Zelfs vogels ’kennen hun tijd’
IN DE tijd van Jeremia was het met de Israëlieten droevig gesteld. Hun handelwijze vormde een schril contrast met dat van trekvogels. Wij lezen: „Zelfs de ooievaar aan de hemel — die kent heel goed zijn bestemde tijden; en de tortelduif en de gierzwaluw en de zanglijster — die nemen heel goed de tijd van hun aankomst in acht. Maar wat mijn volk betreft, zij hebben het recht van Jehovah niet leren kennen.” — Jer. 8:7.
Terwijl trekvogels, zoals de ooievaar, de tortelduif, de gierzwaluw en de zanglijster, de tijd van hun aankomst en vertrek in acht nemen, schonken de Israëlieten geen aandacht aan het oordeel van Jehovah. In geval van trekvogels is hun komst en vertrek essentieel voor hun leven. Evenzo hingen het welzijn en de voorspoed van Israël ervan af of zij zich in Jehovah’s oordeel schikten. Maar de Israëlieten bleven hierin in gebreke en legden derhalve zelfs niet het goede onderscheidingsvermogen aan de dag dat kenmerkend is voor redeloze vogels die de tijd voor hun trek in acht nemen.