Jonge mensen vragen . . .
Hoe kom ik aan een baan?
Jeugdwerkloosheid — een wereldwijd probleem
● BELGIË: „De helft van de 425.000 mensen zonder werk is jonger dan 30 jaar.” — The New York Times, 1982.
● CHINA: „Elk jaar komen er 12 miljoen tot 15 miljoen jonge mensen bij op de arbeidsmarkt . . . Hun grootste zorg betreft het vinden van een baan.” — Business Week, 1981.
● FRANKRIJK: „De lijsten der werklozen blijven groeien . . . Veertig procent van de werkzoekenden is jonger dan 25.” — U.S. News & World Report, 1981.
● GROOT-BRITTANNIË: „Jonge arbeiders komen met hele drommen terecht in de rijen der werklozen.” — U.S. News & World Report, 1981.
● ITALIË: „De werkloosheid onder de veertien- tot vierentwintigjarigen bedraagt bijna 30 procent. — World Press Review, 1982.
● PORTUGAL: „65 procent van de werklozen is onder de 25.” — U.S. News & World Report, 1981.
● VERENIGDE STATEN: In december 1981 bedroeg „het [werkloosheids]cijfer voor tieners 21,7 procent.” — Time, 1982.
„GEDEPRIMEERD en schuldig.” „Nerveus, onzeker.” „Ik voelde mij echt ellendig, overbodig en gefrustreerd.” „Ik had het gevoel dat ik onbruikbaar was, begon gewicht te verliezen en werd lichamelijk ziek.” Dat zijn vier hartekreten van werkloze jongeren.
„Het is droevig het te moeten zeggen, maar jonge mensen verkeren in een slechte positie”, zegt Cleveland J. Jones, hoofd van een arbeidsbemiddelingsbureau in New York. „De werkgelegenheidsmarkt vandaag de dag is erg krap.”
Maar dat wist je al. Een baan zoeken is geen geringe job. De wereldwijde inflatie en beperkte vraag naar ongeschoolde arbeiders hebben het moeilijker gemaakt een baan te krijgen, vooral als je een jongere bent. En als je niet direct een baan kunt vinden, kan dat je emotioneel beïnvloeden en maken dat je aan je eigen waarde gaat twijfelen. Anderen hebben dat gevoel ook gekend toen zij geen baan konden vinden. Waarom voelen we ons zo als we geen werk hebben?
Waarom werken?
Werken is alleen maar natuurlijk. Zo zijn wij geschapen. De goede resultaten zien van hard werken wordt „de gave Gods” genoemd (Pred. 3:12, 13). En wie ontvangt niet graag geschenken? Geschenken kunnen ons gelukkig maken; ze laten zien dat anderen om ons geven. Zinvol werk kan geluk schenken en ons ook het gevoel geven dat wij nuttig en nodig zijn. Zonder werk vervelen wij ons en voelen wij ons rusteloos.
Mensen werken graag omdat ze dan geld kunnen verdienen om dingen te kopen die ze willen hebben. Zo kunnen zij „voedsel . . . eten dat zijzelf verdienen” en ’de leden van hun huisgezin’ voorzien van de noodzakelijke levensbehoeften. Maar wat zelfs nog belangrijker is — mensen werken graag omdat het hen helpt te weten wie zij zijn. Het is een manier om zichzelf te identificeren. Ze zijn niet meer gewoon maar Piet; maar ze zijn Piet de bakker, Jeanette de secretaresse of Joessoef de monteur. — 2 Thess. 3:12; 1 Tim. 5:8.
Het vinden van een baan is een onderwerp dat bij de jongeren hoog genoteerd staat. Volgens een recent onderzoek, dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Senior Scholastic, werd aan Amerikaanse middelbare scholieren gevraagd aan te geven welke levensdoelen zij als „zeer belangrijk” beschouwden. Vierentachtig procent antwoordde: „Vast werk kunnen vinden.” En een ander onderzoek stelde vast dat 5 van de 10 zorgen waarmee jonge mensen van nu te kampen hebben, verband houden met een baan.
Opleiding voor een baan
De school is een goede plaats om je voor te bereiden op een baan — als je tenminste bereid bent om te leren. Leren houdt niet op wanneer je je diploma hebt. De wereld verandert voortdurend; om bij te blijven, zul je dus voortdurend moeten leren.
„De schrandere geeft acht op zijn schreden”, is de raad die een beroemde wijze man aan de onervarenen geeft. Zou op een hete zomerdag een duik in koel water niet verkwikkend zijn? Maar zou het verstandig zijn in een diep meer te springen als je nog niet kunt zwemmen? ’Geef’ dan ook ’acht op je schreden’ door het „water” van het arbeidsproces te verkennen voordat je in een baan duikt. Zorg dat je je, zolang je nog op school zit, zo goed mogelijk voorbereidt en voor de maatschappij oefent voordat je je in de arbeidsmarkt stort. — Spr. 14:15.
Zorg dat je de fundamentele vaardigheden van lezen, schrijven en rekenen goed beheerst. De heer Jones, die vijftien jaar ervaring heeft in het vinden van banen voor anderen, geeft dit advies aan toekomstige banenzoekers: „Zorg dat je een goede middelbare schoolopleiding krijgt. Ik kan er niet genoeg de nadruk op leggen hoe belangrijk het is behoorlijk te leren lezen en schrijven en spreken. Maak je ook behoorlijke omgangsvormen eigen, zodat je in je werk met mensen weet om te gaan.” De arbeidsstatistieken laten zien dat het werkloosheidscijfer bij degenen die voortijdig afhaken, die hun studie niet afmaken, bijna tweemaal zo hoog ligt als bij degenen die hun diploma hebben behaald.
Sommigen vragen zich misschien af: ’Wat heb ik eraan om me die schoolse vaardigheden eigen te maken, als ik toch niets anders wil dan buschauffeur worden, in een fabriek werken of in een winkel staan?’ Heel veel. En weet je waarom? Een buschauffeur moet de dienstregelingen met de aankomst- en vertrektijden kunnen lezen. Fabrieksarbeiders moeten werkbriefjes of soortgelijke rapportjes kunnen invullen. Verkopers moeten berekeningen kunnen maken. In vrijwel iedere soort van baan zijn communicatieve vaardigheden vereist. En dat niet alleen — om te beginnen moet er al communicatie zijn om de baan te bemachtigen. En communicatie betekent goed genoeg kunnen schrijven, lezen en spreken om begrepen te worden en de ander te begrijpen.
Volgens de heer Jones wordt bij sollicitanten nog op drie andere belangrijke ingrediënten gelet: op tijd zijn, aanwijzingen opvolgen en respect tonen voor meerderen (op school je leraren en de directeur). De school kan je oefenterrein zijn om die hoedanigheden te ontwikkelen.
Geef het nooit op
„Geef het nooit op, als je van school af bent en een baan zoekt”, zegt de heer Jones. „Wat je niet moet doen, is twee of drie sollicitatiegesprekken voeren en dan verder thuis gaan zitten afwachten. Op die manier word je nooit voor een baan opgeroepen.” Volg het voorbeeld van de mier, en „zie haar wegen en word wijs”, raadt de bijbel aan. Mieren zijn vasthoudend en vastberaden. Heb je wel eens geprobeerd een mier met je voet de weg te versperren? Die mier gaat niet terug, maar zal het eerst langs de ene kant, dan langs de andere kant proberen, of zal zelfs over je voet heen willen klimmen. De mier geeft het niet gemakkelijk op. Dat moet jij ook niet doen, als je werkelijk een baan wilt hebben. — Spr. 6:6.
Sal zocht al zeven maanden naar een baan, voordat hij werd aangenomen. Hoe deed hij dat? „Ik hield mezelf voor: ’Mijn baan is een baan zoeken’”, legt Sal uit. „Zeven maanden lang besteedde ik iedere werkdag acht uur aan het zoeken van een baan. Ik begon elke ochtend al vroeg en ’werkte’ dan tot vier uur ’s middags. ’s Avonds deden mijn voeten dikwijls pijn. Dan moest ik me de volgende ochtend ’opkrikken’ om weer op zoek te gaan.”
Hoe komt het dat Sal er niet mee opgehouden is? „Elke keer als ik bij een personeelsafdeling zat,” antwoordt hij, „dacht ik aan wat Jezus heeft gezegd: ’Spant u krachtig in.’ Ik bleef maar denken dat ik op een dag aan het werk zou zijn, en dat deze nare tijd voorbij zou gaan.” Voor Sal ging die voorbij toen hij een baan kreeg. Dat kan ook bij jou gebeuren, als je het niet opgeeft. — Luk. 13:24.
Waar je naar banen kunt zoeken
Als je in een agrarisch gebied woont, zou je bij de plaatselijke landbouwbedrijven en boomgaarden kunnen beginnen te zoeken naar een baan, of je zou kunnen zoeken naar een of ander soort werk op het erf. Als je in een stad of een stadsagglomeratie woont, probeer het dan eens met kijken in de advertenties „personeel gevraagd” in de krant. Waarom de advertenties „personeel gevraagd”? De heer Jones antwoordt: „In de personeelsadvertenties vind je altijd aanwijzingen over de dingen waar de werkgever naar zoekt.” Die aanwijzingen kunnen je vertellen welke bekwaamheden worden gevraagd voor een bepaalde baan en kunnen je helpen de werkgever uit te leggen waarom jij aan die eisen kunt voldoen. Leraren, arbeidsbureaus, personeelsafdelingen en vrienden of buren die wel een baan hebben, zijn ook informatiebronnen waaruit je kunt putten. En niet te vergeten je ouders. Van 160.000 ondervraagde tieners zei 45 procent dat zij graag raad van hun ouders zouden krijgen over het bemachtigen van een baan.
Maar je vraagt je misschien af: ’Hoe kan ik mij voorbereiden op een sollicitatiegesprek? Is een resumé (korte opsomming van kwaliteiten) nodig, en hoe schrijf ik die dan? Hoe kan ik naar een baan solliciteren als ik nog geen werkervaring heb?’ Het volgende nummer van Ontwaakt! zal die vragen helpen beantwoorden.
[Inzet op blz. 18]
De school is een goede plaats om je voor te bereiden op een baan — als je tenminste bereid bent om te leren
[Inzet op blz. 18]
„Zeven maanden lang besteedde ik iedere werkdag acht uur aan het zoeken van een baan”
[Illustratie op blz. 19]
Mieren laten zich niet tegenhouden door obstakels. Dat moet jij ook niet doen