Jonge mensen vragen . . .
Moeten wij naar de ’pep-rally’?
’VECHT, team, vecht!’ ’Win, win, win!’ De slogans worden steeds weer opgedreund met toenemend enthousiasme en een bijna religieus vuur. De gymzaal schudt op het constante ritme van muziek en dreunende trommen. Kleurig uitgedoste meisjes en jongens nemen de leiding bij het juichen en het zingen van overwinningsliedjes, terwijl zij tegelijkertijd hun leeftijdgenoten imponeren met acrobatische toeren en dol gedans. Trainers en coaches verkondigen trots dat de overwinning zeker is. Dan verschijnt, onder het oorverdovende gejuich van de fans, het team. Het publiek wordt tot een uitzinnig enthousiasme opgezweept en de opwinding bereikt een climax. Zij zullen winnen!
Op veel scholen wordt verlangend uitgekeken naar ’pep-rallies’. En terwijl er van tijd tot tijd ook wel ’rallies’ worden gehouden om enthousiasme op te wekken voor diverse schoolprojecten, worden ’pep-rallies’ gehouden met het oog op voor de deur staande schoolsportevenementen: rugby, voetbal, honkbal en basketbal. Voor veel jongeren betekent een ’pep-rally’ meer dan een onderbreking van de schoolroutine. Het is een kans om het schoolteam de nodige steun te geven, hun sporthelden aan te moedigen en het team tot overwinnen aan te sporen! ’Pep-rallies’ zijn ook bedoeld om de schoolgeest en solidariteit onder de scholieren aan te wakkeren.
Toegegeven, niet iedereen interesseert zich voor sport. Sommige scholieren genieten gewoon van de pittige sfeer, het plezier en de opwinding van de ’rallies’. „Het is een gelegenheid om je te ontspannen en gek te doen”, zegt een jongere. Anderen bezien ’sport-rallies’ als een mogelijkheid om een les over te slaan — of vrij om te gaan met het andere geslacht. „Het is een tijd voor jongens en meisjes om bij elkaar te zijn”, zegt een tiener.
In ieder geval vinden veel opvoedkundigen dat het aanmoedigen bij sportevenementen op school een essentieel onderdeel van het onderwijsproces is. Barbara Mayer schrijft in haar boek The High School Survival Guide — An Insider’s Guide to Success: „Iedere scholier die de middelbare school verlaat zonder . . . op de tribune gezeten te hebben en zijn schoolteam toegejuicht te hebben . . . heeft enkele van de gelukkigste momenten en grootste gelegenheden voor zijn ontwikkeling zijn neus voorbij laten gaan die hem misschien voorlopig ten deel zullen vallen.” Het is dan ook geen wonder dat het op sommige scholen toegestaan is dat ’pep-rallies’ voor de normale lesuren in de plaats komen.
Als er op jouw school dergelijke activiteiten plaatsvinden, heb je er misschien over gedacht eraan deel te nemen. Sterker nog, misschien wordt er wel druk op je uitgeoefend om het te doen. Als je er niet heen gaat, kunnen anderen je wel minachtend als snobistisch of deloyaal beschouwen. Toch zijn er voor christelijke jongeren goede redenen om er niet naar toe te gaan.
Enthousiasme of fanatisme?
Niet dat de bijbel tegen sport is. De bijbel erkent dat lichamelijke oefening ’ergens goed voor is’ (1 Timotheüs 4:8, Het Nieuwe Testament in de taal van onze tijd). Veel christenen — jong en oud — vinden het leuk om naar diverse sporten te kijken en eraan deel te nemen. Sport, binnen de perken gehouden, kan plezierig en nuttig zijn.a
Maar bij ’pep-rallies’ kan een gezond enthousiasme voor sport veranderen in dodelijk fanatisme. Volgens het boek Sports and Games in the Ancient World „was de lucht vervuld van een uitzinnig applaus, geschreeuw en gejuich” bij sportevenementen in het oude Rome. Het behoeft ons dus niet te verbazen dat „het fanatisme onvermijdelijk hoogtij vierde”. Tijdens gladiatorengevechten „voegden de toeschouwers daar nog kreten aan toe als ’Dood hem! Sla toe! Sla erop los!’”, gevoelloos voor het feit dat zij aandrongen op de koelbloedige moord op een ander mens.
Ook vandaag de dag is het sportfanatisme springlevend en ongezond. Na een Europese voetbalwedstrijd waarbij supportersgeweld de dood van 38 mensen tot gevolg had, opperde het tijdschrift Discover als reden hiervoor het „gevoel van anonimiteit” dat het zich bevinden in een menigte geeft. Mensen voelen zich dan minder verantwoordelijk voor hun daden. De bijbel waarschuwt echter in Exodus 23:2: „Gij moogt de grote massa niet volgen met kwade oogmerken.” Maar kan wat juichen en schreeuwen voor je team werkelijk zo verkeerd zijn? Ja. Het tijdschrift Discover merkte op dat „het gejuich en geschreeuw bij een sportevenement een soort verbale agressie vertegenwoordigt die bij sommige mensen gemakkelijk over kan gaan in lichamelijke agressie”.
Hoe zou het dan ooit heilzaam kunnen zijn slogans en rijmpjes op te dreunen die sportmensen aansporen hun tegenstanders in elkaar te slaan? Gerald herinnert zich de ’pep-rallies’ waaraan hij vroeger deelnam: „Door het luidruchtige geschreeuw was het er een enorm lawaai. Het publiek werd soms te wild. De ’rallies’ hadden meer weg van een oorlogsritueel dat ons ophitste om herrie te schoppen. Woorden als ’afmaken’, ’stamp ze d’r in’ en ’geef ze ervan langs’ werden constant gebruikt.” Soms worden woorden in daden omgezet. Perry herinnert zich een ’rally’ waar „iedereen stokken pakte en op een replica van de mascotte van de tegenpartij begon te slaan. Toen het voorbij was, was er van de mascotte niet veel over.”
Wie is immuun voor zo’n besmettelijke geest van geweld? Terecht waarschuwt de bijbel dus: „Slechte omgang bederft nuttige gewoonten” (1 Korinthiërs 15:33). Een jonge scholier geeft toe: „Je ontkomt niet aan die invloed; je gaat doen wat ieder ander doet.” En als je inderdaad aan geweld hebt meegedaan, zou dat ernstige gevolgen kunnen hebben. Denk eens aan de Edomieten uit de oudheid, die de Babyloniërs aanmoedigden bij het plunderen van Jeruzalem. „Legt het bloot! Legt het bloot tot op het fundament daarin!”, schreeuwden de Edomieten (Psalm 137:7). Maar God veroordeelde hun wraakzuchtige, gewelddadige geest onomwonden (Obadja 1, 8, 12). Zou iemand in deze tijd op dezelfde manier kunnen handelen zonder zich Gods ongenoegen op de hals te halen?
Oké, niet alle ’pep-rallies’ — en niet alle sportevenementen — zijn gewelddadig. Maar zelfs als het er enigszins serieus toegaat, is het dan juist dat een christen teksten opdreunt die een fanatiek loyale of misschien zelfs een aan aanbidding grenzende houding ten aanzien van een school- of sportteam verwoorden? (Vergelijk Exodus 20:5.) Is het schreeuwen van uitdagende slogans te rijmen met de raad in Efeziërs 4:29, 31? Wij lezen daar: „Laat geen verdorven woord uit uw mond voortkomen . . . Alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat worde uit uw midden weggenomen, evenals alle slechtheid.” Zal het bijwonen van een emotioneel geladen ’rally’ je helpen de vruchten van Gods geest aan te kweken, met inbegrip van „zachtaardigheid” en „zelfbeheersing”? (Galaten 5:22, 23) Of zal het zonder meer een goddeloze geest van felle wedijver aanwakkeren? — Vergelijk Filippenzen 2:3.
Natuurlijk, omstandigheden verschillen. Soms is het bijwonen van schoolbijeenkomsten verplicht, en een ’pep-rally’ kan een onderdeel van het programma zijn. De ’pep-rallies’ zelf kunnen verschillen qua stijl en inhoud. En terwijl er geen vaste regel voor het wel of niet bijwonen gegeven kan worden, doet een christelijke jongere er verstandig aan zulke zaken met zijn ouders te bespreken en de verschillende factoren die erbij betrokken zijn af te wegen. (Zie Spreuken 24:6.) Als je besluit niet mee te doen aan ’pep-rallies’, moet je misschien het hoofd bieden aan krachtige druk van leeftijdgenoten. Maar vergeet nooit dat je in de eerste plaats aan God loyaal moet zijn — niet aan een school of een team.
[Voetnoot]
a Zie de serie artikelen over het onderwerp „Sport — Welke plaats neemt ze in?” in Ontwaakt! van 22 augustus 1991.
[Kader op blz. 13]
’Ik wil cheerleader worden!’
Veel jonge meisjes — en jongens — smachten naar het prestige, de erkenning en de populariteit waarmee het ’cheerleader’ zijn samengaat. „Het geeft je een kick als je mensen fel en enthousiast weet te krijgen”, zegt Lisa, een meisje dat in het blad Seventeen wordt geciteerd. „En het is heerlijk als iedereen naar je kijkt!” Andere jongeren worden aangetrokken door de sociale mogelijkheden die het biedt ’cheerleader’ te zijn. Toen wervers Hanna zover probeerden te krijgen dat zij zich zou opgeven voor de audities, werd haar verteld: „Het zal je populair maken en je zult in zijn bij de jongens.” Sommige meisjes beweren dat het ’cheerleader’ zijn hun zelfrespect heeft opgevijzeld.
Toch bestaat het leven van een ’cheerleader’ niet alleen uit pompons en acrobatische sprongetjes. Er heerst vaak een felle wedijver op audities; afwijzing kan traumatisch zijn. Tussen groepen ’cheerleaders’ van rivaliserende scholen kan een uitgesproken vijandschap bestaan. Bovendien is voor sommige van de ingewikkelde toeren die ’cheerleaders’ tegenwoordig moeten verrichten vrijwel de behendigheid van olympische turnsters nodig. Letsel komt vaak voor. Cheerleaders moeten dus heel wat uurtjes per week oefenen. Zoals in een handleiding voor ’cheerleaders’ staat, moet je „als ’cheerleader’ en ’songleader’ zo toegewijd zijn dat je het als een levenswijze beziet”.
Kan een christen werkelijk „toegewijd” zijn aan iets zo ijdels als het stimuleren van de schoolgeest? Beslist niet; het zou een christelijke jongere ook niet passen om een menigte aan te zetten tot het opdreunen van slogans of het zingen van liedjes die geweld verheerlijken of teams en sporthelden verafgoden. En zoals al eerder genoemd, is het gevaar van „slechte omgang” een geldige reden tot bezorgdheid (1 Korinthiërs 15:33). Laten wij ook niet de voor de hand liggende problemen vergeten die het gevolg kunnen zijn van het rondparaderen — en dansen — in de onbescheiden kleding die ’cheerleaders’ vaak moeten dragen. — 1 Timotheüs 2:9.
Alles in aanmerking genomen, is het duidelijk dat het een christelijke jongere niet past ’cheerleader’ te zijn. Zijn of haar toewijding aan Jehovah is veel belangrijker.
[Illustratie op blz. 12]
Is de geest die op ’pep-rallies’ wordt opgewekt te rijmen met christelijke beginselen?