Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 8/4 blz. 14-20
  • Zij zullen hun reis naar de Oriënt niet vergeten!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij zullen hun reis naar de Oriënt niet vergeten!
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een voorproefje
  • Op naar Japan
  • Congreservaringen
  • Religieuze bijgelovigheid
  • Een groot verschil
  • Volgende stopplaats: Korea
  • Geestdriftige Chinezen
  • Filippijnse gastvrijheid
  • Onuitwisbare herinneringen
  • Waarlijk internationaal
  • Vrede in plaats van strijd
  • Vrede in het Verre Oosten — Wanneer?
    Ontwaakt! 1970
  • Congressen — Bewijs van onze broederschap
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Waarom zou dit niet uw eerste congres zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • De vergadering van „het eeuwige goede nieuws” verwelkomt u
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 8/4 blz. 14-20

Zij zullen hun reis naar de Oriënt niet vergeten!

„ONVERGETELIJKE dagen!” Zo sprak één echtpaar zich uit over hun reis naar de Oriënt. Diezelfde gevoelens werden tot uitdrukking gebracht door de vele verschillende reisgezelschappen, die uit allerlei streken van de wereldbol daarheen waren gereisd.

Wat was het doel van deze reizen, die tot dergelijke uitingen van waardering aanleiding gaven? Dat was de reeks internationale „Zegevierend geloof”-congressen van Jehovah’s Getuigen, die in de nazomer van 1978 in verschillende landen van de Oriënt zijn gehouden.

Een voorproefje

Voordat de reisgezelschappen aan hun lange reis naar de Oriënt begonnen, boden de eilanden van Hawaii een voorproefje van de goede dingen die zouden komen. De bezoekers werden met de traditionele Hawaiiaanse hartelijkheid en gastvrijheid verwelkomd.

In juli werden daar twee internationale congressen gehouden, met meer dan 17.500 bezoekers. Behalve het opbouwende programma, waardoor Gods voornemens sterk werden belicht, konden de bezoekers ook iets van de sfeer van het land proeven. Op drie van de dagen was er, voordat het eigenlijke congresprogramma begon, een voorstelling van een uur lang waarbij zij werden onthaald op kleurrijke liederen en dansen uit Hawaii en andere eilanden in de Grote Oceaan. In verslagen uit de eerste hand werd verteld over de ontwikkelingen in oorden waarvan vele bezoekers nauwelijks hadden gehoord, zoals Truk, Ponape, de Palau-eilanden, Kosrae en Yap.

Een van de ervaringen die werden verteld, kwam uit Yap, in het westelijk deel van de Grote Oceaan. Een 18-jarige Getuige daar wilde bijzonder graag de vergadering in Hawaii bijwonen, maar had geen mogelijkheden om het geld voor de reis te verdienen. Haar vader was gestorven en haar moeder had haar in de steek gelaten. Om haar te helpen het congres toch bij te kunnen wonen, gaven haar mede-Getuigen haar ƒ 1000. Sommigen van hen gingen ’s nachts uit vissen, soms wel zes tot acht uur lang, en verkochten ’s ochtends de vis. Andere Getuigen gingen na hun werk kokosnoten plukken, die zij aan winkels verkochten. Ook maakten zij kopra om te verkopen. Deze activiteiten brachten nog eens ƒ 1800 op, zodat de jonge Getuige vergaderingen kon bijwonen, niet alleen op Hawaii, maar ook op het vasteland van de V.S. en Canada — haar eerste reis buiten het piepkleine eilandje Yap!

Op naar Japan

Ruim een week later begonnen de internationale congressen in Japan. Van de vele groepsreizen met die bestemming vertrok er één vanuit Anchorage (Alaska) aan boord van een vliegtuig van de Japan Airlines. Een van de reizigers uit dit gezelschap vertelde het volgende:

„Het was na vijven in de middag, toen de reusachtige DC-10 het luchtruim koos. Terwijl wij onze ogen uitkeken naar de ruige bergketens van Alaska en naar Mount McKinley in de verte, badend in het licht van de ondergaande zon, werd ik aangesproken door een stem die me vroeg: ’Is dit uw eerste reis naar Japan?’ De jonge vrouw was een Oosterlinge, maar afkomstig uit San Francisco, en zij behoorde niet tot onze tourgroep. ’Japan zal u wel bevallen’, zei zij, maar zij voegde eraan toe: ’De Amerikanen zijn altijd zo open en glimlachen gauw, zelfs tegen vreemden. De Japanners zijn van nature niet zo.’ Er stond haar echter een prettige, ongedachte verrassing te wachten.

Toen wij uren later in Tokio aankwamen, werden wij begroet door een hele gemeente van Japanse Getuigen, die ons kwamen afhalen. Wij werden overspoeld door een vloedgolf van opgewonden hartelijkheid. Kreten van vreugde klonken op, er werd geklapt, en iedereen omarmde en kuste elkaar. Het was een heel ontroerende demonstratie van buitengewone hartelijkheid. Toen wendde ik mij tot de vrouw die mij in het vliegtuig had verteld over de terughoudendheid van de Japanners, en vroeg schertsend: ’U zei toch dat de Japanners niet glimlachen, en dat zij terughoudend zijn?’ Zij schoot in de lach en haalde haar schouders op.”

Congreservaringen

Nagoja, Osaka, Sapporo en Tokio waren de congressteden. Deze congressen werden door totaal meer dan 78.000 personen bezocht, ongeveer 47.000 meer dan in 1973, de laatste keer dat er internationale vergaderingen in Japan waren gehouden.

Toen de vergadering in Osaka op het punt stond te beginnen, bewogen twee kwaadaardige tyfoons zich in de richting van die kuststad. De meer dan 800 Getuigen die op weg waren met een charterschip uit Okinawa kregen een van deze tyfoons te verduren. Een reis van 35 uur onder normale omstandigheden duurde nu meer dan 64 uur, te midden van torenhoge golven. Om 7 uur in de ochtend van de tweede congresdag kwam het schip in Osaka aan. En waarheen gingen de afgevaardigden? Naar hun logeeradressen om op verhaal te komen? Neen, zij begaven zich rechtstreeks naar het congres! En na afloop van het programma van die dag bood een groep van deze afgevaardigden uit Okinawa hun diensten aan om tijdens het congres vrijwilligerswerk te doen!

Menigeen werd getroffen door een aandoenlijk tafereeltje, dat zich iedere keer opnieuw afspeelde voordat een spreker met zijn lezing begon. De tyfoons hadden hevige regens veroorzaakt en daarom zat een oudere Getuige, die al meer dan 20 jaar in de volle-tijddienst werkzaam is, klaar met schoenpoetsgerei. Zij verwijderde vuil en modder van de schoenen van elk van de sprekers en poetste ze, een hedendaagse versie van de opdracht van Jezus om „de voeten van elkaar te wassen”. — Joh. 13:14.

Religieuze bijgelovigheid

Niet ver van Osaka ligt Kioto, een stad met vele sjintoïstische en boeddhistische tempels en schrijnen. Er werd een tour naar een aantal van deze plaatsen gearrangeerd.

Maar wat zitten daar toch voor papiertjes aan die bomen in de tempeltuinen gebonden? Een gids legt uit dat personen die bepaalde wensen hebben, een gedrukte bidspreuk of godsspraak kopen die speciaal voor die bepaalde wens is vervaardigd. De koper gaat ermee naar een boom op het tempelterrein en bindt zijn tekst aan een tak vast. Men heeft geen persoonlijke God in gedachten, maar de „geesten” van inmiddels overleden personen die de tempel of schrijn beroemd hebben gemaakt. Men denkt dat dit machtige personen zijn geweest, en dat zij vanuit „de andere wereld” gunsten kunnen verlenen. Maar Gods Woord geeft duidelijk te kennen, dat de doden niet in staat zijn de levenden te helpen. — Pred. 9:5, 10.

Ook zagen de reizigers personen opgaan naar de grote altaren die in de tempels of schrijnen zijn ondergebracht. Die personen wierpen een geldoffer in een grote kist en trokken dan aan een touw, waardoor een houten blok tegen een klok sloeg. Anderen klapten in hun handen. De verklaring luidde, dat deze handelingen de aandacht trokken van de „god” tot wie ze een smeekbede wilden richten. Men kreeg hierdoor de indruk dat die „god” sliep of met zijn aandacht ergens anders was. Het deed de bezoekers denken aan Elia en zijn ervaring met de aanbidders van Baäl. — 1 Kon. 18:27.

Een groot verschil

Wat een verschil met de tour naar de drie bijkantoorgebouwen van het Wachttorengenootschap in Tokio, Noemazoe en Ebina! Daar gonsde het van de opbouwende activiteit die erop gericht is mensen te helpen zich los te maken van valse aanbidding.

Oorspronkelijk verzorgde de accommodatie in Tokio het werk voor heel Japan. Maar de groei van het werk betekende dat er in Noemazoe een nieuw complex moest worden opgetrokken, dat in 1972 werd voltooid. Tot 1978 hadden degenen die daar werkten, meer dan 100 miljoen exemplaren van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! gedrukt en verzonden!

Daar het werk zich in hoog tempo bleef uitbreiden, werd er nog een terrein aangekocht, en wel in Ebina. Nu verrijst daar een drukkerij met een vloeroppervlak van 10.000 vierkante meter, meer dan drie maal de oppervlakte in Noemazoe. Het hele werk wordt uitgevoerd door Jehovah’s Getuigen, en men verwacht in een jaar gereed te zijn. Het complex zal plaats bieden aan 350 werkers, een nieuwe vierkleuren offset-rotatiepers en een automatische boekbindinstallatie met een capaciteit van ruim 40.000 boeken per dag.

Volgende stopplaats: Korea

Ongeveer een week nadat de Japanse vergaderingen waren begonnen, gingen er andere van start in Korea. Het waren er vier: een in Taegoe, twee in Seoel en nog een in Taejon, met een totaal aanwezigenaantal van 33.181.

Een van de overzeese bezoekers verklaarde na afloop: „Hoe zij in uiterlijk en leefgewoonten ook verschillen van onze Japanse vrienden, in gastvrijheid leken onze Koreaanse broeders en zusters sprekend op hen. Vrijwel elke avond kwamen er Koreaanse broeders naar het hotel om enkelen van ons gezelschap mee naar huis te nemen, of ergens anders heen, om hen van hun geheel eigen kookkunst en allerhartelijkste familiebijeenkomsten te laten genieten.” Dikwijls werden de bezoekers vergast op Koreaanse muziek, zang en dans. Iedereen raakte diep onder de indruk van deze spontane, hartelijke gastvrijheid.

De Koreaanse Getuigen hebben met vele problemen te kampen. Tegenstand van familie door de sterke invloed van traditie is aan de orde van de dag. Een van de ervaringen die werden verteld, betrof een politieagent wiens vrouw een van Jehovah’s Getuigen werd. In zijn woede schreeuwde hij haar toe: „Jij houdt op met die religie of ik schiet je dood!” Razend pakte hij zijn revolver, en toen, „om zijn gezicht, te redden”, schoot hij, maar met zijn revolver op het plafond gericht. Toch kreeg hij later belangstelling voor de bijbel, en nu is hij met al zijn zes kinderen, een van Jehovah’s Getuigen! Onlangs is hij als ouderling in de christelijke gemeente aangesteld.

Na de reizen naar Japan en Korea zei een van de bezoekers: „Tot nu toe is, onze reis net een bergtocht geweest. Hoe hoger je komt, hoe grootser de belevenis. Hoe verder wij op deze tour gekomen zijn, hoe meer wij ons zijn gaan verheugen in het samenzijn met onze mededienaren van God in deze landen. En wij vroegen ons daarom af: Zou er nog iets te vinden zijn dat zich kan meten met onze ervaringen tot nu toe?”

Hong Kong stond klaar om die uitdaging aan te nemen.

Geestdriftige Chinezen

Het was interessant te vernemen, dat meer dan 500 van de 750 Jehovah’s Getuigen in Hong Kong nog nooit een internationaal congres hadden bijgewoond. Ze vonden het heerlijk om zoveel bezoekers uit verschillende landen te mogen ontvangen. Een van hen zei: „Dit congres helpt ons te beseffen, dat mensen van één geloof in vrede en harmonie met elkaar samen kunnen leven.” Een ander verklaarde: „Werkelijk, wij worden allemaal door Jehovah onderricht, ongeacht ras of kleur of de taal die wij spreken.”

De broeders en zusters in Hong Kong boden de bezoekers een hartelijk welkom. Een van die bezoekers vertelde: „Hun spontane hartelijkheid beviel ons onmiddellijk. Telkens kwamen er groepjes van drie of vier op ons af en zeiden dan: ’Ik heet Loo Mei Ling. Maar Rose is mijn Amerikaanse naam. Loo is mijn familienaam. Hoe heet jij? Vertel eens een ervaring.’”

Het congresprogramma dat onze Chinese broeders brachten, was voortreffelijk, evenals hun welluidende zang. Iedereen was opgetogen over het totale bezoekersaantal van ruim 1300.

