Mensen lezen leren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mensen lezen leren
  • Ontwaakt! 1994
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het ontbreken van de gelegenheid
  • Profiel van de volwassen leerling
  • Help mensen gedoopte discipelen te worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2021
  • Hoe je een Bijbelstudie tot de doop leidt — Deel twee
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2020
  • Hoe je een Bijbelstudie tot de doop leidt — Deel één
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2020
  • Schenk aandacht aan je „kunst van onderwijzen”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
Meer weergeven
Ontwaakt! 1994
g94 22/2 blz. 4-7

Mensen lezen leren

WIE zijn deze miljoenen die kunnen lezen noch schrijven? Globaal genomen zijn het hardwerkende burgers met verantwoordelijkheidsbesef. In de ontwikkelingslanden voorzien zij de grote meerderheid van de bevolking van voedsel, kleding en onderdak. In de geïndustrialiseerde landen verrichten zij het werk dat niemand anders wil doen — werk dat afmattend, eentonig en oninteressant is, maar van vitaal belang voor de samenleving.

Meestal is het ontbreken van de gelegenheid de reden waarom mensen de lees- en schrijfvaardigheid niet meester worden. Als groep zijn analfabeten niet dom, onwetend of onbekwaam. „Ik heb geen moeite met denken”, was een typerend commentaar. „Ik heb alleen moeite met lezen.”

Het ontbreken van de gelegenheid

Voor velen gaat analfabetisme hand in hand met armoede. Op gezinsniveau betekent armoede dat mensen zich er meer om bekommeren dat er eten op tafel komt dan dat hun kinderen onderwijs krijgen. Wanneer kinderen voor het werk thuis nodig zijn, gaan zij niet naar school. Veel kinderen die wel naar school gaan, maken hun school niet af.

Armoede eist ook op nationaal niveau haar tol. Ontwikkelingslanden die gebukt gaan onder buitenlandse schulden zien zich gedwongen op het onderwijs te bezuinigen. In Afrika bijvoorbeeld werden de totale onderwijsuitgaven in de eerste helft van de jaren ’80 met bijna dertig procent besnoeid. Terwijl rijke landen per jaar meer dan ƒ 10.000 aan elk van hun schoolkinderen besteden, is dat bedrag voor sommige arme landen in Afrika en Zuid-Azië slechts ƒ 3,50. Het gevolg is dat er te weinig scholen zijn en onderwijzers met te veel kinderen in hun klas zitten.

Ook oorlog en onlusten dragen tot het analfabetisme bij. Het Kinderfonds van de Verenigde Naties schat dat zeven miljoen kinderen verkommeren in vluchtelingenkampen, waar de onderwijsfaciliteiten vaak slecht zijn. In één Afrikaans land alleen al hebben 1,2 miljoen kinderen onder de vijftien jaar niet naar school kunnen gaan door een afschuwelijke burgeroorlog.

Degenen die in hun jeugd niet in de gelegenheid zijn lezen en schrijven te leren, krijgen die kans soms in hun latere leven, maar niet iedereen vindt dat het de moeite waard is. Over de analfabeet op het platteland wordt in het boek Adult Education for Developing Countries gezegd: „Een volwassene die het zonder lezen en schrijven gered heeft, zal, bijzondere omstandigheden daargelaten, waarschijnlijk niet de vurige wens koesteren te kunnen lezen en schrijven. . . . Hoewel het totaal onjuist zou zijn te concluderen dat hij volkomen tevreden is met zijn lot, is hij misschien niet zo ontevreden dat hij erg veel wil doen om er verandering in te brengen.”

Toch koesteren velen wel degelijk sterk de wens iets te doen ter zelfverbetering. De motieven lopen natuurlijk uiteen. Sommigen willen gewoon hun algemene ontwikkeling en gevoel van eigenwaarde vergroten. Anderen worden gedreven door financiële redenen. Mensen zonder baan redeneren dat lezen en schrijven leren hen zal helpen een baan te vinden; mensen met een baan zijn misschien uit op een betere.

In het besef van de nauwe samenhang tussen geletterdheid en ontwikkeling op zowel nationaal als individueel niveau, hebben regeringen en organisaties programma’s opgezet om volwassenen lezen en schrijven te leren. Het is een taak vol uitdagingen, die van de kant van de onderwijzers empathie vergt en inzicht in de unieke kenmerken van de volwassen leerling.

Profiel van de volwassen leerling

Mensen die volwassenen onderwijzen, moeten zich bewust zijn van de verschillen tussen volwassen en jeugdige leerlingen. Persoonlijkheid, gewoonten, opvattingen en interesses zijn bij volwassenen meer ingeworteld dan bij kinderen, wat de volwassene minder soepel en minder geneigd tot veranderen maakt. Daar staat tegenover dat volwassenen veel ervaring hebben waarop zij kunnen voortbouwen en feiten en begrippen waar jongeren misschien moeite mee hebben, beter kunnen bevatten. Gewoonlijk hebben zij niet zo veel vrije tijd als kinderen. Nog een heel belangrijk verschil is dat volwassen leerlingen, in tegenstelling tot kinderen, vrij zijn om hun onderwijs op elk moment te staken.

Veel volwassen analfabeten bezitten unieke talenten en zijn op sommige terreinen van het leven geslaagd; zij hebben alleen niet de lees- en schrijfvaardigheid ontwikkeld. De onderwijzer moet hen aanmoedigen de souplesse, creativiteit en volharding te gebruiken die zij op andere terreinen van het leven hebben getoond te bezitten.

