Microgolven — hoe gevaarlijk zijn ze?
MEN weet reeds lang dat als microgolven in een oven rundvlees kunnen koken, ze net zo goed menselijk weefsel kunnen koken. Dit zal gebeuren als iemand maar lang genoeg aan een voldoende hoge stralingsintensiteit van bepaalde bijzonder doordringende frequenties wordt blootgesteld.
Zo is bijvoorbeeld de ooglens erg gevoelig voor hitte omdat ze geen efficiënt circulatiesysteem voor afkoeling heeft. Een overmatige verhitting door microgolven kan derhalve de proteïnen, de eiwitten, in de ooglens net zo koken als ze het wit van een ei zal doen stollen.
Ook de maag, ingewanden en blaas zijn heel gevoelig voor de thermische schade die microgolven bij een hoge intensiteit kunnen aanrichten. Dit is ook het geval met de testikels, aangezien sperma alleen gevormd kan worden bij temperaturen die lager zijn dan die van het lichaam zelf. Hoge doses microgolfstraling kunnen de dood, pijnlijke brandwonden, onvruchtbaarheid en maag- en darmproblemen tot gevolg hebben.
Microgolven meten
Geleerden meten microgolven naar de hoeveelheid energie die per seconde door een bepaalde ruimte stroomt. Westerse geleerden waren van mening dat ernstig letsel ten gevolge van verhitting alleen kon optreden als men per vierkante centimeter huid blootgesteld werd aan een energiestroom van 100 milliwatt (100.000 microwatt) of meer. Men nam aan dat een tiende daarvan, ofwel 10 milliwatt (10.000 microwatt) per vierkante centimeter, een veilig niveau zou zijn. Derhalve kwam men in het midden van de jaren ’50 in de Verenigde Staten tot een aanbevolen norm voor bedrijfsveiligheid van 10.000 microwatt per vierkante centimeter. Met geringe wijzigingen werd deze norm ook door Canada, Engeland, de Bondsrepubliek Duitsland, Nederland, Frankrijk en Zweden aangenomen.
In 1971 werd in de Verenigde Staten een wettelijke norm gesteld voor stralingslekkage bij magnetronovens. Deze mocht bij de aankoop van de oven op een afstand van vijf centimeter 1000 microwatt per vierkante centimeter bedragen en mocht daarna oplopen tot 5000 microwatt per vierkante centimeter. Deze normen waren gebaseerd op de opvatting dat blootstelling aan microgolven alleen gevaar opleverde bij de hoge intensiteiten waarbij oververhitting kon optreden.
Wetenschappelijk onderzoek door de Sovjet-Unie
Terwijl westerse geleerden de verhitting bestudeerden die het effect was van hoge stralingsintensiteiten, begonnen Russische en Oosteuropese landen verslag uit te brengen over de cumulatieve gevolgen van een langdurige blootstelling aan lage stralingsniveaus, niveaus die in het Westen veilig werden geacht. Vooral de Sovjet-Unie, waar men deze kwestie reeds in de jaren ’30 begon te bestuderen, verrichtte baanbrekend wetenschappelijk onderzoek.
De Russische geleerden ontdekten dat microgolven niet alleen door oververhitting schade konden aanrichten, maar ook een uitwerking konden hebben die zich niet louter door verhitting liet verklaren. En deze gevolgen traden aan het licht wanneer men werd blootgesteld aan niveaus bij en zelfs onder de 10.000 microwatt per vierkante centimeter, de aanbevolen bedrijfsveiligheidsnorm in de VS. De Russen maakten hieruit op dat de westerse veiligheidsnorm, die enkel de thermische effecten in aanmerking nam, te hoog lag, zelfs veel te hoog.
Aldus werden door de Sovjet-Unie en andere Europese landen stringente richtlijnen opgesteld voor de beveiliging van arbeiders die met microgolven werken. De Russische bedrijfsnorm is bijvoorbeeld vastgesteld op 10 microwatt gedurende een achturige werkdag of maximaal 100 microwatt gedurende twee uur, terwijl de Amerikaanse norm toestaat dat men aan 10.000 microwatt wordt blootgesteld! Russische arbeiders moeten al een veiligheidsbril dragen als zij maar even blootgesteld zijn aan een microgolfstraling van 1000 microwatt, het niveau dat Amerikaanse ovens stelselmatig mogen uitstralen. En in Polen mogen zwangere vrouwen uit vrees voor aangeboren afwijkingen niet beroepshalve aan microgolven blootstaan.
Jaren geleden reeds hebben onderzoekingen uit deze landen getoond dat er functionele veranderingen optreden in het zenuwstelsel, hart en bloedvaten en ook het bloed van mensen die aan zeer lage niveaus van microgolfstraling blootstaan. Men spreekt er van „microgolfziekte” en deze wordt daar als een onderscheiden klinische entiteit aanvaard. De symptomen van deze ziekte zijn onder andere hoofdpijnen, oogpijn, prikkelbaarheid, duizeligheid, bezorgdheid, emotionele instabiliteit, onrustige slaap, vermoeidheid, neerslachtigheid, vergeetachtigheid, afnemende efficiency, verlies van eetlust, afnemende concentratie, cardiovasculaire veranderingen zoals vertraagde of onregelmatige hartslag, haaruitval, veranderingen in bloeddruk, vergroting van de schildklier, stoornissen in de werking van de endocriene klieren, grotere vatbaarheid voor besmettelijke ziekten, hartkloppingen, ademnood en bevende armen en benen.
Dierproeven bij lage microgolfniveaus leveren een bevestiging van de potentiële gevaren. Uit deze onderzoekingen is gebleken dat de blootstelling aan lage stralingsniveaus het lichamelijke uithoudingsvermogen verminderde en de gewichtstoename vertraagde, veranderingen in bloeddruk en hartslag veroorzaakte, immuniteitsreacties veranderde, de afscheiding van maagsappen verlaagde, en de dood van de foetus of ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaakte.
Westerse landen gaan de normen opnieuw onderzoeken
Tot het midden van de jaren ’70 schonk men in het Westen over het algemeen weinig aandacht aan deze berichten. Toen begonnen de Verenigde Staten een systematische poging in het werk te stellen om de Russische en Oosteuropese experimenten te dupliceren om vast te stellen of hun eigen veiligheidsnorm van 10.000 microwatt wel of niet redelijk was, en om te proberen of zij dezelfde gevolgen van een laag stralingsniveau konden ontdekken als die welke hun oostelijke tegenhangers zeiden ontdekt te hebben.
Ofschoon nog niet alle onderzoek is voltooid, is er thans genoeg bevestigend materiaal gepubliceerd om ernstige twijfel te doen rijzen ten aanzien van de veiligheid van de westerse normen. Een aantal landen, zoals Zweden, hebben onlangs hun normen verscherpt en andere overwegen dit voorbeeld na te volgen. Verwacht wordt dat de VS weldra strengere normen zal uitvaardigen.
De New York Times van 26 februari 1980 berichtte: „Dreiging van microgolfstraling houdt toestemming voor televisietoren op handelscentrum tegen.” Het artikel illustreerde de controverse over de veiligheidsnormen voor microgolven:
„Men is bezorgd voor de 1,5 miljoen mensen die het uitzichtterras op de tweede toren bezoeken . . . en voor het kantoorpersoneel dat op de bovenste negen verdiepingen werkt . . .
De taak van het havenbestuur wordt moeilijker omdat er in de wetenschappelijke wereld verdeeldheid bestaat over de vraag wat een aanvaardbaar niveau van microgolftransmissie is. Ten gevolge hiervan zijn er nog steeds geen staats- of stadsnormen uitgevaardigd.
De laatste weken hebben proeven aangetoond dat de bovenste verdiepingen blootgesteld zouden worden aan meer dan 360 microwatt — of driehonderdzestig miljoensten van een watt — stralingsdruk per vierkante centimeter . . . Twee jaar geleden ontstond een soort diplomatieke rel toen het Amerikaanse ambassadepersoneel in Moskou protesteerde tegen het feit dat Russische afluisterapparatuur hen aan 18 microwatt had blootgesteld.
De Dienst voor Bedrijfsveiligheid en Gezondheid heeft geadviseerd om industriearbeiders niet aan meer dan 10.000 microwatt bloot te stellen, maar verscheidene regeringsinstanties bestuderen de kwestie en zowel regeringscommissies als afzonderlijke geleerden verwachten dat de normen, vooral die welke voor het publiek zullen gelden, zullen worden verlaagd.”
Het artikel citeerde verder een geleerde die adviseerde om blootstelling van het publiek te verlagen tot onder een maximum van 100 microwatt en een andere geleerde gaf de raad om onder de 50 microwatt te blijven.
Verscheidene Amerikaanse laboratoria hebben gerapporteerd dat blootstelling aan een laag niveau van microgolfstraling een bepaalde uitwerking op mensen heeft. Wat zij melden, is een zorgvuldige beschouwing waard.
Wat betekent dit allemaal?
Men is het er allerminst over eens hoe de resultaten van deze experimenten moeten worden uitgelegd. Maar één ding staat vast: microgolven hebben een niet-thermische uitwerking op zowel dieren als mensen bij niveaus die de westerse wereld eens als onbeduidend beschouwde. Zorgwekkend is het feit dat het hier gaat om niveaus waaraan een groot deel van de bevolking misschien elke dag reeds wordt blootgesteld.
De controverse komt voort uit de vraag in hoeverre deze niet-thermische uitwerking gevaar oplevert. Sommige geleerden wijzen erop dat er een groot verschil bestaat tussen een biologische uitwerking en een biologisch gevaar. Lage niveaus van microgolfstraling hebben inderdaad een uitwerking op zowel dier als mens; hun vermogen bijvoorbeeld om bepaalde taken te verrichten, wordt minder. Maar hoe ernstig is deze uitwerking?
„Niemand”, zo heeft een zegsman van de Amerikaanse regering verklaard, „dient zichzelf aan onnodige straling bloot te stellen. Het probleem is dat zoveel van de straling waaraan mensen blootstaan — magnetronovens, televisiezenders en wat al niet meer — afkomstig is van apparaten die allerlei nuttige dingen doen waarvan mensen willen dat ze voor hen worden gedaan.”
Maar is het werkelijk gevaarlijk langere tijd aan lage stralingsniveaus te zijn blootgesteld? Russische en Oosteuropese geleerden die deze kwestie heel wat langer hebben bestudeerd, zijn reeds van mening dat de effecten van een blootstelling aan microgolfstraling van geringe intensiteit cumulatief zijn. Zij geloven bovendien dat deze uitwerking na een blootstelling van twee tot zes jaar wellicht niet meer ongedaan te maken valt.
Thans zijn er ook Amerikaanse geleerden die zeer bezorgd zijn over de mogelijke gevaren van microgolven. „Wij weten feitelijk niet wat het risico voor de bevolking is”, geeft een regeringsverslag over microgolven toe. „Het kan zijn dat speciale groepen gevaar lopen; het kan ook de gehele bevolking zijn.” De Amerikaanse geleerde die in de jaren ’50 aanvankelijk 10.000 microwatt als een veilige bedrijfsnorm voorstelde, heeft sindsdien toegegeven dat deze norm „dringend aan een verfijning toe is”, aangezien ze ’een grove benadering is’.
Dr. Milton M. Zaret, hoogleraar in de oogheelkunde aan het Bellevue Medical Center van de universiteit van New York, die reeds geruime tijd de biologische uitwerking van microgolven heeft bestudeerd, waarschuwt: „Er kan niet genoeg nadruk op de gevaren worden gelegd, aangezien het meeste letsel van niet-ioniserende straling zich heimelijk voordoet en doorgaans niet openbaar wordt totdat er een latente periode van jaren is verstreken, en als deze beschadigingen zich manifesteren, worden ze zelden herkend.”
Aan welke microgolfniveaus kan men zich veilig blootstellen? „Ik heb geen idee wat een veilig niveau is”, bekent Zaret zelf. „Ik denk niet dat er iemand ter wereld weet wat een veilig niveau is.”
Men dient dus wijselijk voorzichtigheid te betrachten wanneer men in de buurt komt van krachtbronnen die microgolven uitzenden, en deze kwestie zal in een latere uitgave van Ontwaakt! verder worden besproken.
[Kader op blz. 23]
WAT GELEERDEN ONTDEKKEN
● De Amerikaanse marine verklaart dat ’blootstelling van marinepersoneel aan microgolfstraling een acuut probleem vormt’ en dat ’waarschijnlijk zelfs kleine doses het prestatievermogen van personeel in uitermate belangrijke dienstposities zullen verlagen’.
● Toen vrijwilligers tijdens een onderzoek van de Amerikaanse marine aan lage microgolfniveaus werden blootgesteld, bleken zij duidelijk minder goed in staat om een simpele optelling te maken.
● Bij een onderzoek werden ratten gedresseerd om hefboompjes omlaag te drukken ten einde voedsel te bemachtigen. Na zes maanden dressuur waren ze in staat om de hefboompjes 80 procent van het aantal keren op juiste wijze te bedienen. Vervolgens werden ze 30 minuten blootgesteld aan microgolven bij intensiteiten van 5000, 10.000 en 15.000 microwatt per vierkante centimeter. Hun vermogen om de goede hefboompjes omlaag te drukken, was tot beneden de 50 procent gedaald. Toen ze niet langer aan microgolven werden blootgesteld, konden ze de test weer even doeltreffend uitvoeren als voorheen.
● De Johns Hopkins Universiteit in de VS heeft een onderzoek ingesteld naar de vraag of er verband bestaat tussen microgolfstraling en kanker bij mensen. Sommigen zijn van mening dat dit wel eens zo zou kunnen blijken te zijn. Dr. James M. Sontag van het Nationale Kankerinstituut van Bethesda in de Amerikaanse staat Maryland zegt: „Ik zou niet met de mogelijkheid willen spotten. Het is waar dat microgolven een niet-ioniserende vorm van straling zijn en dat men daarom veronderstelt dat ze niet kankerverwekkend zijn. Maar ook ultraviolet licht is niet-ioniserend en het kan wel degelijk kanker veroorzaken”, merkt hij op. „Zo namelijk krijgen mensen huidkanker.”
● Professor Carpenter van de Tufts University schreef: „Wij hebben duidelijk aangetoond dat microgolfstraling een cumulatieve schadelijke uitwerking op het oog heeft, zodat doses die op zichzelf niet schadelijk zijn, echt gevaarlijk kunnen worden wanneer men er maar vaak genoeg aan wordt blootgesteld.”
● Een aantal veteranen van de Amerikaanse strijdkrachten heeft een vordering tot schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid ingediend. Zij voerden hierbij aan dat zij grauwe staar en andere lensaandoeningen hebben opgelopen ten gevolge van het feit dat zij in militaire dienst langdurig aan lage microgolf-stralingsniveaus (van 1000 tot 10.000 microwatt per vierkante centimeter) hadden blootgestaan. Sommige eisen werden verworpen, maar verscheidene zijn ten gunste van de veteranen ingewilligd.
● „Bij de ’New York Times’ hebben twee redacteurs die werken met beeldschermterminals op opmerkelijk vroege leeftijd (29 en 35 jaar) grauwe staar gekregen”, bericht de „New Times” van 6 maart 1978.
● Blootstelling aan niet-ioniserende straling blijkt de elektrische activiteit van de hersenen te wijzigen.
● Tijdens een experiment van de Amerikaanse marine waarvoor men menselijke vrijwilligers gebruikte, steeg het triglyceridegehalte in het bloed bij 9 van de 10 vrijwilligers tot abnormale hoogten nadat zij één dag aan een magneetveld van extreem lage frequentie hadden blootgestaan.
● Een door de Amerikaanse luchtmacht uitgegeven bulletin verklaart dat „pijnen in de bovenbuik en/of misselijkheid af en toe kunnen optreden bij een stralingsintensiteit van slechts vijf tot tien milliwatt per vierkante centimeter”.
[Illustratie op blz. 21]
De 107 meter hoge tv-toren op het Wereldhandelscentrum — een bron van gevaarlijke microgolfstraling?