Van onze lezers
Arthritis Ik heb zojuist het artikel „Leren leven met arthritis” (8 juni 1992) uitgelezen. Ik lijd al een jaar of twintig aan chronische arthritis. Omdat er geen afdoend geneesmiddel voor is en ik bang was voor de bijwerkingen van medicijnen, heb ik er echter niets aan gedaan. Op het moment heb ik het hele jaar door pijn en menige nacht kan ik niet slapen. Ondanks dat heb ik elke maand zestig uur als hulppionier aan het christelijke evangelisatiewerk kunnen besteden. Nu mijn kwaal geleidelijk verergert en mijn gewrichten stijver worden, wil ik echter jullie raad opvolgen om zo veel mogelijk aan lichaamsbeweging te doen.
T. N., Japan
Overlevende van een gevangenkamp Ik heb net het artikel „Ver van huis beloofde ik God te dienen” (22 februari 1992) gelezen. Hoewel ik blij was te lezen hoe goed het met Gerd Fechner is afgelopen, vraag ik me af of het nodig is dat wij zo gedetailleerd geïnformeerd worden over de onmenselijkheid van mensen tegenover anderen.
C. T., Verenigde Staten
Wij kunnen begrijpen dat enkele van de ervaringen die verhaald werden over Gerd Fechners leven in Russische gevangenkampen voor sommige lezers misschien schokkend zijn. Er is daarom naar gestreefd een al te beeldende beschrijving van het gebeurde te vermijden. Niettemin waren wij van mening dat een zekere mate van realisme nodig was om vast te stellen wat Gerd Fechner ertoe heeft bewogen God te zoeken. Fechners wrede ervaringen dienden verder ter onderstreping van het feit dat „de ene mens over de andere mens heeft geheerst tot diens nadeel” (Prediker 8:9). — Red.
Zoeloespreuken Ik ben een meisje van vijftien dat regelmatig Ontwaakt! leest en ’m super vindt! Ik moet zeggen dat uw illustrators echt kunnen tekenen. Toen ik het tekeningetje van die komische „koe” in het artikel „Zoeloespreuken” (8 maart 1992) zag, kon ik niet meer van het lachen. Ik begrijp niet waarom zo veel mensen weigeren Ontwaakt! te lezen.
J. N., Duitsland
Hormonen Ik vind het moeilijk in woorden uit te drukken hoe ik me voelde toen ik het artikel „Hormonen — De verbazende boodschappers van het lichaam” (22 april 1992) ontving. In december 1990 werd vastgesteld dat ik een hypofysetumor heb. Omdat ik praktisch niets over deze klier wist, deed ik op eigen houtje wat nazoekwerk. Uw recente artikel heeft mij verder ingelicht en mij in staat gesteld mijn aandoening beter te begrijpen.
L. M., Zuid-Afrika
Grootouders Ik ben acht jaar en wil u bedanken voor het artikel „Jonge mensen vragen . . . Waarom zijn onze grootouders bij ons in komen wonen?” (8 juli 1992) Sinds Oma bij ons in is komen wonen, zegt zij iedere keer als ik op mijn melodica oefen dat ik een verschrikkelijk kabaal maak. Maar ze prijst me ook wel eens, bijvoorbeeld die keer dat ik haar een kopje thee inschonk. Toen zei ze: „Dank je wel.” Toen ik het artikel las, besefte ik dat ik toch echt vriendelijk tegen Oma moet zijn.
S. T., Japan
Linkshandigheid Met veel belangstelling heb ik het artikel „Linkshandigheid — Nadeel of voordeel?” (8 juni 1992) gelezen. Ik ben linkshandig, en hoewel er in mijn jeugd niemand was die probeerde mij ervan te weerhouden mijn linkerhand te gebruiken, was aanpassing soms lastig. Zo had ik er moeite mee een schaar te leren gebruiken. Nu heb ik vijf kinderen, en mijn jongste zoon is ook linkshandig. Ongeveer een jaar geleden vroeg ik hem welke hand hij gebruikte om een bal te gooien. „Deze, Papa”, antwoordde hij terwijl hij zijn linkerhand opstak. Toen vroeg hij: „Papa, waarom gebruiken alle anderen hun verkeerde hand?” Ik moet nog steeds lachen als ik aan dat voorval denk.
D. C., Verenigde Staten