Die fascinerende schelpen
Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen
HET gebeurde in het jaar 1838 op het eiland Bohol op de Filippijnen, en het voorval deed een Brits ’gentleman’ van vreugde haast flauwvallen. De man was Hugh Cumming, een conchylioloog, ofte wel een natuurkenner die zich toelegt op de studie van schelpen. Bij die gelegenheid vond Cumming drie schelpen die men kent onder de naam Conus gloria-maris, wat „Glorie van de zee” betekent.
Al die opwinding over drie zeeschelpen? Ja, inderdaad! Voor Hugh Cumming was een verzamelaarsdroom werkelijkheid geworden. De „Glorie van de zee” is een zeldzame, prachtige en kostbare schelpesoort. Tot aan 1965 zijn er slechts 25 van gevonden. In een verzameling op de Filippijnen bevindt zich het grootste exemplaar. Zelfs in fossiele vorm kan de schelp naar verluidt meer dan $1000 waard zijn.
De Filippijnen zijn een waar paradijs voor de schelpenverzamelaar. Drie van de dertien kostbaarste schelpen ter wereld zijn uit dit land afkomstig. De publikatie Shells and the Philippines verklaart: „Verreweg het meest vermaard om de verscheidenheid van schelpdieren is het Indopacifische gebied, een onmetelijke watervlakte die zich vanaf de Rode Zee en de oostkust van Afrika via de Indische Oceaan uitstrekt tot in de Pacific voorbij Hawaii en het Paaseiland. . . . Maar het centrum van dit onmetelijke gebied en een mekka voor schelpenverzamelaars is de Filippijnse archipel met zijn duizenden eilanden, riffen, geulen, baaien, zeeën en uitermate diepe troggen voor de kust.”
Hoe ontstaan schelpen?
Schelpen dienen voornamelijk ter bescherming van weekdieren, ofte wel dieren met weke, skeletloze lichamen. Daaronder vallen slakken, St. Jacobsschelpen en oesters. Weekdieren hebben gewoonlijk inwendige organen, een kop, een voet en een op een huid gelijkende mantel. De mantel scheidt vloeibaar materiaal af waardoor zich een schelp vormt. Deze vormt zich in lagen en is harder dan glas. Om dit materiaal te kunnen snijden zijn er speciale gereedschappen nodig.
Geen twee schelpen zijn volkomen identiek. Er bestaat een overgeërfd basispatroon voor elke soort, en milieufactoren oefenen daar invloed op uit. Kleur en versiering vinden hun oorsprong in speciale klieren in de mantel. Het grootste levende weekdier met een uitwendige schelp is de doopvontschelp (Tridacna gigas). Hij kan 1,5 meter lang worden. Maar er zijn fossiele schelpen gevonden met lengten van wel 4,6 meter.
Vijf hoofdklassen
In het algemeen kan men weekdieren in vijf hoofdklassen onderverdelen. Een daarvan is Amphineura, een naam die afkomstig is van Griekse woorden die „rondom” en „zenuw” betekenen. Deze weekdieren hebben twee zenuwstrengen die rondom het lichaam liggen. Ze produceren een „pantser”-schelp die acht dekselschilden bevat die elkaar overlappen en worden bijeengehouden door een stevige gordel. De schelp dankt zijn naam aan de gelijkenis met een ouderwets harnas. Amphineura zijn vreedzame diertjes die over rotsen kruipen en daar de plantengroei afschrapen waarmee ze zich voeden. Hun enige krijgshaftige trekje is hun uitstekende vermogen zich te camoufleren.
De grootste klasse van de weekdieren wordt gevormd door de Gastropoda, een naam die afgeleid is van de Griekse woorden voor „buik” en „voet”. Ze bewegen zich voort door middel van een voet die zich onder hun lijf uitstrekt. Onder deze grote groep vallen zo’n 50.000 soorten, met inbegrip van de hooggeschatte „Glorie van de zee”. Tot deze klasse van weekdieren behoren ook de slakken, de schaalhorens, de wulken en de naaktslakken.
Gastropoda worden éénkleppigen genoemd, daar ze slechts één schelp hebben. Misschien hebt u opgemerkt dat slakkehuizen er spiraalvormig of gedraaid uitzien. De meeste Gastropoda groeien met hun windingen met de wijzers van de klok mee, hoewel sommige linksgewonden zijn. Gastropoda zijn gewoonlijk actief en eten zowel plantengroei als vlees. Als ze worden gestoord, trekken ze zich in hun schelp terug en sluiten de „deur”, een hoornachtig dekseltje dat operculum wordt genoemd.
Een andere klasse van weekdieren wordt gevormd door de Pelecypoda, een naam die afkomstig is van Griekse woorden die „bijl” en „voet” betekenen. Ze hebben een bijlvormige, gespierde voet die als voortbewegingsorgaan dient. Weekdieren van deze klasse staan bekend als tweekleppigen omdat ze twee op elkaar passende schelphelften hebben. St. Jacobsschelpen, oesters, mosselen en kokkels zijn vertrouwde vertegenwoordigers van deze groep waarvan ongeveer 10.000 soorten bekend zijn. Alle tweekleppigen zijn vegetariërs, en vele maken blijvende behuizingen door zichzelf vast te hechten aan rotsen of zich in te graven in zand of modder.
Een vierde klasse wordt gevormd door de Scaphopoda, afgeleid van Griekse woorden voor „boot” en „voet”. Er zijn ongeveer 350 soorten van dit weekdier. Ze leven in de oceaan en hebben een puntige voet die wat weg heeft van een kleine boot. Hiermee graven ze zich in het zand in, waarbij één kant van de schelp in het water omhoog blijft steken. Hun lichaam is bedekt met een enkele buisvormige schelp die aan beide zijden open is. Daarom worden ze door velen „tandschelpen” genoemd. Door middel van tentakeltjes die zich door een kleine opening naar buiten strekken, kan dit diertje kleine eetbare organismen vangen.
De vijfde klasse herkent men wellicht niet meteen als weekdieren. Ze worden Cephalopoda genoemd, een naam die is afgeleid van twee Griekse woorden die „kop” en „voet” betekenen. Deze klasse onderscheidt zich door een aantal tentakels (gewoonlijk acht of tien) die rondom de kop en de bek zijn gegroepeerd. De pijlinktvis, octopus en zeekat behoren tot deze groep. Maar van de 800 soorten Cephalopoda heeft alleen de nautilus een uitwendige schelp.
Schelpen verzamelen voor uw plezier
Lijkt het u leuk om schelpen te verzamelen? Zo ja, dan is het strand een goede plaats om ermee te beginnen. Zowel in ondiepe poelen als bij de waterlijn zijn vast vele prachtige schelpen te vinden. Laat u niet ontmoedigen door slecht weer, aangezien stormen vaak een glinsterende verzameling schelpen op het strand rondstrooien.
Het vinden van mooie schelpen vereist echter veel inspanning. U moet bereid zijn in het zand te graven, geulen en holten te onderzoeken en te speuren tussen zeewier en op zandplaten die bij eb zijn drooggevallen. Door een klein eindje de zee in te zwemmen en dood koraal en stenen om te keren, stuit u wellicht op een overvloed aan exotische ontdekkingen. U kunt ook een verscheidenheid aan schelpen vinden in de buurt van rivieren en op het land. Er zijn bijvoorbeeld land- en boomslakken met prachtige vormen en tinten.
Maar wees voorzichtig! Er zijn schelpen, de kegelhoornslakken bijvoorbeeld, die in hun kegel dodelijk giftige weekdieren herbergen. Sommige zijn carnivoren en hebben vijf of zes harpoenachtige injectienaalden waarmee ze hun prooi verlammen. Wanneer ze voedsel vermoeden, zullen ze toeslaan, ongeacht of het nu een mensenhand is of niet. De waarheid hiervan wordt beklemtoond door de dodelijke slachtoffers die er onder schelpenverzamelaars zijn gevallen. Haal de kegelvormige schelpen op met een netje of een blikje. Houd ze nooit vast aan de smalle kant.
Zorgvuldige, vakkundige reiniging zal het uiterlijk van al uw vondsten verbeteren. Enkele methoden zijn: koken, weken in loog, schoonmaken met bleekwater, het wegbikken van aangekoekt materiaal en een behandeling met zoutzuur. Als u er niet in slaagt al het vlees te verwijderen door de schelpen te koken of met behulp van haakjes of soortgelijk gereedschap leeg te peuteren, kunnen mieren vaak zorgen voor een grondige reiniging. Was de schelpen na elke behandeling, vooral wanneer u zoutzuur hebt gebruikt, grondig met schoon water. Nu kunt u prachtige schelpen laten zien.
Maar als u van plan bent schelpen schoon te maken, moet u daarbij enkele dingen vermijden. Schelpen moet u nooit weken in zuur. Vermijd het ze aan direct zonlicht bloot te stellen. En leg geen dikke schelpen in kokend water, want dan kunnen ze barsten.
Overal op aarde zijn weekdieren te vinden. Ze kunnen aan de oppervlakte en in diep water worden gevonden, maar ook onder of boven de grond. Voor velen is het verzamelen van schelpen werkelijk een verrukkelijke hobby.
[Illustraties op blz. 22, 23]
Doopvontschelp
Gewone wenteltrap
Tandschelp
Nautilus