Blindheid uit de rivier
Door Ontwaakt!-correspondent in Ivoorkust
„ONCHOCERCIASIS! Wat een woord! Daar heb ik nog nooit van gehoord. Wat betekent het?” informeerde Jerry, mijn Europese vriend.
„Blindheid”, antwoordde ik zonder omhaal. „Blindheid uit de rivier. Dat wil zeggen, veroorzaakt door een vlieg die zich voortplant in bepaalde tropische rivieren.” Jerry luisterde aandachtig naar mijn uitleg.
„Wayen, bijvoorbeeld, is een klein halfverlaten dorp, zo’n 70 kilometer ten westen van Ouagadougou, de hoofdstad van het Westafrikaanse land Opper-Volta. Het ligt in de buurt van de Volta Blanche, een van de rivierbekkens waar de ziekte zich veelvuldig voordoet. De meeste inwoners van het dorp lijden aan de ziekte; ze zijn blind of hun gezichtsvermogen is ernstig aangetast.”
„Ben je in Wayen geweest?” vroeg Jerry.
„Verscheidene keren. Bij mijn laatste bezoek heb ik Moussa ontmoet. Hij is slechts een van de 70.000 blinden in het Sahel-gebied van West-Afrika. Er zijn naar schatting 1.000.000 slachtoffers die nog wel niet blind zijn, maar toch op de een of andere manier van onchocerciasis te lijden hebben.
In feite is Moussa nog helemaal niet de oude man waarvoor je hem op grond van de rimpels in zijn huid zou aanzien. Hij is pas een jaar of 40, en onder normale omstandigheden zou hij nog heel actief zijn. Maar ik kreeg een voortijdig oude man te zien, wiens huid afschuwelijk verdikt en gerimpeld was. Op zijn schenen kon ik zien hoe de pigmentatie door het vele krabben was verdwenen; er waren rozeachtige plekken overgebleven waarover een vaalgrijze, ongezonde tint lag.
Hij is getrouwd en heeft vier kinderen. Maar zij leven in de ellendigste armoede. Het oudste kind heeft het dorp verlaten. Hij is weggelopen voordat hij blind wordt. Ik zag zijn broertjes daar bij andere kinderen; met ruwe stenen en zand in hun handen schuren ze over hun jeukende armen en benen. Hun graad van infectie is nog licht. Zij hebben hun gezichtsvermogen nog niet verloren. Daarom dienen zij hun bejaarde en blinde ouders tot gids. Na verloop van tijd zullen ook zij blind worden, want blindheid is voor hen iets geworden dat bij het leven hoort.”
Overbrenging van de ziekte
Ik legde Jerry uit hoe de ziekte van mens op mens wordt overgebracht door een kleine gebochelde zwarte vlieg, door de deskundigen Simulium damnosum genoemd. Ze leeft in snelstromende rivieren en stromen en voedt zich met mensenbloed. De ziekte is niet beperkt tot tropisch Afrika. Ze wordt ook aangetroffen in Jemen, Mexico en Centraal- en Zuid-Amerika.
In het geval van Moussa voltrok de tragedie zich al in zijn kinderjaren. Hij werd gebeten door een geïnfecteerde vrouwelijke zwarte vlieg, die hem injecteerde met een wormachtige parasiet, Onchocerca volvulus. Doordat de kleine Moussa in een streek leefde die zwaar geteisterd werd door de vlieg, werd hij steeds opnieuw gebeten.
Is Onchocerca volvulus eenmaal het menselijk lichaam binnengedrongen, dan voltrekt zich in het slachtoffer een langzaam verzwakkend proces. Hoe vaker hij wordt gebeten, des te meer wormen zich in zijn lichaam verzamelen. Gedurende de volgende 15 jaar of zo rollen verscheidene mannelijke en vrouwelijke volwassen wormen zich op onder zijn huid en vormen zo zichtbare knobbels op zijn rug, dijen, billen, rondom de knieën en in sommige gevallen zelfs op het hoofd. Ze planten zich binnen in hem voort en kunnen wel 50 tot 200 miljoen „baby”-wormen voortbrengen. Deze dringen het lichaam binnen en bereiken uiteindelijk het oog. Als ze in het hoornvlies sterven, vindt er een cellulaire reactie plaats, er ontstaat een ondoorschijnende vlek en blindheid is het gevolg.
„Vertel me eens”, vroeg Jerry, „is de ziekte dodelijk?”
„Onchocerciasis is niet dodelijk”, vertelde ik hem. „Hoogstens verhaast ze het ouderdomsproces en verkort ze de gemiddelde levensduur. De economische ontberingen zijn echter groot. Als je meeste mannen tussen de 25 en 45 jaar — je actieve werkende bevolking — blind zijn, heb je een verlamde economie. Dat is de reden waarom in enkele delen van het stroomgebied van de Volta in West-Afrika, mensen vruchtbare rivierdalen hebben verlaten om zich op veel armere gronden te vestigen, om toch maar aan de vliegen te ontkomen.”
Geneeskundige behandeling en bestrijdingsprogramma
„Wat kan de medische wetenschap doen”, zo wilde Jerry weten, „om het lot van deze arme mensen die aan ’rivierblindheid’ lijden, te verlichten?”
Mijn antwoord is niet erg bemoedigend. „Men is al enige tijd bezig met research op dit gebied. Tot dusver zijn er twee geneesmiddelen ontwikkeld, suramine en diëthylcarbamazine. Beide hebben echter ernstige bijwerkingen en kunnen slechts onder zeer nauwlettend en strikt medisch toezicht worden toegediend. In feite zijn ze niet praktisch voor massale behandelingscampagnes.”
„En kunnen de wormenknobbels met operatief verwijderd worden?”
„Dat lijkt misschien een praktischer oplossing. Het is in feite toegepast in Centraal-Amerika. Deze oplossing schijnt in het stroomgebied van de Volta echter niet effectief te zijn, want daar is de infectiegraad zo hoog dat men door knobbels te verwijderen slechts meer ruimte schept voor de jongere wormen.
Op het ogenblik schijnt de enige doenlijke en effectieve methode het uitstrooien van insekticide te zijn op de broedplaatsen van de zwarte vliegen. De Vectorbestrijdingseenheid van het Onchocerciasis Bestrijdingsprogramma heeft dit sedert 1974 wekelijks in het stroomgebied van de Volta gedaan met helikopters en kleine vliegtuigen.
Het programma wordt georganiseerd door de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties, met financiële steun van vrijwillige donorlanden en de deelnemende landen. Deze zeven landen, Benin, Ghana, Ivoorkust, Mali, Niger, Togo en Opper-Volta, hopen dat vruchtbaar land zal herstellen van de ziekte zodat hun bevolking zich opnieuw langs de rivieren kan vestigen. Het bestrijdingsprogramma heeft zich ten doel gesteld deze taak in 20 jaar te volbrengen. Tot nu toe is er ruim 46 miljoen dollar besteed aan de strijd tegen de zwarte vlieg.”
„Welk succes is er tot nu toe geboekt?”
„Nu, de overbrenging van de ziekte is in sommige streken verstoord. Er vestigen zich al weer enkele zwervende bevolkingsgroepen in de ’met succes’ gereinigde rivierdalen. Een functionaris van het bestrijdingsprogramma merkte echter eens op: ’Er is nog lang geen sprake van uitroeiing van de ziekte. Wij kunnen slechts spreken van een reduceren tot het uiterste minimum misschien.’”
Natuurlijk is onchocerciasis slechts een van de vele kwalen die een schrikbarende tol onder de mensheid eisen. Menselijke pogingen tot verlichting zijn beperkt en tijdelijk van aard. Wat een vreugde zal het zijn wanneer slachtoffers van deze ziekte niet alleen trots kunnen zijn op een ’huid die teruggekeerd is tot haar jeugdige staat’ maar wanneer ook hun ’blinde ogen worden geopend’! — Job 33:25: Jes. 35:5.