Het vergt van de zijde van een analfabeet moed om zijn of haar behoeften toe te geven en om hulp te vragen. Hoewel omstandigheden en personen variëren, benaderen veel volwassenen het leren lezen en schrijven wat angstig en zonder zelfvertrouwen. Sommigen kunnen op onderwijsgebied een lange lijdensweg achter de rug hebben. Anderen denken misschien dat zij te oud zijn om nieuwe dingen te leren. „Het is moeilijk op hoge leeftijd linkshandigheid te leren”, luidt een Nigeriaans spreekwoord.

Onderwijzers kunnen het zelfvertrouwen bevorderen en de belangstelling gaande houden door vorderingen snel op te merken en te prijzen. De opbouw van de lessen moet van dien aard zijn dat falen tot een minimum beperkt blijft en herhaaldelijk bereiken van gestelde leerdoelen verzekerd is. In de publikatie Educating the Adult wordt gezegd: „Bovenal is succes waarschijnlijk de voornaamste opzichzelfstaande factor bij voortdurende motivatie.”

Volwassenen weten over het algemeen wat zij met het onderwijs dat zij genieten, wensen te bereiken en willen onmiddellijke vorderingen in die richting zien. Een leraar bij de volwasseneneducatie in Afrika verklaarde: „Zij willen de klas in, zo snel mogelijk leren wat zij moeten weten, en er dan mee kappen.”

Soms is het doel dat een leerling zich stelt al te ambitieus. De onderwijzer moet de leerling van het begin af aan helpen zich tussentijdse korte-termijndoelen te stellen en hem dan helpen die te bereiken. Neem bijvoorbeeld een christen die zich opgeeft voor een lees- en schrijfcursus omdat hij of zij de bijbel en bijbelse publikaties wil leren lezen. Dat is een lange-termijndoel. Om daar naar toe te werken, kan de onderwijzer de leerling aanmoedigen zich tussentijdse doelen te stellen, zoals het alfabet onder de knie krijgen, geselecteerde schriftplaatsen opzoeken en lezen, en de eenvoudiger bijbelse publikaties lezen. Wordt er geregeld een doel bereikt, dan blijft de motivatie en wordt de leerling gestimuleerd door te gaan met leren.

Doeltreffende onderwijzers kunnen veel doen om de motivatie te stimuleren door hun leerlingen aan te moedigen en te prijzen en door hen te helpen naar praktische, bereikbare doelen toe te werken. Willen volwassenen echter vorderingen maken, dan mogen zij niet verwachten dat het hun komt aanwaaien. Zij moeten bereid zijn de verantwoordelijkheid voor hun eigen onderwijs op zich te nemen en hun uiterste best te doen met leren. Dan zullen zij leren lezen en schrijven, en die vaardigheden zullen hun leven veranderen.

[Kader op blz. 6]

Richtlijnen om volwassenen lezen en schrijven te leren

1. Het is van essentieel belang de motivatie van de leerling te stimuleren. Beklemtoon vanaf de eerste les welke voordelen het heeft te leren lezen en schrijven, en moedig de leerling aan zich redelijke lange- en korte-termijndoelen te stellen.

2. Om vorderingen te maken, moet de leerling verscheidene malen per week les krijgen. Eens per week is niet genoeg. De leerling moet tussen de lessen door huiswerk maken.

3. Wees niet te veeleisend en overspoel de leerling niet met te veel stof in één les. Daardoor zou hij ontmoedigd kunnen raken en met het bijwonen van de lessen kunnen stoppen.

4. Wees voortdurend aanmoedigend en positief. De lees- en schrijfvaardigheid wordt geleidelijk, stap voor stap verworven. De leerling moet voldoening putten uit zijn vorderingen.

5. Moedig de leerling aan het geleerde zo snel mogelijk in zijn dagelijks leven te gebruiken.

6. Verspil geen tijd aan bijkomstigheden. Volwassenen hebben het druk. Gebruik de lestijd zo goed mogelijk om de leerling de hoofdzaken bij te brengen.

7. Behandel de leerling altijd met respect en de waardigheid die hem toekomt. Breng hem nooit in verlegenheid en kleineer hem niet.

8. Wees bedacht op persoonlijke problemen. Een leerling kan misschien geen kleine lettertjes lezen omdat hij een bril nodig heeft. Een ander kan hardhorend zijn en het daardoor moeilijk vinden de juiste uitspraak te verstaan.

9. De leerling moet het alfabet in blokletters leren schrijven voordat hij gaat proberen schuin te schrijven (waarbij de letters aaneen worden geschreven). Blokletters zijn gemakkelijker te leren en te schrijven en lijken meer op die van de gedrukte bladzijde.

10. Een goede manier om de leerling letters te leren schrijven, is ze hem over te laten trekken van een voorbeeld. Hij zou een letter verschillende keren over kunnen trekken alvorens te proberen ze na te tekenen zonder ze over te trekken.

11. Vaak worden er sneller vorderingen gemaakt met lezen dan met schrijven. Stel nieuwe leeslessen niet uit als de leerling nog te veel moeite heeft met zijn schrijfhuiswerk. Bedenk evenwel ook dat nieuwe letters gemakkelijker worden geleerd en onthouden als de leerling oefent in het schrijven ervan.

12. Hoewel de volwassen leerling misschien ingewikkeld werk kan doen met zijn handen, is het mogelijk dat schrijven met pen of potlood hem moeilijk valt en een frustrerende ervaring voor hem is. Sta niet op volmaakt gevormde letters.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen