Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/2 blz. 14-27
  • Kruiswoordpuzzel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kruiswoordpuzzel
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Horizontaal
  • Verticaal
  • Oplossing horizontaal
  • Oplossing verticaal
  • Kruiswoordpuzzel
    Ontwaakt! 1994
  • Kruiswoordpuzzel
    Ontwaakt! 1994
  • Kruiswoordpuzzel
    Ontwaakt! 1996
  • Kruiswoordpuzzel
    Ontwaakt! 1993
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/2 blz. 14-27

Kruiswoordpuzzel

Horizontaal

1. Laat dit gegeven worden aan hem die God hoont (Spreuken 27:11)

4. Plantengroei die gaat (1 Petrus 1:24) en weer komt (Spreuken 27:25)

7. Geboden die waren gegeven om ze vanaf de jeugd, steeds, . . . in acht te nemen (Mattheüs 19:17, 20; Lukas 18:21)

9. Hét strijdpunt: Jezus’ getuigenis over zichzelf — . . . of niet . . .? (Johannes 8:13, 14)

10. De apostelen waren verheugd dat zij waardig gerekend waren ten behoeve van Jezus’ naam . . . te lijden (Handelingen 5:41)

13. Zodat in de . . . van Jezus elke knie zich zou buigen (Filippenzen 2:10)

14. Zodat voor Jehovah elke . . . zich zal buigen (Romeinen 14:11; Jesaja 45:23)

15. Zoon van Abdiël, een familiehoofd van de stam Gad (1 Kronieken 5:15)

16. De profeet voor wie in Sunem een klein dakvertrek werd gemaakt (2 Koningen 4:8-10)

19. Een zoon van de Kaleb die een van de twaalf verspieders was geweest (1 Kronieken 4:15)

20. Tien linnen dekkleden werden er voor de tabernakel gemaakt, en van de tentkleden van geitehaar waren er . . . (Exodus 26:7, 8)

21. Wie meende ook maar een van de ’geringste’ geboden te kunnen overtreden, en de mensen in die . . . leerde, zou niet in het Koninkrijk komen (Mattheüs 5:19)

22. Een handeling die met een meetkoord verricht kan worden (Zacharia 2:2)

25. Een wiel of zo, iets ronds — als het maar geen vicieuze cirkel van onrechtvaardigheid en vernietiging wordt! (Jakobus 3:6)

27. Voorvader van Jezus (Lukas 3:25)

29. Zo min mogelijk bekendheid eraan geven is het vriendelijkst (Mattheüs 18:15)

30. De christelijke gemeente werd vergeleken met een . . . die wordt bebouwd (1 Korinthiërs 3:9)

32. Door Hanna van Jehovah gevraagd en door hem ingewilligd (1 Samuël 1:27)

33. Aanduiding voor een dier van het mannelijk geslacht (Genesis 6:19)

34. Maand waarin, na 52 dagen, de muur van het herbouwde Jeruzalem tot voltooiing kwam (Nehemia 6:15)

35. Deze moet als de jongste worden, degene die de anderen dient (Lukas 22:26)

Verticaal

1. Naam van de laagvlakte waarboven de maan ’ongeveer een hele dag’ bleef stilstaan (Jozua 10:12)

2. Kan door een zacht antwoord afgekeerd worden (Spreuken 15:1)

3. Gehenna is de latere, Griekse naam van het . . . van Hinnom (Jozua 15:8)

4. Op de vijfde dag brachten de wateren een . . . van levende zielen voort (Genesis 1:20)

5. Een gebied van weidegronden — en van bloemenpracht (1 Kronieken 27:29; Jesaja 35:2)

6. Ten onrechte was er verontwaardiging over de uitingen uit hun mond (Psalm 8:2; Mattheüs 21:15, 16)

8. Naäman was een groot man geworden voor het aangezicht van zijn heer en stond in hoog . . . (2 Koningen 5:1)

11. De vader van Bathseba — en misschien de zoon van Achitofel (2 Samuël 11:3; 23:34)

12. Jehovah . . . de bergen aan, en ze roken: zijn bliksem zet de beboste toppen in brand (Psalm 104:32; 144:5, 6)

14. Verraderlijke ’betuiging van genegenheid’ (Lukas 22:48)

16. Hetzij de vroegere naam van Bethlehem, of een aanduiding voor de omgeving ervan (Ruth 4:11)

17. Het oostelijkste deel van Ahasveros’ rijk (Esther 1:1)

18. Vader van Nehemia, maar niet van dé Nehemia (Nehemia 3:16)

19. Degene die de wijngaard aan andere wijngaardeniers kon verhuren (Mattheüs 21:40, 41)

23. Zoon van Gad, een van degenen die met Jakob naar Egypte kwamen (Genesis 46:16; vergelijk Numeri 26:16)

24. Hier kan de erfgenaam om vragen (Psalm 2:8)

26. Kleuraanduiding (Psalm 104:14)

28. Ook bewoners van dit gebied hoorden in hun eigen taal over de grote daden van God spreken (Handelingen 2:10)

31. Berouw moet gepaard gaan met een verandering: hebt berouw en . . . u om (Handelingen 3:19)

33. Het inslikken van dit insekt zou iemand ceremonieel onrein hebben gemaakt (Mattheüs 23:24; vergelijk Leviticus 11:21-24)

Oplossing op blz. 27

Oplossing horizontaal

1. ANTWOORD

4. GRAS

7. ALLEMAAL

9. WAAR

10. ONEER

13. NAAM

14. KNIE

15. AHI

16. ELISA

19. ELA

20. ELF

21. ZIN

22. METEN

25. RAD

27. ESLI

29. FOUT

30. AKKER

32. BEDE

33. MANNETJE

34. ELUL

35. GROOTSTE

Oplossing verticaal

1. AJALON

2. WOEDE

3. DAL

4. GEWEMEL

5. SARON

6. KINDEREN

8. AANZIEN

11. ELIAM

12. RAAKT

14. KUS

16. EFRATHA

17. INDIA

18. AZBUK

19. EIGENAAR

23. ERI

24. ERFDEEL

26. GROENE

28. LIBIË

31. KEERT

33. MUG

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen