Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Driemaal in het jaar dienden de Israëlieten er een voor Jehovah te vieren (Exodus 23:14)
4. Zoals geprofeteerd moest nu iemand anders dit nemen (Handelingen 1:20)
8. Op buit belust opperhoofd uit de meest afgelegen streken van het noorden (Ezechiël 39:1, 2)
11. Een geliefd en trouw kind in de Heer, een . . . kind in het geloof was Timótheüs voor Paulus (1 Timótheüs 1:2)
12. Door een heel klein roer worden ze gestuurd waarheen de stuurman het wenst (Jakobus 3:4)
13. Studerend, combinerend, deducerend zullen velen in de Schrift her- en derwaarts . . . (Daniël 12:4)
15. Hij was een Harariet, een „bergbewoner”, afkomstig wellicht uit een bergstreek van Juda (2 Samuël 23:11)
19. Naam van de eerste letter van het Griekse alfabet (de tweede heet bèta)
20. Een van Paulus’ ontberingen (2 Korinthiërs 11:27)
21. Ze was Ezechiël zoet in de mond (Ezechiël 3:3)
23. Koning van Egypte toen Hosea koning van Samária was (2 Koningen 17:3-6)
24. Er kwam water uit (Exodus 17:6)
26. Kleur van sneeuw (Jesaja 1:18)
28. Als op die dag Jehovah’s naam zó blijkt te zijn, zal die heilige naam door iedereen op aarde op slechts één manier worden uitgesproken (Zacharia 14:9)
29. Berg tegenover de Gerizim (Deuteronomium 11:29)
32. Voorzetsel
33. Dit wordt gemakkelijk door de wind weggevoerd, maar het werd ook wel verbrand (Matthéüs 3:12; Daniël 2:35)
34. Bij de buit waren eenenzestigduizend van deze dieren (Numeri 31:34)
36. Zoveel jaar was deze man reeds verlamd toen hij door Petrus werd genezen (Handelingen 9:33, 34)
38. Bevel van de engel tot Ezechiël (Ezechiël 3:1)
39. Een dochter met onverstandige gewoonten (Genesis 34:1)
41. Stof tot overdenken (Filippenzen 4:8)
42. Hij was gewend vrij hard te rijden (2 Koningen 9:20)
44. Deze aanduiding blijkt dus heel betrekkelijk (2 Korinthiërs 6:10)
46. Profetes die voortdurend, van morgen- tot avondoffer, in de tempel aanwezig was (Lukas 2:36, 37)
47. Zij hadden daarop gespeeld en de anderen hadden zich daar niets van aangetrokken (Matthéüs 11:17)
Verticaal
2. De Dekápolis was een bond van . . . steden
3. Dit is een verkorte vorm van Gods naam (Psalm 68:4)
4. Deze stad is lange tijd alleen maar een hoop puin geweest (Jozua 8:28; vergelijk Ezra 2:28)
5. De bouwers van deze stad wilden zich een beroemde naam maken (Genesis 11:4, 9)
6. Vorm van onderwijs (Galaten 6:6)
7. Hierin is hun macht om letsel toe te brengen (Openbaring 9:10)
9. Dat Jehovah er zeven (volledigheid!) van heeft, duidt op het feit dat niets aan zijn waarneming ontsnapt (Zacharia 4:10)
10. Vermoeiende opdracht voor lui persoon (Spreuken 6:6)
14. Havenstad in het aan Aser toegewezen gebied (Rechters 1:31)
16. Bevoorrechte relatie (Psalm 15:1)
17. Tijdsspanne van korte duur (Openbaring 17:12)
18. Verbijsterd, ten einde raad (Galaten 4:20)
22. Van de niet-sterken deze te dragen is de plicht van de sterken (Romeinen 15:1)
23. Een man vol geloof en heilige geest (Handelingen 6:5)
25. Deze Egyptische koning was als bondgenoot maar zozo (2 Koningen 17:3-6)
27. Bepalend lidwoord
30. Het ooilammetje ’at van zijn . . . en dronk uit zijn beker’ — dat wat nodig was om het diertje in leven te houden, moest de man op zijn eigen eten en drinken beknibbelen (2 Samuël 12:3)
31. Schrijfgerei (3 Johannes 13)
32. Kleinzoon van Boaz (Ruth 4:21, 22)
35. Als garantie voor absolute bescherming werd gezegd dat nog niet dìt deel van het lichaam zou vergaan (Lukas 21:18)
37. Deze aanduiding blíjft niet gelden! (Hebreeën 3:13)
39. Twee keer kwam deze vogel bij Noach terug, daarna niet meer (Genesis 8:8-12)
40. Voorzetsel
43. Geen uitgezonderd (Jakobus 1:17)
45. Bevestigend antwoord
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
1. FEEST
4. AMBT
8. GOG
11. ECHT
12. BOTEN
13. GAAN
15. AGE
19. ALFA
20. KOUDE
21. ROL
23. SO
24. ROTS
26. WIT
28. ÉÉN
29. EBAL
32. IN
33. KAF
34. EZELS
36. ACHT
38. EET
39. DINA
41. DEUGD
42. JEHU
44. ARM
46. ANNA
47. FLUIT
Oplossing verticaal
2. TIEN
3. JAH
4. AI
5. BABEL
6. MONDELING
7. STAARTEN
9. OGEN
10. GA
14. AKKO
16. GAST
17. UUR
18. PERPLEX
22. ZWAKHEDEN
23. STEFANUS
25. SO
27. DE
30. BETE
31. PEN
32. ISAÏ
35. HAAR
37. HEDEN
39. DUIF
40. NA
43. ELK
45. JA