Trekvogels opgepast: Vlieg niet over Europa!
„GLIMLACHEND als de kat die de kanarie heeft verslonden, dient de kelner trots het hoofdgerecht op. Op een schotel, naast een portie dampende polenta, wijzen drie kleine, zwartgeblakerde snaveltjes omhoog naar de ongelukkige eter. De geroosterde lijfjes van de vogels zijn geplukt maar niet ontweid. Hun verkoolde vleugeltjes en stakerige pootjes doen denken aan de sprieten van insekten. Ze liggen te glanzen in de geurige olijfolie.”
Zo begon vorig jaar een artikel in The Wall Street Journal. Het is een feestelijk, duur gelegenheidsgerecht, opgediend in een restaurant in Italië. De eter duwt de vogels gewoonlijk in hun geheel in zijn mond en vermaalt ze met botjes en al. Alleen gebeurt dat deze keer niet. In plaats daarvan prikt de gast, Piergiorgio Candela, een functionaris van de Italiaanse vereniging voor de vogelbescherming, in de drie kleine lijfjes om zo te proberen de soort te identificeren. Hij concludeert: „Dit zijn beschermde vogels.” Bij één zo’n inval vond hij 1400 geplukte roodborstjes in de keuken.
Het artikel vervolgt: „Enkele soorten mogen volgens de wet gedood en verkocht worden; de meeste niet. Het maakt niets uit. Elk jaar belanden 50 miljoen beschermde roodborstjes, leeuweriken en andere zangvogels op Italiaanse borden. . . . Al met al wordt in het Middellandse-Zeegebied zo’n 15% van de trekvogels neergeschoten of gestrikt. In Spanje besmeren Catalaanse boeren takjes met lijm om er vogels op te vangen, waarna ze ingelegd worden. In de buurt van het Italiaanse Bergamo steken strikkenzetters zangvogels de oogjes uit: dan zingen ze mooier in een kooitje. En op Malta stort 10% van de 300.000 bewoners zich jaarlijks in een orgie waarbij vier miljoen wilde vogels worden geschoten, gekooid en opgezet.”
Trekkende zangvogels hebben vandaag de dag niet veel reden om te zingen. In sommige streken hoort men ze alleen nog piepen.
[Illustratieverantwoording op blz. 31]
G.C. Kelley photo