Spoort uw ijver uw broeders aan?
„Uw ijver heeft de meesten van hen aangespoord.” — 2 Kor. 9:2.
1, 2. Welke gebeurtenissen tonen aan dat mensen nog steeds het vermogen bezitten ijverig te zijn?
IN DE afgelopen jaren, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog, is het enthousiasme voor de religieuze instellingen van de christenheid aanzienlijk verminderd, vooral onder de jeugd van de wereld. Lege kerkbanken zijn een normaal verschijnsel, terwijl sportarena’s op zaterdagen en zondagen, dagen die in de christenheid gewoonlijk voor de aanbidding van God werden gereserveerd, tot de nok toe gevuld zijn met een recordaantal toeschouwers. Supporters — in vele gevallen kerkgangers — trotseren slecht weer en allerlei ongemakken, terwijl zij grote afstanden afleggen en buitensporige prijzen betalen om tot de spelen toegelaten te worden. Zij juichen hun elftallen vervolgens net zo lang toe totdat zij de overwinning behalen, of troosten hen wanneer zij verliezen.
2 Sommige jeugdige supporters kunnen woord voor woord eindeloze statistische gegevens over elke speler opsommen en zij zullen u met het grootste genoegen alles vertellen wat u maar over sport wilt weten. Het enthousiasme voor wedstrijdsporten is in de afgelopen jaren zo groot geweest dat er in sommige landen een hoge muur rondom de speelvelden gebouwd moest worden, in sommige gevallen zelfs voorzien van een met water gevulde gracht, om enthousiaste menigten de lust te ontnemen de omheining te bestormen en hen ervan te weerhouden het speelveld op te rennen en de spelers wellicht letsel toe te brengen. Het is duidelijk dat mensen nog steeds in staat zijn een overweldigende ijver aan de dag te leggen, maar hun hart wordt niet door religie tot dergelijke daden aangezet, niet waar?
3. Wat wekt in Engeland enthousiasme onder veel jongelui?
3 In Engeland heeft men geconstateerd dat de Beatles onder tieners populairder zijn dan Jezus Christus. De oude religie is naar verluidt dood. Er is nu een nieuwe religie. Het is de religie van de jongelui met het jonge geluid. John Lennon van de Beatles, die deze ingrijpende verandering in de wereld inzag, kondigde aan: „Het christendom zal voorbijgaan. Het zal verdwijnen en zijn kracht verliezen. Wij zijn nu populairder dan Jezus.” Een jong meisje, dat hem bijviel, vroeg: „Hebt u ooit meegemaakt dat een meisje het uitschreeuwde als zij een afbeelding van Christus zag, zoals meisjes dit bij het zien van afbeeldingen van de Beatles doen?” Vanzelfsprekend niet. Evenals de kleine Zachéüs eens in een moerbeivijgeboom klom om Jezus in het voorbijgaan beter te kunnen zien, zo verdringen jongelui zich nu achter de afrasteringen om degenen die hun ziel roeren, beter te kunnen zien. Bij het zien van de Beatles riep één meisje uit: „O mijn God! O mijn God! Ik houd het niet langer uit. Ik houd het niet langer uit.” „God” was op haar lippen, maar haar ziel werd niet door een dienstknecht van God of door de boodschap van Christus geroerd. — Luk. 19:2-8.
4. Welke vragen worden gesteld, en waarom?
4 Wat is er gebeurd met de christelijke religie die eens het hart van mensen dusdanig heeft geroerd dat zij hun vader en moeder en hun werkkring verlieten, in bomen klommen en zich zelfs verloochenden ter wille van Christus? Waar is die revolutionaire ijver die de wereld eens in vlam zette? Waar zijn de mensen die er eens van werden beschuldigd de bewoonde aarde ondersteboven te keren? (Hand. 17:6) Zonder ijverige bedienaren van het evangelie kan het christendom niet zegevieren en kunnen er geen christelijke geloofsdaden worden verricht die de moeite waard zijn. Waar kan zo’n ijver thans echter worden aangetroffen?
RELIGIEUZE GISTING IN DE CHRISTENHEID
5, 6. In welke toestand bevindt de religie van de christenheid zich, zoals door haar geestelijken wordt erkend?
5 In de christenheid duiden de bewijzen er eerder op dat religie stervende is dan dat er een dynamisch christendom zou bestaan. De evangelist Billy Graham verklaarde dat de kerken van de christenheid in een tragische verwarring voortploeteren. „Indien wij ons enthousiasme voor Christus verloren hebben”, zei hij, „komt dit omdat ons geloof heeft opgehouden veel voor ons te betekenen.” Dr. C. F. H. Henry, evangelist-theoloog, zei dat het liberale protestantisme „bijna al zijn evangelische stuwkracht heeft verloren”. En dit schijnt zonder twijfel vast te staan. Toen de kerkklokken op 31 oktober 1966 in het verdeelde Berlijn luidden om de Hervormingsdag aan te kondigen, smeekten naar verluidt vele afgevaardigden of God „de christelijke kerk opnieuw met de Hervormingsgeest wilde bezielen”. De geest van God laat zich klaarblijkelijk echter niets aan die instelling gelegen liggen.
6 Het protestantisme bezit niet de ijver uit de eerste eeuw. Een protestantse kerkleider in Amerika gaf toe: „De christelijke kerk ligt over de gehele wereld op sterven.” Hij beschreef belijdende christenen als „zelfvoldaan, met haat vervuld [en] kwezelachtig”. „Vader” Boyd, een episcopale nachtclubpriester, zei dat ’zijn kerk zieltogende is’. Over de religie in Engeland is opgemerkt dat ze zich „op de glibberige helling bergafwaarts bevindt. . . . De mensen hebben de kerk in de steek gelaten”, zei een episcopale voorganger. Hij voegde hieraan toe: „Hetzelfde zal hier in Amerika gebeuren, waardoor de kerk ten ondergang is gedoemd.”
7. Wie is voor de levenloosheid van de religies van de christenheid verantwoordelijk?
7 Wie is voor deze levenloze toestand in de religie van de christenheid verantwoordelijk? Wat is er de oorzaak van? Een methodistische leider uit Nashville, in de Amerikaanse staat Tennessee, verklaarde dat er „te veel saaiheid” in de kerk is. Hij uitte de beschuldiging dat „veel ervan puur komedie is en dat er te veel gelijkvormigheid en middelmatigheid is om zich op zijn gemak te voelen”. De vroegere episcopale bisschop Pike zei: „Wij hebben tweeduizend jaar achtereen dubbelzinnigheden verkondigd. Geen wonder dat wij in verwarring verkeren.” Een vooraanstaande presbyteriaanse leek verklaarde onlangs: „De meeste bedienaren van het evangelie zijn zo misleid, zo volledig afgeweken en zo vol liberale en humanistische denkbeelden, dat zij met de dag waardelozer voor hun parochianen blijken te zijn.”
8. Welke factor heeft tot een verlies van geloof en religieuze ijver geleid?
8 Hij heeft deze verklaring misschien wel gedaan naar aanleiding van het recente besluit van de algemene synode van de United Presbyterian Church, welke een nieuwe geloofsbelijdenis voor de denominatie aannam. De belijdenis verwerpt het standpunt dat de bijbel het „onfeilbare” woord van God is. Vele geestelijken en godsdienstleraren trekken de betrouwbaarheid van Gods Woord de bijbel in twijfel. Zij dringen aan op een „demythologisering” van de bijbel. In werkelijkheid hebben zij zichzelf opgeworpen als rechters door wie bepaald moet worden welke leringen van de bijbel „mogelijk” zijn. Zij noemen de maagdelijke geboorte een mythe. De moderne wetenschap is van mening dat de geboorte van een kind uit een maagd onmogelijk is. Daarom, zo redeneren zij, was Maria helemaal geen maagd. Wanneer zij echter eenmaal de maagdelijke geboorte in twijfel trekken, wat zal hen er dan nog van weerhouden aan Christus als de Zoon van God, de opstanding van de doden, of zelfs het bestaan van God zelf te twijfelen? Zij nemen het standpunt in van mensen die de bijbel grotendeels als een mythe bezien, waarvan weliswaar bepaalde gedeelten door goddelijke inspiratie ontstaan kunnen zijn, maar die voor de rest eenvoudig het ongefundeerde getuigenis van onvolmaakte mensen vormt. Indien dit standpunt evenwel wordt ingenomen en geaccepteerd, wordt de bijbel, de bron van christelijke kracht, ijver en enthousiasme, nutteloos gemaakt. Zelfs de opvattingen over de mens, zonde en God worden daardoor louter bespiegelingen van de sterfelijke mens.
9. In welk opzicht hebben de geestelijken het Woord van God verwaterd, en met welke uitwerking?
9 Is dit nu echter niet juist datgene wat in de christenheid is gebeurd? Dr. L. Weatherhead, de voormalige president van de Methodistische Conferentie, zegt dat hij de bijbel graag zou censureren. Een rector van de Anglicaanse Kerk van Zuid-Engeland, J. C. Wansey uit Woodford, zei dat de bijbel passages bevat die „geestelijke rommel” en „vergif” voor de mensen vormen. Een episcopale bisschop zegt dat ’er geen heilige geest, geen maagdelijke geboorte en geen opstanding is en dat hij zelfs niet zeker is van de almacht van God’. Een anglicaanse geestelijke die hoofd is van de afdeling religieuze studies van de universiteit van Brits-Columbia, verklaarde: „God is niet noodzakelijk.” „Alle wetenschappen — met inbegrip van de religieuze studies — doen het zonder de hypothese van God. Indien kennis zonder God kan bestaan, kan leven dit ook.” Rabbijn J. Goor zei op 22 oktober 1966 tot de meisjesstudenten van de universiteit van San Diego: „Wij geloven niet in de oorspronkelijke zonde. Wij geloven dat de mens zondigt zoals Adam zondigde, niet omdat hij zondigde”, en dit ondanks het feit dat de bijbel het tegendeel beweert (Rom. 5:12; 1 Kor. 15:22). Deze verwatering van Gods Woord met menselijke bespiegelingen en onzin heeft niet een dynamisch christendom voortgebracht. Een verwaterd christendom is namelijk geen christendom. Het is valse religie, die alle hervormende kracht mist.
10. Welke schandelijke morele toestand is door deze verwatering teweeggebracht?
10 Een verwaterde religie heeft in de christenheid een verwaterde moraliteit, met andere woorden, in het geheel geen moraliteit, voortgebracht. Ze heeft de toelating van kwaad gewettigd, hetgeen op zichzelf een kwaad is. R. W. Wood, een predikant van de Verenigde Kerk van Christus (een lichaam in de Verenigde Staten dat is gevormd door de fusie van de Congregationalistische met de Evangelische en Hervormde Kerk), zei: „Het morele stigma van homoseksualiteit is niet groter dan dat van linkshandigen.” Een „huwelijk” tussen twee homoseksuelen wordt door deze predikant als moreel juist beschouwd, en hij zegt dat hij zo’n religieuze ceremonie zou voltrekken. Religieuze leiders staan achter de legalisatie van homoseksuele praktijken tussen volwassen mannen, keuren seksuele gemeenschap buiten het huwelijk goed en halen de schouders op over vrijwel elk fundamentele beginsel van de bijbel, die de basis vormt voor christelijk geloof en christelijke ijver. Wat voor lidmaten kan men met het oog op zulke indolente, luie en ongelovige leiders billijkerwijs nog verwachten?
11. Hoe heeft een presbyteriaanse lekengroep haar bezorgdheid geuit?
11 Een presbyteriaanse groep van leken bracht haar bezorgdheid als volgt onder woorden: „De gezaghebbende boodschap van redding, die de macht bezit het hart van mensen te veranderen, wordt door de Heilige Schrift bekendgemaakt. Degenen die de volledige zuiverheid en autoriteit van de bijbel evenwel in twijfel trekken, verliezen al gauw het vertrouwen in de bijbelse boodschap. Er wordt tijd besteed aan een studie ’over’ de bijbel, terwijl kennis van het Woord zelf wordt verwaarloosd. Zelfs in onze seminaries is het bijbelse onderwijs tot zulk een minimum teruggebracht dat men vaak aan de belangrijkheid van de Schrift gaat twijfelen. . . . De mensen hongeren en dorsten naar een gezaghebbende boodschap van redding. Degenen die met betrekking tot de autoriteit van de bijbel schipperen door deze als een mengsel van waarheid en dwaling te beschouwen, zullen jegens dit geslacht in gebreke blijven.” God laat niet met zich spotten. Het goddelijke beginsel luidt: ’Wij zullen oogsten wat wij zaaien’ (Gal. 6:7). De morele en geestelijke instorting van dit geslacht moet aan de kansels en seminaries worden voorgelegd, waar de authenticiteit van de bijbel als Gods Woord in twijfel wordt getrokken.
12. Wat zijn de vruchten van een lege, ritualistische religie?
12 Toen Chicago, in de Amerikaanse staat Illinois, in 1966 door rassenrellen werd geteisterd, bleek wel heel duidelijk dat de Rooms-Katholieke Kerk in gebreke was gebleven de mensen bijbelse beginselen, raciale gerechtigheid en menselijke waardigheid bij te brengen. Rooms-katholieken keerden zich tegen elkaar. Een non werd door een grote steen getroffen. „Het is pijnlijk te bedenken dat wij hen niet beter hebben onderwezen”, zei zij. Een man schreeuwde naar een priester die naast een negerin liep: „Hé, pater, ga je soms met haar naar bed?” Een waarnemend priester die in een van de door relletjes geteisterde gebieden woonde, zei: „Jaren achtereen hebben de meeste van onze parochies hier een leeg ritueel en lege regels en beperkingen gepredikt. Wij hebben gekregen waar wij om hebben gevraagd.” Met andere woorden, zij hebben in de vorm van relletjes en beschimpingen geoogst wat zij in leeg ritueel hebben gezaaid. In Panama dreigde een menigte zonder onderscheid nonnen en priesters te lynchen als hun niet zou worden toegestaan te dobbelen en te dansen. Deze mensen, die naar Portobelo waren gekomen om aan de jaarlijkse rooms-katholieke Zwarte-Christusfestiviteiten deel te nemen, riepen in koor: „Wij willen het bloed van een priester.” Deze mensen hebben ijver, maar het is wel heel duidelijk dat dit niet de ijver van het eerste-eeuwse christendom is. Het lijkt meer op de ijver van degenen die de Zoon van God op Calvarie aan de paal nagelden dan op die van degenen die hem volgden.
IJVERIGE CHRISTENEN GEÏDENTIFICEERD
13, 14. Op welke wijze hebben verschillende auteurs de aanwezigheid van een ijverig christendom op aarde vastgesteld, en bij welke groep?
13 Betekent dit dat het christendom hier op aarde op het ogenblik niet ijverig wordt vertegenwoordigd? Neen, dat betekent het beslist niet. Het christendom wordt thans goed op aarde vertegenwoordigd, en heel ijverig nog wel. Over de gehele aarde reageren meer dan een miljoen christenen ijverig op de dringendheid van onze tijd, terwijl zij zich bereidwillig als Gods dienstknechten aanbieden. Zij maken het goede nieuws van Gods koninkrijk als een getuigenis aan alle natiën bekend voordat het einde van dit samenstel van dingen komt (Matth. 24:14). C. S. Braden stelt in zijn boek These Also Believe voor ons vast wie deze mensen zijn. Hij schrijft: „Er kan naar waarheid worden gezegd dat geen enkele religieuze groepering in de wereld meer ijver en volharding aan de dag heeft gelegd in haar poging het goede nieuws van het Koninkrijk te verbreiden, dan de Jehovah’s Getuigen.” Zij hebben een bediening waaraan ijverig wordt deelgenomen, een bediening waarvoor meer nodig is dan alleen maar te zeggen: „Ik geloof.”
14 L. Cassels, die een religieuze rubriek verzorgt, had het volgende over Jehovah’s getuigen te zeggen: „Hun fenomenale groei is het resultaat van een evangelisatieijver die de gevestigde kerken te schande maakt. Elke Getuige wordt als een geordineerde bedienaar van het evangelie beschouwd en wordt uitgezonden om bij de mensen aan te bellen, op de hoeken van de straten lectuur aan te bieden en de [Koninkrijks-] boodschap aan zoveel mogelijk mensen te prediken. . . . Achter dit enthousiasme om bekeerlingen te maken staat de vaste overtuiging van de Getuigen dat het einde van de menselijke geschiedenis voor de deur staat. Zij verwachten het elk uur en bijna zeker binnen de volgende 10 jaar.”
15, 16. Hoe hebben religieuze waarnemers over de ijver van Jehovah’s getuigen gesproken?
15 Religieuze waarnemers erkennen dat er een ijverige groep mensen op aarde is die voor christelijke beginselen pal staat en die de bijbelse beginselen in hun eigen leven hooghouden. Zelfs in een rooms-katholieke publikatie werd de volgende verlangende gedachte tot uitdrukking gebracht: „Wij bewonderen de ijver van de Getuigen en vaak koesteren wij de wens dat onze eigen katholieken met net zo’n apostolische geest bezield waren.” Het verlangen alleen maakt mensen echter niet tot ijverige christenen, hetgeen rooms-katholieke leiders feitelijk dienen te weten.
16 Een van de kenmerken waaraan ware christenen herkend kunnen worden, is de vervolging die zij wegens hun ijver in de prediking ondergaan. Een protestantse publikatie, de Alabama Baptist, vermeldde in een redactioneel artikel: „Over de gehele wereld horen wij dat deze sekte [Jehovah’s getuigen] wordt vervolgd. Stellig is de enige oorzaak van deze aanval dat deze mensen ijverig in hun bijbelse leerstellingen geloven. Wij kunnen op zijn minst dìt in hun voordeel zeggen, dat zij de enige groep in ons land zijn die zo ijverig in hun geloofsovertuigingen en gebruiken zijn dat zij het hoofd bieden aan vervolging.” De bijbelschrijvers geven te kennen dat het ware christendom gekenmerkt zou worden door ijver, van welke hoedanigheid wordt erkend dat ze in het leven van Jehovah’s getuigen kenbaar is.
HOE IJVER ZICH MANIFESTEERT EN IN STAND WORDT GEHOUDEN
17. Hoe kan worden vastgesteld dat de ijver van Jehovah’s getuigen ware christelijke ijver is?
17 Hoe kunnen wij echter vaststellen dat de ijver van Jehovah’s getuigen de ware ijver van het christendom is? De christelijke apostel Paulus zei dat ijver zich uit in de vruchten van Gods geest (Gal. 5:22, 23). IJver manifesteert zich in de christelijke persoonlijkheid van een christen. Een ijverige christen wordt niet naar dit samenstel van dingen gevormd. Hij heeft zijn geest veranderd en zich ervan vergewist wat „de goede en welgevallige en volmaakte wil van God” is. Ware christelijke ijver ’heeft een afschuw van wat goddeloos is’, ’heeft zonder huichelarij lief’, ’betoont tedere genegenheid jegens de broeders’, ’doet Gods werk niet traag’, is ’vurig van geest’, ’dient Jehovah als slaaf’, ’verheugt zich in de hoop die voor ogen is gesteld’, ’volhardt onder verdrukking’, ’houdt aan in het gebed’, kwijt zich zorgzaam van christelijke verantwoordelijkheden en wordt door een onverflauwde morele oprechtheid gekenmerkt. — Rom. 12:1, 2, 9-12; Gal. 2:20.
18. Op welke wijze wordt christelijke ijver in stand gehouden?
18 Ware ijver wordt nooit door het natuurlijke uithoudingsvermogen in stand gehouden. Deze ijver vindt zijn bron in een vast geloof in Jehovah God, zijn Woord en zijn voornemens. IJver wordt door liefde voor God en de naaste geïnspireerd. Onze ijver wordt gesterkt wanneer wij met Gods heilige geest in contact staan. De geest van de mens zal door Gods geest vlam vatten en steeds intenser gaan branden naarmate hij dichter nadert tot de Bron van alle energie, namelijk Jehovah (Jes. 40:26). De Spreukendichter bracht dit punt schitterend onder woorden door te zeggen: „De geest van den mens is een lamp des HEREN” (Spr. 20:27). Die lamp zal nooit worden uitgedoofd zolang ze met Jehovah, de ware God, in aanraking blijft.
19. (a) Waaruit blijkt dat christelijke ijver een aanstekelijke kracht is? (b) In welk opzicht is de ijver van Jehovah’s getuigen werkelijk typerend voor het eerste-eeuwse christendom?
19 Ware christelijke ijver is derhalve de manifestatie van Gods geest in het leven van christenen. De werkzame kracht van Jehovah zet ons tot zijn dienst aan. Deze kracht helpt ons onze persoonlijkheid te veranderen en ons leven aan God op te dragen. Deze werkzame kracht maakt ons, tot Gods heerlijkheid, tot personen die hun rechtschapenheid handhaven en geeft ons een volhardende ijver die kracht put uit de dienst van Jehovah. IJver is een aanstekelijke kracht die anderen tot voortreffelijke werken aanspoort (Tit. 2:11-14). De gemelde ijver van de Korinthiërs spoorde de meerderheid van de broeders in Achaje, de Romeinse provincie waartoe geheel Griekenland ten zuiden van Macedonië behoorde, tot bereidwillig geven aan. Zij gaven niet alleen van zichzelf, dat wil zeggen, van hun kracht en energie, maar ook van hun geld om anderen te dienen (2 Kor. 9:2). Wanneer wij nu het leven van Jehovah’s getuigen gadeslaan, valt het ons niet alleen op dat zij van zichzelf geven in de dienst van God, zoals blijkt uit de 183.995.180 uren die zij in 1967 in de christelijke velddienst hebben doorgebracht, terwijl zij 867.009 gratis huisbijbelstudies hebben geleid en ruim 66.703.000 nabezoeken hebben gebracht bij personen die belangstelling voor God en zijn Woord hebben getoond, maar dat zij ook van hun geld geven om anderen te dienen. Gedurende het dienstjaar 1967 werd er ƒ 16.383.653,53 besteed ten einde 9528 toegewijde zendelingen, speciale pioniers en kring- en districtsdienaren over de gehele aarde te onderhouden. Afgezien van al deze volle-tijdwerkers ondersteunden zij 1717 van hun broeders en zusters die over de gehele wereld op 96 bijkantoren werken en in Bethelhuizen wonen. Deze uitdrukking van hun ijver is werkelijk typerend voor het eerste-eeuwse christendom. Een dergelijke ijver spoort de broeders tot een grotere geestelijke gezindheid en activiteit aan. Hoe staat het met uw ijver? Worden de broeders erdoor aangespoord?
20, 21. Welke uitwerking heeft christelijke ijver op jong en oud? Geef bewijzen.
20 Ware christelijke ijver heeft een verfrissende, overredende en stimulerende uitwerking op jong en oud. Een getuige van Jehovah die nu als Gileadzendelinge werkzaam is, vertelt hoe een drieëntwintigjarig meisje reageerde toen zij het goede nieuws van Gods koninkrijk voor het eerst hoorde: „Het meisje kwam als Franse vluchtelinge naar Genève en werd opgenomen in een katholiek tehuis voor jonge meisjes. Toen zij met vakantie was, sprak een vriendin met haar over God en de bijbel. Zij ontmoette deze vriendin slechts twee maal, maar dit was voldoende om in haar het verlangen te scheppen een bijbelstudie te willen hebben. Er werd een bijbelstudie met haar begonnen. Kort daarna verliet zij het katholieke tehuis. Zij begon naar onze vergaderingen in de Koninkrijkszaal te komen. Zij vloeit over van ijver en wanneer zij over de waarheid spreekt, schitteren haar ogen gewoon. Zij praat er nu met iedereen over, en dat terwijl wij nog maar vier weken samen studeren.”
21 Nog een geval van aansporende ijver betreft een man van zeventig jaar die naar school begon te gaan om lezen en schrijven te leren, zodat hij het goede nieuws beter aan de deuren kon aanbieden. Toen hij werd gedoopt, zat hij in de derde klas. Dit is de ijver die iemand het verlangen geeft meer voor Jehovah te doen. Dit is de ijver die de broeders aanspoort.
22. Wat gebeurt er wanneer ijver ontbreekt?
22 Wanneer ware ijver ontbreekt, worden alle religieuze krachtsinspanningen ondoeltreffend en nemen ze weldra af tot een slappe zinloosheid. Een lauw Laodiceanisme, dat wil zeggen, een lauwe religie, is het resultaat. En de vruchten van een dergelijke religie kunnen thans duidelijk in de christenheid worden waargenomen. Er is geen geloof, geen vreugde en geen energie voor de dienst van God. Het is derhalve noodzakelijk onze dienst voor Jehovah van ganser harte te verrichten, met Gods geest bezield te zijn en vervuld te zijn van ijver die anderen ertoe aanspoort eveneens het verlangen te bezitten lofprijzers van Jehovah God te worden.
HOE U IJVERIG VOOR JEHOVAH KUNT WORDEN
23, 24. (a) Hoe kan christelijke ijver een schragende kracht in de bediening zijn? (b) Op welke noodzaak wordt derhalve de nadruk gelegd?
23 Voor ware christelijke ijver is veel energie nodig. Deze uiterst belangrijke energie of kracht wordt aangevuld wanneer een christen waarheden uit Gods Woord de bijbel tot zich neemt, want „het woord van God is levend en oefent kracht uit” (Hebr. 4:12). En kracht is weer nodig om christelijke ijver in stand te houden. Toen de profeet Jeremia erover dacht zijn post als Gods profeet te verlaten, zei hij: „Dan werd het [woord van God] in mijn hart als brandend vuur, opgesloten in mijn gebeente; wel matte ik mij af om het in te houden, maar ik kon het niet” (Jer. 20:9). Wanneer Gods Woord wordt geloofd, oefent het een onbedwingbare kracht uit. Het overredende getuigenis van de apostel Paulus toen hij voor koning Agrippa stond, bewoog Agrippa ertoe te zeggen: „Gij zoudt mij in korte tijd overreden een christen te worden” (Hand. 26:28). En toen een getuige voor Jehovah in onze tijd een journalist op een bitter koude winterdag een lift naar zijn hotel gaf, werd de journalist ertoe bewogen over deze ervaring te schrijven, terwijl hij zijn artikel als volgt besloot: „Men ontmoet niet vaak zo’n aardige, prettige, vriendelijke man — en zo’n goede Getuige voor Jehovah.”
24 Wij moeten Gods Woord derhalve dagelijks bestuderen en over dat Woord mediteren, zodat het „als brandend vuur” kan worden, „opgesloten in [ons] gebeente”. Het Woord van God kan inspireren, aangezien het door God is geïnspireerd. Paulus schreef: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig” (2 Tim. 3:16, 17). Jezus Christus verklaarde: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt” (Matth. 4:4). Aangezien de mens door dit Woord moet leven, zou het goed zijn als wij het zouden kennen.
25. Welke andere factor moet in gedachten worden gehouden als men ijver in stand wil houden, en waarom?
25 Als wij ijverig willen zijn, is het ook noodzakelijk goed de tegenwoordigheid van de dag van Jehovah in gedachten te houden. Kennis van dit feit spoort ons aan tot juiste werken en een voortreffelijk gedrag. De apostel Petrus vermaant: „Aangezien al deze dingen aldus ontbonden zullen worden, wat voor soort van mensen behoort gij dan wel te zijn in heilige gedragingen en daden van godvruchtige toewijding, verwachtende en goed in gedachten houdende de tegenwoordigheid van de dag van Jehovah . . . aangezien gij deze dingen verwacht, doet uw uiterste best om tenslotte door hem onbevlekt en onbesmet en in vrede bevonden te worden” (2 Petr. 3:11-14). Dit bewustzijn van Armageddons nabijheid vormt een waarschuwing voor hen die met christelijke ijver zijn bezield om niet alleen Christus te prediken, maar ook een leven te leiden dat van de ernst van de tijd waarin wij leven getuigt. Door zulk een voorbeeldig leven te leiden, worden de broeders aangespoord.
26, 27. (a) Waarom is geestelijk inzicht noodzakelijk voor het bezitten van ijver? (b) Waarom moet geestelijk inzicht worden onderscheiden van sentimentaliteit en een vooringenomenheid met betrekking tot religieuze formaliteiten en frasen?
26 Voor ijver is derhalve geestelijk inzicht nodig — het waarnemingsvermogen op grond waarvan men in staat is onderscheid te maken tussen juist en verkeerd, goed en kwaad. Wij moeten in staat zijn geestelijke waarden te zien zoals ze in werkelijkheid zijn, zonder ze met schoonschijnende surrogaten te verwarren (Matth. 16:5-12). Wij moeten ook inzien wat werkelijk belangrijk is en ervoor waken dat wij het niet verwarren met wat aannemelijk doch van secundair belang is. Van een fysiek standpunt uit bezien kan een materialistische levenswijze, met andere woorden, eten, drinken en huwen, inderdaad heel belangrijk schijnen, maar Jezus Christus geeft de waarschuwing hier niet al te bezorgd over te zijn. Blijf veeleer „eerst het koninkrijk [van de hemelse Vader] en Zijn rechtvaardigheid zoeken, en al deze andere dingen zullen u worden toegevoegd” (Matth. 6:25-33; 24:38, 39). Jehovah zorgt voor de ijverigen.
27 Waar geestelijk inzicht moet ook worden onderscheiden van zowel sentimentaliteit, waardoor men in slaap wordt gewiegd, als van een vooringenomenheid met betrekking tot religieuze formaliteiten en frasen die geen blijvende betekenis hebben. Toen Jezus mensen uitnodigde ’zijn volgelingen te zijn’, gaven sommigen door hun antwoord blijk van een gebrek aan geestelijk inzicht en een gemis aan waardering voor het voorrecht dat hun werd geboden. Velen reageerden tamelijk sentimenteel toen zij werden geroepen. Eén man zei: „Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.” Iemand anders zei: „Ik zal u volgen, Heer, maar sta mij toe eerst afscheid te nemen van mijn huisgenoten.” Jezus antwoordde: „Niemand die zijn hand aan de ploeg heeft geslagen en ziet naar de dingen die achter zijn, is goed geschikt voor het koninkrijk Gods” (Luk. 9:59-62). De apostel Paulus vond het noodzakelijk broeders de raad te geven „niet te strijden over woorden, iets wat in het geheel geen nut heeft, omdat zij die luisteren erdoor te gronde worden gericht” (2 Tim. 2:14). Gekibbel over woorden en sentimentaliteit beroven iemand van uiterst belangrijke energie. Er is inzicht voor nodig om die energie voor de ijverige dienst van Jehovah te bewaren.
28. Waarom moet men ook op zijn omgang letten wanneer men ijverig voor Jehovah wil worden?
28 Als iemand ijverig voor Jehovah wil worden, zal hij op zijn omgang moeten letten. Slechte omgang kan niet alleen nuttige gewoonten bederven, maar ook onze ijver doven en deze van zijn vuur beroven (1 Kor. 15:33). Omgang met twijfelaars zal niet alleen maken dat iemand het langzamer aan gaat doen, maar is zelfs verwoestend voor een ongelovige geest. Hoe vaak komt het niet voor dat „mooi weer”-christenen personen met goede bedoelingen ontmoedigen op broeierig warme of regenachtige dagen naar christelijke vergaderingen te gaan en dienst voor God te verrichten! Een ijverige, enthousiaste dienstknecht van God zal echter niet alleen volharden wanneer hem zoiets overkomt, maar hij zal de twijfelaars tot meer geloof en de inactieven tot grotere ijver aansporen. Spoort uw ijver uw broeders aldus aan? Dit dient zo te zijn.
29. Met welk werk zullen wij in deze uiterst dringende tijd bezig gevonden willen worden?
29 Het is absoluut noodzakelijk ons ervan bewust te zijn dat wij in een zeer kritieke en dringende tijd van de menselijke geschiedenis leven. De religies van de christenheid, zoals door haar zelf wordt toegegeven, zijn òf dood òf stervende. In deze tijd vóór de vernietiging van Babylon de Grote en de oorlog van Armageddon dienen wij van onze zijde ijverig deel te nemen aan het voortreffelijkste werk dat thans gedaan kan worden, namelijk, mensen met een eerlijk hart op Gods koninkrijk te wijzen als de enige hoop voor de mensheid. Moge de Leider van onze redding ons op zijn inspectieuur met dit werk bezig vinden.