Ik ben heel ernstig verbrand geweest
Zoals verteld aan een redactielid van Ontwaakt!
DIE novembermorgen beloofde een van die prachtige Newyorkse herfstdagen te worden. Maar voor mij zou die dag in een nachtmerrie veranderen.
Zoals gewoonlijk ging ik vroeg van huis — ik woon op Long Island — om naar mijn werk te gaan. Ik had een vloeronderhoudbedrijfje, met mijn zwager als part-time helper. Vandaag zouden wij in een zomerhuis vlak bij Westhampton werken; de eigenaars wilden het in een permanente woning laten veranderen. Daar wij een zeer vluchtige oplossing zouden gebruiken om een polyurethan-coating van de stenen vloer te verwijderen, hadden wij enkele dagen van tevoren de verwarming uitgedraaid. Zonder dat wij het wisten, was iemand echter precies de dag voordat wij kwamen werken, het gasfornuis komen aansluiten en had de waakvlam aangestoken.
Wij waren al een flink eind met het werk gevorderd toen ik plotseling opkeek en zag hoe een muur van vlammen op ons af kwam stormen. De luchtdruk slingerde mijn zwager door een deuropening een badkamer in. Hierdoor kwam hij er zonder ernstige brandwonden af. Maar voor mij liep het veel slechter af.
Levensgevaarlijke verwondingen
De kamer stond plotseling in lichterlaaie, waardoor alle uitgangen afgesloten waren. Ik had de tegenwoordigheid van geest mijn adem in te houden om mijn longen te beschermen, en door een glazen raam te springen. Ik liep een ernstige snijwond in mijn rechter biceps op, waardoor mijn latere strijd om in leven te blijven verzwaard zou worden. Vreemd genoeg hadden mijn kleren geen vlam gevat, maar de plotselinge enorme hitte verbrandde mijn huid op de plaatsen waar mijn lichaam onbedekt was.
Ik voelde geen pijn en begon onmiddellijk naar mijn zwager te zoeken. Ik was bang dat hij nog steeds in het huis opgesloten zou zitten. Maar toen kwamen verschillende buren, die de explosie hadden gehoord, aanrennen. Twee van hen waren verpleegsters die mij smeekten te gaan liggen en mij rustig te houden, maar ik was bezorgd om mijn metgezel. Wat een geruststelling toen ik hem om de hoek van het huis zag komen! Toen pas drong tot mij door dat een deel van mijn onderbenen, mijn armen en mijn gezicht ernstig verbrand waren.
Kort daarna arriveerde er nog een buurman, die dokter was, en hij hielp het bloeden van mijn arm te beperken. Er kwam een ambulance die mij in vliegende vaart naar het Riverhead ziekenhuis bracht. De artsen begonnen onmiddellijk moeite te doen om het bloeden te stelpen en zij slaagden erin het tijdelijk tot staan te brengen. Maar wat konden zij aan de brandwonden doen die ik had opgelopen? Dit ziekenhuis bezat geen voorzieningen om ernstige verbrandingsgevallen te behandelen, en dus werd er een particuliere ambulance besteld. Deze bracht mij naar het Nassau County Medical Center, zo’n 80 kilometer verderop, waar men een speciaal toegeruste afdeling had voor het verzorgen van verbrandingen.
Onderweg begon ik erge honger en een onlesbare dorst te krijgen. De doktoren legden later uit dat dit te wijten was aan het enorme verlies van lichaamsvloeistoffen, aangezien een groot deel van mijn huid, die er gewoonlijk voor zorgt dat deze vloeistoffen in het lichaam blijven, vernietigd was. Toen wij bij het Nassau County Medical Center arriveerden, werd ik in aller ijl naar de speciale afdeling gebracht die voor gevallen van ernstige verbranding is gereserveerd. Ik kreeg een verdovend middel toegediend om pijn te voorkomen, hoewel ik tot op dat moment erg weinig had gevoeld. Aanvankelijk lijkt het misschien alsof een ernstig verbrande patiënt niet zo zwaar gewond is en heeft hij wellicht geen pijn, maar dit kan bedrieglijk zijn.
De schade vaststellen
Ik vond het interessant onlangs te lezen dat een bepaald ziekenhuis patiënten met ernstige verbrandingen liet „kiezen tussen een kalme dood en een langdurige behandeling”. Nadat de doktoren aldaar de schade hebben vastgesteld, kan het zijn dat zij tegen een patiënt zeggen: „Voor zover wij weten, heeft in het verleden niemand van uw leeftijd en met de mate waarin u bent verbrand, ooit dit letsel overleefd.”
Twee zusters van 68 en 70 jaar, die bij een auto-ongeluk ernstige verbrandingen hadden opgelopen, kregen dit te horen. Toch zei één van hen: „Ik voel me zo goed. Zou ik geen verschrikkelijke pijn hebben als ik zou sterven?” Dit hoeft niet zo te zijn, althans niet in het begin. De zusters accepteerden de beoordeling van de dokter, en er werd geen behandeling gegeven. De bedden van de zusters werden dicht bij elkaar gezet en zij bespraken regelingen voor de begrafenis en andere zaken. Beiden stierven de dag daarop.
Velen in de medische wereld hebben bezwaren tegen deze benadering, daar zij van mening zijn dat ongeacht hoe ernstig het letsel is, het achterwege laten van een behandeling in strijd is met de ethiek. Zij wijzen op gevallen waarbij het leven van personen met ernstige verbrandingen toch is gered. Een 36-jarige vrouw in Sjanghai (China) bijvoorbeeld herstelde vorig jaar nadat zij op 94 percent van haar lichaam diepe brandwonden had opgelopen. Nog maar een generatie geleden overleefde iemand het zelden wanneer hij dergelijke verbrandingen over slechts een derde van zijn lichaam had.
Mijn wonden besloegen niet zo’n groot oppervlak als in bovenstaand geval. De doktoren zeiden dat 26 percent van mijn lichaam tweede- en derdegraads verbrandingen had opgelopen, en dat mijn toestand nog werd gecompliceerd door de lelijke snijwond aan mijn arm. Iemand wordt als ernstig verbrand beschouwd wanneer hij tweede- en derdegraads verbrandingen op meer dan 20 percent van zijn lichaam heeft. Maar wat valt er over eerstegraads verbrandingen te zeggen?
Ik had altijd gedacht dat deze de ergste verbrandingen waren. Maar dat is niet zo. Eerstegraads verbrandingen zijn minder ernstig, omdat ze alleen de buitenste lagen van de huid aantasten. Toch kunnen ze zeer pijnlijk zijn. Bij de meeste ernstige verbrandingen, ook in mijn geval, gaat het om alle drie de verbrandingsgraden.
Bij tweedegraads verbrandingen zijn de onderlagen van de huid en de haarvaten beschadigd. Er sijpelt vocht uit, wat blaren veroorzaakt, en als deze doorbreken, gaat de wond etteren. Uiteindelijk kan er echter nieuwe huid worden gevormd om de schade te herstellen. Maar bij derdegraads verbrandingen zijn alle lagen van de huid zo volledig vernietigd dat deze zich niet meer kan vernieuwen, en dit is ook het geval met de zenuwuiteinden die pijn registreren. De enige manier waarop het lichaam zelf de wond zal kunnen dichten, is de aangrenzende huid over het gat heen samen te trekken.
Na verloop van tijd kreeg ik folterende pijn. De dokters vonden dit een gunstig teken, hoewel ik, als degene die het moest ondergaan, het nu niet bepaald een zegen vond. Zij redeneerden dat de pijn een teken was dat de meeste van mijn wonden diepe tweedegraads verbrandingen waren en geen derdegraads verbrandingen, die de huid zodanig verwoesten dat hij zich niet kan herstellen.
Ik bleef mij maar steeds afvragen hoe mijn lichaam zou genezen. Zou ik mijn armen weer kunnen gebruiken? Zou ik er enorme littekens aan overhouden, vooral op mijn gezicht?
Het behandelen van mijn brandwonden
Een week lang lag ik op de intensive care afdeling en kreeg ik pijnstillende middelen. De eerste paar dagen werden mijn armen omhooggehouden om te voorkomen dat ik mij in bed zou omdraaien en ze daardoor nog meer zou beschadigen. De huid van mijn gezicht was eraf gebrand. Ik ben zwart, maar alle pigment was verdwenen. Een vriend maakte de opmerking: „Nu kun je zien dat de kleur alleen maar aan de buitenkant zit.”
Ik kon aan de uitdrukking op het gezicht van vrienden die op bezoek kwamen, en ook van mijn vrouw, merken dat zij erg schrokken van mijn uiterlijk. Het is heel verstandig dat er zich geen spiegels op de kamer van de patiënt bevinden. Het is al ontmoedigend genoeg naar je verschroeide armen en handen en andere lichaamsdelen te kijken.
Infectie vormt een grote bedreiging voor verbrandingsslachtoffers. Zelfs nu nog is ze de oorzaak van de helft van de sterfgevallen in een brandwondencentrum. Daarom draagt het ziekenhuispersoneel overjassen, maskers voor het gezicht, een kapje over het haar en hoezen om hun schoenen. En als zij de afdeling verlaten, trekken zij opnieuw gesteriliseerde overkleding aan wanneer zij terugkomen. Bezoekers worden nauwkeurig onderzocht om er zeker van te zijn dat zij geen ziekte onder de leden hebben, zelfs geen gewone verkoudheid, en zij krijgen zo’n zelfde uitrusting aan. Op de afdeling waar verbrandingsslachtoffers liggen, zorgt men voor een lichte overdruk, en wanneer er een deur opengaat, ontsnapt dus de gefilterde lucht maar komt er geen lucht van andere delen van het ziekenhuis binnen.
Maar het bestrijden van de bacteriën in de brandwond zelf vormde de grootste uitdaging. Het innemen van antibiotica heeft gewoonlijk geen effect, daar de haarvaten die deze stoffen naar de verbrande plaats zouden moeten vervoeren, vernietigd zijn. Om dus infectie te voorkomen, werden mijn armen in zwachtels gewikkeld die gedrenkt waren in een verdunde zilvernitraatoplossing of in een zoutoplossing. Driemaal per dag werden deze zwachtels verwijderd wanneer ze waren opgedroogd, en werden er nieuwe aangebracht.
Het verwijderen van die zwachtels was een ware marteling. Dit was vooral zo na de eerste week, toen ik geen pijnstillende middelen meer kreeg om mogelijke verslaving te voorkomen. De korsten en het weefsel waarmee het lichaam automatisch diepe brandwonden bedekt, werden met het verwijderen van de zwachtels eveneens losgetrokken, en dat was heel pijnlijk. En wanneer de open wonden met de lucht in aanraking kwamen, o, wat deed dat vreselijk pijn!
Dan reinigden de verpleegsters de wond van de achtergebleven eschara, zoals deze korsten worden genoemd. Aangezien er in of onder de eschara bacteriën kunnen groeien, vond men het belangrijk deze korst te verwijderen. Wanneer patiënten ook maar enigszins weer op de been kunnen zijn, gaan zij driemaal per dag naar de douche waar hun wonden met een spons worden gereinigd.
Na ongeveer drie weken kwam er een welkome verandering in de behandeling. De verpleegsters begonnen mijn armen met dunne transplantaten van varkenshuid te bedekken. Het deed geen pijn als die vochtige, koele repen varkenshuid op mijn wonden werden gelegd. Driemaal per dag werden deze transplantaten nagekeken en werden de gedeelten die zich niet hadden vastgehecht, verwijderd. Dan werden de wonden weer schoongemaakt en werd er weer een reep varkenshuid op gelegd. Wanneer de transplantaten „pakten”, bleven ze een paar dagen intact. Daarna raakten ze los, omdat het lichaam ze afstootte. Maar op de plaats waar ze hadden gezeten, was soms het begin van de groei van een nieuwe huid te zien. Dit was werkelijk aanmoedigend.
Deze behandeling met varkenshuid duurde slechts twee weken. Toen hervatten zij de behandeling met in zoutoplossing gedrenkte zwachtels. Ook wreven zij — met hun handen speciaal in handschoenen gestoken — sommige wonden in met een antibiotische crème, Silvadene genaamd. Soms leek het mij toe alsof zij aan het experimenteren waren om te zien welke behandeling het beste resultaat zou hebben. Maar ik was langzamerhand aan het herstellen, en ik liep geen infectie op.
De gehele persoon behandelen
Wanneer iemand een groot deel van zijn huid kwijtraakt, sijpelen vloeistoffen en essentiële lichaamsbestanddelen weg, vaak in enorme hoeveelheden. De eerste 24 uur moeten er wellicht verscheidene liters vloeistoffen door middel van een infuus worden toegediend om het vochtverlies te herstellen. Ik werd aangemoedigd heel veel te drinken. Toch raakte ik in de eerste week nadat ik de verbrandingen had opgelopen, zo’n 14 kilo kwijt.