Een ander onvergetelijk hoogtepunt brak aan toen de bezoekers samen met de Chinese Getuigen de bewoners van Hong Kong in hun huizen gingen opzoeken. Een overzeese afgevaardigde zei: „Zovelen van ons namen hieraan deel dat het wel leek of Hong Kong een invasie van Westerlingen had gekregen. Sommigen van ons hadden wat korte inleidingen uit het hoofd geleerd, zoals ’Jo San’, dat naar verluidt ’goede morgen’ betekent — als je het tenminste goed uitspreekt! Wij zeiden zo’n zinnetje aan de deur en dan kwam onze Chinese partner ons snel te hulp door de huisbewoner in zijn eigen taal toe te spreken. Deze samen doorgebrachte ogenblikken, of het nu bij het van-huis-tot-huiswerk was, bij het bezoeken van het bijkantoor of tijdens de vergaderingen, hadden een diepgevoelde, weldadige geestelijke uitwerking op ons allen.”

Filippijnse gastvrijheid

Tegen het einde van augustus was Manila op de Filippijnen de volgende pleisterplaats voor vele tours. Daar werden twee aangrenzende stadions in het Rizal Memorial-complex gebruikt, met een gezamenlijk bezoekersaantal van meer dan 35.000.

Het was heel fijn een bezoek te brengen aan het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in een voorstad van Quezon City. Bus na bus met afgevaardigden hield stil in de oprit en daar, op het weidse gazon, stonden de broeders en zusters die op het bijkantoor werkten, en ook andere helpers, klaar om voedsel en koele dranken te serveren alvorens de bezoekers rond te leiden.

Het samen nuttigen van maaltijden met de Filippijnse Getuigen en het luisteren naar hun ervaringen leverde weer nieuwe onvergetelijke herinneringen op. ’s Avonds kwamen de verschillende leden van de tourgroep nog eens bij elkaar om hun indrukken te vergelijken en van gedachten te wisselen.

Maar de tijd stond niet stil. Morgen? Op naar Taipei, de hoofdstad van Taiwan. Daar zou de volgende internationale vergadering worden gehouden.

Onuitwisbare herinneringen

Velen van de reizigers zullen nog lange tijd levendige herinneringsbeelden met zich meedragen van hun bezoek aan Taiwan, met zijn bruisende hoofdstad en zijn vele natuurschoon. Maar de vreugde om voor het eerst met hun mede-Getuigen in Taiwan te kunnen samenzijn en hun krachtige geloof in God te zien, zal hun het langst bijblijven.

Dat geloof wordt in Taiwan wel op de proef gesteld. Een van de redenen daarvoor is de bittere tegenstand die iemand dikwijls van de rest van zijn familie ondervindt wanneer hij een Getuige van Jehovah wordt. Niettemin zagen op dit congres, met zijn ruim 1600 bezoekers, vier Chinezen uit verschillende families andere familieleden gedoopt worden als Jehovah’s Getuigen! Dit toonde aan dat men soms toch een gunstige reactie ontmoet, wanneer men andere familieleden probeert te helpen de waarheden uit Gods Woord te leren kennen.

Ook hier werd de bezoekers een speciaal programma geboden, en daar heeft men intens van genoten. Instrumenten als fluit, drums, snaarinstrumenten en gongs verenigden zich alle te zamen in een fascinerende symfonie van geluid. Getuigen van de Ami-stam in hun schitterende kostuums zongen en dansten voor de buitenlanders.

Aan het einde van het bezoek bracht het volgende commentaar de gevoelens van alle bezoekers tot uitdrukking: „De liefde en de gastvrijheid die de broeders van Taiwan hebben betoond, zullen ons altijd in herinnering blijven.”

Waarlijk internationaal

Het volgende gedeelte van onze reis, omstreeks eind augustus, bracht ons naar Port Moresby, in Papoea-Nieuw-Guinea. Daar waren 80 verschillende taalgroepen vertegenwoordigd! Ongeveer 1000 bezoekers (overwegend blank) uit andere landen kwamen hier samen met ongeveer 2000 inheemse Getuigen.

Deze verschillende groepen hebben een onvergetelijke indruk op elkaar gemaakt. Over het algemeen is de blanke nu niet bepaald vriendelijk tegen deze inheemse bevolking. Toch was hier een demonstratie te zien van een oprechte verbroedering tussen mensen van velerlei rassen, en werd er werkelijke liefde aan de dag gelegd.

De vergadering van bijna 3000 mensen was de grootste bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen die dit eiland ooit had gezien. Het heeft de 110.000 inwoners van Port Moresby werkelijk de ogen geopend.

De hervormende kracht van Gods Woord bleek duidelijk uit de ervaring van een Getuige uit het bergland. In vroeger dagen was hij een van de aanvoerders in meedogenloze stammenoorlogen geweest, had hij ettelijke mensen gedood en vele anderen verwondingen toegebracht. Maar nu reist hij als Getuige rond in hetzelfde gebied waar hij eens de stammenvetes had aangehitst, en predikt het goede nieuws van de schitterende wijze waarop God geestelijke wonden heelt, en van de lichamelijke genezing die zal plaatsvinden in Gods nieuwe ordening.

