Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
3. Griekse letter, laatste van het alfabet (Openb. 22:13)
6. Voorbeeld van volharding (Jak. 5:11)
8. Luister, o Israël: Jehovah, onze God, is . . . Jehovah (Deut. 6:4)
9. Koning die zich liet aanmoedigen. Jammer, dat hij een berisping zo slecht kon verwerken (2 Kron. 15:7, 8; 16:9, 10)
10. Koning van Basan, een waarschuwend voorbeeld (Num. 21:33-35; Joz. 2:9, 10)
11. Heilige berg (Ps. 2:6)
12. Mogelijk gevolg van een struikelblok (Luk. 2:34)
14. Het opent deuren en verschaft toegang tot aanzienlijken (Spr. 18:16)
15. Als wat was Markus voor Petrus? (1 Petr. 5:13)
17. Wat was Markus van Barnabas? (Kol. 4:10)
18. Zo hebben wij ons niet onder u gedragen (2 Thess. 3:7)
21. Als het jezelf betreft, kun je het beter aan een ander overlaten (2 Kor. 10:12)
22. De prediking had er resultaat (Hand. 19:10; 1 Kor. 16:19)
24. Om de zeventigste ging het (Dan. 9:24-27)
25. Werkterrein voor gehuurde werkers, voor kinderen, voor bebouwers (Matth. 20:1; 21:28, 33)
28. Inhoudsmaat van ong. 3,6 liter — en dan weet u ook wat het dagrantsoen water tijdens Jeruzalems belegering was (Ezech. 4:11)
29. Laatste vijand die wordt tenietgedaan (1 Kor. 15:26)
30. Nog niet met 44,5 cm. kan iemand zijn levensweg verlengen (Matth. 6:27)
31. Niet zo maar een belofte — onder . . . beloofd! (Deut. 34:4)
32. Tekoïet die naam had gemaakt als een van Davids sterke mannen (2 Sam. 23:26)
33. Aan zijn wet is de getrouwde vrouw gebonden (Rom. 7:2)
34. Hogepriester in de plaats van Abjathar (1 Kon. 2:26, 27, 35)
Verticaal
1. Die tijd moet u voor uzelf uitkopen (Ef. 5:16; Kol. 4:5)
2. Zeldzame siersteen (Job 28:16)
3. Kampement van Israël (Num. 33:43)
4. Zoon van Rehábeam, vader van Asa (2 Kron. 12:16; 14:1)
5. De opstanding der doden van een ieder in zijn eigen . . . (1 Kor. 15:21-23)
6. Zoon van Jafeth (Gen. 10:2)
7. Jehovah’s trouw, een groot schild en . . . (Ps. 91:4)
13. Leesstof voor een slapeloze nacht (Esth. 6:1)
16. Geen herstel voor deze . . . gewonde, goddeloze overste van Israël (Ezech. 21:25)
19. Van zulk gedrag maakt de goddeloze een sport (Spr. 10:23)
20. Geen God van de doden, maar van de . . . (Luk. 20:37, 38)
21. Ook hij had geloof in een God die de doden levend maakt (Rom. 4:16, 17)
23. Broer van Petrus (Matth. 4:18)
24. Méér dan er tijdelijk verblijven (Ps. 27:4)
26. Valt dit dan besneden of ook onbesnedenen ten deel? (Rom. 4:9)
27. Grondbezitter in Bethlehem (Ruth 2:3, 4)
Oplossing blz. 24
Oplossing horizontaal
3. OMEGA
6. JOB
8. ÉÉN
9. ASA
10. OG
11. SION
12. VAL
14. GESCHENK
15. ZOON
17. NEEF
18. WANORDELIJK
21. AANBEVELEN
22. ASIA
24. WEEK
25. WIJNGAARD
28. HIN
29. DOOD
30. EL
31. EDE
32. IRA
33. MAN
34. ZADOK
Oplossing verticaal
1. GELEGEN
2. ONYXSTEEN
3. OBOTH
4. ABIA
5. RANGORDE
6. JAVAN
7. BOLWERK
13. ANNALEN
16. DODELIJK
19. LOSBANDIG
20. LEVENDEN
21. ABRAHAM
23. ANDREAS
24. WONEN
26. GELUK
27. BOAZ