Het vuur in de Caprivi aanwakkeren
Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika
„ONTSTEEK het vuur.” Dat is de betekenis van Katima Mulilo de naam van een klein, primitief stadje in een van de meest afgelegen gebieden van zuidelijk Afrika, de Caprivi-Strook.
Als reizende opziener van Jehovah’s Getuigen in Zuidwest-Afrika/Namibië vroeg ik mijzelf af: In welke mate heeft het vuur van de waarheid zich uitgebreid tot Katima Mulilo — de verste uithoek van het gebied dat ik bedien? Het Wachttorengenootschap had uit dat gebied verschillende keren een roep om hulp ontvangen: „Wij zijn erin geïnteresseerd Jehovah’s Woord te horen.” „Wanneer kunnen wij gedoopt worden?” Twee eerdere pogingen om dit gebied te bereiken, waren vanwege overstromingen op niets uitgelopen, maar nu waren de wegen vrij en een vriend uit Windhoek was bereid om mij in zijn Land-Rover mee te nemen.
West-Caprivi is een zone die onder toezicht staat van het Zuidafrikaanse militaire gezag. Zouden wij toestemming krijgen om door dit gebied te rijden? Wij kregen de benodigde papieren, en zo vertrokken wij met extra benzine, water en proviand uit Kavango (in het noorden van Zuidwest-Afrika/Namibië) naar Katima Mulilo, een rit van 580 kilometer.
Door een woest gebied
Over een afstand van bijna 200 kilometer volgde de hobbelige, onverharde weg de kronkels van de rivier de Okavango — de grens tussen Zuidwest-Afrika/Namibië en Angola. Langs onze zijde van de rivier lagen keurige rieten hutten en lapjes grond met mielie (maïs) van de Kavango’s. Maar aan de noordelijke of Angolese zijde ontbrak elk spoor van leven.
Weldra bereikten wij de oostelijke grens van Kavango, waar de Okavango naar het zuiden in de richting van Botswana afbuigt. De wacht bij de controlepost liet ons door. Vanaf dat moment reden wij door een woest, afgelegen gebied — zonder hutten, bouwland of andere tekenen van menselijk leven. In plaats daarvan werden wij er door de uitwerpselen van olifanten op de weg aan herinnerd dat wij ons in een van de weinige Afrikaanse gebieden bevonden waar wilde dieren nog vrij ronddolen.
De weg werd modderig en de Land-Rover kwam vast te zitten — dus schoenen uit en met de schop naar buiten. Een half uur later was ons voertuig bevrijd. Wij zagen sporen van dieren en hoewel die eerst onze belangstelling wekten, sloeg ons later toch de angst om het hart — leeuwen! Vlug maakten wij dat wij wegkwamen.
Tegen de avondschemering ontmoetten wij een heel gezin Bosjesmannen — een van Afrika’s primitiefste stammen. Zij hadden al hun bezittingen bij zich: het pantser van een schildpad als waterreservoir, dekens, één kip en een oud blik vol ingewanden van dieren dat ons deed besluiten het iets meer bovenwinds te zoeken. Een eindje verder kwamen wij aan een andere controlepost en wij vernamen dat wij die nacht niet verder konden reizen — te riskant vanwege terroristen. Wij brachten dus de nacht door in een oud fort, waar de enige aanvallers muskieten waren.
Een „vuur” in Katima Mulilo
De volgende morgen bereikten wij onze plaats van bestemming, het kleine stadje Katina Mulilo op de grens van Zambia. Hoe zou onze ontvangst zijn? Een plaatselijke Getuige verwelkomde ons met een brede, stralende glimlach. Die avond bezocht een groep van 21 personen de Koninkrijkszaal, een gebouwtje van modder en riet dat het vorige weekeinde speciaal ter ere van ons bezoek was opgetrokken!
Na een vraag-en-antwoordbespreking was het duidelijk dat de plaatselijke Getuigen ten aanzien van fundamentele leerstellingen en beginselen op heldere en duidelijke wijze uiting konden geven aan hun geloof. Ja, het vuur van Gods Woord brandde helder in Katima Mulilo. Hoe had de bijbelse waarheid deze donkere uithoek bereikt?
De Getuige die ons bij onze aankomst had opgewacht, had in Zambia de bijbel leren kennen maar was voordat hij gedoopt werd, naar Katima Mulilo verhuisd. Hij begon onmiddellijk tot andere mensen over Gods koninkrijk te spreken en had weldra een bijbelstudiegroep georganiseerd. Later voegden zich nog meer personen uit Zambia bij hen en kwamen zij geregeld onder een grote boom bijeen om Gods Woord te bestuderen.
Tijdens ons korte bezoek zochten wij persoonlijk geïnteresseerde mensen bij hen thuis op om met hen te spreken over Gods liefdevolle voornemen met de mensheid. Wij zullen nooit de aanblik vergeten van een grijze oude man die in een nabijgelegen dorp onder een boom in zijn versleten bijbel zat te lezen. Het hele gezin gaf blijk van waardering voor de bijbelse waarheden die wij met hen bespraken. Nadat wij de bijbelse vragen van een ander gezin hadden beantwoord, drongen zij er bij ons op aan te blijven eten. Zittend op rieten matten en onze handen als bestek gebruikend, genoten wij van de mielie-pap en de vis die zij met ons deelden.
Afrikaanse huwelijksproblemen
Tot dusver was er niemand in de groep daar in Katima Mulilo gedoopt. Waarom niet? „Wij leven allen in huwelijksverbintenissen volgens gewoonterecht. Wij moeten onze huwelijken laten registreren alvorens wij gedoopt kunnen worden”, zeiden zij. Zij waren gaan inzien hoe belangrijk de eerbaarheid van het huwelijk is, in overeenstemming met wat de bijbel hierover onderwijst (Hebr. 13:4). De burgerlijke autoriteiten hadden hier geen bezwaar tegen. Zij zouden de huwelijken onmiddellijk registreren.
„Maar broeder, het probleem is de lobola”, verklaarden zij nederig. De „lobola” of bruidsprijs moet aan de vader van elke bruid worden betaald. Als de bruidegom bij het trouwen niet genoeg geld heeft, staat de vader van de bruid in dit deel van de wereld het paar toe om samen te leven in een huwelijksverbintenis volgens gewoonterecht, maar zij mogen geen wettelijk huwelijk aangaan totdat de volledige bruidsprijs is betaald. Enkele van deze oprechte personen moesten nog aanzienlijke bedragen voor hun vrouw betalen. Toen wij de belangrijkheid van de christelijke waterdoop opnieuw bespraken, was het hartverwarmend hen oprecht te horen zeggen: „Wij zullen gereed zijn voor de doop wanneer je over zes maanden terugkomt.”
Na hen met Jehovah’s Woord te hebben aangemoedigd om sterk in het geloof te blijven, namen wij afscheid van deze kleine groep die ons na slechts enkele dagen reeds zo na aan het hart lag.
Jehovah’s Woord wordt in de bijbel met een vuur vergeleken (Jer. 20:8, 9). Een paar vonken van dit vuur hebben het droge hout in Katima Mulilo vlam doen vatten. Het was een groot voorrecht deze groep daar te bezoeken en die vlammen aan te wakkeren. Moge Jehovah erop toe zien dat het waarheidsvuur in de Caprivi helder zal blijven branden.