De wereld sinds 1914
Deel 1: 1920-1928 De „Roaring Twenties” — een stilte voor de storm
In 1984 publiceerde Ontwaakt! drie artikelen over de Eerste Wereldoorlog. In een serie van acht artikelen willen wij nu een beschrijving geven van enkele van de belangrijkste gebeurtenissen die zich sinds die oorlog hebben voorgedaan. Deze gebeurtenissen zijn van invloed geweest op een ieder die thans leeft, en ze zijn van grotere betekenis dan velen van ons wellicht denken. Wij zijn er zeker van dat u DE WERELD SINDS 1914, waarvan hier nu deel één volgt, met genoegen zult lezen.
DE MEESTEN „beseften niet dat zij getuige waren van het keerpunt in de moderne geschiedenis”, zegt historicus Hans Kohn over de uitwerking van de eerste totale oorlog in de geschiedenis van de mensheid, de Eerste Wereldoorlog. Hij legt uit dat zelfs na de oorlog „weinigen zich bewust waren van de ingrijpende revolutie die zich had voltrokken in de geest van de volkeren over de hele aarde, of van het feit dat deze ommekeer weldra tot uiting zou komen in een herordening van de nationale en internationale samenleving”. En waarom zouden zij? Het decennium van 1910 leek zo positief te eindigen.
Was er niet in 1919 formeel een einde gekomen aan de oorlog toen tijdens de Parijse Vredesconferentie het Verdrag van Versailles was ondertekend? Had deze conferentie niet gezorgd voor de oprichting van een Volkenbond die ten doel had de wereld te verenigen in vrede? Was niet de plechtige inauguratie op 16 januari 1920 reden genoeg om te geloven dat een nieuwe wereldoorlog nu vermeden kon worden?
De „Roaring Twenties” — een passende benaming
De zorgeloze wereld van de „Gay Nineties” (de ’vrolijke jaren negentig’, zoals het decennium na 1890 werd genoemd) werd ten laatste verwoest door de wereldomvattende nachtmerrie die in 1914 begon. Nu die oorlog voorbij was, wilden gedesillusioneerde mensen hem zo gauw mogelijk vergeten. Vooral in Europa werd de situatie gekenmerkt door politieke verwarring en economische chaos. Historicus R. B. Gruver zegt dat „velen van de jongeren zichzelf zagen als overlevenden van een zinloze oorlog waartoe zij door hun ouders waren veroordeeld. Wegens deze visie begonnen zij de waarden van de oudere generatie met zeer veel wantrouwen te bezien. . . . Zij gingen zich voornamelijk bezighouden met materieel succes en fysiek comfort.”
En in de Verenigde Staten? „De meeste Amerikanen”, zegt Gruver, „schenen te geloven dat roerend en onroerend goed ongelimiteerd in waarde zou blijven stijgen en dat de persoon die vandaag iets kocht, het morgen met winst kon verkopen. . . . Speculatie in effecten nam grote vormen aan [toen] kappers, stenografen en liftjongens hun kans grepen om in een groeiende economie geld te verdienen.”
Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd de zorgeloze, materialistische geest van dat tijdperk weerspiegeld in de moraal en opvattingen, alsook in de muziek van die tijd, waarover Gruver zegt: „De populaire muziek van de jaren ’20 gaf ook uitdrukking aan een verwerping van traditie en een nieuwe nadruk op spontaniteit, individualisme en sensualiteit.” Jazz, de Amerikaanse bijdrage aan de 20ste-eeuwse muziek, werd nu volwassen. Het was een soort „muziek die de verachting van een generatie vertegenwoordigde voor terughoudendheid en fatsoen”. Deze verwerping van lang aanvaarde gedragsregels en waarden maakte dat de schrijver F. Scott Fitzgerald naar de jaren ’20 verwees als het jazz-tijdperk. En met dezelfde snelheid waarmee jazz over de hele wereld ingang vond, werd ook de genotzuchtige houding die erdoor vertegenwoordigd werd, gemeengoed.
Er kan verschil van mening bestaan over de vraag wie deze naoorlogse periode het eerst de „Roaring Twenties” heeft genoemd. Maar men kan het echter moeilijk oneens zijn over de toepasselijkheid van de aan deze luidruchtige, uitbundige periode gegeven naam. Eén definitie van het Engelse woord „roaring” is ook: „Gekenmerkt door welvaart . . . in het bijz[onder] van tijdelijke aard”. Dat past zeer beslist bij de jaren ’20. Het waren jaren die gekenmerkt werden door welvaart en voorspoed en ze werden gekarakteriseerd door een teugelloze jacht op genoegens, rijkdom en bevrediging. Lang voordat dat decennium echter voorbij was, gaven de waarschuwingssignalen te kennen dat de „goede tijden” slechts tijdelijk van aard waren.
Samenpakkende wolken van politieke spanningen
Gedurende de jaren ’20 hield de Volkenbond zich bezig met zijn netelige taak de vrede te bewaren. Dit was buitengewoon moeilijk. Gerhard Schulz, hoogleraar in de moderne geschiedenis aan de Duitse Universiteit van Tübingen, verklaart: „De aanvankelijke politieke, morele en economische lasten van de vrede werden verzwaard door het feit dat het nationalisme de wereldoorlog had overleefd, in feite zelfs opnieuw was aangewakkerd.” In Italië werd het nationalisme opnieuw aangewakkerd in de vorm van het fascisme onder Benito Mussolini, terwijl het in Japan gebeurde in de vorm van grotere militaire invloed. In China begon het communisme aan invloed te winnen, nadat het in Rusland, na de Oktoberrevolutie in 1917, zijn macht had geconsolideerd. Al dit nationalisme werkte tegengesteld aan de belangen van de Volkenbond.
Intussen kregen in Duitsland de nationaal-socialisten, die later bekend zouden worden onder de — oorspronkelijk spottend bedoelde — bijnaam „nazi’s”, steeds meer aanhang. In 1928 sprak hun aandacht trekkende leider, Adolf Hitler, zich onverbloemd uit voor het opnieuw aanwakkeren van het nationalisme toen hij verklaarde: „Ons volk moet allereerst worden bevrijd van de hopeloze verwarring van internationalisme, en weloverwogen en stelselmatig worden geoefend in fanatiek nationalisme. . . . Er bestaat slechts één recht in de wereld, en dit recht is gelegen in iemands eigen kracht.”
In de Verenigde Staten stak het nationalisme de kop op in de vorm van het isolationisme. Steeds meer Amerikanen waren ervoor Europa in zijn eigen vet gaar te laten koken. Zij waren ook tegen lidmaatschap van „het heilloze ding met een heilige naam”, zoals sommigen de Volkenbond noemden. In weerwil van president Wilsons pleidooien boog het Congres voor de toen heersende geest en stemde in 1920 tegen het lidmaatschap van de VS.
De wezenlijke gevaren die in deze samenpakkende wolken van politieke spanning verscholen zaten, werden vergroot door het feit dat ze grotendeels onopgemerkt bleven, of eenvoudig genegeerd werden. Niettemin legden ze de basis voor een storm die angstwekkender en verwoestender zou zijn dan ooit iemand had ervaren.
Stormwinden van sociale veranderingen
De dreigende politieke wolken gingen vergezeld van stormwinden van sociale veranderingen. Zienswijzen en maatstaven veranderden naarmate mensen werden meegesleept door een tot dusver ongekende consumptiemarkt. Voor het eerst konden moderne gemakken zoals auto’s, radio’s en koelkasten in voldoende hoeveelheden worden geproduceerd om iedereen te voorzien. Om de verkoop ervan te stimuleren ontwikkelde de reclame-industrie zich al gauw tot een miljardenbedrijf. De reclame introduceerde gemakkelijk verkrijgbaar krediet en het kopen op afbetaling en streefde ernaar mensen over te halen tot het kopen van dingen die zij wellicht niet nodig hadden en misschien niet eens wilden, en dat met geld dat zij waarschijnlijk niet bezaten.a In de radio zag ze een krachtig medium om haar doel te bereiken en ze benutte dat medium ten volle.
