Betekent het afwijzen van een medische behandeling dat men het leven afwijst?
VRAAG u eens af: „Heb ik het recht te beslissen of en zo ja welke medische behandeling ik zal aanvaarden?” Het is voor u van belang die vraag te overdenken want sommigen beweren dat iemand gebrek aan waardering voor zijn leven aan de dag legt als hij een therapie weigert die door artsen wordt aanbevolen. Verder kan de vraag gesteld worden of het liefdeloos is als ouders na afweging van de risico’s een bepaalde behandeling die voor een ziek kind wordt aangeraden van de hand wijzen.
Sommigen die dogmatisch over deze kwestie spreken, vallen vaak terug op de stelling: „Nee zeggen tegen de therapie betekent nee zeggen tegen het leven van een kind.” Maar het zal u geen moeite kosten te zien wat een oversimplificatie, wat een oppervlakkige zienswijze dat is. Ze mikt op de emoties terwijl ze voorbijgaat aan (1) het geweten en fundamentele ethische beginselen, (2) uw persoonlijke rechten en die van het gezin en (3) de medische en juridische aspecten van een strijdvraag waaraan inmiddels over de hele wereld aandacht is besteed.
Het geweten is een heel wezenlijk en onschendbaar deel van uzelf en van ieder geestelijk gezond mens met een besef van moraliteit. De welbekende katholieke kardinaal John Henry Newman huldigde de opvatting ’dat de weg naar het licht te vinden is door gehoorzaamheid aan het geweten’. Toen dan ook nazi-oorlogsmisdadigers aanvoerden dat zij alleen maar bevelen hadden gehoorzaamd, antwoordden mensen met een moreel besef overal ter wereld dat deze mensen ondanks de bevelen de stem van hun geweten hadden dienen te volgen. In dezelfde geest liet paus Johannes Paulus II in januari 1982 ’zijn stem opstijgen tot God opdat het geweten niet verstikt zou worden’. Hij zei dat iemand dwingen zijn geweten geweld aan te doen „de pijnlijkste slag is die de menselijke waardigheid wordt toegebracht. In zekere zin is het erger dan de fysieke dood veroorzaken door moord”.
Wellicht stemmen zijn uitspraken overeen met uw eigen opvatting dat het geweten in medische beslissingen een uitermate belangrijke rol dient te spelen.
Het geweten en medische kwesties
Hier is een voorbeeld: Wat uw geloof ook is, u weet waarschijnlijk dat de katholieke leer een vrouw geen abortus toestaat, zelfs wanneer een zwangerschap risico’s voor moeder of kind met zich brengt. Stel u voor hoe groot het probleem is dat dit voor een rooms-katholieke arts opwerpt in een land waar abortus wettelijk is toegestaan, zoals in Italië sedert de Wet nummer 194 van 22 mei 1978 van kracht geworden is. Deze wet houdt rekening met de gewetensbezwaren van de kant van het medisch personeel tegen abortus. Artikel 9 specificeert echter dat door een arts „geen gewetensbezwaar mag worden aangevoerd” wanneer het leven van een vrouw in gevaar kan zijn. Wat moet een oprechte, praktizerend-katholieke dokter dan doen?
Als er geen andere arts bij de hand was en hij alles deed wat in zijn vermogen lag, behalve zijn geweten geweld aandoen, zouden wij hem er dan van beschuldigen dat hij een moordenaar was? Integendeel, het zou ’erger dan moord’ zijn de arts te dwingen zijn geweten geweld aan te doen, zelfs als een vrouw of de autoriteiten voet bij stuk zouden houden. Dit illustreert hoe de eisen van het geweten medische beslissingen met betrekking tot gezondheid en leven kunnen beïnvloeden.
Ouders, kinderen en het leven
Wij kunnen dit ook duidelijk zien aan de handelwijze van de vroege christenen. Waarschijnlijk weet u dat zij weigerden wierook te branden voor het beeld van de keizer, omdat zij dit als een daad van afgoderij beschouwden. Maar hun religieuze en gewetensvolle zienswijze was rechtstreeks van invloed op hun gezondheid en leven en ook op die van hun kinderen. Hoe dat zo? Wanneer zij gedwongen werden te kiezen — ’offer wierook of je gezin sterft in een Romeinse arena!’ — verzaakten de christenen hun overtuigingen niet. Zij hielden loyaal vast aan hun geloof, zelfs als die handelwijze riskant of fataal voor hen en hun kinderen was.
Ook met betrekking tot bloed werden de christenen op de proef gesteld, aangezien de bijbel hun gebood ’zich te onthouden van bloed’ (Handelingen 15:20). Tertullianus, een Latijns theoloog uit de derde eeuw, bericht dat epileptici vers bloed van gedode gladiatoren dronken omdat zij daarvan genezing verwachtten. Zouden christenen bloed nuttigen om zulke „medische” redenen? Nooit. Tertullianus voegde eraan toe dat ’christenen zelfs geen bloed van dieren wilden eten’. Als Romeinse ambtenaren dan ook wilden uitproberen of iemand werkelijk een christen was, trachtten zij hem te dwingen bloedworst te eten omdat zij wisten dat een echte christen daarvan zelfs op straffe des doods niet zou eten. Het is de moeite waard dit te vermelden aangezien de christelijke getuigen van Jehovah in deze tijd eveneens weigeren bloed te nuttigen.
Nu zouden wij kunnen vragen: Hadden die vroege christenen weinig achting voor het leven of zochten zij het martelaarschap? Nee, het waren de Romeinse autoriteiten die hun en hun kinderen de dood opdrongen. En hebben wij geen eerbied voor de gedachtenis aan die toegewijde christenen die, zoals de paus onlangs gezegd heeft, wisten dat hun geweten geweld aandoen erger zou zijn geweest dan de dood?
Als iemand van mening is dat dit op een ander vlak ligt dan het nemen van beslissingen op medisch gebied, laat hij dan opmerken wat Dr. D. N. Goldstein schreef:
„Artsen die dit standpunt [een behandeling afdwingen bij personen die deze afwijzen] innemen, hebben daarmee de offers verworpen van alle martelaren die de geschiedenis luister hebben bijgezet door hun opperste toewijding aan hun principes, zelfs ten koste van hun eigen leven. Patiënten die liever een wisse dood kiezen dan een religieus bezwaar geweld aan te doen, zijn uit hetzelfde hout gesneden als zij die met hun leven hebben betaald . . . liever dan een [gedwongen] doop te aanvaarden. . . . Geen arts behoort de wet in de arm te nemen om een lichaam te redden door een ziel te vernietigen. Het leven van de patiënt behoort hemzelf toe.” — The Wisconsin Medical Journal.
Voor het werkelijke leven kiezen
De meesten van ons zullen ermee instemmen dat het „leven” meer betekent dan een louter biologisch bestaan. Het leven is een bestaan dat zich afspeelt rond idealen of waarden (politieke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, enz.); zonder deze kan het bestaan waardeloos zijn. Daarom hebben vaderlandslievende mannen en vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven geriskeerd om politieke idealen te verdedigen, waarden zoals democratie en vrijheid van meningsuiting, aanbidding en geweten. Veel kinderen zijn omgekomen als gevolg van deze verdediging van idealen. Talloze anderen zijn wees geworden.
Een treffend voorbeeld is het dramatische geval van de Italiaanse staatsman Aldo Moro. Hij werd in 1978 op barbaarse wijze vermoord toen de autoriteiten weigerden de eisen van terroristen in te willigen. Het is duidelijk dat soms levens worden opgeofferd in naam van hogere belangen.
Zo kunt u er dus begrip voor opbrengen dat iemand met een besef van moraliteit zou kunnen besluiten liever zijn biologisch bestaan op het spel te zetten dan zijn idealen te verraden. Door dat te doen, kiest hij voor een werkelijk leven, leven in de volste betekenis van het woord. Dit is beslist van toepassing op christelijke idealen.
Christenen beschouwen het menselijk leven als heilig, als een kostbaar geschenk van God. Kijk eens naar de apostel Paulus, een intelligent, hoogontwikkeld mens. Hij heeft slaag en levenbedreigende situaties ondergaan maar hij zei: „Ik [heb] het verlies van alle dingen aanvaard en ik beschouw ze als een hoop vuil, opdat ik Christus moge winnen . . . om te zien of ik op de een of andere wijze tot de vroegere opstanding uit de doden moge geraken.” — Filippenzen 3:8-11.
Wij kunnen er zeker van zijn dat Paulus nooit deelgenomen zou hebben aan iets waarvan hij wist dat God het veroordeelde. Zonder twijfel zou Paulus niet geriskeerd hebben „het werkelijke leven” te verspelen, hetgeen in zijn geval leven in de hemel zou zijn, alleen om zijn menselijke leven of gezondheid met enkele jaren te kunnen verlengen (1 Timótheüs 6:19). Maar let nu eens op:
Er zijn in deze tijd miljoenen kerkgangers die uitzien naar leven in de hemel; misschien behoort ook u daartoe. Indien dan een ernstig zieke patiënt, die een hoop op eeuwig leven in de toekomst heeft, een therapie zou afwijzen die naar zijn mening door God wordt verboden, zou het beslist oneerlijk zijn hem ervan te beschuldigen dat hij het leven afwijst. Hij heeft integendeel jarenlang op aarde geleefd, en misschien wordt hij beter om hier nog langer te leven. Maar in elk geval zal het, zelfs als zijn artsen ongelovig zijn, redelijk zijn dat hij zijn toekomstige eeuwige leven in zijn overwegingen betrekt en zijn medische beslissingen daarop baseert.
Artsen spreken zelden over dit aspect van de zaak wanneer zij u of een van uw geliefden een therapie aanbevelen. Maar er is een uiterst belangrijk aspect waarover zij u wel dienen in te lichten. Wij zouden het de verhouding risico/voordeel kunnen noemen. U bent aan uzelf en aan uw gezin verplicht u van dit aspect rekenschap te geven want het kan u helpen een wijze beslissing te nemen en begrip te krijgen voor de wijsheid van de beslissingen die anderen hebben genomen.
[Kader op blz. 13]
Gezondheidszorg voor kinderen — De zienswijze van een jezuïet
John J. Paris, S.J., buitengewoon hoogleraar aan het College of the Holy Cross (VS), was een van de sprekers op het congres over Juridische en Ethische Aspecten van de Gezondheidszorg voor Kinderen (1 april 1982). Hij vertelde over een joodse rechter die bevolen had een van Jehovah’s Getuigen een bloedtransfusie toe te dienen. Professor Paris zei: „De rechter heeft zijn religie gehoorzaamd en gedaan wat hij dacht dat juist was. Maar door dat te doen, heeft hij de religie van de patiënt geweld aangedaan.”
Hij voegde eraan toe: „De christelijke theologie hangt niet de idee aan dat louter ademhalen al leven is. In het ziekenhuis sterven mensen niet; zij houden op. . . . [In het ziekenhuis] is het leven niet heilig, het is het einddoel, en de dood is een mislukking. Maar in de judeo-christelijke traditie maakt de dood deel uit van de menselijke staat, is hij een deel van de levensreis. Er is geen ontkomen aan het feit dat dit beslissingen over de kwaliteit van het leven zijn. Soms is niet behandelen de beste behandeling.”
[Kader op blz. 14]
De eeuwigheid werpt een ander licht op de analyse
Dr. Ruth Macklin is filosofe aan het Albert Einstein College of Medicine (New York). In een klassikale bespreking over ethiek vertelde een medische student over een zieke Getuige, een „slachtoffer van sikkelcel-anemie . . . die het risico liep dood te bloeden zonder een transfusie”. De student zei: „Hij redeneerde logisch. Zijn denkvermogen was intact. Wat doe je wanneer religieuze geloofsopvattingen in strijd zijn met de enig mogelijke therapie?”
Dr. Macklin gaf ten antwoord: „Wij zijn er misschien heilig van overtuigd dat deze man zich vergist. Maar Jehovah’s Getuigen geloven dat een transfusie krijgen ’bloed eten’ is en dat bloed eten tot eeuwige verdoemenis [kan] leiden. Wij worden in de geneeskunde opgeleid om risico/voordeel-analyses te maken, maar wanneer je eeuwige verdoemenis afweegt tegen de rest van je leven op aarde, krijgt de analyse wel een andere invalshoek.” — The New York Times, 23 januari 1984.