Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. „Tot onbepaalde tijd zal het nageslacht der boosdoeners niet worden . . .” (Jesaja 14:20)
4. Deze plaats werd in een visioen aan Ezechiël getoond als onderdeel van de grens van het land (Ezechiël 48:1)
7. Reinigingsmiddel van plantaardige oorsprong (het andere, ook in dit vers genoemde middel was mineraal) (Jeremia 2:22)
9. Bomen met twaalf vruchtoogsten, elke . . ., het gehele jaar door (Openbaring 22:2)
10. Bijbelboek na Rechters
11. Afbeelding voor „de koningen van Medië en Perzië” (Daniël 8:20)
13. Het wild gedierte van het veld, vogels — het was de mens die . . . daarvan een naam gaf (Genesis 2:19)
15. Esthers vader was Mordechai’s . . . (Esther 2:5-8)
16. Geeft aan allen wat hun . . . (Romeinen 13:7)
18. „Zij was overvloedig in goede daden en gaven van barmhartigheid” (Handelingen 9:36-43)
21. Een duizendjarige verblijfplaats (Openbaring 20:3)
24. Schoeisel (Ruth 4:7, 8)
26. Deel van boom (Matthéüs 24:32)
27. Een hoofd van een huis in Benjamin (1 Kronieken 7:7)
28. Een profeet en ziener tijdens de regering van David (2 Samuël 24:11)
31. Het Hebreeuwse woord Asjera duidt op de Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin of op de heilige . . . die haar vertegenwoordigt (2 Koningen 13:6)
32. Gezegd van een ijzeren werktuig waarvan de scherpte verloren is gegaan (Prediker 10:10)
33. Afbeelding voor de mensenwereld (Matthéüs 13:38)
34. Teken van koninklijke waardigheid (Genesis 49:10)
35. IJdelheid, een . . . van wind (Prediker 1:14)
Verticaal
1. Gij . . .? Dat is heel goed — maar niet voldoende (Jakobus 2:19, 20)
2. Er kan gemakkelijk een strootje in raken, wat, een hele balk zelfs! (Matthéüs 7:3)
3. Verraderlijke manier van spreken (Matthéüs 26:73)
4. . . . volgens inzicht — wat ook inhoudt correctie te aanvaarden (Psalm 2:10)
5. Tiensnarig instrument (Psalm 33:2)
6. Herbouwde Jeruzalems muur ondanks bedreigingen en tegenstand (Nehemía 2:17-20; 4:1-18; 6:10-15)
8. Ook dit is wel degelijk een deel van het lichaam (1 Korinthiërs 12:16)
12. Wat hoop is voor de ziel (Hebreeën 6:19)
14. Een niet-geïdentificeerd volk dat zou delen in het lot van Egypte (Ezechiël 30:5)
17. Degene die het eerst is geschapen (1 Korinthiërs 11:8)
19. Een van de Hethitische vrouwen van Esau (Genesis 36:2)
20. Tot hier reikte Ahasveros’ rijk (Esther 1:1)
21. De Herodes die Johannes de Doper liet onthoofden, was Herodes . . . (Matthéüs 14:1-13)
22. Wijfjesschaap (Jesaja 53:7)
23. Afwezigheid van licht (Job 10:22)
24. Door Jezus genezen, konden zij spreken (Matthéüs 15:30, 31)
25. Zij . . . God (Handelingen 2:47)
29. Betrekkelijk voornaamwoord
30. Afhangend deel van een kledingstuk, dat zou worden vastgegrepen (Zacharia 8:23)
33. Het laatste deel van Paulus’ reis naar Rome voerde hem over de ’koningin der wegen’, de . . . Appia
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
1. GENOEMD
4. HETHLON
7. LOOG
9. MAAND
10. RUTH
11. RAM
13. ELK
15. OOM
16. TOEKOMT
18. TABITHA
21. AFGROND
24. SANDAAL
26. TAK
27. IRI
28. GAD
31. PAAL
32. STOMP
33. VELD
34. SCEPTER
35. NAJAGEN
Oplossing verticaal
1. GELOOFT
2. OOG
3. DIALECT
4. HANDELT
5. HARP
6. NEHEMIA
8. OOR
12. ANKER
14. KUB
17. MAN
19. ADA
20. INDIA
21. ANTIPAS
22. OOI
23. DUISTER
24. STOMMEN
25. LOOFDEN
29. DIE
30. SLIP
33. VIA