Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g91 22/3 blz. 14-17
  • De houtsnijders van Kavango

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De houtsnijders van Kavango
  • Ontwaakt! 1991
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een houtzagerij in het woud?
  • De taxi’s van de Okavango
  • Okavango — Afrika’s woestijnparadijs
    Ontwaakt! 1991
  • Het vuur in de Caprivi aanwakkeren
    Ontwaakt! 1980
  • Hun eerste bezoek aan de Koninkrijkszaal
    Ontwaakt! 1971
  • Theocratische expansie in Namibië
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
Meer weergeven
Ontwaakt! 1991
g91 22/3 blz. 14-17

De houtsnijders van Kavango

Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika

WAT is er gebeurd? Geschrokken ga ik rechtop zitten. Iets heeft me wakker gemaakt. Verontrust kijk ik naar buiten en tuur in de Afrikaanse nacht. Ik zie alleen de sterren helder twinkelen door de takken van de acacia.

Dan merk ik het — hoor ik het! De stilte!

Het geluid van de trommels is opgehouden. De hele nacht heeft het roffelende „tam-tam-tie-toem-toem” als achtergrond voor de andere geluiden van de Afrikaanse rimboe gediend, maar nu is het stil. Eerst is het angstaanjagend. Dan worden de normale nachtelijke geluiden weer waarneembaar: het sjirpen van de krekels, het zoemen van de muskieten, het gegons, gesjirp, gesnor en gebrom van de ontelbare insekten die het muzikale mozaïek van de tropische nacht vormen. Ik ben nu klaar wakker. Ik lig na te denken over die fascinerende trommels en hoe wij hebben staan kijken toen ze uit hout gesneden werden.

Mijn vrouw en ik sliepen in onze caravan aan de oever van de rivier de Okavango. Wij waren op bezoek bij de gemeente van Jehovah’s Getuigen in Rundu, een handelsplaatsje in de provincie Kavango in het noordoosten van Namibië aan de grens met Angola. Tijdens onze tocht door de rimboe werden wij geïntrigeerd door de werkplaatsen in de open lucht, waar houtsnijders met boomstammen bezig waren. Al fluitend waren zij druk aan het snijden, beitelen, kappen, zagen en schuren.

Tot het houtsnijwerk behoorden onder andere maskers, die werden gebruikt voor ceremoniële dansen en ook voor „uithangborden” buiten kralen (dorpen) waar zich zieken bevonden. Deze maskers dienden om bezoekers te waarschuwen en boze geesten te verjagen. Hoewel velen de maskers fascinerend vinden, hebben christenen in Kavango ze niet in huis, aangezien ze met goddeloze geesten in verband staan. Om die reden is het een goede zaak te zien dat veel houtsnijwerk niet langer hoofdzakelijk deze maskers vertoont, maar dat er nu allerlei geometrische dessins ter decoratie gebruikt worden.

Het hout dat hiervoor wordt gebruikt, is teak. Helaas is dit mooie hout in Kavango schaars aan het worden. Hopelijk zal er meer aandacht worden besteed aan het planten van nieuwe bomen, aangezien het vijftig jaar duurt voordat ze volgroeid zijn. Het hout heeft een mooie tekening met lichte en donkere patronen, die men in het houtsnijwerk prachtig laat uitkomen. Men kiest een geschikte boom uit en hakt hem dan om of brandt hem bij de grond af. Daarna sleept men hem naar de hut die als werkplaats dient, waar hij, afhankelijk van het te maken kunstvoorwerp, in ronde stammen of in planken wordt gezaagd.

Een houtzagerij in het woud?

Terwijl ik naar de houtsnijders keek die in een van de hutten aan het werk waren, merkte ik in een hoek enkele van deze gelijkmatig gezaagde planken op. Ik was benieuwd hoe deze planken gezaagd waren, aangezien er geen houtzagerij of elektriciteit in het woud is. Ik vroeg het aan Joakim, die bezig was een trommel vorm te geven.

„Nou, Tatekulu [Oudere], weet u”, legde hij uit, „het is echt heel gemakkelijk. We duwen de boom over de kuil. Jonas klimt naar beneden de kuil in, en ik sta bovenaan, op de boom. Jonas trekt de zaag naar beneden de kuil in, en dan trek ik hem naar boven. We blijven allebei trekken. Al gauw zijn we klaar met het zagen van de boom, en dan hebben we planken.”

„Maar dat moet jullie zeker veel tijd kosten, en jullie zullen daarna vast wel erg moe zijn”, zei ik.

„Nee Tatekulu, niet echt. De zon komt op en we werken. De zon gaat onder en we rusten. Morgen zal de zon weer opkomen. Ook de volgende dag en de dag daarna. Er zijn veel dagen, er is veel tijd. Tijd om te werken en te rusten.”

De taxi’s van de Okavango

Zijn er taxi’s in het hart van de Afrikaanse wouden? Ja, maar niet de taxi’s van New York of de riksja’s van Yangon. De mensen die langs de Okavango wonen, beoefenen ook nog een andere manier van houtsnijden. De taxi’s van de Okavango zijn de mawato of, zoals ze verder stroomafwaarts genoemd worden, de mekoro. Dit zijn boomstamkano’s, die uit stevige boomstammen worden gesneden.

Weet u, de rivier de Okavango vormt de noordgrens tussen Kavango en Angola en maakt de gemakkelijkste wijze van vervoer mogelijk — stroomopwaarts, stroomafwaarts of naar de overkant. Of u nu stroomopwaarts naar Owambo, stroomafwaarts naar Botswana, of naar Angola aan de overkant wilt, de mawato, of watertaxi’s, kunnen deze waterweg bevaren zonder rekening te hoeven houden met natuurlijke of door mensen gemaakte grenzen.

Er zijn echter twee bewoners van de rivier die door opvarenden van de mawato met diep respect moeten worden erkend. Ondanks het feit dat de mens hun natuurlijke woongebied is binnengedrongen, zijn de krokodil en het nijlpaard er nog steeds te vinden — en te vrezen! Enige tijd geleden, toen een wato (enkelvoud) in de buurt van Rundu omsloeg, was één opvarende ongelukkigerwijs te langzaam en bereikte niet de oever. Hij werd door een krokodil gedood!

Wat „de heer van de rivier” betreft, het nijlpaard, als het, zelfs van verre, een waarschuwend gegrom laat horen, zal de veerman in zijn watertaxi ijlings in de richting van de oever varen, totdat hij er zeker van is dat hij veilig kan oversteken. Hij weet dat de geduchte kaken van het nijlpaard gemakkelijk een wato kunnen verbrijzelen.

Maar de taxi’s zijn niet beperkt tot reizen over water. Wanneer een wato of mokoro ouder wordt en er grotere en gevaarlijker lekken ontstaan, wordt hij uit de vaart genomen en tot slede of „aanhangwagen” op het vasteland gemaakt. Wij hebben menige oude kano gezien die, afgeladen met hout of goederen van een nabijgelegen handelsmagazijn, achter ossen of ezels aangespannen was en langzaam over de mulle zandvlakten van Kavango gleed of schoof.

Deze taxi’s van de Okavango, nu voorzien van de betrouwbare één-ezel-aandrijving, kunnen goederen en levensmiddelen vervoeren over terrein waar voertuigen van vele pk’s in de dikke laag zand vast komen te zitten. Ouderwets? Wellicht. Eentonig? Misschien. Langzaam? Volgens sommigen wel. Maar Afrika is een tijdloos land! Zoals Joakim de houtsnijder zei: ’Morgen zal de zon weer opkomen. Er zijn veel dagen.’

Dit zijn dus de houtsnijders van Kavango. Wat een genoegen is het de boodschap van vrede die door Gods koninkrijk tot stand gebracht zal worden, met hen te delen! (Mattheüs 24:14) In veel stammen is bijgeloof algemeen, maar er hebben zaden van bijbelse waarheid wortel geschoten.

Drie jaar geleden waren er 23 gedoopte Getuigen in de gemeente Rundu. Zij kwamen bijeen in een kleine Koninkrijkszaal met houten muren en een laag dak van ijzeren golfplaten. Christo, een reizende opziener van Jehovah’s Getuigen, herinnert zich: „Met wat wringen konden er 40 mensen in, maar er kwamen er 56 naar de openbare lezing luisteren. Dit is een tropische streek van Afrika en het wordt hier erg warm en vochtig. Terwijl ik de lezing hield, was mijn overhemd nat van het transpireren. Het was geen doen om in de benauwde kleine Koninkrijkszaal een colbert te dragen.”

Ondanks dit ongerief bleef het aantal geïnteresseerden die de vergaderingen bijwoonden, toenemen. Het werd dus een dringende zaak om plannen te maken voor de bouw van een grotere en geschiktere zaal. Een plaatselijke Getuige schonk vriendelijk een stuk land voor dit doel.

Getuigen uit andere delen van Namibië en Zuid-Afrika reageerden op de oproep en kwamen op eigen kosten naar deze afgelegen streek om bij het bouwen van de zaal te helpen. De plaatselijke bevolking kreeg ook interesse voor het project. De jonge Ambiri en Willem bijvoorbeeld boden vriendelijk hun hulp aan, hoewel zijzelf geen Getuigen waren. Beiden begonnen al spoedig de bijbel te bestuderen en vergaderingen bij te wonen. Nu zijn ook zij gedoopte Getuigen.

Een andere geïnteresseerde die met de bouw hielp, was een vluchteling uit Angola, Pedro genaamd. Als trouwe katholiek raakte hij op zijn werk verwikkeld in een gesprek met Getuigen over religieuze onderwerpen. Maar later bedacht hij: ’Hoe is het mogelijk dat Jehovah’s Getuigen de bijbel zo goed kennen?’ Hij beraamde toen een plan. Hij zou de Getuigen om bijbelstudie vragen. Daarna, zo gauw hij voldoende kennis had, zou hij de studie beëindigen en de bijbel gebruiken om te bewijzen dat de Getuigen het bij het verkeerde eind hebben. Had zijn plan succes? „Na de derde studie”, herinnert Pedro zich, „ging ik naar huis en zei tegen mijn moeder: ’Mama, vanaf vandaag ben ik niet langer een lid van de Katholieke Kerk.’” Hoewel zijn familie hem tegenstand bood, maakte Pedro snelle vorderingen en liet zich al gauw uit de Katholieke Kerk uitschrijven. Hij werd in december 1989 op het „Godvruchtige toewijding”-congres van Jehovah’s Getuigen in Windhoek (Namibië) gedoopt.

Andere geïnteresseerden hebben ook geholpen met de bouw van de Koninkrijkszaal. „Ik herinner me iets dat gebeurde toen we bezig waren met het storten van de fundering”, zegt Christo, de reizende opziener. „We waren met ongeveer veertig mensen aan het werk. Ik merkte één persoon op die zich een beetje afzijdig scheen te houden. Ik stelde me dus voor en vroeg hem: ’Wie studeert de bijbel met u?’ De jonge Mateus antwoordde: ’U moet met deze mensen praten, want ze willen de bijbel niet met me studeren. Ik heb ze vaak gevraagd me te helpen, maar ze hebben niets gedaan.’ De reden hiervoor was dat de plaatselijke Getuigen al zo veel bijbelstudies leidden, dat ze Mateus op de wachtlijst hadden gezet. Het lukte me echter om regelingen voor een bijbelstudie te treffen, en Mateus is nu een gedoopte Getuige.”

De gemeente Rundu wijdde in juli 1989 haar nieuwe Koninkrijkszaal in. Sinds de zaal in gebruik is genomen, zijn er 10 nieuwelingen gedoopt, wat het totale aantal gedoopte Getuigen op 33 heeft gebracht. Vele anderen maken vorderingen in de richting van de doop en tijdens het laatste bezoek van de reizende opziener woonden 118 personen de openbare lezing bij.

Wij hopen dat u hebt genoten van deze korte reis naar Kavango — met zijn opmerkelijke rivier, prachtige wouden, bekwame houtsnijders, en zijn boomstamtaxi’s — waar de boodschap van Jehovah’s koninkrijk horende oren en ontvankelijke harten vindt.

[Illustraties op blz. 16, 17]

Van links, met de klok mee:

▪ Verkondigers voor de oude Koninkrijkszaal

▪ Nieuwe Koninkrijkszaal in Rundu

▪ Krokodil en nijlpaard in de rivier de Okavango

▪ Verscheidene maskers en ander houtsnijwerk

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen