Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g87 22/3 blz. 24-27
  • Deel 2: 1929-1934 Wereldcrisis en opnieuw op oorlog aan

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 2: 1929-1934 Wereldcrisis en opnieuw op oorlog aan
  • Ontwaakt! 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Zwarte donderdag’ — het einde van een tijdperk
  • ’Ik eerst!’
  • In wie moet de mens zijn vertrouwen stellen?
  • Als er nu eens geen depressie was geweest . . .
  • Deel 1: 1920-1928 De „Roaring Twenties” — een stilte voor de storm
    Ontwaakt! 1987
  • Waarom er behoefte aan een volkenbond ontstond
    Ontwaakt! 1991
  • De lange opmars der wereldmachten loopt ten einde
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Een visioen verworpen
    Ontwaakt! 1985
Meer weergeven
Ontwaakt! 1987
g87 22/3 blz. 24-27

De wereld sinds 1914

Deel 2: 1929-1934 Wereldcrisis en opnieuw op oorlog aan

„ALS ooit het fortuin de Verenigde Staten scheen toe te lachen, dan was het op die dag.” Zo beschrijft de historicus David A. Shannon de dag in 1929 waarop de Amerikaanse president Herbert Hoover zijn ambtseed aflegde. Shannon legt uit: „Het was een jaar van vrede, er waren geen oorlogswolken aan de horizon, en de Amerikaanse rijkdommen verbreidden zich actief overzee en veranderden de omstandigheden in economisch minder fortuinlijke delen der wereld.”

Maar tegen het einde van Hoovers presidentschap „was de in het land heersende stemming totaal omgeslagen. In plaats van optimisme was er pessimisme, wanhoop, een grote mate van radeloosheid.” Wat was er gebeurd?

’Zwarte donderdag’ — het einde van een tijdperk

Op woensdag 23 oktober 1929 begonnen een aantal speculanten zonder duidelijke reden te hoog gestegen effecten te verkopen op de Newyorkse effectenbeurs. De volgende dag, donderdag, brachten effectenbezitters die uit angst voor een verdere waardedaling van hun beleggingen ijlings wilden verkopen, een paniekreactie op gang die binnen een week meer dan $15 miljard dollar aan koerswaarden verloren deed gaan en in de volgende paar maanden nog eens vele miljarden. Zo begon de Grote Depressie.

Economen en historici hebben veel theorieën over wat er misging. Maar, zoals een van hen uitlegt, het is duidelijk dat de vele oorzaken van de Depressie „diep geworteld waren in de voorspoedige jaren twintig”. Aangezien die voorspoed „een wankele basis had . . ., onthulde de beurscrisis . . . plotseling het onderliggende economische bederf”. — The United States in the Twentieth Century, blz. 10, 12.

Hoe dan ook, de onstuimige tijd van de „Roaring Twenties” was voorbij. En voorbij was ook de roes van hoopvolle verwachtingen die deze had voortgebracht. „De grote krach van 1929 deed de zeepbel barsten”, zeggen de historici F. Freidel en N. Pollack. „Toen de overvloed wegebde en miljoenen mensen in gebrek achterliet, leken de jaren twintig niet meer dan een onwerkelijk intermezzo of een wrede grap — een immoreel jazz-tijdperk, het tijdperk van het gouden kalf.” — American Issues in the Twentieth Century, blz. 115.

Plotseling waren miljoenen werkloos. Personen die schulden hadden, raakten kwijt wat zij op krediet hadden gekocht, met inbegrip van hun huizen. Gezinnen trokken bij elkaar in om kosten te besparen. Met het kelderen van de koersen verdwenen vermogens van de ene op de andere dag. Zaken gingen failliet. Een golf van zelfmoorden schokte de natie toen duizenden Amerikaanse banken hun deuren sloten. Een komiek ontlokte zijn publiek lachsalvo’s wanneer hij vertelde dat hij wel gewend was zijn cheques geretourneerd te krijgen met het stempel „geen toereikend saldo”, maar dat hij ze nu terugkreeg met „geen bank”.

De economische ineenstorting was over de hele wereld voelbaar en had verstrekkende gevolgen. Het boek The United States and Its Place in World Affairs 1918-1943 beweert zelfs dat „deze economische tragedie haar uitwerking had op elk land en elk deel van het leven, maatschappelijk en politiek, in het eigen land en internationaal”.

Intussen deden in Japan militaristen ook hun voordeel met de economische situatie. Zo zegt The New Encyclopædia Britannica: „Het denkbeeld dat expansie via militaire veroveringen de economische problemen van Japan zou oplossen, vond ingang gedurende de Grote Depressie van 1929.” De instabiliteit van het begin van de jaren ’30 stelde deze militaristen in staat zodanige macht te krijgen dat zij — zelfs zonder de goedkeuring van de burgerlijke regering — Mantsjoerije onder de voet konden lopen en het binnen vijf maanden hadden veroverd. Na door de Volkenbond als agressor te zijn bestempeld, antwoordde Japan door zich terug te trekken, niet uit Mantsjoerije maar uit de Bond.

’Ik eerst!’

Door de nadruk op genoegens en het bevorderen van materialisme hadden de „Roaring Twenties” een ’ik eerst’-houding aangekweekt die de belangstelling voor geestelijke waarden had verstikt. Maar „de economische aardbeving die in 1929 begon”, zoals het bovenaangehaalde geschiedenisboek The United States and Its Place in World Affairs 1918-1943 het noemde, liet deze houding zelfs nog duidelijker uitkomen. Hoe dat zo? Omdat de crisis „elke gemeenschapszin die wellicht had kunnen ontstaan, vernietigde en maakte dat men uitsluitend gericht was op de instandhouding van het eigen gezin, ongeacht de uitwerking op anderen. Ieder voor zich, redde wie zich redden kan!”

Bij afzonderlijke personen wordt zo’n zelfzuchtige, egocentrische, ongevoelige houding gewoonlijk met minachting bezien. Maar onder het mom van patriottisme wordt een soortgelijke houding van de zijde van nationale groepen vaak als gerechtvaardigd en soms zelfs als wenselijk beschouwd. De Grote Depressie stimuleerde een dergelijke geest.

De historicus Hermann Graml zegt dat „de economische wereldcrisis de geest van goede internationale betrekkingen en samenwerking zoals die belichaamd werd in de Volkenbond, een fatale slag toebracht”, en dat dit de weg opende voor „een onscrupuleuze ontwikkeling van zelfzucht van de zijde van afzonderlijke naties”. Hij zegt: „De meeste naties werden aangedreven tot de redeloze — doch begrijpelijke — gevoelloosheid gebaseerd op zelfbehoud die men ook ziet in het gedrag van een menigte die in paniek is geraakt.” — Europa zwischen den Kriegen, blz. 237.

Deze houding werd waarschijnlijk nergens onverholener tot uitdrukking gebracht dan in een toespraak van Heinrich Himmler van nazi-Duitsland enkele jaren later. „Eerlijkheid, fatsoen, trouw en kameraadschap”, zei hij, „moeten worden betoond in de omgang met diegenen van hetzelfde bloed maar aan niemand anders. Wat er gebeurt met een Rus, met een Tsjech, interesseert mij niet in het minst. . . . Of naties voorspoed hebben of als vliegen doodgaan, interesseert mij slechts voor zover wij hen nodig hebben als slaven voor onze cultuur. . . . Of 10.000 Russische vrouwen van uitputting ineenzakken terwijl zij een anti-tankgreppel graven, interesseert mij slechts voor zover de anti-tankgreppel voor Duitsland klaarkomt.”

Als zowel individuele personen als naties uiting geven aan een dergelijke ’ik eerst’-houding en zo’n minachting van Gods wet om ’de naaste lief te hebben als zichzelf’, hoe zou er dan ooit vrede kunnen worden bereikt of in stand gehouden kunnen worden? (Lukas 10:27) „Overvloedige vrede behoort hun toe die uw wet liefhebben”, zegt de bijbel in Psalm 119:165. Maar aangezien deze liefde ontbrak, konden de naties gemakkelijk in een positie gemanoeuvreerd worden voor een nieuwe oorlog. Het is veelbetekenend dat zowel een gebrek aan liefde als een ’ik eerst’-houding kenmerkend zouden zijn voor „de laatste dagen” van Satans goddeloze samenstel. — 2 Timótheüs 3:1-5; Matthéüs 24:3, 12.

In wie moet de mens zijn vertrouwen stellen?

Veroorzaakte de duidelijk verslechterende wereldsituatie een terugkeer tot de God van wie de mensen zich in de jaren ’20 hadden afgekeerd? In sommige gevallen gebeurde dat inderdaad. Veel mensen stelden zich open voor de boodschap die werd bekendgemaakt door Jehovah’s Getuigen, zoals de naam luidde die in 1931 werd aangenomen door christenen die verbonden waren met het Wachttorengenootschap. Maar de naties als geheel waren onontvankelijk, en stelden hun vertrouwen niet in God maar in „grote” mannen.

Aan het begin van de jaren ’30 bijvoorbeeld won Mohandas Gandhi steeds meer aanhang in India met zijn verscherpte geweldloze campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid. Velen hoopten dat de onafhankelijkheid van het Britse gezag waarnaar hij streefde, zou leiden tot een stabiel en vredig India. Gebeurde dat ook?

In datzelfde jaar werd de Chinese president Tjiang K’ai-sjek lid van de Methodistische Kerk. Velen hoopten dat zijn bekering tot het christendom de weg zou openen voor een nauwe band tussen China en de zogenaamd christelijke, westerse landen. Gebeurde dat ook?

In 1932 vierde Mussolini tijdens een in het Vaticaan gehouden ceremonie, het feit dat hij tien jaar aan de macht was. Velen hoopten dat de daar geschonken pauselijke zegen gelovige Italianen, hun ’duce’ en hun land blijvende zekerheid en bescherming zou garanderen. Gebeurde dat ook?

Eveneens in 1932 beloofde Franklin D. Roosevelt, de nieuwgekozen president van de Verenigde Staten, zijn landgenoten een New Deal (een herschudden van de kaarten) om het land nieuw leven in te blazen. Een jaar later gaf hij de hoofdlijnen aan voor de Amerikaanse ontwapeningsplannen en deed een beroep op de wereld om alle aanvalswapens af te schaffen. Velen hoopten dat zijn hervormingsplannen zouden leiden tot een beëindiging van werkloosheid en armoede en ook tot vrede. Gebeurde dat ook?

In 1933 werd Hitler Duitslands nieuwe rijkskanselier. Kort daarna, in zijn zogenaamde Vredestoespraak, een van de meest effectieve die hij ooit heeft gehouden, bestempelde hij oorlog als „grenzeloze waanzin” die oorzaak zou worden van „de ineenstorting van de huidige maatschappelijke en politieke orde”. Hij benadrukte Duitslands bereidheid om in harmonie met Roosevelts voorstel te ontwapenen en zei: „Duitsland is bereid elk formeel non-agressiepact te sluiten omdat zij er niet aan denkt aan te vallen maar slechts zekerheid wil verwerven.” Velen hoopten dat deze politiek de eer en de waardigheid van de Duitse natie zou herstellen en door vreedzame middelen het regime van haar dynamische leider voor duizend jaar zeker zou stellen. Gebeurde dat ook?

En dan was er nog die „grote” organisatie, de Volkenbond. Daarover zei het tijdschrift The Watchtower van 15 mei 1932: „De koningen der aarde verenigen zich op aanraden van de geestelijkheid . . . in een Volkenbond en vertrouwen daarin en in het vernuft van de mens om de verbijsterde en lijdende wereld uit haar huidige dilemma te bevrijden.” Velen hoopten — hoewel Jehovah’s Getuigen daar niet toe behoorden — dat de Bond inderdaad de wereld uit haar dilemma zou verlossen. Gebeurde dat ook?

Meer dan tweeduizend jaar geleden schreef de psalmist: „Vertrouw niet op grote mannen — louter stervelingen die geen hulp kunnen bieden.” Bent u het, terugkijkend, niet met de wijsheid van deze woorden eens? — Psalm 146:3, Moffatt.

Als er nu eens geen depressie was geweest . . .

„Het zou een dwaze en al te eenvoudige voorstelling van zaken zijn om alle verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de jaren dertig aan de depressie toe te schrijven”, aldus de auteurs van het boek The United States and Its Place in World Affairs 1918-1943. „Toch”, zo geven zij toe, „bepaalden de wijdverbreide armoede en onzekerheid van de magere jaren het decor, verschaften ze de acteurs enkele krachtige stukken tekst, voegden ze aan het tragische verhaal enkele grote scènes toe en gaven ze het publiek nieuwe helden om toe te juichen of nieuwe schurken om uit te fluiten.” Zij concluderen dat er zonder depressie zeer waarschijnlijk geen tweede wereldoorlog zou zijn geweest.

Maar er was een wereldomvattende depressie, en er was een tweede wereldoorlog. Het is dus heel duidelijk dat de Volkenbond er, ondanks de religieuze ondersteuning, niet in is geslaagd in overeenstemming met zijn doel de vrede te handhaven. Vanaf zijn allereerste begin was de Bond ten dode gedoemd. Maar hij zou niet snel sterven. Hij zou langzaam zijn dood tegemoet wankelen. Lees daarover in onze volgende uitgave.

[Kader op blz. 26]

Andere gebeurtenissen die het nieuws haalden

1929 — Voor de eerste maal in Hollywood

onderscheidingen (Oscars) uitgereikt door de

Academy of Motion Picture Arts and Sciences

1930 — De planeet Pluto ontdekt

Uruguay de eerste winnaar van de Wereldcup

voetbal

1931 — Overstroming in China eist 8000 levens en maakt

23 miljoen dakloos

Meer dan 2000 doden bij aardbeving in Nicaragua

Het op dat moment hoogste gebouw ter wereld, het

Empire State Building in New York, voltooid

1932 — Ontdekking van het neutron en van deuterium

(zwaar water) leidt tot ontstaan van kernfysica

1933 — Duitsland trekt zich terug uit de Volkenbond;

Hitler uitgeroepen tot rijkskanselier; eerste

concentratiekamp, in Dachau, geopend; concordaat

tussen Duitsland en het Vaticaan getekend;

openbare verbranding van ongewenste boeken in

Berlijn

1934 — FBI (het federale recherche-orgaan) in Verenigde

Staten georganiseerd ter bestrijding van het

gangsterdom

Chinese Rode Leger begint met zo’n 90.000

soldaten aan zijn Lange Mars naar Jèn-an

[Illustratie op blz. 25]

In korte tijd waren miljoenen zonder werk

[Verantwoording]

A. Rothstein/Dover

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen