Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 8/5 blz. 5-9
  • De crisis in de kosten van levensonderhoud — Waarom?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De crisis in de kosten van levensonderhoud — Waarom?
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het broze internationale economische bestel
  • Van kortzichtigheid getuigende overheidsuitgaven
  • De bevolkingsgroei
  • Ingewortelde zwakheden in het systeem
  • Wat is er mis met de economie?
    Ontwaakt! 1982
  • Waarom niemand de economie kan voorspellen
    Ontwaakt! 1975
  • Deel 1: In de greep van geldzorgen
    Ontwaakt! 1992
  • Is er hoop op economisch herstel?
    Ontwaakt! 1989
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 8/5 blz. 5-9

De crisis in de kosten van levensonderhoud — Waarom?

VAN Belgrado tot Buenos Aires, van Lagos tot Lima, van Manila tot Mexico-Stad, en van Washington D.C. tot Wellington, overal vechten regeringen tegen de inflatie.

Soms verkeren de regeringen zelf in ernstige financiële moeilijkheden. Zo werd in een rapport gezegd dat „de Verenigde Staten in de afgelopen vijf jaar meer schulden gemaakt hebben dan in [hun] hele voorgaande geschiedenis”. Een Afrikaanse regering moest onlangs een langverwachte loonstijging afgelasten. Ze ontdekte tot haar ontsteltenis dat er niet genoeg geld in de schatkist zat om de nieuwe loonwet uit te voeren. En in een groot Latijnsamerikaans land was het inflatiecijfer zo hoog dat de regering vreesde dat ze tegen het einde van 1988 niet in staat zou zijn de salarissen van ruim een miljoen ambtenaren uit te betalen.

Vijfjarenplannen, devaluatie, bevriezing van de lonen, prijsbeheersing en andere economische herstelmaatregelen worden aangekondigd. Maar de problemen zijn gecompliceerd en de oplossingen blijven uit. Ter illustratie van de moeilijkheden geeft Ontwaakt! hier in grote trekken slechts enkele van de grondoorzaken van de crisis in de kosten van levensonderhoud weer.

Het broze internationale economische bestel

Wereldomvattende onderlinge afhankelijkheid. Een internationaal financier legde uit: „De wereld is één geheel. Onze economie is wereldomvattend. . . . Het denkbeeld dat in een wereldomvattende economie de oplossing van één kant kan komen, is onzin.” Zo vindt een recessie in westerse landen al gauw haar weerslag in armere landen, die moeten constateren dat er niet langer vraag naar hun produkten is. Evenzo betekent een stijging van de rentetarieven in de Verenigde Staten dat Latijnsamerikaanse en Afrikaanse landen meer problemen zullen hebben met het betalen van de rentelast op hun schulden. Globaal genomen is het zo dat hoe armer het land is, des te minder invloed het heeft op het algehele economische klimaat, maar des te kwetsbaarder het is voor ongunstige economische ontwikkelingen.

Uit de schommelingen in de prijzen op de aandelenmarkt blijkt duidelijk hoe wankel de wereldeconomie en ook hoe sterk de onderlinge afhankelijkheid is. Investeerders waren zo gespannen ten aanzien van de economische vooruitzichten, dat de sombere Amerikaanse handelscijfers over augustus 1987 en mogelijk een onverstandige opmerking door een functionaris van het Ministerie van Financiën naar verluidt al voldoende waren om in oktober 1987 een wereldomvattende ineenstorting van de markt teweeg te brengen.

De zware schuldenlast van de Verenigde Staten, samen met het onvermogen of de onwilligheid van de grote economische mogendheden om het economisch beleid te coördineren, maken het onwaarschijnlijk dat het vertrouwen prompt hersteld zal worden. In verband met deze situatie waarschuwde de econoom Stephen Marris: „Wij zitten in de knoei. Er is geen simpele uitweg.”

Prijsschommelingen. De afgelopen jaren hebben zich dramatische prijsschommelingen voorgedaan in de olie, metalen en andere grondstoffen. De plotselinge stijging van de olieprijzen in de jaren ’70 heeft alom inflatie teweeggebracht en wereldwijd tot een economische recessie geleid. Derde-Wereldlanden die geen olie produceren, werden wel heel zwaar getroffen.

In de jaren ’80 is de prijs van de meeste grondstoffen snel gedaald. Dit heeft een nadelige uitwerking gehad op de economie van armere landen waarvan de export voornamelijk uit zulke produkten bestaat. Landen als Mexico en Nigeria, die erg afhankelijk zijn van de olie-export, hebben door de dalende olieprijzen ook een scherpe daling in de levensstandaard doorgemaakt. Zulke prijsschommelingen kunnen de gezondste economische planning noodlottig worden.

Van kortzichtigheid getuigende overheidsuitgaven

Militaire uitgaven. De wereld heeft over 1987 naar schatting in totaal ongeveer een biljoen dollar voor militaire doeleinden uitgegeven. Dat komt overeen met ongeveer $1,8 miljoen per minuut! Niet alleen rijke landen verkwisten geld aan de bewapening; enkele van de armste landen ter wereld hebben een jaarlijkse stijging van de defensieuitgaven met 10 procent gepland.

De econoom John K. Galbraith zei over de sociale en economische gevolgen van de militaire uitgaven van de Derde Wereld: „Deze bewapening komt ten laste van de armsten der armen. De aanschaf ervan gaat ten koste van niet-militaire investeringen die bedoeld zijn om de levensstandaard te verbeteren, ten koste van niets meer of minder dan het brood.”

„Witte olifant”-projecten. Naar verluidt had een koning van Siam de gewoonte een witte olifant te schenken aan hovelingen die hem niet aanstonden. Daar het dier als heilig werd beschouwd, mocht het niet aan het werk worden gezet. Het onderhoud van het dier zou dan ook de financiële ondergang betekenen van de onfortuinlijke ontvanger van het geschenk. De afgelopen jaren hebben westerse naties onwillekeurig de rol van de koning van Siam gespeeld. Met hun hulpprogramma’s zijn grootse technologische projecten gefinancierd die door de ontvangende naties niet in goede staat gehouden konden worden.

Deze dure, onpraktische „witte olifanten” ontsieren het economische landschap van arme landen: luxueuze vliegvelden waar maar zelden een vliegtuig opstijgt, een van de nieuwste snufjes voorziene bakkerij die geen brood kan leveren wegens gebrek aan meel, een reusachtige cementfabriek die voortdurend defect raakt door gebrek aan onderhoud.

Soms hebben regeringen in de Derde Wereld zich enorme schulden op de hals gehaald door kwistige uitgaven voor buitensporige ondernemingen als hydro-elektrische projecten, kerncentrales of zelfs nieuwe hoofdsteden.

De bevolkingsgroei

In veel landen draagt de snelle bevolkingsgroei bij tot een lagere levensstandaard. Huizenbouw, banen, scholen en zelfs de voedselproduktie kunnen de steeds groeiende vraag eenvoudig niet bijhouden. Mexico bijvoorbeeld moet vanwege zijn uitdijende bevolking een miljoen banen per jaar scheppen, louter om te voorkomen dat het werkloosheidscijfer stijgt. In veel Afrikaanse landen heeft de snelle groei van de bevolking — nog verergerd door de trek naar de steden — de afgelopen tien jaar geleid tot een verdrievoudiging van de voedselimport en bijgedragen tot de daling van de levensstandaard. Sommige wanhopige vaders die er niet in slaagden een baan te vinden en voor hun grote gezin te zorgen, zijn gewoon met de noorderzon vertrokken of hebben zelfmoord gepleegd.

Ingewortelde zwakheden in het systeem

Het onvoorspelbare marktmechanisme. Het is algemeen bekend dat het voorspellen van de economische ontwikkeling een inexacte wetenschap is. Het probleem is, dat het voor deskundigen zelfs bij een moderne economie moeilijk is precies te weten wat er gebeurt, terwijl het bij de economie in de Derde Wereld — waar geen specifieke gegevens beschikbaar zijn — praktisch onmogelijk is. En zelfs als economen het eens zouden kunnen worden over de exacte aard van de problemen, zouden zij ongetwijfeld nog verschillende oplossingen voorschrijven, afhankelijk van hun eigen politieke of sociale inzichten. De zaak wordt nog gecompliceerder doordat de politici, die de uiteindelijke beslissingen nemen, geneigd zijn alleen de economische raad op te volgen die hun aanstaat.

Over de Verenigde Staten verklaarde de vroegere Amerikaanse minister van Handel Peter Peterson: „In wezen zijn onze problemen niet van economische aard. Wij worden veeleer gehinderd door ons gebrek aan politieke eensgezindheid. Wij zijn het zelfs niet eens over de aard van onze economische moeilijkheden.”

Niet-verlichte zelfzucht. Elk land is geneigd zijn eigen soevereine belangen te dienen, ongeacht het effect daarvan op andere landen. Zo kan economische hulp gegeven worden in de vorm van geavanceerde militaire uitrusting, aan een land dat niet eens al zijn burgers kan voeden. Kennelijk zijn de motieven van het donorland veeleer van economische of politieke dan van humanitaire aard. Door rijke industriële landen opgeworpen invoerbarrières ter bescherming van hun eigen producenten belemmeren de krachtsinspanningen van armere landen om zelfs hun voornaamste exportprodukten te verkopen.

Onderontwikkelde landen klagen dat de internationale bankinstellingen zich alleen bekommeren om prompte rentebetalingen. Van sommige projecten moet men afzien wegens gebrek aan financiële steun, eenvoudig omdat ze de geldschieter geen snelle winst opleveren. De hoge rentetarieven die deze debiteurstaten nu moeten betalen, zijn voornamelijk te wijten aan de spilzucht van andere naties die veel welvarender zijn. President Alfonsín van Argentinië wees erop dat Latijns-Amerika in vijf jaar het monetaire equivalent van twee Marshallplannena naar de Verenigde Staten en Europa heeft gezonden. Dit deel van de wereld zit echter dieper in de schuld dan ooit.

Corruptie en hebzucht. De presidenten van enkele Afrikaanse en Aziatische landen zijn ervan beschuldigd miljarden dollars verduisterd te hebben. Politiefunctionarissen en vooraanstaande zakenmensen in Latijns-Amerika zijn eveneens betrokken geweest bij fraudes waarbij het om vele miljoenen dollars ging. Deze enorme bedragen worden meestal overgeheveld uit programma’s die beogen het lot van het gewone volk te verbeteren. De economie van talloze naties wordt ernstig ondermijnd door plaatselijke corruptie op elk niveau, waardoor er een extra financiële last komt te rusten op de verarmde meerderheid die ervoor opdraait.

Ook schaamteloze commerciële hebzucht draagt tot de crisis in de kosten van levensonderhoud bij. Met agressieve verkooptechnieken hebben multinationale tabaksmaatschappijen bijvoorbeeld miljoenen straatarme mensen ertoe weten te brengen, het kleine beetje geld dat zij hebben aan sigaretten te besteden. In sommige ontwikkelingslanden zijn sigaretten met een hoog teergehalte die een bedreiging zijn voor de gezondheid alom verkrijgbaar, en de meeste klanten zijn niet op de hoogte van het gezondheidsrisico dat zij lopen. Waardevolle landbouwgronden zijn in gebruik genomen voor de tabaksteelt vanwege de aantrekkingskracht van niet te versmaden deviezen, die vaak een illusie blijven. Ondertussen houdt de toename van met roken verband houdende ziekten gelijke tred met de stijgende kosten van levensonderhoud.

Dit korte overzicht van de oorzaken van de crisis in de kosten van levensonderhoud is voldoende om duidelijk te maken voor wat een ontmoedigende uitdaging regeringen staan die ernaar streven de benarde economische situatie van hun burgers te verbeteren. President Mitterrand van Frankrijk klaagde tijdens een economisch forum over een „wereld die voortdurend het tapijt onder je voeten verschuift, het wegtrekt en dreigt je te laten struikelen”. Staatslieden en economen van de Derde Wereld weten uit bittere ervaring precies wat hij bedoelt.

Wil dat zeggen dat er geen hoop is op economisch herstel? Is de wereldeconomie niet bij machte de levensstandaard van de gehele mensheid op een behoorlijk niveau te brengen? In het volgende artikel zullen deze vragen worden beantwoord.

[Voetnoten]

a Het Marshallplan was een door de Verenigde Staten gesponsord programma bedoeld als bijdrage tot het economisch herstel van het door de Tweede Wereldoorlog geteisterde Europa. Van 1948 tot 1952 werd er hulp ter waarde van zo’n 12 miljard dollar geboden.

[Kader op blz. 8]

De schuldenlast

Nationale schuld

In veel landen geeft de regering veel meer uit dan ze ontvangt. De enorme leningen die ze door dit beleid moet aangaan, leiden in de loop van de jaren tot een enorm begrotingstekort, dat soms de nationale schuld wordt genoemd. Het aflossen van deze schuld, naast de te betalen interest, dwingt de regering ertoe te blijven lenen, wat de rentetarieven opjaagt en de inflatie aanwakkert. Bovendien zijn regeringen, zoals het tijdschrift Time uitlegde, er afkerig van hun uitgaven te verminderen omdat „de kiezers, die ook maar mensen zijn, meer winst en minder belasting willen, en de politici, die ook maar politici zijn, gehoor geven aan de [wensen van de kiezers]”. De dag van de afrekening wordt dan ook uitgesteld en ondertussen gaan de kosten van levensonderhoud omhoog.

Internationale schuld

Om uiteenlopende redenen importeren sommige landen meer goederen en diensten dan zij exporteren, wat leidt tot een negatieve handelsbalans. Het tekort moet betaald worden in een munteenheid die aanvaardbaar is voor andere naties, gewoonlijk in dollars of andere sterke valuta’s. Dit geld moet òf uit de reserves geput worden òf van andere landen worden geleend. Als de reserves van het land gevaarlijk klein worden en men er niet in slaagt leningen te sluiten, kan het nodig zijn met importbeperkingen te komen of de munteenheid te devalueren. Beide maatregelen brengen een scherpe stijging in de prijs van geïmporteerde goederen teweeg, waarvan er veel onontbeerlijk kunnen zijn voor zowel industrie als consument.

Vooral Derde-Wereldlanden hebben problemen met de handelsbalans, omdat in bijna alle gevallen de waarde van de goederen die ze exporteren dramatisch is gedaald. Zo kon men in 1960 voor een ton koffie 37 ton kunstmest kopen, terwijl men er in 1982 maar 16 ton voor kreeg. Soortgelijke cijfers zijn te geven voor cacao, thee, katoen, koper, tin en andere grondstoffen die de voornaamste exportprodukten van onderontwikkelde landen zijn. Grotendeels als gevolg van deze ongunstige ruilvoet, waarop ze weinig invloed hebben, hadden ontwikkelingslanden in 1987 een duizelingwekkende schuld van $1000 miljard. Deze schuld, die hun als een molensteen om de nek hangt, belemmert het economisch herstel en bedreigt zelfs de stabiliteit van sommige regeringen.

In The New York Times werd onlangs opgemerkt: „Het enige wat Latijns-Amerika verenigt, is schuld . . . Dit probleem wordt door regeringen verantwoordelijk geacht voor hun afbrokkelende populariteit en wordt gezien als de belangrijkste politieke variabele die hun onmiddellijke toekomst beïnvloedt.”

[Kaart op blz. 7]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Inflatiecijfers over 1980-1985

(Gebaseerd op El Mundo en Cifras, uitgegeven door The Economist)

■ 0 tot 15%

■ 15 tot 30%

■ 30 tot 100%

■ meer dan 100%

■ geen cijfers beschikbaar

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen