Is er hoop op economisch herstel?
Tijdens de regering van Lodewijk XVI van Frankrijk heeft zijn gemalin, Marie Antoinette, naar verluidt eens aan de koninklijke minister van financiën gevraagd: „Wat gaat u doen aan het tekort, Meneer de minister?” Zijn antwoord: „Niets, Madame. Het is te ernstig.”
HOEWEL de tijden zijn veranderd, schijnt deze merkwaardige filosofie nog steeds in zwang te zijn. Zowel staatslieden als economen betreuren de enorme internationale schuld, de ernstige economische wanverhouding tussen rijke en arme landen en de troosteloze armoede in zo veel landen. Maar er wordt weinig of niets aan gedaan — de problemen zijn te ernstig. Is dit economisch gezien verstandig?
Het woord „economie” komt van het Griekse woord oikonomos, wat beheerder of huisbestuurder betekent. De wereldeconomie is in wezen de studie van de manier waarop de wereldhuishouding wordt bestuurd. Hoe wordt ze bestuurd?
Laten wij ons bij wijze van illustratie de aarde eens voorstellen als een woonwijk, en de afzonderlijke naties als buren. Een van de rijkste buren smijt met geld en is bijna iedereen geld schuldig, maar omdat hij hun beste klant is, aarzelen zijn schuldeisers om op betaling aan te dringen. Sommige van de armere gezinnen staan zo diep in de schuld dat zij geld moeten lenen om alleen al de hoge rentetarieven op hun leningen te betalen. Ondertussen heeft de vader van het meest noodlijdende gezin in de buurt zichzelf en zijn vrienden net getrakteerd op een overdadig feestmaal, hoewel verscheidene van zijn kinderen de hongerdood nabij zijn.
De rijkere gezinnen eten heel goed en gooien na de maaltijd flink wat voedsel in de vuilnisbak. Ze geven meer uit voor hun huisdieren dan de armere gezinnen zich kunnen veroorloven voor hun kinderen. Van tijd tot tijd worden er buurtvergaderingen gehouden om over alle problemen in de wijk te praten, maar er schijnt niets te gebeuren. De spanning tussen de rijke en de arme gezinnen groeit. Er is duidelijk iets fundamenteel mis met de manier waarop deze wijk wordt bestuurd.
Iemand om de wereldeconomie te besturen
Een goed bestuur en een hoge moraal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zoals wij hebben gezien, dragen zelfzucht en hebzucht op nationaal, bedrijfs- en individueel niveau in aanzienlijke mate tot de crisis in de kosten van levensonderhoud bij, vooral in de armere landen. Economisch onrecht is in feite slechts één aspect van een onrechtvaardig samenstel van dingen.
Toegegeven, de oplossingen liggen niet voor het grijpen. De problemen zijn te kolossaal om door één land aangepakt te worden, en er bestaat geen internationale organisatie die de noodzakelijke macht bezit om er iets aan te doen. Bovendien worden wereldleiders ervan beschuldigd dat het hun aan de politieke wil ontbreekt om zich ervoor in te zetten.
Niettemin wordt in de geschiedenis één heerser vermeld die zich bijzonder bekommerde om het lot van de economisch vertrapten. Hij voerde specifieke wetten in om hen te beschermen en hen van het nodige te voorzien.
Deze heerser was degene die de Israëlieten zo’n 3500 jaar geleden uit Egypte bevrijdde en hen op hun veertigjarige tocht door de wildernis op een bovennatuurlijke manier voedde met manna. Deze onzichtbare koning zorgde ervoor dat iedereen voldoende had. — Exodus 16:18; vergelijk 2 Korinthiërs 8:15.
Toen de Israëlieten later in het Beloofde Land kwamen, werden de behoeftigen door van God afkomstige wetten beschermd. Er werd in rentevrije leningen voorzien voor hen die met tegenslag te kampen hadden gehad. De armen mochten nalezingen houden op de velden en in de boom- en wijngaarden. En de eigenaars moesten iets voor de nalezers achterlaten. Bovendien gebood God de rijkere Israëlieten ’hun hand met mildheid te openen voor de ellendige in het land’. — Deuteronomium 15:7-11.