Al de nieuwerwetse snufjes die er nu zijn, hoezeer ook tijd- en energiebesparend, werden niet altijd op prijs gesteld; evenmin de luie, gemakzuchtige, verwende neigingen waartoe ze volgens sommigen aanmoedigden. Eén bejaarde dame bijvoorbeeld was zeer ontstemd toen zij in haar kruidenierswinkel voor het eerst gesneden brood aantrof. In ongeloof haar hoofd schuddend, mompelde zij: „Wat moet er toch van de wereld komen als de mensen al te lui worden om hun eigen brood te snijden.” Wat zou zij vandaag de dag denken?
Maar de situatie was in werkelijkheid veel ernstiger. De gemakkelijke verkrijgbaarheid van produkten die door de reclamewereld zo aantrekkelijk werden voorgesteld, leidde de aandacht van de mensen langzamerhand af van geestelijke behoeften en richtte ze op materiële zaken. De georganiseerde religie was reeds lang in gebreke gebleven de benodigde geestelijke leiding te geven en kon slechts machteloos toekijken hoe mensen van God afdreven. Steeds meer mensen begonnen menselijke theorieën en filosofieën te propageren. Gruver vertelt ons hoe bijvoorbeeld Sigmund Freuds „nieuwe wetenschap van de psychoanalyse een generatie boeide die bovenmatig geïnteresseerd was geraakt in zichzelf en in de eigen ervaringen”.
Ook Darwins evolutietheorie droeg ertoe bij het geloof in God en in de bijbel te ondermijnen. De uitwerking daarvan op de wereldgeschiedenis mag niet worden onderschat, zoals blijkt uit het boek Europa zwischen den Kriegen. Het noemt Hitler een „onvervalst sociaal-darwinist” die sterk geloofde dat overleving van de sterksten een natuurwet is. „Oorlog”, zo verklaart Hermann Graml, de schrijver van het boek, „was naar zijn opvatting een volkomen normale vorm van betrekkingen tussen naties, noodzakelijk voor het versterken van het eigen volk, een toestand die de ware staatsman herhaaldelijk zelf zou proberen teweeg te brengen.”
Natuurlijk liet niet iedereen toe dat zijn geloof in God en in zijn Woord werd verzwakt door de stormwinden van sociale veranderingen. Sommigen maakten gebruik van nieuwe technologieën, zoals de radio, om hen te helpen hun Schepper te verdedigen. Dit stond in scherp contrast met degenen die de radiogolven louter gebruikten voor het najagen van zelfzuchtige commerciële belangen. In 1924 stelde een groep christenen, verbonden aan de Watch Tower Society, voor het eerst WBBR in gebruik, het eerste niet-commerciële radiostation van de stad New York. Zij bleven het station gebruiken tot 1957, op welk tijdstip het werd verkocht na meer dan drie decennia lang het doel en de belangen van Gods koninkrijk te hebben gediend.
De luidruchtige jaren ’20 en „een brullende leeuw”
Mensen die „zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, . . . aanmatigend zijn, . . . met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten”. Een beschrijving van de „Roaring Twenties”, de luidruchtige jaren ’20? Inderdaad, alhoewel de christelijke apostel Paulus deze woorden bijna tweeduizend jaar geleden optekende. Dat de hier genoemde menselijke zwakheden sterker tot uiting kwamen in de op geld georiënteerde, genotzieke, geestelijk arme maatschappij van de jaren ’20 van onze eeuw, is geen toeval. Het was een onmiskenbaar teken dat de wereld in de tijdsperiode was aangeland die de apostel Paulus „de laatste dagen” noemde. Het geeft ook te kennen dat „de Duivel . . . als een brullende leeuw” bezig was zijn activiteit op te voeren om de mensen van hun Schepper af te keren. — 2 Timótheüs 3:1-5; 1 Petrus 5:8.
Om dit tegen te gaan, begonnen de met het Wachttorengenootschap verbonden christenen hun eigen activiteit ter verdediging van de ware religie op te voeren. In 1922 intensiveerden zij een campagne die ten doel had Gods toekomstige koninkrijk bekend te maken. In 1927 bouwden zij, om het drukken van bijbelse lectuur te vergemakkelijken, hun eigen drukkerij in Brooklyn. Het aantal „bekendmakers” was nog klein, maar in 1928, toen de ’voorspoedige’ en uitbundig-luidruchtige jaren ’20 ten einde liepen, predikten 44.080 van hen Gods koninkrijk in 32 landen over de hele wereld. De „brullende leeuw” was niet bij machte dit te verhinderen.
Hun boodschap was overal gelijk: de dwaasheid om vertrouwen te stellen in materialisme, menselijke theorieën of politieke organisaties, zoals de Volkenbond, in plaats van in Gods koninkrijk. The Watch Tower van 15 juli 1926 verklaarde onomwonden dat de Volkenbond tegen God gekant was, zeggend: „De goedkeuring ervan door de geestelijken, als een vervanging voor het Messiaanse koninkrijk, heeft bewerkt dat er grote duisternis is neergedaald over de volken der wereld. . . . De Heer voorzei van deze bond de geboorte, het korte bestaan en het eeuwigdurende einde. — Openbaring 17:10, 11; Jesaja 8:9, 10.”
Deze christenen waren ervan overtuigd dat de storm van Gods oordeelsdag snel naderbij kwam. Maar er was eerst een ander soort storm op til waarmee de uitbundige en voorspoedige jaren ’20 zouden eindigen, een financiële storm, een die onverwachts en met plotselinge snelheid zou komen aanrazen. Deze storm zou op zijn beurt de weg banen voor een politieke storm die aan het woord „oorlog” een nieuwe betekenis zou geven. Lees deel twee van deze serie in de volgende Ontwaakt!: „Wereldcrisis en opnieuw op weg naar oorlog”.
[Voetnoten]
a Een halve eeuw later zei Daniel Bell, een socioloog van de Harvard-universiteit, hierover: „Een van de meest duivelse uitvindingen van de huidige tijd was het kopen op afbetaling. . . . Eens was het hard werken en dan kopen. Nu is het ogenblikkelijke bevrediging door middel van krediet.”
[Kader op blz. 14]
Andere opmerkelijke ontwikkelingen
1919 — Oostenrijk, Frankrijk, Nederland, Zweden, Spanje en
Joegoslavië gaan over tot de achturige werkdag
1920 — In India verkrijgt Mohandas Gandhi steun voor zijn
geweldloze protestbeweging
Verenigde Staten verlenen vrouwen het kiesrecht (op zijn
minst 13 andere landen waren eerder, waaronder
Nieuw-Zeeland in 1893)
1921 — Insuline voor de behandeling van suikerziekte wordt
ontdekt
Ierland verdeeld in de Ierse Vrijstaat en Noord-Ierland
1922 — Formele oprichting van de Unie van Socialistische
Sovjet-Republieken
1923 — Meer dan honderdduizend gedood bij aardbeving in Tokio
1924 — Tienmiljoenste Ford rolt van de assemblagelijn in
Detroit; het T-model kost minder dan $300
1925 — De eerste proeven met televisie vinden plaats in
Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten
1926 — De eerste succesvolle raketvlucht op vloeibare
brandstof; raket vliegt 56 meter in 2,5 seconde
1927 — Charles Lindbergh maakt de eerste non-stop-solovlucht
van New York naar Parijs
Belgische astronoom Georges Lemaître formuleert de
’Big Bang’-theorie over het uitdijend heelal
Eerste sprekende Hollywoodfilms geproduceerd
1928 — Penicilline ontdekt
Walt Disneys eerste Mickey Mouse-film
Kingsford Smith en zijn metgezellen maken de eerste
vlucht over de Grote Oceaan
[Illustratie op blz. 13]
Vrolijkheid en losbandige uitzinnigheid karakteriseerden de „Roaring Twenties”
[Verantwoording]
The Bettmann Archive
[Illustratie op blz. 15]
J. F. Rutherford, president van de Watch Tower Society, gebruikte de radio vanaf 1922 om Gods koninkrijk aan te kondigen