Vrede in plaats van strijd

Vanuit Port Moresby bracht een vlucht van ruim twee uur de bezoekers naar Guadalcanal op de Salomonseilanden. Een jaar of 35 geleden was dit eiland voorpaginanieuws voor alle kranten, als het toneel waarop de oorlog in de Grote Oceaan zich afspeelde. In de verbitterde gevechten vielen vele slachtoffers. Op de bodem van één enkele baai liggen, naar verluidt, minstens 48 oorlogsschepen, en een groot aantal andere vaartuigen, alle gezonken bij die gevechten.

Maar vroeg in september vormde Guadalcanal het decor voor een bijeenkomst van de meest vreedzame mensen ter wereld. Zij namen deel aan het internationale „Zegevierend geloof”-congres van Jehovah’s Getuigen in Honiara.

Een deel van de voorbereidingen bestond in het bouwen van speciale accommodatie voor de inheemse Getuigen van de diverse eilanden. Dat waren lange huizen met muren en daken van gebundelde palmbladeren. Een aantal Getuigen had daar maandenlang hele dagen aan gewerkt. Eerst moesten de bladeren worden gesneden op het eiland waar zij woonden, Malaita, vervolgens moesten ze die meenemen naar Honiara, waar ze tot panelen werden samengevoegd. Vervolgens kwam de oprichting van de houten geraamtes en het inzetten van de bladerpanelen in de huizen.

Uiterst interessant was het aantal gewezen heidenen onder de inheemse Getuigen. Sommigen waren heidense priesters geweest, actieve aanbidders van de Duivel, die hadden geleefd volgens regels die het wonen in één huis met een vrouw, of zelfs het eten van voedsel dat door een vrouw was gekookt of aangeraakt, als tamboe (verboden) bestempelden. Maar nu, op het congres, zaten deze zelfde mensen tussen hun broeders en zusters, aten voedsel dat door zusters was bereid en voelden zich gelukkig, omdat de reine aanbidding van Jehovah hen bevrijd had uit de slavernij van hun voormalige tamboe.

De vergadering maakte diepe indruk op de inwoners. Op de zondag van het congres sprak de gemeentesecretaris voor de radio om zijn ingenomenheid te betuigen met de zorg waarmee de Getuigen het Gemeenschapscentrum, waar de vergadering werd gehouden, hadden behandeld. Hij zei dat het veel schoner was dan het ooit door het eigen personeel was achtergelaten. Telkens opnieuw werden plaatselijke Getuigen aangesproken door mensen die hen kenden, om hun te vertellen hoe diep zij onder de indruk waren van de organisatie en van het programma. Ook het bezoekersaantal stemde tot dankbaarheid — bijna 1500, het hoogste aantal dat de Salomonseilanden ooit hadden gekend.

Na afloop van het congres gingen de vele bezoekers weer terug naar hun over de hele wereldbol verspreide woonplaatsen. De goede dingen die zij op al de vergaderingen in de Oriënt hadden gehoord en ervaren, namen zij met zich mee.

De tours waren in de eerste plaats georganiseerd met geestelijke oogmerken: het samenzijn met de broeders en zusters in de Oriënt en het ervaren van een uitwisseling van aanmoediging. Die oogmerken zijn boven alle verwachting vervuld en bewogen een van de bezoekers ertoe het volgende te zeggen: „Het zijn werkelijk onvergetelijke dagen geweest, dagen waarin buitengewone gastvrijheid en liefde is betoond.” Zo wordt het begrijpelijk waarom velen hebben verklaard dat zij deze reeks van internationale vergaderingen beschouwen als „de beste tot op heden”.

[Illustratie op blz. 15]

Deze afgevaardigden op het internationale congres in Honolulu kwamen uit Ponape

[Illustraties op blz. 16]

In Osaka eindigde een ’wedstrijd’ tussen een telraam en een elektronische rekenmachine in ’gelijk spel’; ook werden de bezoekers onthaald op een uitvoering op de „koto”, een snaarinstrument

[Illustratie op blz. 17]

Een afgevaardigde uit de Verenigde Staten verheugt zich in de omgang met nieuwe vrienden op de vergadering in Seoel, Korea

[Illustraties op blz. 18]

Een cafetaria met volop rijst voor de congresgangers in Taipei; en een moeder van de Ami-stam met haar baby

[Illustratie op blz. 19]

Borden op het congres van Papoea-Nieuw-Guinea in Port Moresby bevatten ook aanwijzingen in Pidgin Engels

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen