„De kalebas is niet gebroken”
Verdriet wordt op verschillende manieren geuit, afhankelijk van de gebruiken en de cultuur van een land of stam. Zo geloven de Joruba uit Nigeria traditioneel in de reïncarnatie van de ziel. Als een moeder een kind verliest, wordt er korte tijd intens getreurd. Het wordt echter niet bezien als het einde van de wereld, want, zo luidt een Joruba refrein: „Het is het water dat gemorst is. De kalebas is niet gebroken.” Dit wil volgens de Joruba zeggen dat de als waterkom gebruikte kalebas, de moeder, een ander kind ter wereld kan brengen. Bovendien geloven zij dat het dode kind gereïncarneerd terug zal komen, zodat als de uitingen van verdriet lang aanhouden, het wel eens langer zou kunnen duren voordat de moeder weer een baby krijgt, hetzij haar eigen gereïncarneerde kind of een andere gereïncarneerde persoon. Er wordt daarom slechts korte tijd openlijk getreurd en daarna wordt het verdriet onderdrukt.
Als er één van een tweeling sterft, dragen sommige Joruba moeders een houten beeldje mee dat het dode kind voorstelt. Bij de maaltijden wordt er een bord eten neergezet voor het dode kind. Als er kleding wordt gekocht voor de nog levende helft van de tweeling, wordt er ook een stel kleren gekocht voor het gestorven kind. Deze gewoonte blijft voor onbepaalde tijd gehandhaafd omdat men gelooft dat als ervan afgeweken wordt, dit de dood van de nog levende helft van de tweeling zal betekenen! Het spreekt vanzelf dat personen met een nauwkeurige bijbelkennis geen geloof hechten aan zulke gebruiken en ze niet in acht nemen.