God bestuurde de huishouding van Israël dusdanig dat de hele natie voorspoed kon genieten, mits zij zich aan zijn instructies hielden. Van zijn vertegenwoordigers, onder wie koning Salomo, werd verlangd dat zij Gods voorbeeld navolgden. Over Salomo schrijft de psalmist: „Hij zal de armsten verdedigen, hij zal de kinderen van de behoeftigen redden . . . Hij zal de arme die tot hem roept, bevrijden, en degenen die hulp behoeven; hij zal medelijden hebben met de armen en zwakken, . . . hun leven zal kostbaar zijn in zijn ogen.” — Psalm 72:4, 12-14, The Jerusalem Bible.
Niettemin voorzei God later in zijn Woord dat er zich een ernstige crisis in de kosten van levensonderhoud zou voordoen. In een beschrijving van de netelige economische omstandigheden waardoor de mensheid uiteindelijk getroffen zou worden, voorzei de bijbel: „Een heel dagloon voor een brood” (Openbaring 6:6, Weymouth, vijfde druk). Dit is exact de situatie waarin velen van de armen der wereld thans verkeren. Het inkomen van een hele dag dekt niet eens de kosten van een enkele maaltijd.
Economisch herstel werkelijk in zicht
De enige oplossing voor deze jammerlijke stand van zaken werd duidelijk aangegeven door Nobelprijswinnaar Willy Brandt. Hij zei: „Het besef moet groeien dat arme en rijke landen . . . verbonden zijn door hun gemeenschappelijke belang bij overleving, en dat oplossingen alleen bereikt zullen worden door een vooruitziende en wereldomvattende benadering.”
Dat is nu precies wat God zelf beoogt, een vooruitziende en wereldomvattende benadering. In tegenstelling tot menselijke regeerders beschikt God over zowel de wil als de weg om een wereldwijd economisch herstel te bewerkstelligen.
In diezelfde profetie over economische moeilijkheden sprak hij over de regeerder die hij heeft aangesteld, een regeerder die bij machte is de situatie te verhelpen. Hij wordt beschreven als gezeten op een „wit” paard en ook als iemand die ’er op uit zou trekken om te overwinnen’. Dit is niemand minder dan Jezus Christus, die binnenkort zal ’overwinnen’ om Gods Koninkrijksheerschappij in werking te stellen als de enige regering over de mensheid. Dit Koninkrijk in handen van Jezus Christus is Gods manier om onder meer de crisis in de kosten van levensonderhoud op te lossen. — Openbaring 6:2; vergelijk Daniël 2:44.
God belooft met betrekking tot de toestanden onder deze Koninkrijksheerschappij, die in Jesaja’s profetie als „een nieuwe hemel” wordt aangeduid: „Hun zwoegen is niet voor niets. Hun kinderen staan geen rampen te wachten.” „Wie mij dienen, zullen eten en drinken . . . Zij zullen vrolijk zijn.” — Jesaja 65:13, 14, 17, 23, Groot Nieuws Bijbel.
Miljoenen die thans voor niets zwoegen, kunnen troost putten uit deze woorden. In Gods nieuwe wereld zal het hun kinderen niet aan het noodzakelijke ontbreken door rampzalige economische problemen. De bezorgdheid over de kosten van levensonderhoud zal plaats maken voor verrukking en levensvreugde.
Als u denkt dat zulke beloften slechts een utopie zijn, waarom zou u dan niet eens met Jehovah’s Getuigen praten als zij weer voor uw deur staan? Zij zullen u graag aan de hand van de Schrift tonen waarom wij vertrouwen kunnen hebben in Gods oplossing voor de crisis in de kosten van levensonderhoud.
[Illustratie op blz. 10]
In Gods nieuwe wereld zal geen honger of armoede zijn