Men verlangt naar vrede, maar zullen de natiën ontwapenen?
NIETS maakt het verlangen naar vrede sterker dan het overdenken van de gruwelen van de oorlog. In de Vietnamese oorlog zijn miljoenen gedood en afschuwelijk verwond, maar dat is nog niet alles. Zes maanden na hun terugkeer was 38 percent van de gehuwde oud-militairen van de Verenigde Staten gescheiden of met een echtscheiding bezig. Zo’n 175.000 gebruikten heroïne. En bovendien blijkt uit de berichten dat ongeveer een half miljoen van hen geprobeerd heeft zelfmoord te plegen sinds zij uit de dienst ontslagen werden! — New York Times, 27 mei 1975.
Het geval van Claude Eatherly, de piloot van de B-29 bommenwerper die de atoombom boven Hirosjima afwierp, illustreert levendig de verschrikkelijke nawerking van de oorlog. Claude werd in 1947 uit militaire dienst ontslagen nadat psychiatrische onderzoeken op een „ernstige neurose en een bijzonder schuldcomplex” wezen. Later moest hij regelmatig in zenuwinrichtingen worden opgenomen. „Ik kan me herinneren hoe hij nacht aan nacht wakker werd”, merkte zijn broer afgelopen zomer bij de begrafenis van Claude op. „Hij zei dat zijn hersens in brand stonden. Hij zei dat hij deze mensen kon voelen branden.”
Laat ons om de gruwelen van de oorlog vollediger te vatten, eens nadenken over dat toneel van bijna 34 jaar geleden. Het was de ochtend van 6 augustus 1945. Hoog in de lucht vloog de B-29 bommenwerper Enola Gay; beneden lag de drukke Japanse industriestad van ongeveer 400.000 inwoners. Om 8.15 uur ontplofte de 13-kiloton zware atoombom, in zijn val door drie parachutes vertraagd, op een hoogte van 580 meter boven het centrum van Hirosjima. Ongeveer 140.000 personen werden door de explosie gedood; velen van hen werden levend geroosterd door de hitte en straling. Nog steeds zijn er slachtoffers die een langzame dood sterven aan de gevolgen van straling.
De gruwelijkheden die teweeggebracht zijn door die atoomontploffing en door die welke drie dagen later boven Nagasaki plaatsvond, gaan het menselijk bevattingsvermogen te boven.
De noodzaak voor vrede
Minder dan een maand later, op 2 september 1945, gaf Japan zich formeel over. „Er ligt een nieuw tijdperk voor ons”, merkte generaal Douglas MacArthur bij die gedenkwaardige gebeurtenis op. Hij zei verder: „Zelfs datgene wat wij leren uit de overwinning zelf, brengt diepe bezorgdheid met zich, zowel voor onze toekomstige zekerheid als voor het voortbestaan van de beschaving. . . . De uiterst vernietigende kracht van oorlog maakt dat wij niet meer voor oorlog kunnen kiezen. Wij hebben onze laatste kans gehad. Indien wij niet een of ander groter en onpartijdiger samenstel bedenken, zal Armageddon aan onze deur staan.”
Deze gevoelens zijn vaak door wereldleiders herhaald. Zo stelde de Amerikaanse president John F. Kennedy in de herfst van 1961 een „programma voor algemene en volledige ontwapening” voor. Hij legde uit dat „de mensheid een eind aan oorlog moet maken — of oorlog zal een eind aan de mensheid maken. . . . De risico’s die aan ontwapening kleven, verbleken in vergelijking met de risico’s waarmee een onbeperkte bewapeningswedloop gepaard gaat”.
Hebben de natiën sindsdien positieve stappen tot ontwapening gedaan?
Vorderingen in de richting van vrede?
Kort nadat president Kennedy de nadruk had gelegd op de noodzaak voor ontwapening, vroeg hij het congres een extra $6 miljard voor de militaire begroting. En op die wijze is het steeds gegaan. Het ene moment wordt er over vrede gesproken en wordt de ontwapening verheerlijkt, maar het volgende moment wordt er opdracht gegeven voor het maken van groter en dodelijker wapens. Derhalve is er ondanks de vele schoonklinkende voorstellen — in een recente bibliografie over wapenbeheersing en ontwapening staan over dit onderwerp meer dan 9000 vermeldingen — geen vooruitgang gerealiseerd. The Nation van 27 mei 1978 merkt op:
„Sinds 1945 zijn Amerikaanse, Russische en andere diplomaten ten minste 6000 maal bijeengeweest om te praten over ’ontwapening’ en dat onechte kind van ontwapening, ’wapenbeheersing’, maar in tweeëndertig jaar is er geen enkel wapen door wederzijdse overeenkomst aan de kant gezet. Daarentegen is de bewapeningswedloop — conventioneel en nucleair, maar vooral nucleair — zonder adempauze opgevoerd.”
Wat het falen illustreert, is het feit dat het onderwerp van bespreking over het algemeen zelfs niet eens meer „ontwapening” is; het is ’wapenbeheersing’. Maar de beheersing van wapens is uit de hand gelopen. Het publiek in het algemeen heeft alle vertrouwen verloren dat er ooit op een zinvolle wijze iets gedaan zal worden om de situatie te verbeteren.
Dit werd vorig jaar getoond toen een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering van de V.N. aan ontwapening werd gewijd. De komende zitting werd in de Buffalo News onder de volgende kop aangekondigd: „V.N. IN ACTIE OM ARMAGEDDON TE VOORKOMEN.” De vijf weken durende zitting was daarom zo opmerkelijk omdat ze de eerste wereldomvattende ontwapeningsbijeenkomst was sinds ongeveer 45 jaar geleden, van 1932-34, de Ontwapeningsconferentie van de Volkenbond werd gehouden. Toch werd er in de pers en andere nieuwsmedia heel weinig aandacht aan geschonken.
Toen de zittingen bijna halverwege waren gekomen, klaagde Dr. Frank Barnaby, de directeur van het Instituut voor Vredesvraagstukken in Stockholm (SIPRI), dat er zelfs nog minder werd bereikt dan hij had gehoopt. „Er heerst een geest van pessimisme; de algemene sfeer is erg naar”, zei hij.
Toch bestaat er, zoals goed ingelichte personen beseffen, een schreeuwende behoefte aan verlichting van de kritieke situatie. De heer Barnaby wees erop dat het gevaar van een kernoorlog heel reëel is en toeneemt. En de bejaarde Britse afgevaardigde Lord Noel-Baker, die ook een afgevaardigde was op de Ontwapeningsconferentie van de Volkenbond, merkte op: „Het grote gevaar is dat de feiten van een kernoorlog eenvoudig niet zijn doorgedrongen.”
Welke feiten zijn dit?
Vernietigende kracht
Deze feiten hebben in het bijzonder te maken moet de grote kracht van kernwapens, de geweldige aantallen die voorhanden zijn, en de verfijnde middelen die de natiën hebben ontwikkeld om ze naar elk doel op aarde te brengen. Beschouw de feiten eens.
De woorden kiloton (1000 ton) en megaton (1.000.000 ton) worden gebruikt om de kracht van kernwapens uit te drukken in de hoeveelheid TNT die nodig zou zijn om een gelijkwaardige springkracht te leveren. Zo was de bom van 13 kiloton op Hirosjima slechts een kleine „voetzoeker” vergeleken bij de moderne wapens van verscheidene megatonnen. Zo zijn er bijvoorbeeld bommen tot wel 60 megaton getest — meer dan 4600 maal zo krachtig als die welke op Hirosjima werd geworpen. Toch was er in 1945 slechts die betrekkelijk kleine bom voor nodig om Hirosjima geheel te verwoesten en 140.000 mensen, van wie duizenden op een gruwelijke manier, tot as te verbranden.
Een modern wapen is in de orde van een megaton — zo’n 75 maal zo krachtig als de bom op Hirosjima. Aangezien elke bom een grote stad kan vernietigen, moet u zich eens proberen in te denken wat een multimegatonbom zou aanrichten in een dichtbevolkt gebied zoals New York, Londen of Tokio met hun voorsteden. De natiën hebben tienduizenden krachtige kernwapens, waarvan de overgrote meerderheid in het bezit van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten is. Door de kracht die deze wapens bezitten — voldoende om elk mens op aarde een paar keer te doden — verliezen de getallen hun waarde.
Het vreesaanjagende ervan is, dat deze verwoestende kracht gebruikt kan worden om praktisch ieder doel op aarde binnen enkele minuten na afvuring te vernietigen. Een Amerikaanse president maakte geen grapje toen hij zei: „Ik zou op dit knopje hier kunnen drukken en binnen 20 minuten zouden 70 miljoen Russen dood zijn.”
Met de hedendaagse raketlanceerinrichtingen kunnen atoomkoppen met een nauwkeurigheid van enkele meters terechtkomen op een doel dat duizenden kilometers verwijderd is. Bovendien kan een moderne raket een aantal bommen tegelijk meevoeren. Bereikt de raket eenmaal het algemene gebied dat vernietigd moet worden, dan kan elke bom op een ander doel worden gericht. En ook zijn raketlanceerinrichtingen niet langer beperkt tot vaste plaatsen op het land; raketten kunnen worden afgevuurd vanuit vliegtuigen in de lucht en vanaf onderzeeboten.
Eén enkele onderzeeër die is uitgerust met een lanceerinrichting voor kernwapens, bezit de mogelijkheid om 224 afzonderlijke doelen te vernietigen, die elk de omvang van een grote stad hebben. Zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten bezitten tientallen onderzeeërs die zijn toegerust om een dergelijke vernietiging aan te richten, en beide landen bouwen nog grotere en betere onderzeeërs. Spoedig zal de nieuwe onderzeeër van de Verenigde Staten, de Trident, in gebruik worden genomen. De Saturday Review legt uit:
„In een Trident is een onderwater-lanceerplatform ingebouwd voor thermonucleaire bommen waarvan sommige een grotere explosieve kracht bezitten dan duizend atoombommen van het soort dat in 1945 Hirosjima verwoestte. . . . De bevelvoerende officieren van een Trident hebben meer explosieve kracht in handen dan in de hele opgetekende geschiedenis tot en met 1945 door menselijke wezens werd bijeengebracht.”
Wat het allemaal kost
Al deze militaire paraatheid kost geld, ja, veel geld. Sinds 1945 hebben de natiën aan militaire activiteiten ruim ƒ 12.000.000.000.000 (ƒ 12 biljoen) uitgegeven! Het Bulletin of the Atomic Scientists van mei 1978 merkte op: „Militaire uitgaven over de hele wereld bedragen tegenwoordig ongeveer ƒ 800 miljard per jaar.” En deze uitgaven zijn in snel tempo aan het stijgen, en gaan in de richting van de ƒ 2 miljoen per minuut!
De omvang van het militaire apparaat doet iemand versteld staan. In 1977 schreef James Reston van de New York Times: „Afgelopen jaar gaven de natiën van de wereld 60 maal zoveel uit voor de uitrusting van elke soldaat, als voor het onderwijzen van elk kind.” Over de hele wereld genomen dienen ongeveer 60 miljoen mensen in de strijdkrachten of zijn werkzaam in beroepen die met het hele militaire bedrijf te maken hebben. Ongeveer de helft van alle geleerden van de wereld werkt aan de ontwikkeling van wapens.
Stelt u zich eens voor wat er tot stand gebracht zou kunnen worden als men al dat geld en al die krachtsinspanningen zou besteden aan constructieve doeleinden in plaats van aan het opbouwen van wapenarsenalen. Er zou voor allen een goede huisvesting kunnen zijn, betere gezondheidszorg en opleiding, en vele andere voordelen. Zoals de zaken nu staan, dragen bewapeningsprogramma’s bij tot het bankroet van natiën, zowel in materieel als in moreel opzicht.
Er wordt echter beweerd dat militaire paraatheid oorlog zal voorkomen. Maar is dat gebeurd? Integendeel. Sinds 1945 zijn er meer dan 25 miljoen personen gedood in zo’n 150 oorlogen die overal op aarde zijn gestreden. Iedere willekeurige dag waren er op diverse plekken in de wereld gemiddeld genomen zo’n 12 oorlogen aan de gang. Het is waar dat sinds 1945 in deze oorlogen geen kernbommen zijn gebruikt. Maar maakt zowel het opbouwen van reusachtige voorraden van dergelijke wapens als het ontwikkelen van geraffineerdere manieren om ze naar hun doel te leiden, het onwaarschijnlijker dat ze worden gebruikt?
Velen denken van niet. Zoals een voormalig, uit Oregon afkomstig lid van het Amerikaanse Congres zei: „Het moet wel uitdraaien op een kolossale vernietiging en een ontzaglijk aantal sterfgevallen. . . . De feiten kunnen in een paar woorden worden vermeld. Ten eerste zijn er tegenwoordig duizenden kernwapens, vele van een onvoorstelbare kracht. Ten tweede zijn ze bijna alle in een ogenblik af te vuren. Ten derde zijn ze aan de hoede van menselijke wezens toevertrouwd.”
Ja, mensen zijn onvolmaakt; zij kunnen fouten maken en zijn tot zelfzucht en hebzucht geneigd, waardoor alles als het ware reeds voor de volgende oorlog in gereedheid is gebracht. De bijbel toont aan waartoe zelfzuchtige begeerte kan leiden: „Waar komt toch al die strijd en onenigheid bij u vandaan? Is het niet van al die hartstochten, die u niet met rust laten? U zet ergens uw zinnen op, maar u krijgt het niet en doet er een moord voor. U wilt iets hebben maar kunt het niet bemachtigen. En dan wordt het vechten en oorlog voeren.” — Jak. 4:1, 2, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal.
De natiën zullen vechten met wat ze voorhanden hebben. Tegen 1985 zullen volgens het Instituut voor Vredesvraagstukken in Stockholm ongeveer 35 landen in staat zijn kernwapens te vervaardigen. Met welk resultaat? „Een stabiele nucleaire afschrikking zoals wij die hebben gekend zal onmogelijk worden”, waarschuwt het instituut, „en oorlog zal onvermijdelijk worden.”
Is er enige hoop op vrede?
Het verlangen van de mens naar vrede is sterk. Op de afgelopen buitengewone zitting van de Algemene Vergadering van de V.N. over ontwapening boden 500 Japanse waarnemers de V.N.-functionarissen 20 miljoen handtekeningen aan op petities waarin gevraagd werd om onmiddellijke wereldontwapening. Deze petities vulden 450 dozen die samen meer dan 12 ton wogen!
Zal ontwapening en vrede ooit worden verwezenlijkt? Als we moeten oordelen naar wat wereldleiders doen, is het antwoord duidelijk Neen. Zij doen feitelijk niets om de bewapeningswedloop te keren. Dit werd krachtig geïllustreerd door hun houding ten opzichte van het in 1967 getekende Verdrag inzake de beginselen betreffende de kosmische ruimte, welk verdrag naar men hoopte de kosmische ruimte tot een vredeszone zou maken. Het Bulletin of the Atomic Scientists merkt op: „Het verdrag heeft weinig gedaan om het aantal militaire satellieten tot staan te brengen. Ongeveer 75 percent van alle gelanceerde satellieten dient militaire doeleinden. In 1977 werden 133 satellieten gelanceerd, en 95 hiervan waren militaire satellieten.”
Toch is er een basis om erop te vertrouwen dat ontwapening en vrede zullen worden verwezenlijkt. De bijbelse belofte die is aangebracht op een stenen muur vlak tegenover het hoofdgebouw van de Verenigde Naties, maakt bekend: „Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen slaan, en hun speren tot snoeimessen: natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.” — Jes. 2:4, Authorized Version.
Maar hoe zal deze belofte worden vervuld? De Verenigde Naties zijn duidelijk niet in staat ze te vervullen. Welke basis is er dan om erop te vertrouwen dat ware vrede zal worden verwezenlijkt? Is religie het antwoord?
[Inzet op blz. 5]
„Sinds 1945 zijn Amerikaanse, Sovjet-Russische en andere diplomaten ten minste 6000 maal bijeengeweest om te praten over ’ontwapening’ en dat onechte kind van ontwapening, ’wapenbeheersing’, maar in tweeëndertig jaar is er geen enkel wapen door wederzijdse overeenkomst aan de kant gezet.” — The Nation, 27 mei 1978.
[Inzet op blz. 6]
„In een Trident is een onderwater-lanceerplatform ingebouwd voor thermonucleaire bommen waarvan sommige een grotere explosieve kracht bezitten dan duizend atoombommen van het soort dat in 1945 Hirosjima verwoestte. . . . ” — Saturday Review, 17 april 1978.
[Inzet op blz. 8]
„In de afgelopen drieëndertig jaar is er over de hele wereld voortdurend gevochten — of, zoals één Hongaarse hoogleraar berekende, ’er waren niet meer dan zesentwintig dagen . . . waarin er niet ergens in de wereld oorlog woedde’. Diezelfde hoogleraar rekende uit dat in de afgelopen drie decennia zo’n 25 miljoen levens in de strijd verloren gingen, een getal dat meer gesneuvelden vertegenwoordigt dan er op rekening van beide wereldoorlogen samen staan.” — Esquire, 1 maart 1978.
[Inzet op blz. 9]
„Ongeveer 75 percent van alle gelanceerde satellieten dient militaire doeleinden. In 1977 werden 133 satellieten gelanceerd, en 95 hiervan waren militaire satellieten.” — The Bulletin of the Atomic Scientists, mei 1978.
[Illustratie op blz. 8]
ZIJ ZULLEN HUN ZWAARDEN TOT PLOEGSCHAREN SLAAN, EN HUN SPEREN TOT SNOEIMESSEN. NATIE ZAL TEGEN NATIE GEEN ZWAARD OPHEFFEN, EN ZIJ ZULLEN DE OORLOG NIET MEER LEREN
JESAJA