Allemaal aan boord voor een tocht over de Binnenzee!
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
HET is een fascinerend wonderland van meer dan 3000 eilanden — een gordel van smaragd — gerangschikt in een zee van 480 kilometer lengte, die te zamen een Nationaal „zeepark” vormen: de Japanse „Binnenzee”.
In Japan draagt deze met eilanden bezaaide zee de naam Seto-nai-kai, wat zoveel betekent als „zee binnen de vaarwegen”. De Binnenzee is gelegen tussen drie van de vier hoofdeilanden van Japan: Kioesjoe, Sjikokoe en Honsjoe.
In dit unieke watergebied variëren de eilanden sterk in grootte. Sommige zijn 100 kilometer in omtrek en goed bevolkt. Andere zijn niet meer dan een naamloze rots, soms schilderachtig begroeid met één enkele pijnboom. Vermoedelijk zijn deze eilanden vele jaren geleden ontstaan door een plotselinge verzakking van het vasteland tijdens vulkanische activiteit.
De aanblik van de Japanse Binnenzee is niet anders dan adembenemend. En de wisseling der seizoenen draagt daar niet weinig toe bij. Wanneer u er in de winter vaart, worden uw ogen vergast op een weelde aan oranje pracht — de rijpende mandarijnen op de eilanden. In het voorjaar zijn er de zachtere kleuren van de perzik- en kersebloesem, in de zomertijd het crèmeachtige wit van de chrysanten, en tijdens de herfst weerkaatst het water het rood van de esdoornbomen in herfsttooi.
Zou u graag eens enkele van die schilderachtige eilandjes bezoeken? Kom dan gerust aan boord, dan maken we in ons bootje een korte tocht over deze prachtige zee.
We beginnen aan de noordoostelijke hoek. Eerst passeren we de eilanden Sjodo en Awadji, behorende tot de grootste van het geheel. De Naroeto-vaarweg tussen de eilanden Sjikokoe en Awadji heeft een breedte van ongeveer één kilometer en vormt de geul waardoorheen het water van de Grote Oceaan zich met een oorverdovend geraas en grote draaikolkachtige wervelingen van soms wel 20 meter in diameter in de Binnenzee stort.
Terwijl we op ons gemak naar het zuidwesten zakken, passeren we niet ver van Takamatsoe op Sjikokoe het eiland Megisjima. Sommigen kennen dit eiland ook onder de naam Onigasjima, hetgeen zoveel betekent als „poel der demonen”. In het verleden was Megisjima een bekend schuiloord voor piraten, die zich in een grot bovenop een heuvel verborgen hielden.
Ten slotte komen we ten zuiden van de prefectuur Okajama bij Nagasjima, een voor velen onbekend eiland maar met een interessante geschiedenis. Tot in de jaren ’30 werd het slechts door enkele landbouwers bewoond en telde het niet meer dan vijftien huizen. Toen begon Dr. Kensoeke Mitsoeda op dit eiland een project — een leprozenziekenhuis dat op 25 maart 1931 officieel werd geopend. De eerste lijders aan melaatsheid kwamen om drie uur ’s ochtends aan, opdat bewoners van de naburige eilanden hen niet zouden zien.
Thans bezit Nagasjima twee ziekenhuizen, maar slechts 20 percent van de patiënten is ernstig ziek. Echtparen hebben hun eigen kamers en de gezondere patiënten verheugen zich in het verrichten van nuttig werk. De mannen vissen, leren het timmermansambacht en maken voorwerpen als tafels en vogelkooien. Naaien, breien en weven behoren onder andere tot de werkzaamheden van de vrouwen.
Ons vaartuig vaart nu voorbij Innosjima, met zijn opvallend witte hellingen. Wit waarvan? Van de miljoenen en miljoenen pyrethrums die hier groeien — bloemen enigszins gelijkend op grote madeliefjes, die behalve dat ze het eiland verfraaien, nog een ander nuttig doel dienen, namelijk de verdrijving van muggen. De pyrethrums leveren een van de meest doeltreffende afweermiddelen tegen insekten waarvan de mens het bestaan weet. Ook staat op Innosjima een boeddhistische afgod met de naam Jujika Kannon, weergegeven in de gedaante van een vrouw die, verbazend genoeg, een kruis draagt. Volgens sommigen symboliseert het beeld de moederliefde, maar anderen zien er een symbool in van rijkdom en voorspoed.
Een van deze eilanden bezoeken is een aangename ervaring. De bewoners zijn thuis of op hun rijstveldje bezig, of vertoeven op zee. Hun terrasvormige rijstvelden, die ondanks het bergachtige terrein volmaakt waterpas moeten liggen, vormen ware kunstwerkjes in een landschap dat verder kleurrijk wordt verlevendigd door het fruit van sinaasappel-, perzik-, mispel- en citroenbomen. In de winter valt vooral het donkergroene blad op van de niet-bloeiende Igusa-plant, een waterriet dat ruim één meter hoog wordt en waarvan men de tatami-matten weeft die men in geheel Japan in de huizen aantreft.
Op enkele kleine uitzonderingen na zijn de eilanddorpjes volledig van elkaar geïsoleerd. Veel bewoners zijn wel volledig op de hoogte van alle gebeurtenissen op hun eigen eiland, maar weten vrijwel niets van wat er op naburige eilanden plaatsvindt. Natuurlijk zijn ook hier de moderne communicatiemiddelen doorgedrongen, zodat de geestelijke blik van de meeste eilandbewoners zich al sterk heeft verruimd, maar toch treft men hier nog steeds een grote weerstand aan tegen het aanbrengen van ingrijpende wijzigingen in bijvoorbeeld iemands religieuze denkpatroon. Familie en traditie oefenen een krachtige invloed uit en verstikken elke persoonlijke voorkeur en overtuiging.
Soms vragen mensen ons wat voor vis men in deze wateren aantreft. Wel, heel wat lekkere soorten: zeebrasem, platvis, harder, makreel, sardines, octopus, en andere variëteiten. Helaas echter eist ook hier de vervuiling — afkomstig van Osaka, Okajama, en Niihama — steeds meer haar tol. De vis is de laatste jaren aanzienlijk in aantal achteruitgegaan. En men neemt aan dat deze waterdieren schoner water hebben opgezocht op grotere diepten. Deze situatie baart de Japanners, die veel vis op hun menu hebben staan, grote zorgen.
Het is al weer tegen de avond wanneer we ons scheepje op het strand van Kioesjoe laten lopen. Rustig bij elkaar zittend, luisteren we naar het gekabbel van het water op het witte zand en kijken naar de zon die de hemel en de smaragdgroene zee in een koperen gloed zet. We hebben vandaag nog maar een glimp opgevangen van de schoonheid die de Binnenzee ons te bieden heeft. Er zijn plekken die alleen met een platboomd vissersvaartuig zijn te bereiken. En geen twee eilanden zijn precies aan elkaar gelijk. Ja, er schijnt hier een eindeloze variatie te heersen. Om werkelijk de hele Binnenzee te leren kennen, zouden we wel een tocht van verscheidene maanden moeten maken. Maar we hopen dat u toch van ons korte uitstapje hebt genoten.
[Kaart op blz. 25]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Honsjoe
Kioesjoe
Sjikokoe
N
De Binnenzee strekt zich uit tussen Honsjoe, Kioesjoe en Sjikokoe, drie van Japans voornaamste eilanden