Een paar jaar geleden stierven verbrandingsslachtoffers na enkele weken aan longontsteking of een andere verzwakkende ziekte. Uiteindelijk ontdekte men dat de grondoorzaak van hun dood ondervoeding was. Om dus te voorzien in de unieke voedselbehoefte van verbrandingsslachtoffers, kan het zijn dat doktoren tegenwoordig een voedzame drank rechtstreeks in de maag van de patiënt pompen. Bovendien worden zij aangemoedigd zo veel te eten als zij maar kunnen.
Behalve dat ik ertoe werd aangespoord enorme maaltijden te eten, moest ik liters van een voedzaam brouwsel van dikke room en eieren drinken. Zodra de ene kan leeg was, werd er weer een volgende neergezet. Het eiwitrijke dieet dat ik kreeg, bevatte 8000 tot 9000 calorieën per dag, ongeveer viermaal zo veel als wat iemand gemiddeld eet.
Daar ik ten tijde van het ongeluk een uitstekende gezondheid bezat en omdat ik nog maar 27 jaar was, kon ik weer op mijn oude gewicht komen en mijn kracht herwinnen, en traden er geen complicaties op. Ja, toen ik op 19 december uit het ziekenhuis kwam, woog ik zelfs 14 kilo meer dan vóór mijn ongeluk op 8 november.
Revalidatie
Mijn gezicht begon mooi te genezen, en uiteindelijk kwam de volledige pigmentatie weer terug. De littekens op mijn gezicht zijn geleidelijk aan minder lelijk geworden, totdat ze nu nog maar nauwelijks te zien zijn. Maar mijn handen en armen, die het ergst verbrand waren, hebben tot nu toe nog steeds aandacht nodig gehad.
Bij een ernstige verbranding vindt er een ineenkrimping van spieren en weefsel plaats, en door dit samentrekken worden de gewrichten stijf. ’s Morgens kon ik mijn handen of mijn vingers helemaal niet buigen. Ze moesten gemasseerd en gebogen worden om de stijfheid te doen verdwijnen. In het verleden liet men dit na, waardoor vele verbrandingspatiënten blijvend invalide werden.
Daarom kwam Darcy, de fysiotherapeute, iedere dag langs. Zij was vroeger luitenant in het leger geweest en ik schatte haar tussen de 20 en de 30. Zij bewerkte ieder vingergewricht, pols, elleboog of welk lichaamsdeel er ook maar ’losgemaakt’ moest worden. Het was een marteling! Vooral de eerste weken, toen er zich korsten begonnen te vormen! Wanneer zij de vingers of de pols los-’brak’, bloedden de korsten.
Wij konden Darcy dichterbij horen komen door de kreten van de patiënten wanneer zij van de ene kamer naar de andere ging. Maar werkelijk, als zij er niet was geweest, zouden wij uiteindelijk invalide geworden zijn. Ik besloot dat als ik toch pijn moest lijden, ik het mezelf zou aandoen. ’s Morgens vroeg begon ik mijn eigen gewrichten te bewerken. Wanneer Darcy dan om ongeveer 1 uur ’s middags bij mij aankwam, kon ik de bewegingen maken waar zij om vroeg, en ging zij verder. Omdat ik deze pijnlijke behandeling heb volgehouden, kan ik mijn vingers, handen en armen bijna weer normaal gebruiken.
Een belangrijk onderdeel van de revalidatie is het bestrijden van neerslachtigheid. Dat was het grootste probleem voor mij. De folterende pijn van schijnbaar oneindige dagelijkse behandelingen kan bijna ondraaglijk zijn. Wat het zo moeilijk maakt, is dat het herstel zo langzaam verloopt en maanden, voor sommige patiënten zelfs jaren, duurt.
De patiënt kan soms maar heel weinig lichamelijke verrichtingen zelf uitvoeren. Zelfs slapen is moeilijk, omdat je dikwijls wakker wordt wanneer je je omdraait en op een gewond lichaamsdeel komt te liggen. De eerste paar dagen werd ik door verpleegsters gevoerd. Maar toen kwamen zij op het idee om een hulpstuk aan de zwachtels te bevestigen en daar een lepel of vork in te steken, zodat ik zelf kon eten. Maar ik stak vaak gewoon mijn gezicht in het bord om te eten. Ik kon zelfs niet eens de bladzijden van een boek omslaan als ik zou willen lezen.
Wat ook neerslachtig maakt, is de bezorgdheid over de littekens — hoe je eruit zult zien. Ik weet dat ik mij zorgen maakte. Ik geef toe dat ik op een keer heel neerslachtig was en huilde. Zelfs de sterkste patiënten werden neerslachtig. Een van hen vertelde mij: „Ik zie als een berg tegen een nieuwe dag op.”
Toch is een positieve geesteshouding belangrijk voor iemands herstel. Ik herinner mij het geval van Judith Byrd. Zij was het slachtoffer van een ongeluk met een auto waarvan de benzinetank ontplofte. Toen ik een paar weken in het brandwondencentrum lag, werd zij binnengebracht met brandwonden over ongeveer 55 percent van haar lichaam. Enkele dagen daarna zei een van de dokters tegen mij: „Al haar levenstekenen zijn in orde. Zij zou het moeten halen, maar zij schijnt de wil niet te hebben.” Haar gezicht was ernstig verminkt en haar handen moesten geamputeerd worden. Ik heb een paar keer met Judith gesproken, en mijn gezin en ik leerden haar familieleden kennen. Wij waren bedroefd toen Judith drie maanden later stierf. Zoals een prominente arts zei, had hij nog nooit een ernstig zieke patiënt zien herstellen die de wil om te leven had verloren.
Het is te begrijpen dat verbrandingsslachtoffers geneigd kunnen zijn de moed op te geven. Daarom kan men naar mijn mening niet genoeg de nadruk leggen op hun behoefte aan aanmoediging. Ik weet dat de honderden kaarten die ik van mijn christelijke broeders en zusters ontving en de bezoeken die zij mij brachten, mij werkelijk hebben geholpen. Het Nassau Brandwondencentrum is zich van deze behoefte bewust en heeft daarom een vereniging van oud-patiënten opgericht om mensen met verbrandingen te begeleiden. Er bestaan regelingen dat herstelde patiënten zoals ik het Centrum bezoeken en degenen aanmoedigen die dezelfde folterende behandeling doormaken die de oud-patiënten met succes hebben doorstaan.
Transplantatie of niet
De doktoren wilden mij huidtransplantaties geven. De transplantaten van varkenshuid die ik eerder had gekregen, dienden in werkelijkheid meer als verbanden. De enige blijvende transplantaten zijn die van iemands eigen lichaam — zelfs transplantaten van andere mensen zullen uiteindelijk worden afgestoten.
Ik heb de problemen van andere patiënten gezien die transplantaten van hun eigen huid hadden gekregen. Vaak was er ontmoediging wanneer de transplantaten niet hechtten. En dan was er nog de pijn die zij hadden wanneer er huid van niet verbrande lichaamsdelen werd afgehaald, en de tijd die het deze nieuwe wonden weer kostte om te genezen. Ik wilde zien of mijn lichaam uiteindelijk de nog open wonden aan mijn armen zou helen. Naarmate de tijd verstreek, begon er op verbazingwekkende wijze steeds meer huid in mijn open wonden te groeien.
Toen ik huidtransplantaties weigerde, besloot men mij naar een ander gedeelte van het ziekenhuis over te brengen. Ik vroeg of ik naar huis mocht, waar mijn vrouw voor mij kon zorgen. Zij heeft het geweldig gedaan, terwijl zij bij dit alles nog de zorg voor onze kinderen en haar huishoudelijke werk had. Maandenlang had ik nog steeds veel pijn, maar geleidelijk begonnen de wonden dicht te gaan.
Een paar weken nadat ik uit het ziekenhuis was, werden mijn armen opgemeten voor speciale, straksluitende elastische kledingstukken die over verbrande lichaamsdelen worden gedragen. Een tijdlang droeg ik deze elastische mouwen 24 uur per dag, en ’s nachts draag ik ze nog steeds. Ze oefenen een voortdurende druk op de wonden uit, en hierdoor is de huid gladgestreken en is een groot deel van de lelijke littekens verdwenen. Acht maanden na het ongeluk was ik weer in staat aan het werk te gaan.
Brandwonden vormen een veel grotere bedreiging dan de meeste mensen beseffen. In het volgende artikel zult u iets te weten komen over een zeer doeltreffende behandeling voor brandwonden.