Geletterdheid onder Gods volk
IN OUDE tijden bezat Gods volk een hoge mate van geletterdheid. Zo’n 3500 jaar geleden schreef Mozes de eerste vijf boeken van de bijbel. Zijn opvolger, Jozua, kreeg opdracht de Schrift „dag en nacht” te lezen om zich met succes van de taak die God hem had gegeven te kwijten. En God schreef voor dat de koningen van Israël bij hun troonsbestijging een afschrift van de Wet voor zichzelf moesten maken en er dagelijks in moesten lezen. — Jozua 1:8; Deuteronomium 17:18, 19.
Lezen en schrijven waren niet tot de leiders van het volk beperkt. Hoewel de opdracht aan de Israëlieten om Gods geboden op de deurposten van hun huis te „schrijven” kennelijk figuurlijk bedoeld was, bleek eruit dat het volk kon lezen en schrijven. Amos was schapenfokker en Micha was een profeet uit een dorp op het platteland; toch hebben beiden een bijbelboek geschreven. — Deuteronomium 6:8, 9; Amos 1:1; Micha 1:1.
Jezus had toegang tot al de geïnspireerde boekrollen van de Hebreeuwse Geschriften in de synagogen, waar hij er bij één gelegenheid in het openbaar uit voorlas en de tekst op zichzelf van toepassing bracht. Zijn apostelen konden ook lezen en schrijven, want honderden malen in hun geschriften doen zij aanhalingen uit het Hebreeuwse deel van de bijbel of verwijzen ernaar. — Lukas 4:16-21; Handelingen 17:11.
Gods volk in deze tijd
Jezus gebood zijn volgelingen: „Maakt discipelen van mensen uit alle natiën, . . . leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.” Ook voorzei hij dat het ’goede nieuws van het koninkrijk op de gehele bewoonde aarde gepredikt zou worden’. — Mattheüs 24:14; 28:19, 20.
Net als de christenen in de eerste eeuw hebben Jehovah’s Getuigen zich thans van deze opdracht gekweten door ijverig mondeling te onderwijzen en te prediken. Zij hebben het goede nieuws van het Koninkrijk ook verbreid via de gedrukte bladzijde. Sinds 1920 hebben Jehovah’s Getuigen meer dan negen miljard bijbels, boeken, tijdschriften en brochures gedrukt en verspreid in meer dan 200 talen.
Miljoenen overal op aarde hebben daar gunstig op gereageerd en zijn discipelen van Christus geworden. Tot hen behoren mannen en vrouwen die kunnen lezen noch schrijven. Deze analfabeten zijn geen tweederangs christenen — velen hebben God al tientallen jaren getrouw gediend, religieuze vervolging verduurd en hun liefde voor Jehovah bewezen door zijn geboden te onderhouden. — 1 Johannes 5:3.
Velen van hen zouden dolgraag lezen en schrijven, in het besef dat die vaardigheid een sleutel is die het mogelijk maakt hun aandeel aan de aanbidding van God nog te verrijken. Op vergaderingen willen zij het lezen van de bijbel en christelijke publikaties kunnen volgen, en zij willen de woorden van de liederen kunnen lezen, zodat zij met hun geestelijke broeders en zusters kunnen meezingen. Thuis willen zij zichzelf en hun gezin opbouwen door bijbelstudie. In de bediening zouden zij anderen graag de waarheid uit Gods Woord bijbrengen zonder afhankelijk te zijn van iemand anders die er voor hen uit voorleest.
Leren lezen
Met het oog op deze behoefte hebben Jehovah’s Getuigen regelingen getroffen om het alfabetisme via hun gemeenten en op individuele basis te helpen bevorderen. Wereldwijd hebben zij talloze mannen en vrouwen onderwezen. In Nigeria alleen al hebben Jehovah’s Getuigen ruim 23.000 personen leren lezen en schrijven. Een van hen was Effor. Hij vertelt:
„Ik begon met lezen en schrijven in 1950, toen ik zestien jaar was. De lees- en schrijfcursus werd gegeven door Jehovah’s Getuigen. Wij gebruikten een door het Wachttorengenootschap uitgegeven handboek en kregen leestoewijzingen voor thuis.
Ik ervoer mijn analfabetisme als een ziekte. Ik wilde de bijbel uitleggen aan mijn broers en vrienden, maar doordat ik niet kon lezen en schrijven, lukte dat niet goed. Mijn motivatie om te leren, was mijn wens te prediken en anderen te leren Christus’ discipelen te worden. Ik schreef op alles wat ik maar kon vinden, zelfs op bananebladeren. Mijn wens om te kunnen lezen en schrijven was zo groot, dat ik in mijn dromen doorging met mijn lees- en schrijfoefeningen. Ik vroeg anderen mij te helpen; daar schrok ik niet voor terug. Ik herinner me dat ik brieven aan vrienden schreef en die brieven aan degenen die naar school gingen meegaf om ze te corrigeren.
Ik heb een jaar in de lees- en schrijfklas van de gemeente gezeten voordat ik het kon. Daarna werd ik aangesteld als onderwijzer van de klas. Dat stelde me in de gelegenheid vele anderen te helpen.
Die school heeft mij dermate geholpen, dat ik in de loop van de jaren het voorrecht heb genoten de drama’s van het Genootschap van het Engels in het Isoko, mijn moedertaal, te vertalen. Daarnaast heb ik sedert de jaren ’60 als gemeenteopziener gediend. In de jaren ’80 ben ik plaatsvervangend reizend opziener bij Jehovah’s Getuigen geweest. Ook heb ik het voorrecht gehad de pioniersschool [een school voor volle-tijdpredikers] te leiden en ben ik tweemaal leraar geweest op de Koninkrijksbedieningsschool [een school voor christelijke ouderlingen]. Ik weet dat als ik nog analfabeet was, mij al die voorrechten niet ten deel zouden zijn gevallen.
Wat waardeer ik deze regeling om de nederigen te leren lezen en schrijven! Wanneer ik ’s avonds naar bed ga, dank ik Jehovah soms nog steeds dat ik geen analfabeet meer ben in deze moderne wereld.”
Onze Schepper, Jehovah God, heeft de mensheid goedgunstig de capaciteiten om te lezen en schrijven geschonken. Maar die vaardigheden worden niet moeiteloos verworven. De grootste beloning als iemand heeft leren lezen en schrijven, is het vermogen Gods Woord ter hand te nemen en de goddelijke opdracht te gehoorzamen: „Gij moet er dag en nacht met gedempte stem in lezen.” — Jozua 1:8.
[Kader op blz. 9]
Hoe uw kinderen te helpen liefde voor het lezen te ontwikkelen
● Geef het voorbeeld door zelf geregeld te lezen. De kinderen van ouders die lezen, worden waarschijnlijk ook lezers.
● Praat van het begin af aan tegen uw baby. Het horen van zinvolle taal helpt kinderen woorden en begrippen te verstaan die het leren lezen gemakkelijker zullen maken.
● Lees uw kinderen geregeld voor. Wanneer peuters op schoot worden genomen en hun wordt voorgelezen, brengt dat de boodschap op hen over dat woorden en boeken goed zijn, ook wanneer zij nog niet oud genoeg zijn om het voorgelezen verhaal te begrijpen. Blijf uw kinderen voorlezen nadat zij zelf hebben leren lezen. Onderwijzers helpen kinderen te leren hoe zij moeten lezen, maar ouders kunnen veel doen om hen te helpen van lezen te genieten. Kinderen vinden het heerlijk hun lievelingsverhalen steeds opnieuw te horen.
● Heb boeken voor uw kinderen bij de hand die ze thuis kunnen lezen.
● Moedig uw kinderen tot schrijven aan. Een kind dat schrijft is gewoonlijk ook een lezer.
● Kies een vaste dagelijkse periode uit om in gezinsverband te lezen. Lees om beurten en bespreek de stof dan met elkaar. Die gelegenheden moeten aangenaam en opbouwend zijn.
[Illustratie op blz. 8]
Godvrezende mensen uit oude tijden konden lezen en schrijven