Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. Getrouwe getuige die zijn geloof niet had verloochend (Openb. 2:13)
5. Op de goddelijke waarschuwing reageerde hij met godvruchtige vrees (Hebr. 11:7)
8. Zevenduizend hadden hem geen aanbidding geschonken (Rom. 11:4)
10. Maar weest toch zo onschuldig als deze dieren (Matth. 10:16)
11. Hiermee vermengde wijn wilde men hem doen drinken (Matth. 27:34)
12. De koning die Mizpa indertijd had opgebouwd (Jer. 41:4-9; 1 Kon. 15:22)
13. Die van de profeet Jesaja kreeg hij aangereikt (Luk. 4:17)
15. Als het drievoudig is, kan het niet spoedig in tweeën getrokken worden (Pred. 4:12)
17. Er zijn er twee voor nodig, en weglopen voordat het zo ver komt, kan daarom de oplossing zijn (Spr. 17:14)
18. De eerste maand (Esth. 3:7)
20. Hen hebt gij altijd bij u (Joh. 12:8)
21. De kostbare steen van een vast fundament (Jes. 28:16)
23. Het was niet zonder reden dat Daniël die aan God gaf (Dan. 2:23)
24. Om Jericho te verspieden had Jozua hen uitgezonden (Joz. 6:25)
26. Zó heeft hij alles gemaakt (Pred. 3:11)
28. Het regende er zwavel en vuur (Gen. 19:24)
30. De gehele hoeveelheid (Gal. 5:9)
32. Ook doet . . . geen nieuwe wijn in oude wijnzakken (Matth. 9:17)
33. Zie, het . . . Gods, dat de zonde der wereld wegneemt! (Joh. 1:29)
35. Gebouwd toen het geduld van God wachtte (1 Petr. 3:20)
36. In toorn zal Jehovah de natiën gaan . . . (Hab. 3:12)
37. Zij noemde haar eigen man „heer” (1 Petr. 3:6)
39. Geneesheer (Kol. 4:14)
40. Verdorven zijn hun wegen, en dit is wat zij aanrichten (Rom. 3:16)
Verticaal
1. Vader (Rom. 8:15)
2. Elke zal worden weggewist (Openb. 7:17)
3. Niet allen zagen in hem een redder (1 Sam. 10:26, 27)
4. Het zijn niet de doden die dit doen (Ps. 115:17)
6. Heliopolis, „Stad van de zon”, noemden de Grieken deze stad waar Potifera priester was van de zonnegod Ra (Gen. 41:45)
7. De heilige geest, die de Vader zal zenden (Joh. 14:26)
9. Het land van Nimrod (Micha 5:6; Gen. 10:11, 12)
10. Sta op en . . ., o dochter van Sion (Micha 4:13)
13. Zo dient onze aanbidding er in Gods ogen uit te zien (Jak. 1:27)
14. Een van de stenen op het borststuk der rechtspraak dat de hogepriester van Israël droeg (Ex. 28:18)
16. Waaraan geen eer verbonden is (Rom. 9:21)
19. Kenmerk van leven (Ezech. 37:10)
21. Tweehonderd sikkelen, meer dan twee kilo, woog het (2 Sam. 14:26)
22. Jozua, aan wie Mozes het bevel overdroeg, was eerst diens . . . (Num. 11:28; Deut. 31:23)
24. Ze zijn geen hulp bij het bepalen van een koers, sterren zonder vaste . . . (Jud. 13)
25. Twaalf zonen kreeg hij, twaalf oversten naar hun clans (Gen. 25:16)
27. Instemming, „zo zij het” (1 Kor. 14:16)
29. Het reisdoel, dat op meer dan twee dagen van Berséba verwijderd was (Gen. 22:2-4)
31. Met de roede zal men de rechter van Israël op de wang . . . (Micha 5:1)
32. God heeft de dagen van uw koninkrijk geteld en er een eind aan gemaakt, was de uitlegging van dit woord (Dan. 5:26)
34. Volgens Bildad betekende een sterfelijk mens niet veel in Gods ogen (Job 25:6)
38. Dit woord moet gewoon voldoende zijn (Matth. 5:37)
Oplossing op blz. 23
Oplossing horizontaal
1. ANTIPAS
5. NOACH
8. BAÄL
10. DUIVEN
11. GAL
12. ASA
13. ROL
15. SNOER
17. RUZIE
18. NISAN
20. ARMEN
21. HOEK
23. ROEM
24. BODEN
26. FRAAI
28. SODOM
30. MASSA
32. MEN
33. LAM
35. ARK
36. DORSEN
37. SARA
39. LUKAS
40. ELLENDE
Oplossing verticaal
1. ABBA
2. TRAAN
3. SAUL
4. LOVEN
6. ON
7. HELPER
9. ASSYRIË
10. DORS
13. REIN
14. TURKOOIS
16. ONEERVOL
19. ADEM
21. HAAR
22. DIENAAR
24. BAAN
25. ISMAËL
27. AMEN
29. MORIA
31. SLAAN
32. MENE
34. MADE
38. JA