Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/4 blz. 15-17
  • Ben ik eraan toe me te laten dopen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ben ik eraan toe me te laten dopen?
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Ben ik oud genoeg?’
  • ’Heb ik voldoende kennis in me opgenomen?’
  • „Daders van het woord”
  • ’Heb ik God tot mijn vriend gemaakt?’
  • De doop en uw band met God
    Wat leert de bijbel echt?
  • Ben jij klaar voor de doop?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2016
  • Ben je klaar voor de doop?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2020
  • Stel u ten doel God voor eeuwig te dienen
    Kennis die tot eeuwig leven leidt
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/4 blz. 15-17

Jonge mensen vragen . . .

Ben ik eraan toe me te laten dopen?

Geacht Wachttorengenootschap,

Ik heet Sharon en ben dertien jaar. Ik vraag me af of ik al aan de doop toe ben. Ik denk van wel, maar ik ben er nog niet zeker van. Ik ben ervan overtuigd dat dit ook andere jonge christenen bezighoudt. Zou u alstublieft een artikel kunnen schrijven om me te helpen de dingen op een rijtje te zetten?

SHARON heeft gelijk. Veel godvrezende jongeren denken inderdaad over de doop na. Jongeren onder Jehovah’s Getuigen beseffen dat zij zelf de beslissing moeten nemen om God te dienen en dat niet hun ouders die beslissing voor hen kunnen nemen. Zij zijn zich er ook van bewust dat Jezus Christus zijn volgelingen gebood hun opdracht aan God door de waterdoop te symboliseren. — Matthéüs 28:19, 20.

Een openbare bekendmaking doen als een opgedragen dienaar van God, is een zware verantwoordelijkheid. Je zult dit beslist niet overijld willen doen enkel om je vrienden of je ouders een plezier te doen. Bovendien dient niemand je tot de doop te dwingen (Psalm 110:3). Jezus gaf echter iedereen de raad om „de kosten te berekenen” die het meebrengt zijn discipel te zijn (Lukas 14:28). Dit betekent niet dat je moet afwegen of je een discipel wilt worden of niet. Het is duidelijk dat dit de juiste handelwijze is. Maar je moet ten volle beseffen wat erbij betrokken is om een getuige van Jehovah te zijn.a Daarna zul je moeten bepalen of je er werkelijk aan toe bent om deze verantwoording op je te nemen. — Vergelijk Spreuken 20:25.

’Ben ik oud genoeg?’

Naarmate tieners ouder worden, vinden zij vaak dat zij recht hebben op bepaalde voorrechten en verantwoordelijkheden. Zij vinden al gauw dat zij de auto moeten kunnen gebruiken, zij vragen toestemming voor een bijbaantje, willen hun eigen geld kunnen uitgeven. Maar wanneer het op de doop aankomt, verontschuldigen veel jongeren zich dat zij te jong zijn of dat zij die verantwoording niet aankunnen. Een jongere die Andre heet, merkt op: „Heel wat jongeren wachten tot zij zeventien of achttien jaar zijn voordat zij zich laten dopen, wat wel een beetje oud is.” Waarom? „Omdat zij al lang voor die tijd wel oud genoeg zijn om andere beslissingen zelf te nemen.”

Ja, louter het feit dat je een tiener bent, is geen excuus om ’op twee verschillende gedachten te hinken’, en ook is het geen geldige reden om nog geen standpunt in te nemen als een christen (1 Koningen 18:21). „Gedenk nu uw Grootse Schepper in uw jongelingsdagen”, vermaant de bijbel (Prediker 12:1). De profeet Samuël was iemand die Jehovah op heel jonge leeftijd begon te dienen (1 Samuël 3:1-18; 12:2). Ook de psalmist David kon zeggen: „Gij zijt mijn hoop, o Soevereine Heer Jehovah, mijn vertrouwen vanaf mijn jeugd.” — Psalm 71:5.

