Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/9 blz. 6-10
  • Bestaat er genezing voor geestesziekten?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bestaat er genezing voor geestesziekten?
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Behandeling met medicijnen
  • Problemen door bijwerkingen
  • Alternatieve behandelingsmethoden
  • Troost voor de geesteszieken
  • De geheimen van geestesziekten ontsluieren
    Ontwaakt! 1986
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1987
  • Zwaarmoedigheid — Wanneer een christen erdoor getroffen wordt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Wat valt er te bereiken met hormonen, vitaminen en mineralen?
    Ontwaakt! 1975
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/9 blz. 6-10

Bestaat er genezing voor geestesziekten?

„Zij brachten me naar het ziekenhuis”, herinnert Irene zich. „Ik vond het fijn om dingen uit te praten met de psychiaters, maar veel hielp het niet. Toen gaven zij me een elektroshockbehandeling. Doodsangsten stond ik uit. Maar ook dat had weinig resultaat.

Mijn man haalde mij toen over om bij hem in de auto te stappen. Ik dacht dat ik naar huis ging. Maar wij stopten voor een groot complex met zeer oude stenen gebouwen. ’Wat is dit?’ vroeg ik mijn man. ’Ik wil dat je hier naar binnen gaat en met iemand praat’, zei hij. Toen drong het tot mij door dat het een psychiatrische inrichting was . . .”

IRENES ziekte openbaarde zich in 1955 — net toen de geestelijke gezondheidszorg een revolutionaire ontwikkeling doormaakte. Er werden nieuwe medicijnen ontwikkeld om trauma’s als gevolg van operatieve ingrepen tegen te gaan. Artsen ontdekten dat wanneer geesteszieken met deze zelfde medicijnen werden behandeld, „patiënten voor wie voorheen isoleercellen of dwangbuizen nodig waren, nu zonder toezicht konden. . . . De medicijnen hieven bepaalde soorten psychosen volkomen op” (The Brain, door dr. Richard M. Restak). De revolutionaire uitwerking van deze medicijnen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg kan opnieuw worden geïllustreerd aan het geval van schizofrenie.

Irenes artsen probeerden een nieuw antipsychotisch geneesmiddel uit. Waar gespreks- en elektroshocktherapieën hadden gefaald, had de toediening van medicijnen wel succes. Irene, en duizenden andere patiënten, konden de psychiatrische inrichtingen verlaten en naar huis terugkeren.

Behandeling met medicijnen

Artsen wisten niet hoe de medicijnen werkten. Maar het scheen dat ze de receptoren in de hersenen blokkeerden die normaal gesproken de chemische stof dopamine opnemen. Toen op deze wijze de werking van dopamine werd onderdrukt, ging de toestand van sommige patiënten vooruit. Als er middelen werden toegediend die de werking van dopamine in de hersenen versterkten, verging het de patiënten vaak slechter. Zo begon men meer inzicht te krijgen in de chemische processen van geestesziekten. (Zie kader.)

Er is nog veel onbekend over schizofrenie. Maar het voorschrijven van antipsychotische medicijnen is ingeburgerd geraakt als een doeltreffende therapie. Helaas, zo zeggen artsen, zal ongeveer een derde van de schizofreniepatiënten niet op de medicijnen — of op enige andere behandeling — reageren. Ook benadrukken zij dat in het gunstigste geval de medicijnen de schizofrenie onder controle houden — niet genezen — doordat ze de heftigste, acute symptomen van de ziekte onderdrukken of wegnemen. Niettemin vormen ze een reusachtige verbetering ten opzichte van operatief ingrijpen of dwangbuizen.

Waarom zou men dan patiënten die deze medicijnen gebruiken, als willoze figuren of verslaafden bezien? Antipsychotische middelen werken niet verslavend, maken een patiënt niet ’high’ en worden evenmin als genotmiddel gebruikt. Dr. E. Fuller Torrey vergelijkt antipsychotische middelen met „insuline voor een suikerpatiënt”. En dr. Jerrold S. Maxmen concludeert: „Mensen die zulke middelen slikken zijn niet ’op de vlucht voor hun problemen’, maar zien ze onder de ogen.”

Irene kwam er echter al spoedig achter dat er ook nadelen aan deze medicijnen verbonden zijn.

Problemen door bijwerkingen

„Ik voelde mij net een levende dode”, herinnert Irene zich. „Ik kon niet normaal functioneren. Ik kan mij herinneren dat ik soms wel 16 uur per dag sliep.” De kwaliteit van Irenes leven ging achteruit. Zij probeerde van de medicijnen af te komen — met als enig resultaat dat zij weer in een psychiatrische inrichting belandde.a

Sommige patiënten ondervinden inderdaad nadelige reacties, variërend van rusteloosheid, duizeligheid en slaperigheid tot geelzucht, shock en gewichtstoename. Een van de onwenselijke reacties is tardieve dyskinesie, die 10 tot 20 procent van de patiënten treft die langdurig worden behandeld met antipsychotische medicijnen. Deze personen krijgen last van onwillekeurige spiertrekkingen van de aangezichts- en mondspieren.

Aangezien artsen niet kunnen voorspellen hoe een patiënt op bepaalde geneesmiddelen zal reageren, is het voorschrijven daarvan tot op zekere hoogte een kwestie van experimenteren. Een psycholoog van een kliniek vertelde Ontwaakt!: „Artsen proberen misschien drie of vier verschillende medicaties uit voordat zij een effectief middel vinden met de minste bijwerkingen.”

Gelukkig kunnen de meeste problemen met bijwerkingen binnen de perken worden gehouden. In Irenes geval verrichtte een eenvoudige verandering van de voorgeschreven medicijnen wonderen. Haar duizeligheid en ook haar waandenkbeelden verdwenen. Zij verliet de psychiatrische inrichting en begon weer een normaal leven te leiden! Bijna 30 jaar lang bleef zij evenwichtig — totdat zij probeerde van de medicijnen af te komen. Zij zegt: „Ik dacht dat ik genezen was. Maar na een jaar ging mijn denken weer op de loop. Mijn arts zei: ’Neem je medicijnen weer in.’” Een geringe prijs om haar leven weer in het gareel te brengen.

Niet allen reageren met zoveel succes op medicijnen, en de medicijnen werken vaak erg langzaam. Ook hebben sommige patiënten een grondige afkeer van medicijnen. Maar wanneer de optredende symptomen zo ernstig zijn dat zij niet normaal kunnen functioneren, zou het een keuze kunnen betekenen tussen het slikken van medicijnen en verblijf in een psychiatrische inrichting.

Alternatieve behandelingsmethoden

Het is interessant dat suiker, tarwe, melk en lood, alsook vitaminetekorten alle zijn genoemd als de veroorzakers van emotionele stoornissen. Hierdoor rijst de mogelijkheid de behandeling van schizofrenie in de voeding te zoeken. Een dergelijke benadering is reeds tot op zekere hoogte succesvol gebleken bij de behandeling van depressiviteit. En sommige onderzoekers — onder wie de Nobelprijswinnaar Linus Pauling — beweren dat grote doses vitaminen de symptomen van schizofrenie bij sommige patiënten aanzienlijk hebben verminderd. Dit wordt orthomoleculaire psychiatrie genoemd.

Het idee schijnt velen — tenminste in beginsel — deugdelijk toe. Orthomoleculaire psychiaters wijzen erop dat een ziekte genaamd pellagra, veroorzaakt door een gebrek aan vitamine B, psychotische symptomen veroorzaakt. De genezing? Grote doses van de vitamine niacine. Maar werkt een dergelijke behandeling ook bij schizofrenie? Tot nu toe zijn orthomoleculaire psychiaters er niet in geslaagd hun meer behoudende collega’s te overtuigen.

Een rapport van de NIMH (het Amerikaanse Nationale Instituut voor de Geestelijke Volksgezondheid) waarschuwde: „Hoewel de theorie van de orthomoleculaire psychiatrie naar het zich laat aanzien een potentieel terrein voor research en onderzoek heeft opgeleverd, worden de huidige aanspraken op therapeutische werkzaamheid niet of nauwelijks gesteund door [wetenschappelijke] studies.” Het spreekt voor zich dat evenwichtige, goede voeding verstandig is. Een arts kan echter waarschijnlijk het beste bepalen of er een ernstig vitaminetekort bestaat.

Dr. David Shore, een onderzoeker van de NIMH-werkgroep voor schizofrenie, leek de houding van de traditionele medische wetenschap samen te vatten toen hij Ontwaakt! vertelde: „Iedereen zou graag willen dat er een gemakkelijke oplossing voor schizofrenie bestond — zoals vitaminen of een dialyse.b Maar zo eenvoudig ligt het gewoon niet. Was het maar zo.”

Men dient echter alle medische therapieën met gepaste voorzichtigheid te benaderen en op zijn hoede te zijn voor sensationele beloften. „Iedereen die onervaren is, hecht geloof aan elk woord, maar de schrandere geeft acht op zijn schreden” (Spreuken 14:15). Aanvaard geen enkele therapie blindelings. Neem als er medicijnen worden voorgeschreven de tijd om u op de hoogte te stellen van de mogelijke reacties en bijwerkingen.

Troost voor de geesteszieken

Omdat wij in „kritieke tijden [leven] die moeilijk zijn door te komen”, staan mensen thans aan heel wat druk bloot (2 Timótheüs 3:1; Lukas 21:26). En aangezien wij allen onderhevig zijn aan de verzwakkende gevolgen van zonde en onvolmaaktheid, hoeft het ons niet te verbazen dat het zelfs wel voorkomt dat godvrezende personen aan geestesziekten gaan lijden. — Romeinen 5:12.

Maar te weten dat een mentale stoornis een ziekte is, kan ons helpen er een evenwichtige kijk op te behouden. Irene bijvoorbeeld was bang dat haar ziekte veroorzaakt werd door een aanval van demonen. Hoewel het mogelijk is dat in sommige gevallen demonenkrachten er iets mee te maken hebben, leert de bijbel ons niet dat alle ziekten door de demonen worden veroorzaakt (Efeziërs 6:12; vergelijk Matthéüs 4:24; Markus 1:32-34; Handelingen 5:16). Wanneer iemand stemmen hoort of een bizar gedrag aan de dag legt, zal daar vaker wel dan niet een ziekte zoals schizofrenie aan ten grondslag liggen.

Irene was enorm opgelucht te horen dat haar ziekte niet door de demonen werd veroorzaakt. Zij zocht medische hulp en vond enige verlichting. Maar bedenk dat in de bijbel over een bepaalde zieke vrouw verteld wordt dat „vele geneesheren . . . haar veel pijn [hadden] bezorgd en zij had haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; het was eerder nog erger met haar geworden”. Slechts Jezus Christus was in staat haar te genezen (Markus 5:25-29). De huidige medische wetenschap is eveneens aan beperkingen onderhevig. Uiteraard kan men redelijke stappen ondernemen om een mate van verlichting te krijgen. Maar in plaats van terecht te komen in een tredmolen van zoeken naar een ongrijpbare genezing, moeten sommigen eenvoudig met het probleem leren leven en het verduren.

De wetenschap dat God zich ten zeerste om ons bekommert, kan echter veel bezorgdheid van ons wegnemen (1 Petrus 5:6, 7). „Jehovah heeft mij onder deze en vele andere beproevingen staande gehouden”, zegt Irene. Ook ziet zij uit naar een toekomstig nieuw samenstel onder Jezus Christus waarin „geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek’” (Jesaja 33:24; 2 Petrus 3:13). „Dat ik mijn ogen gericht heb gehouden op de prijs van eeuwig leven in het Paradijs dat nu zo dichtbij is, heeft mij geholpen standvastig te zijn.” Haar geloof helpt haar meer dan alle geneesmiddelen die artsen te bieden hebben.

[Voetnoten]

a Niet minder dan 80 procent van de schizofreniepatiënten die hun medicijnen niet meer gebruiken, komt weer in het ziekenhuis terecht.

b Hier wordt gedoeld op een methode die veel publiciteit heeft gekregen, waarbij gebruik wordt gemaakt van hemodialyse om toxinen uit het bloed weg te filteren die naar men beweert schizofrenie veroorzaken. De behandeling heeft tot dusver de toets van kritisch wetenschappelijk onderzoek niet doorstaan.

[Kader op blz. 7]

De chemie achter schizofrenie

Ons brein is een ongelooflijk complex communicatienetwerk van miljarden neuronen of zenuwcellen. Niettemin zijn de neuronen niet echt met elkaar verbonden. Een kloof, die slechts een dertigduizendste millimeter breed is, scheidt hun tentakelachtige uitlopers of dendrieten. Wil er een vlotte doorstroming van zenuwimpulsen plaatsvinden, dan moeten er signalen over deze kloof heen kunnen springen. Om dit te bewerkstelligen laat de cel een bataljon chemische „boodschappers”, neurotransmitters genaamd, vrijkomen. Deze „zwemmen” over de kloof heen en hechten zich aan speciale receptoren, waarvan elk op een specifieke chemische stof afgestemd is.

In een normaal brein vinden al deze activiteiten op een gelijkmatige en ordelijke wijze plaats. Bij schizofrene personen schijnt de prikkeloverdracht echter uit de hand te lopen. Sommigen denken dat een overschot aan dopamine de neuronen te sterk stimuleert waardoor ze soms wel, soms niet of op het verkeerde moment hun werk doen. Onsamenhangende gedachten kunnen het gevolg zijn. Vreemd genoeg echter hebben niet alle schizofrenen een hoog dopamineniveau in hun hersenen. Zouden sommige hersenen gewoon overgevoelig zijn voor dopamine? Of bestaan er verschillende soorten schizofrenie? Of zou het kunnen zijn dat nog een andere chemische stoornis haar invloed bij die van dopamine voegt?

Niemand weet het. En evenmin weet iemand of niet goed verlopende chemische processen schizofrenie veroorzaken of andersom. De chemische processen in de hersenen vormen slechts één onderdeeltje van het raadsel dat schizofrenie heet.

[Kader op blz. 8]

De controversiële elektroshocktherapie

De meest controversiële van alle behandelingsmethoden is misschien wel de elektroshocktherapie. Artsen verwijzen hier echter vaak naar met een wat milder klinkende naam: elektroconvulsietherapie of ECT. De angstwekkende wijze waarop deze procedure in films zoals One Flew Over the Cuckoo’s Nest is afgeschilderd, heeft het publiek in het algemeen bang gemaakt voor ECT. Toch ondergaan alleen al in de Verenigde Staten jaarlijks 100.000 patiënten ECT. De therapie, zo bleek uit een enquête onder psychiaters, wordt „in verreweg de meeste gevallen alleen gebruikt wanneer medicatie, gewoonlijk in grote doses en vaak in combinatie met psychotherapie, geen resultaat heeft opgeleverd”.

ECT heeft enorme veranderingen ondergaan en is dan ook niet de gruwelijke methode waarvoor ze door velen wordt gehouden. Indien ze goed wordt verricht, voelt de patiënt er niets van. Hij is verdoofd en heeft een spierverslappend middel gekregen (ter voorkoming van botbreuken). Elektroden worden op zijn hoofd geplaatst en er worden zwakke stroomstootjes door zijn hersenen gevoerd die een korte schok veroorzaken.

John Bonnage, voorlichtingsambtenaar van het APA (Amerikaans Psychiatrisch Genootschap), verwijst naar een studie van een APA-werkgroep die tot de conclusie kwam dat ECT „een van de doeltreffendste methoden voor het behandelen van depressiviteit” was. Bonnage deelde Ontwaakt! mee: „ECT wordt nog maar zelden gebruikt bij de behandeling van schizofrenie, tenzij deze met ernstige depressiviteit gepaard gaat.”

Artsen weten werkelijk niet hoe of waarom ECT werkt. Tegenstanders hebben de therapie betiteld als „het psychiatrische equivalent van een schop tegen een televisietoestel wanneer het beeld begint weg te vallen”. Er bestaan echter aanwijzingen dat ECT wellicht de prikkeloverdracht in de hersenen beïnvloedt op een wijze die overeenkomt met psychiatrische medicijnen. Critici noemen ECT gevaarlijk en hersenverminkend, en wijzen op het gevaar voor geheugenverlies en zelfs de dood. Voorstanders zeggen echter dat gewijzigde procedures deze risico’s in belangrijke mate hebben verminderd. Bovendien voeren zij aan dat gezien het grote gevaar van zelfmoord waarmee ernstige depressiviteit gepaard gaat, de voordelen van ECT veel zwaarder wegen dan de eventuele risico’s.

[Kader op blz. 10]

Freudiaanse „inzicht”-therapieën — Een hulp of een belemmering?

Dr. David Shore van de schizofrenie-werkgroep van de NIMH vertelde Ontwaakt!: „Er worden in de psychiatrie momenteel veel minder psychoanalyses en dergelijke uitgevoerd.” De reden? Een van de redenen is dat er steeds meer bewijzen komen dat Freudiaanse analyses en verwante „inzicht”-therapieën schizofrenie eenvoudig niet genezen. Freudiaanse therapieën draaien om de onbewezen veronderstelling dat geestesziekten een reactie zijn op bepaalde ervaringen, op trauma’s uit de kinderjaren die begraven zijn in de onderbewuste geest. De analyticus tracht dus in de onderbewuste geest door te dringen door middel van vragen en „vrije associatie” ten einde de patiënt te helpen inzicht te verkrijgen in de bron van zijn problemen.

Schizofrene personen hebben echter reeds problemen met communiceren. Zulke personen onderwerpen aan het doordringende onderzoek van de inzicht-therapie, komt volgens dr. E. Fuller Torrey overeen met „een overstroming op een stad afsturen die reeds door een orkaan is geteisterd”.

Er bestaat ook gevaar voor „overdracht”, waarbij een patiënt overmatig sterke gevoelens voor de therapeut kan gaan ontwikkelen. Sommigen beweren dat patiënten „verslaafd” zijn geraakt aan hun therapeuten, niet in staat om de behandeling te stoppen. Ook kan het delen van vertrouwelijkheden met iemand van de andere sekse aanleiding geven tot morele problemen.

De meeste psychiaters neigen daarom naar biologische behandelingsmethoden en bezien de klassieke psychoanalyse als verouderd voor de behandeling van schizofrenie. Sommige vormen van gesprekstherapie kunnen echter doeltreffend in combinatie met medicatie worden gebruikt om een patiënt steun te geven, hem te helpen zijn ziekte te begrijpen en om de noodzaak te benadrukken de medicijnen te blijven gebruiken. Dit is echter niet hetzelfde als een psychoanalyse.

[Illustraties op blz. 9]

Het effect van medicatie is vaak opzienbarend

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen