De onbevreesde slangendoder
DE KLEINE mangoeste met zijn harige vacht ziet er helemaal niet als een slangendoder uit. Toch, zo zegt de schrijver R. O. Pearse, „is de mangoeste . . . misschien wel de gevaarlijkste vijand van de slang”. Pearse vervolgt: „Dit kleine baasje moet beslist net zoveel pure, onvervalste moed in zijn kleine lijfje herbergen als elk ander wild dier . . . Zijn aanvallen op slangen zijn legendarisch.”
Wat is dit dan voor een buitengewoon dapper dier? De mangoeste behoort tot een grote familie die voorkomt in grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Europa. Er zijn verscheidene geslachten en meer dan veertig soorten van dit kleine zoogdier. Ze variëren in grootte van de dwergmangoeste, die net iets groter is dan 30 cm, tot de krabbenmangoeste uit Zuidoost-Azië, die 120 cm lang is. De meeste hebben korte poten, een lange ruige staart en een lang lichaam dat bedekt is met een dikke, ruwe vacht die grijs tot bruin van kleur is. Hun oren zijn klein en hun neus is doorgaans spits.
Sommige mangoesten zijn solitair levende nachtdieren. Andere komen overdag naar buiten en zijn zeer sociaal levende dieren, zoals de gele mangoeste, die in kolonies van wel vijftig exemplaren leeft. Waar huizen de mangoesten? Voornamelijk in rotsspleten of holen in de grond. Soms graven ze die zelf, maar vaak nemen ze eenvoudigweg holen over die door andere dieren verlaten zijn. Het is zelfs bekend dat ze in lege termietenheuvels of mierenhopen trekken.
Hoewel de mangoeste er misschien betrekkelijk ongevaarlijk uitziet, dient u zich niet te vergissen: Het is een roofdier — waakzaam, dapper en behendig. Enkele soorten voeden zich met insekten, kevers, wormen, slakken, hagedissen, kikkers en krabben, alsook met eieren en fruit. De mangoeste is intelligent en sluw. Van de zebramangoeste wordt bijvoorbeeld gezegd dat hij de volgende truc uithaalt: hij gaat rechtop op zijn achterpoten staan en laat zich dan opzij vallen. Waarom doet hij dat? Om het nieuwsgierige parelhoen naar zich toe te lokken — en te vangen!
Het is echter zijn reputatie als slangendoder die de mangoeste zo berucht heeft gemaakt.
Slang contra mangoeste
Maar kan dit kleine diertje het in een gevecht werkelijk van een geduchte cobra winnen? De Zuidafrikaanse schrijver Laurens van der Post beschrijft in zijn boek The Heart of the Hunter een karakteristieke confrontatie tussen een slang en een mangoeste: „Ik zag hoe [een mangoeste], van kop tot staart niet langer dan 33 cm en misschien maar 13 cm hoog, het opnam tegen een cobra van 180 cm lang. Na een reeks handige, vlugge schijnbewegingen, waarbij de slang herhaaldelijk aanviel en hem op een haar na miste, sprong de mangoeste op de cobra, greep hem in de nek en beet onmiddellijk zijn ruggegraat door.”
Het onbeperkte zelfvertrouwen en de moed van de kleine mangoeste, gecombineerd met zijn bliksemsnelle vermogen om de aanvallen van de slang te ontwijken, maken het hem mogelijk zijn doodsvijand te overwinnen.
De slangebeet
Is de mangoeste dan op de een of andere manier immuun voor het gif van de slang? Niet helemaal. Maar er is een grote hoeveelheid gif nodig om een mangoeste te doden. Eén deskundige zegt dat van de dosis die voor een konijn dodelijk is, het achtvoudige nodig is om een mangoeste te doden. Zelden sterft een mangoeste door een slangebeet.
De kans is groter dat een mangoeste sterft aan het eten van een giftige slang! Ja, nadat hij zijn gevaarlijke vijand gedood heeft, verorbert de overwinnaar hem, te beginnen met de kop. The International Wildlife Encyclopedia zegt: „Verscheidene [mangoesten] heeft men dood aangetroffen, en sectie heeft uitgewezen dat ze een slang hadden gegeten waarvan de giftanden de maagwand hadden doorboord, zodat het gif in de bloedstroom terecht was gekomen.”
Hoewel mangoesten een dodelijk gevaar vormen voor cobra’s, zijn ze iets minder succesvol in het doden van adders. Ten eerste bouwen ze geen immuniteit op tegen het gif van een adder en ten tweede zijn adders sneller dan cobra’s in hun aanvalsvermogen.
Mangoesten als huisdier?
Maar nu moet u niet concluderen dat de mangoeste van nature boosaardig is. Integendeel, sommige mangoestesoorten heeft men gedomesticeerd en tot beminnelijke, intelligente huisdieren gemaakt. De schrijver Bruce Kinloch geeft in Sauce for the Mongoose een kostelijke beschrijving van zijn huisdier, een zebramangoeste, Pipa genaamd.a Pipa, die vol kattekwaad en levendige streken zat, was voor het gezin een voortdurende bron van plezier. Eén spelletje — dat kenmerkend is voor het gedrag van mangoesten — deed de gezinsleden schudden van het lachen toen ze het de eerste keer zagen. De schrijver vertelt wat er gebeurde:
’Pipa vond een bolvormige, witte zeeschelp en manoeuvreerde net zolang tot hij met zijn rug dicht tegen een van onze picknickboxen aan stond. Hij nam de schelp stevig tussen zijn voorpootjes, bewoog zich op en neer, naar voren en naar achteren, waarbij hij de hele tijd de schelp in zijn voorpootjes ronddraaide, ongeveer zoals een pitcher bij honkbal zich op een worp voorbereidt. Plotseling sprong hij in de lucht en smeet de zeeschelp tussen zijn achterpootjes door naar achteren, zodat die met een geluid als van een pistoolschot tegen de picknickbox knalde. Eindelijk begon het ons te dagen. Pipa probeerde puur instinctief de schelp te breken op de manier waarop een mangoeste gewend is een ei te breken.’
Ons harige vriendje is dus beminnelijk — en gevreesd. En hoewel hij af en toe als slangendoder optreedt, wat ons misschien een beetje afschrikt, brengt hij ons met zijn capriolen in verrukking.
[Voetnoot]
a Kinloch beweerde: „De meeste mangoestesoorten zijn solitair levende nachtdieren en zijn dus minder geschikt als huisdier.”
[Illustratieverantwoording op blz. 17]
Johannesburg Zoological Gardens