Geloofsijver — nuttig of schadelijk?
NOG echt niet zo lang geleden baden en vastten twee „zéér religieuze” vrouwen in de Verenigde Staten ten behoeve van hun verwanten. Zij hielden dit vol totdat zij stierven van de honger. Voor de ogen van een menigte toeschouwers liet een weduwe in India zich tegelijk met het lijk van haar man op de brandstapel verbranden in gehoorzaamheid aan het wettelijk verboden hindoeïstische gebruik van suttee, weduwenverbranding. In datzelfde land doorboren mannen zich bij religieuze rituelen met haken en lopen zij op vuur of op scheermesjes.
In Canada dreef vroomheid vijf vrouwen tot een poging het huis van een religieus leider en enkele andere gebouwen in brand te steken vanwege een religieuze vervloeking. In het oerwoud van Guyana pleegden 900 volgelingen van de charismatische sekteleider Jim Jones op zijn bevel zelfmoord.
In landen zoals Ierland en Libanon vormen sterke religieuze gevoelens de grondoorzaak van bloedvergieten en burgeroorlog. Voor menigeen heeft het woord „geloofsijver” dan ook ongetwijfeld een onheilspellende klank. Hebben wij tegenwoordig zo’n ijver nodig? Zou het niet beter zijn als mensen minder heftige gevoelens koesterden ten aanzien van hun religie?
Jezus was ijverig. De intensiteit van zijn ijver was aan veel dingen te zien. Na zijn doop wijdde hij al zijn krachten aan het verbreiden van het goede nieuws van Gods koninkrijk. Jezus gaf zichzelf en heeft nooit geweigerd degenen die zich tot hem wendden, te helpen. Hij offerde materiële gerieven op, wees de hem aangeboden wereldlijke roem af en onderwierp zich op het eind aan een afgrijselijke en vernederende dood om „zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen”. — Matthéüs 20:28.
Jezus’ ijver omvatte ook een ’haat tegen wetteloosheid’ (Hebreeën 1:9). Zo stelde hij de joodse religieuze leiders onverschrokken aan de kaak en brandmerkte hij hen als „blinde gidsen” en „huichelaars” (Matthéüs 23:15, 16). Bovendien dreef hij bij twee gelegenheden de kooplieden van het tempelterrein weg die zich daar als profiteurs verrijkten ten koste van getrouwe joodse aanbidders. Deze handeling herinnerde zijn volgelingen aan de profetie: „De ijver voor uw huis zal mij verteren.” — Johannes 2:13-17; Matthéüs 21:12.
Jezus’ ijver gold het doen van de wil van zijn Vader, welke wil ons in deze tijd in de bijbel is geopenbaard. Als u dat boek zorgvuldig leest, zult u zien dat God nooit van christenen heeft verlangd fanatisme aan de dag te leggen, zelfmoord te plegen of voor zichzelf of anderen nodeloos lijden te veroorzaken. Gods wil behelsde nooit „een zichzelf opgelegde vorm van aanbidding en schijnnederigheid, een strenge behandeling van het lichaam”. — Kolossenzen 2:23.
Jezus’ ’haat tegen wetteloosheid’ maakte hem niet tot een voorstander van revolutie of bloedvergieten. Hoewel hij de zonden van de joodse leiders openlijk aan de kaak stelde, erkende hij wel hun positie in de joodse natie en gaf hij zijn volgelingen evenwichtige raad: „De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn op de stoel van Mozes gaan zitten. Doet en onderhoudt daarom alles wat zij u zeggen, maar doet niet naar hun daden, want zij zeggen het wel, maar volbrengen het niet.” — Matthéüs 23:2, 3, 13-36.
Alhoewel Jezus heel goed wist dat sommigen van hen hem zochten te doden, had hij geen vete met deze groep. Wanneer individuele Farizeeën Jezus benaderden, betoonde hij hun vriendelijkheid als hun motieven goed waren. Het was in een gesprek met een Farizeeër, Nicodémus, dat Jezus een van zijn bekendste uitspraken deed: „Want God heeft de wereld zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben.” — Johannes 3:16.
Jezus was altijd bereid mensen te helpen. Hij haatte echter slechte praktijken, zoals uitbuiting, hebzucht, verdrukking van de armen, immoraliteit, stelen en moorden. Jezus had een vurige ijver maar verloor nooit de menslievendheid uit het oog. In één geval had een schare Jezus al enkele dagen gevolgd. Zijn praktische zorg voor hen toonde hij toen hij, uit „medelijden met de schare”, op wonderbaarlijke wijze in voedsel voorzag. — Matthéüs 15:32-38.
Hieruit kunt u zien dat Jezus ijverig was voor heilzame zaken. Hij legde de nadruk op respect voor ouders, vergevensgezindheid en liefde. In zijn Bergrede stelde hij een opzienbarend hoge norm toen hij zei: „Gij hebt gehoord dat er werd gezegd: ’Gij moet uw naaste liefhebben en uw vijand haten.’ Ik zeg u echter: ’Blijft uw vijanden liefhebben en blijft bidden voor hen die u vervolgen.” — Matthéüs 5:43, 44.
In de wereld van tegenwoordig, vol spanningen en haat, zijn sterke religieuze gevoelens die aanzetten tot strijd, opstand en vijandschap, beslist schadelijk. Doch een evenwichtige maar intense ijver — zoals Jezus die had — om de wil van God te doen, godvruchtige hoedanigheden aan te kweken en onze naasten te dienen, is zeker nuttig.
Bestaat er tegenwoordig zo’n ijver? Wel, er zijn inderdaad mensen die proberen Jezus’ ijver na te volgen. Met de hulp van Gods geest werken zij eraan ’zich voor het goede te beijveren’. — 1 Petrus 3:13.
Een commentaar in de Londense Daily Telegraph liet zien hoe dit hen in één deel van de wereld heeft beïnvloed. Het luidde: „Jehovah’s Getuigen hebben er in geheel Afrika blijk van gegeven fatsoenlijke, ordelijke burgers te zijn die volgens een hoge morele maatstaf leven. . . . De sekte prent gewoonten op het gebied van zuinigheid, punctualiteit, eerlijkheid en gehoorzaamheid in.”
Een belangrijk aspect van de religieuze ijver van Jehovah’s Getuigen zette aan tot de volgende uitspraak: „Jehovah’s Getuigen hebben letterlijk de gehele aarde overspoeld met hun getuigenis. . . . Er kan naar waarheid worden gezegd dat geen enkele religieuze groepering ter wereld bij haar pogingen het goede nieuws van het Koninkrijk te verbreiden meer ijver en volharding ten toon heeft gespreid dan Jehovah’s Getuigen.” — These Also Believe, door C. S. Braden.
Zonder enige twijfel is christelijke ijver op vele manieren van nut. Zo’n ijver kan iemand helpen aan hoge maatstaven vast te houden. Het kan hem een hoopvolle toekomstverwachting geven, iets wat weinigen tegenwoordig bezitten. Zo’n religieuze ijver is niet alleen nuttig, maar voor een oprecht persoon is het de beste levensweg.
[Inzet op blz. 16]
God heeft nooit van christenen verlangd dat zij lijden voor zichzelf veroorzaken
[Inzet op blz. 17]
Christelijke ijver mag nooit revolutie of bloedvergieten voorstaan
[Inzet op blz. 17]
Christenen moeten ’zich beijveren voor het goede’