Zal er ooit ware vrede komen?
RELIGIE wordt vaak als de belangrijkste voorstander van vrede bezien. Vooral in de kersttijd brengen de kerken hulde aan de baby Jezus, de beloofde „Vredevorst”. In religieuze kringen overal in de wereld wordt dan opnieuw het bijbelverhaal verteld over de engelen die aan de herders verschijnen en zeggen: „Glorie in de hoogste hoogten aan God, en op aarde vrede en goede wil jegens de mensen.” — Luk. 2:14, Authorized Version.
Hoe goed klinken die woorden in deze door oorlog bedreigde, ja, op veel plaatsen door oorlog verscheurde wereld! De mensheid snakt inderdaad naar echte vrede. Daarom raakt de bijbelse belofte dat de mens ’de oorlog niet meer zal leren’, in de harten van velen een gevoelige snaar (Jes. 2:4). Maar mag men erop vertrouwen dat die vrede waarnaar zo verlangd wordt, door de religies van de wereld bevorderd zal worden?
Wat de geschiedenis laat zien
Welnu, wat voor verslag hebben de religies van de wereld opgebouwd? Hebben ze zich voor de vrede ingezet, of zijn ze feitelijk ondersteuners van oorlog geweest? Wat was in oude tijden het geval?
The Encyclopædia of Religion and Ethics, uitgegeven door James Hastings, merkt op: „Egyptische religie veroordeelde oorlog nooit. . . . Kort gezegd, alle oorlog was moreel, ideaal, bovennatuurlijk en gewettigd door goddelijk precedent.” Over Assyrië zegt W. B. Wright in zijn boek Ancient Cities: „De functie van de natie was vechten, en de priesters stookten voortdurend tot oorlog aan . . . dit ras van plunderaars was buitengewoon religieus.”
’Maar dat was lang voordat Jezus het christendom invoerde’, zullen sommigen verklaren. En dat is waar. De eerste volgelingen van Christus ondersteunden de oorlogen van de natiën niet. Het boek Paganism to Christianity in the Roman Empire (Van heidendom naar christendom in het Romeinse Rijk) door W. W. Hyde merkt op: „Tijdens de eerste drie eeuwen . . . waren christenen ertegen gekant als beroepsmoordenaars in de Romeinse legers te dienen. Geleidelijk aan veranderde deze aanvankelijke instelling echter.” Ja, mettertijd bleven de kerken van de christenheid in gebreke vast te houden aan de onderwijzingen van Christus. De katholieke historicus E. E. Watkin geeft toe:
„Hoe pijnlijk de erkenning ervan ook is, wij kunnen niet in het belang van een onwaarachtige stichtelijkheid of oneerlijke loyaliteit het historische feit ontkennen of negeren dat bisschoppen onveranderlijk hun steun hebben gegeven aan alle oorlogen die door de regering van hun land werden gevoerd. Ik ken feitelijk niet één enkel geval waarin een nationale hiërarchie enige oorlog als onrechtvaardig heeft afgekeurd. . . . Wat de officiële theorie dan ook mag zijn, in de praktijk is ’mijn land heeft het altijd bij het rechte eind’ de stelregel geweest die in oorlogstijd door katholieke bisschoppen is gevolgd.” — „Morals and Missiles” (Zeden en Raketten), uitgegeven door Charles S. Thompson, blz. 57, 58.
Insgelijks erkende een nu overleden, vooraanstaand protestants predikant, Harry Emerson Fosdick: „Zelfs binnen onze kerken hebben wij de oorlogsvlaggen geplaatst . . . Het ene moment loofden wij met onze, mond de Vredevorst en het volgende verheerlijkten wij de oorlog.” Dit is niet lang geleden wel heel sterk het geval geweest, toen tijdens de Tweede Wereldoorlog „Praise the Lord and Pass the Ammunition” (Loof de Heer en geef de munitie door) een populair Amerikaans lied werd. Maar hoe was de situatie in Duitsland?
Friedrich Heer, een rooms-katholiek hoogleraar in de geschiedenis aan de Universiteit van Wenen, verklaarde:
„De harde feiten van de Duitse geschiedenis zijn dat het Kruis en het hakenkruis steeds dichter tot elkaar kwamen, totdat het hakenkruis de overwinningsboodschap verkondigde vanaf de torens van de Duitse kathedralen, hakenkruisvlaggen rond de altaren verschenen en katholieke en protestantse theologen, pastoors, geestelijken en politici het bondgenootschap met Hitler toejuichten.” — „God’s First Love” (Gods eerste liefde), Friedrich Heer, blz. 247.
Enkele jaren eerder, tijdens de Eerste Wereldoorlog, bestond er een zelfde situatie: de kerken aan beide zijden bevorderden, de oorlogsinspanningen van hun respectieve landen op de krachtigste wijze. De gerespecteerde kerkhistoricus Roland H. Bainton merkt in zijn boek Christian Attitudes Toward War and Peace (Christelijke houding ten opzichte van oorlog en vrede) op:
„Amerikaanse geestelijken van alle gezindten waren als nooit tevoren met elkaar en met de geest van de natie verbonden. Dit was een heilige oorlog. Jezus werd in kaki gestoken en met een geweer in zijn handen afgeschilderd. De Duitsers waren Moffen. Hen ter dood brengen betekende de aarde te zuiveren van monsters.”
De feiten zijn veel te duidelijk om te kunnen worden ontkend. Religie heeft zich niet voor de vrede ingezet. Ze is veeleer een ondersteunster en bij tijden zelfs een voorvechtster van oorlog geweest. Dit is nog steeds zo. Het artikel RELIGIEUZE OORLOGEN — EEN BLOEDIGE GELOOFSIJVER, in een recente uitgave van het tijdschrift Time, merkte op:
„De tonelen zijn macaber. Religieuze beelden versieren voertuigen en wapens wanneer christelijke soldaten, sommigen met een kruisje om hun hals, bolwerken van moslims bestormen. Moslimsoldaten ontkleden of verminken op hun beurt de lijken van christelijke soldaten, binden ze achter auto’s en slepen ze door de straten. In de wrede oorlog in Libanon is religie tastbaar aanwezig. . . .
Het vechten en sterven in naam van religie gaat elders in de wereld met niet-aflatende gewelddadigheid voort. Protestanten en rooms-katholieken in Ulster vermoorden elkaar om de beurt in een eeuwigdurende rondedans van zinloosheid. Arabieren en Israëli’s staan gespannen aan hun grenzen in een territoriaal, cultureel en religieus geschil. In de Filippijnen zijn islamitische voorstanders van afscheiding in opstand tegen een christelijke meerderheid. Grieks-Cypriotische orthodoxe christenen staan tegenover Turks-Cypriotische moslims aan de andere zijde van een sombere bestandslijn. Pakistan scheidde zich van India af omdat moslims de regering door een hindoe-meerderheid vreesden.” — 12 juli 1976.
Wat Christus moet denken
Hoe denkt de Vredevorst, Jezus Christus, naar uw mening over deze religies, en vooral over die welke beweren hem te vertegenwoordigen? Hij is er beslist niet mee ingenomen! Zonder twijfel had hij zulke religieuze huichelarij in gedachten toen hij zei: „Niet een ieder die tot mij zegt: ’Heer, Heer’, zal het koninkrijk der hemelen ingaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader’ die in de hemelen is.” — Matth. 7:21.
Gedurende de kersttijd schenken de kerken bijvoorbeeld heel wat lippendienst aan Jezus, de Vredevorst. Ze zeggen zijn verjaardag te vieren. Er worden prachtige liederen gezongen en kunstig gemaakte taferelen van Jezus, geboorte worden uitgestald om de gebeurtenis te herdenken. Maar daarna gaan degenen die de viering hebben bijgewoond, gewoonlijk de kerk uit om zich over te geven aan buitensporige brasserijen, dronkenschap en immoraliteit. Wat vieren ze in werkelijkheid?
„Het kerstfeest is de christelijke herziene versie van het Romeinse zonnewendefeest”, verklaart de Encyclopædia Britannica. De Romeinse decemberfestiviteiten waren vreselijk losbandig, en het feit dat Christus’ naam eraan gegeven werd, veranderde niets aan de situatie. Het boek Curiosities of Popular Customs (Merkwaardige feiten in verband met algemene gebruiken) door W. S. Walsh zegt: „Hoe buitensporig de braspartijen van de kerstperiode in oude tijden waren, is bijna niet te geloven. Ontucht, dronkenschap, godslastering — niets viel verkeerd. Bandeloosheid werd tot de uiterste grenzen gedreven.”
Wanneer de kerken Christus’ naam aan zulke losbandige festiviteiten verbinden, stelt u zich dan eens voor hoe ontstemd Christus moet zijn! Maar beschouw ook eens hoe de viering van kerstmis op een subtielere wijze Christus’ positie als Vredevorst ondermijnt.
Een baby of een regerende koning?
Welke voorstelling geven de kerken in de kersttijd van Jezus? Is het niet als een baby in een kribbe? Ten gevolge hiervan schijnen veel mensen alleen maar in dergelijke termen aan Jezus te denken een baby die afhankelijk is van de zorg van anderen. Maar is dit een juist beeld van Christus’ positie?
In het geheel niet! Christus is als Zoon van de Almachtige Koning Jehovah God een vorst. Maar hij is meer dan een vorstelijke baby. Hem is heerschappij en autoriteit gegeven. De oude bijbelprofetie voorzei: „De vorstelijke heerschappij zal op zijn schouder komen. En zijn naam zal worden genoemd: . . . Vredevorst” (Jes. 9:6). Om deze profetie te vervullen werd Jezus na zijn dood tot hemels leven opgewekt en daar uiteindelijk als Gods koning op de troon geplaatst.
Christus lijkt dus in geen enkel opzicht meer op een baby in een kribbe. Hij is Gods regerende koning! Hoe ongepast is het derhalve de voornaamste aandacht op hem als baby te concentreren! Daardoor missen we de hele essentie van zijn rol in verband met de huidige wereldtoestanden, en met de dringende behoefte aan vrede. En wat is Christus’ rol?
Hij is de aangestelde regeerder die door God gebruikt zal worden om vrede op aarde te brengen. Maar dit zal niet geschieden op de wijze die velen misschien verwachten. Sla alstublieft uw bijbel eens open bij Openbaring hoofdstuk 19 en lees de verzen 11 tot en met 16. Het is van levensbelang dat wij begrip krijgen van Christus, positie die hier wordt beschreven als een machtige regeerder aan het hoofd van Gods legerscharen van engelen. Merk op dat de tekst zegt dat Christus, die het „Woord van God” is, ’de natiën zal slaan met een ijzeren staf’, waardoor hij ze verwijdert om plaats te maken voor Gods regering van vrede.
Dit is dan de manier waarop ware vrede zal worden verwezenlijkt. Het zal niet tot stand komen door welke krachtsinspanningen van mensen maar ook — zij hebben volkomen gefaald. Maar het zal worden verwezenlijkt door middel van Gods koninkrijksregering. Wij leven nu in de tijd dat deze bijbelprofetie zal worden vervuld: „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf . . . zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” — Dan. 2:44.
Een tijd van beslissing
Met het oog op de voorzegde vernietiging van al deze huidige regeringen, alsmede de religies die hen ondersteunen, is het van levensbelang dat wij onze eigen situatie onderzoeken. Jezus zei: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld,” en over zijn ware volgelingen zei hij ook: „Zij zijn geen deel van de wereld” (Joh. 18:36; 17:16). Houdt uw religie zich aan deze verklaringen van Jezus? Er is één religie die dat doet. Naar die religie verwijzend merkte de rooms-katholieke St. Anthony Messenger van mei 1973 op:
„Jehovah’s Getuigen staan buiten de ’gevestigde orde’ en voelen zich niet verantwoordelijk om hun zegen te geven aan alles wat de overheid besluit te doen. Duizenden fatsoenlijke mensen vinden een dergelijke houding van afzijdigheid van politieke en economische belangen dichter bij de geest van het Nieuwe Testament staan dan de huidige soms knusse regelingen tussen kerk en staat. Indien de vereenzelviging van de één met de ander te sterk wordt, verstikt dit de profetische stem van de kerk en verandert priesters en predikanten in geestelijke aanvoerders van een juichend supporterslegioen. De christelijke kerken wekken vaak de indruk dat ze elke oorlog of onderneming die de leiders van de staat besluiten op touw te zetten, zullen zegenen.”
Klaarblijkelijk zijn Jehovah’s Getuigen anders dan de kerken en religies van de wereld. Zij hebben hun hoop en vertrouwen voor ware vrede niet in de regeringen van mensen gesteld, maar in de regering van de Vredevorst, Jezus Christus. Als u het ermee eens bent dat geweld geen zin heeft, en u graag op aarde zou willen leven wanneer er universele vrede heerst, neem dan contact op met Jehovah’s Getuigen. Zij zullen u graag helpen er meer over te vernemen hoe ware vrede spoedig onder de regering van Gods koninkrijk zal worden verwezenlijkt.
[Illustratie op blz. 11]
Hoe beziet u Jezus — als een regerende koning of als een klein baby’tje?