Het geluk dat geven schenkt vergroot door dankbare ontvangers
DENKT u eens terug aan het bruidspaar dat in het beginartikel werd genoemd. Kunt u zich voorstellen hoe zij, wanneer zij alleen zijn, elk cadeau nog eens bekijken, en tegen elkaar zeggen hoe elk geschenk precies is wat zij nodig hebben? Ziet u hoe de bruid zorgvuldig de lakens en kussenslopen op een speciale plank legt zodat zij er gemakkelijk bij kan, de borden in de kasten, het bestek in de laden, de broodrooster op het aanrecht voor snel dagelijks gebruik?
Samen hangen zij zorgvuldig elk schilderij op precies de juiste plaats, geven zij de klokken de meest praktische plaatsen. Hun tweedehands eettafel wordt opgefleurd door een van de nieuwe tafelkleden. De bijpassende servetten in de servetringen die zij gekregen hebben, verlenen het geheel nu net dat beetje klasse.
Zij zijn vooral blij met dit cadeau — een elektrische blikopener. De kersverse echtgenote verwacht dit handige apparaat veel te zullen gebruiken. Zij hebben het gekregen van een dierbare vriendin van wie zij weten dat zij zelf zich zo iets niet kan veroorloven. En deze beddesprei, gemaakt door een oude tante met jichtige handen. Het moet haar maanden hebben gekost om al dit prachtige haakwerk te maken. Wat een liefdevolle arbeid!
Elk geschenk is hun dierbaar. Gaan zij er ooit mee terug naar de winkel om het te ruilen voor iets anders of voor geld? Nooit! Nu komt het meest liefdevolle deel van alles — het uiten van hun dank. Zullen zij daar de tijd voor nemen?
Hebt u een geschenk in ontvangst mogen nemen, of dit nu duur was of niet zo duur — een bos bloemen, een fruitmand, een eenvoudig kamerplantje misschien? Heeft een dierbare vriendin uw huis schoongemaakt toen u ziek was of een maaltijd voor uw gezin bereid toen u daar zelf niet toe in staat was? Hebt u hen bedankt?
Hoe simpel is het eigenlijk om „dank u” te zeggen. Met een minieme hoeveelheid adem kan iemand deze woorden zeggen. Maar hoe vaak blijft men in gebreke ze te uiten. Op een keer bezorgde een taxichauffeur een portefeuille terug die een man bij hem in de taxi had laten liggen. Wat een geschenk! De eigenaar pakte de portefeuille zonder een woord te zeggen aan. Stel u eens voor hoe verpletterd de taxichauffeur was door deze ondankbaarheid. Hij klaagde: „Al had die kerel maar ’Bedankt’ gezegd.”
Een uitgave van dit tijdschrift berichtte over een groepje jongens van een middelbare school die een club hadden gevormd met als doel mensen te helpen. „Zij verleenden hulp aan gestrande automobilisten door banden te plakken, benzine te verschaffen indien zij onverwachts zonder kwamen te zitten en door hun op allerlei andere manieren behulpzaam te zijn”, zei het artikel. ’Zij namen geen geld aan voor hun hulp. Zij vroegen slechts of de automobilisten een bedankbriefje wilden schrijven voor hun clubarchief.’ Wat waren de resultaten? Een woordvoerder van de club zei: „U moet weten dat wij tot op heden slechts twee brieven hebben ontvangen, hoewel wij volgens onze clubgegevens in de twee jaar dat wij nu zijn georganiseerd, aan meer dan 150 automobilisten hulp hebben verleend.”
Hoeveel moeite zou u zich niet getroosten om iemand te bedanken die u het leven had gered? Denk u eens in wat voor een geschenk die persoon u gegeven heeft. Wel, een man riskeerde zijn leven om passagiers van een zinkend schip te redden, in totaal 17 personen uit de klauwen van de dood rukkend voordat hij uitgeput naar zijn huis moest worden gedragen. Toen hem jaren later werd gevraagd wat hem het meest was bijgebleven van zo’n kranige reddingsactie, antwoordde hij: ’Alleen dit, meneer. Van de 17 mensen die ik heb gered, heeft niet één mij ooit bedankt.’
Is het een teken van zwakte om „dank u” te zeggen voor een vriendelijke daad, een materieel geschenk of voor de gave van leven? Zouden deze personen Jehovah God, de Grote Levengever, ooit danken voor hun eigen leven? Als zij iemand die zij kunnen zien niet kunnen bedanken, is het dan waarschijnlijk dat zij Degene zullen danken die zij niet kunnen zien? — 1 Johannes 4:20.
Is het een wonder dat zo vele jongeren het moeilijk vinden om oprechte dank te uiten voor een cadeau dat zij hebben gekregen of een vriendelijkheid die hun werd betoond? Als ouders niet „alsjeblieft” en „dank je wel” zeggen, zullen hun kinderen het hoogstwaarschijnlijk ook niet doen.
Gebrek aan waardering is een van de identificerende kenmerken van het feit dat wij in „de laatste dagen” leven. De apostel Paulus waarschuwde: „In de laatste dagen [zullen] kritieke tijden . . . aanbreken, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zichzelf liefhebben, . . . ondankbaar” zijn. — 2 Timótheüs 3:1, 2.
Hoe u waardering kunt tonen
Het ontwerpen en verkopen van bedankkaartjes is een winstgevende zaak. Veel van de kaarten geven de gevoelens prachtig weer. Het komt goed van pas dat men ze kan kopen en naar degenen kan sturen die geschenken hebben gegeven of vriendelijke dingen hebben gedaan. Maar zou het bovendien niet van liefde en vriendelijkheid getuigen om er iets persoonlijks aan toe te voegen en op zo’n kaartje in uw eigen handschrift uw eigen woorden van waardering te schrijven — misschien door het ontvangen geschenk te noemen en te schrijven hoezeer wij het waarderen en hoeveel plezier wij eraan hebben gehad of aan hopen te hebben?
Zou het bovendien niet door de gever op prijs worden gesteld als wij, indien mogelijk, rechtstreeks onze dank uiten doordat wij hen blij bedanken, door een handdruk, een warme omhelzing of een ander teken van genegenheid? Als wij klagen dat ons daarvoor de tijd ontbreekt, denk dan eens aan de tijd, de moeite en het geld die de gever ten behoeve van ons heeft besteed. Het geluk van de gever om te geven wordt vergroot door de waardering die wij tonen.
Wij doen er goed aan ons de woorden te binnen te brengen van de grootste gever van allen, Jezus: „Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen” (Handelingen 20:35). Spoedig, in het komende aardse Paradijs van rechtvaardigheid, zullen niet alleen alle menselijke bewoners Jehovah dagelijks voor de gave van het leven danken, maar zullen zij ook elkaar hun oprechte waardering tonen voor de vriendelijkheid die hun naasten hun betonen. Mogen wij nu van waardering blijk geven en de goedkeuring genieten van zowel Jehovah als onze naaste.