Zo ook hebben duizenden christelijke jongeren in deze tijd — onder wie enkele nog beneden de tienerleeftijd — getoond genoeg verantwoordelijkheid te kunnen dragen om zich aan God op te dragen teneinde hem te dienen. Toegegeven, sommige tieners hebben geen serieuze instelling en missen het verantwoordelijkheidsgevoel en de emotionele rijpheid om zo’n verstrekkende beslissing te nemen als de doop (Spreuken 22:15). Maar is dat bij jou werkelijk het geval? (Je ouders zullen hier ongetwijfeld heel wat over te zeggen hebben.) God verwacht niet dat een tiener de rijpheid van een veertigjarige bezit. Hij weet heel goed dat je blootstaat aan „de begeerten die aan de jeugd eigen zijn” (2 Timótheüs 2:22). Maar als je oud genoeg bent om je vrij serieus en verantwoordelijk te gedragen, dan ben je hoogstwaarschijnlijk ook oud genoeg om de opdracht te overwegen. Er zijn echter nog andere vragen die je jezelf dient te stellen.

’Heb ik voldoende kennis in me opgenomen?’

Het boek The Adolescent, door F. Philip Rice, signaleert dat „een oppervlakkig, naïef begrip van religie meestal geen stand zal houden onder scherpe kritiek en beproeving”. Toch merkt de heer Rice op: „Er zijn aanwijzingen dat hedendaagse jongeren bedroevend slecht op de hoogte zijn. Een onderzoek naar de bijbelkennis van protestantse en joodse tweedejaarsstudenten bracht een ware onwetendheid omtrent het Oude en het Nieuwe Testament aan het licht.”

Dit mag niet het geval zijn bij iemand die zich laat dopen. Iemand moet eerst ’kennis in zich opnemen’ om een discipel te zijn, een onderwezene (Johannes 17:3; Matthéüs 28:19). Zou het daarom niet redelijk zijn te verwachten dat je vóór je doop ten minste „de elementaire dingen van de heilige uitspraken Gods” kent? (Hebreeën 5:12) Daarbij zou inbegrepen zijn dat je weet wat de bijbel leert over onderwerpen als de ziel, de toestand van de doden, de heiliging van Gods naam, het Koninkrijk en de losprijs.

Goed, je zult allicht iets van de bijbel weten omdat je met je ouders bent meegegaan naar de christelijke vergaderingen. Maar kennis die op die manier is verworven, kan oppervlakkig zijn en het is niet waarschijnlijk dat deze ’standhoudt onder scherpe kritiek en beproeving’. Je moet anderen kunnen vertellen wat de ’reden is voor de hoop die in je is’. — 1 Petrus 3:15.

Terry zegt dat zij de bijbelse waarheden geloofde. Toch bekent zij: „Ik had mezelf nog nooit echt overtuigd door mijn eigen vragen te stellen en die dan ook te beantwoorden. Onlangs ben ik hiermee begonnen.” Wat is het resultaat van zo’n bijbelstudieprogramma? „Mijn geloof neemt toe, en ik vind dat ik nu echt uit overtuiging met mensen kan praten. Ik zeg dan ook tegen alle jonge Getuigen dat zij niet moeten schromen zich af te vragen of dit de waarheid is. Zoek het uit! Onderzoek, studeer. ’Vergewis je van alles.’ Je zult dan in staat zijn je van ganser harte aan Jehovah op te dragen.” — 1 Thessalonicenzen 5:21.

„Daders van het woord”

Wij moeten echter „daders van het woord en niet alleen hoorders” zijn (Jakobus 1:22). Je kunt je niet voor de doop aanbieden en iemand zijn die ’verbergt wat hij is’ door ernstig kwaaddoen verborgen te houden (Psalm 26:4). Zulke verkeerde dingen omvatten seksuele immoraliteit, dronkenschap, drugmisbruik of welke zonde maar ook die in 1 Korinthiërs 6:9, 10 wordt genoemd. Waarom zou je als je met een van deze dingen problemen hebt gehad, niet met je ouders afspreken om eens met enkele christelijke ouderlingen te praten? Je kunt er zeker van zijn dat zij je vriendelijk hulp zullen bieden. — Jakobus 5:14, 15.

Het kan ook zijn dat je enkele veranderingen moet aanbrengen in de wijze waarop je je ouders bejegent of van christelijke ouderlingen afkomstige raad beziet, zelfs in de wijze waarop je je vrienden kiest (Spreuken 6:20; 13:20; 1 Korinthiërs 15:33; Hebreeën 13:17). Het zal misschien niet eenvoudig zijn om zulke veranderingen aan te brengen, maar Spreuken 11:19 brengt ons in herinnering: „Wie pal staat voor rechtvaardigheid, komt in aanmerking voor leven, maar wie het slechte najaagt, komt in aanmerking voor zijn eigen dood.”

Verlangt Jehovah volmaaktheid? Beslist niet. „Wie kan zeggen: ’Ik heb mijn hart gereinigd; ik ben zuiver geworden van mijn zonde’?”, vraagt de spreukendichter in Spreuken 20:9. Daar wij onvolmaakt zijn, zijn wij nog steeds geneigd fouten te maken. Maar dank zij Jezus’ losprijs kunnen wij een goede verhouding met Jehovah behouden (1 Johannes 2:1, 2). Een jongere bijvoorbeeld die tegen een slechte gewoonte vecht, zoals de onreine praktijk van masturbatie, hoeft niet het gevoel te hebben dat hij of zij per definitie niet in aanmerking komt voor de doop.b In feite kan iemand door krachtig weerstand te bieden aan onrechtvaardigheid Jehovah’s hart verheugen! — Spreuken 27:11.

’Heb ik God tot mijn vriend gemaakt?’

De vraag die misschien wel de beslissendste is, betreft echter je verhouding met God. Bedenk: Je draagt je op, niet aan een werk of aan een doel of zelfs aan een organisatie, maar aan God zelf. Schijnt God je abstract, ver weg? Of heb je hem leren kennen en liefhebben als een Persoon? (Exodus 34:6, 7) Zo ja, dan zul je bemerkt hebben dat je vaak met hem praat, niet routinematig, maar vanuit het hart. — Psalm 62:8.

Je zult je er in feite ook toe gedrongen voelen met anderen over God te spreken. (Vergelijk 2 Korinthiërs 5:14.) Spreuken 15:7 zegt: „De lippen van de wijzen blijven kennis uitstrooien.” Doe jij dat door geregeld tot anderen te prediken? Of laat je je er door ontspanning, amusement of zelfs luiheid van weerhouden om anderen te helpen God te leren kennen? — Spreuken 19:24.

Ja, wil de doop zinvol zijn, dan moet God je intiemste vriend zijn. (Vergelijk Jakobus 2:23.) Als dit nu nog niet het geval is, ligt dit niet aan God, want hij nodigt iedereen hartelijk uit hem te zoeken (Handelingen 17:27). En door te volharden in persoonlijke studie en gebed en door omgang met zijn volk, zul je mettertijd een hechtere band met God krijgen (Romeinen 12:12; 1 Timótheüs 4:15; Hebreeën 10:24, 25). De doop zal het natuurlijke gevolg zijn van zo’n ’naderen tot God’. — Jakobus 4:8.

Kijk bijvoorbeeld eens naar een jong meisje genaamd Cindy. Zij schrijft: „Ik werd op veertienjarige leeftijd gedoopt. Ik weet wat het is om daarmee te aarzelen. Maar ik moet zeggen dat het het mooiste is wat je kunt doen. Denk je eens in, te weten dat Jehovah je heeft goedgekeurd en dat ’hij je nooit in de steek zal laten noch zal verlaten’! (Hebreeën 13:5) Als iemand mij zou vragen of hij zich aan Jehovah moet opdragen, zou ik ja zeggen! Maar doe het niet om iemand anders een plezier te doen. Doe het omdat jij het wilt.”

[Voetnoten]

a Zie het artikel „Zou ik me moeten laten dopen?” in Ontwaakt! van 22 maart 1990.

b Zie het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden, hfdst. 25 en 26, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.

[Illustratie op blz. 16]

Veel jongeren kwalificeren zich voor de doop. Jij ook?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen