De „lachende” hyena en zijn familie
HET is nacht. Aan de hemel staat een zilverachtige maan en in het zachte licht ervan lijken de rotsen, de bomen — het hele landschap — in volkomen rust te verkeren. Maar plotseling hoort u een griezelig geluid! Het lijkt op het wilde hysterische gelach van een mens! Een gelach dat u de stuipen op het lijf jaagt.
Maar dat daar buiten in de wildernis is geen man of vrouw. Ook is er niemand van uw eigen gezelschap krankzinnig geworden. Dat geluid kwam uit een andere bron. Leuk of niet, het was het gehuil van een „lachende” hyena.
Wellicht is dit uw eerste „ontmoeting” met dit vreemde dier. En misschien vraagt u zich ook af hoe en waarom bepaalde hyena’s „lachen”. Waarschijnlijk hebt u allerlei verhalen over hyena’s gehoord. Maar waar houdt de waarheid op en beginnen de verdichtsels? Sommigen zeggen bijvoorbeeld dat er hyena’s zijn die hun geslacht naar believen kunnen veranderen. Is dat waar? Velen zeggen ook dat deze dieren slechts aaseters zijn, maar anderen noemen ze roofdieren. Wie heeft er gelijk? Men heeft beweerd dat hyena’s mensen aanvallen en doden. Is dat waar? Wat zijn hyena’s nu eigenlijk voor dieren?
Eerst een beschrijving
Hyena’s zien eruit als grote honden. Maar ze zijn niet aan honden verwant. Hyena’s behoren, volgens de wetenschappelijke indeling, tot de familie van de hyena-achtigen (Hyaenidae). En men onderscheidt ze in drie soorten: De gevlekte, of lachende hyena (in Afrika, ten zuiden van de Sahara); de gestreepte hyena (die in Noord-Afrika en Klein-Azië en tot in India gevonden wordt); en de bruine hyena (van zuidelijk Afrika).
De gevlekte, of lachende hyena heeft een geelgrijze vacht met zwarte of bruine vlekken. De gestreepte hyena „draagt” een grijsachtige vacht met zwarte of bruine strepen. En de bruine hyena is donkerbruin, met op zijn nek en aan de lagere delen van de poten grijsachtig haar. Zowel de gestreepte als de bruine hyena hebben lange manen.
Hoewel de soorten onderling natuurlijk iets verschillen, wordt een hyena in het algemeen gekenmerkt door grote oren en een zware kop. Zijn schouders zijn hoger dan zijn achterhand. Hij heeft lange voorpoten, korte achterpoten en een schuine rug. Iedere poot heeft vier tenen en de nagels zijn niet intrekbaar. Bovendien loopt de hyena net als een kameel in telgang, waarbij voor- en achterpoten aan dezelfde kant tegelijk naar voren worden gezet. Bij de gevlekte, of lachende hyena kan het mannetje een schouderhoogte van één meter bereiken, een lengte — de staart van 30 cm niet meegerekend — van anderhalve meter en een gewicht van wel 82 kilogram. Opmerkelijk is dat een gevlekte hyena in de dierentuin in Berlijn 40 jaar oud werd. En, kunt u zich dat voorstellen? Tamme hyena’s vinden het heerlijk om aangehaald te worden.
Maar denk niet te licht over de krachtige tanden en kaken van de hyena. „Deze stevige, weinig elegante dieren zijn de bottenkrakers van het dierenrijk”, zo is wel gezegd. „Hun tanden zijn massief en hun kaken zijn krachtig genoeg om de dijbeenderen van grote dieren als zebra’s en zelfs buffels te breken en de verbrijzelen” (The Animal Kingdom). De kaken van de gevlekte hyena „zijn, in verhouding tot hun grootte, waarschijnlijk de krachtigste van alle thans nog levende zoogdieren”, aldus de International Wildlife Encyclopedia. Beenderen, die leeuwen niet stuk kunnen krijgen, verbrijzelen de gevlekte hyena’s om het merg te bemachtigen. De bruine en gestreepte hyena’s, die wat kleiner van stuk zijn, hebben niet ditzelfde bottenkrakende vermogen.
Jagers of alleen aaseters?
Uit dit alles blijkt wel dat de gevlekte of lachende hyena een sterk dier is. Als verdere bijzonderheden zijn te melden dat hij overdag meestal slaapt, hetzij in zijn leger, ergens in de dichte begroeiing, of in een donker hol, boven of onder de grond. In het leger treft men soms de nachtelijke buit aan — waarschijnlijk de beenderen van een of ander dier, of misschien zelfs een deel van een mensenschedel die van een begraafplaats is geroofd.
Aangezien de hyena een heel scherp reukvermogen bezit, kan hij het karkas van een dood dier op grote afstand ruiken, zodat het niet lang duurt of de restanten van zo’n door leeuwen of wilde honden gedood dier zijn door een afzonderlijke hyena of een troep hyena’s opgespoord. (Een troep gevlekte hyena’s kan bestaan uit tachtig tot honderd dieren, die een duidelijk begrensd territorium bezitten, alsmede een gezamenlijk holenstelsel, bestaand uit een wirwar van ondergrondse gaten en gangen.) Als de meute een karkas ruikt of wanneer er gieren boven een dood dier rondcirkelen, duurt het niet lang of ook de hyena’s zijn aanwezig.
Beschouw de hyena echter niet alleen maar als een aaseter. De Nederlandse geleerde Hans Kruuk en zijn vrouw, die onderzoek verrichten in de Ngorongoro-krater in Tanzania, hebben het bewijs geleverd dat gevlekte hyena’s ook op andere dieren jagen. Kruuk schrijft: „Eerst beschouwden Jane en ik, zoals bijna iedereen, hyena’s als aaseters, die afhankelijk zijn van de prooien die door moediger dieren worden gejaagd. Maar nadat wij de meutes in actie hadden gezien, kwamen wij tot het besef dat het ook zelf heel bekwame roofdieren zijn, die hoofdzakelijk leven van wilde beesten en zebra’s, en die met hun jachttalenten niet alleen zichzelf dienen, maar, zoals wij in tientallen gevallen hebben waargenomen, ook de leeuwen. De leeuwen in de Ngorongoro gaan, in tegenstelling tot hun soortgenoten elders, zelden op jacht. In plaats daarvan roven zij een deel van de prooi die hyena’s hebben buitgemaakt. Het akelige ’gelach’ van de etende meute lokt ze aan. Komt er meer dan één gast, dan moeten de hyena’s hun prooi afstaan, maar tegen één indringer durven ze het nog wel op te nemen. Vaak zagen we een jouwende bende hyena’s een leeuwin wegjagen van hun prooi, almaar happend naar haar achterste tot ze ten slotte grommend in het struikgewas wegvluchtte.” — The Marvels of Animal Behavior.
Dus hyena’s zijn zowel aaseters als roofdieren. Wanneer ze met een groep zijn zullen gevlekte hyena’s er niet voor terugdeinzen een groep zebra’s aan te vallen. Vaak, maar niet altijd, concentreren ze zich daarbij op de kreupele, zieke of jonge dieren, en dank zij hun volharding weten ze hun prooi meestal te bemachtigen. (Als mensen de wilde dieren uit een streek hebben verdreven, zullen de gevlekte hyena’s soms ook op schapen en runderen gaan jagen.) Een enkele keer jagen ze alleen, maar in een groep hebben ze meer succes. Gevlekte hyena’s zijn zo sterk dat men wel heeft waargenomen dat ze het lichaam van een zebra hadden meegesleept.
Het gaat hyena’s ook niet te ver om voor het verkrijgen van voedsel voordeel te trekken van een ongewone situatie. Zo brengen gestreepte hyena’s het er heel goed van af als „vuilnisman”. Bepaalde Afrikaanse dorpen laten gaten in de omheining open, waardoor ’s nachts deze hyena’s binnenkomen om het afval op te eten die dorpsbewoners buiten hun hutten gooien. Naar verluidt zijn er ’s morgens alleen nog een paar beensplinters over.
Over de gevlekte, of lachende hyena vertelt Dr. Bernhard Grzimek: „Tijdens de Eerste Wereldoorlog leefden hele troepen hyena’s van het afval van het slachthuis van Mbagathy bij Nairobi. Men verwerkte daar alleen het vlees en gooide ingewanden, beenderen en koppen eenvoudig weg. Toen dit slachthuis na de oorlog werd opgeheven, moesten de hyena’s nieuwe voedselbronnen vinden. Zij aten de haren van borstels en bezems op, sleepten pannen weg, kauwden op allerlei leren voorwerpen en slikten die door, zelfs schoenen, fietszadels en de met zweet doordrenkte leren banden van hoeden. Ze doorzochten afvalemmers en doodden zelfs verscheidene vrouwen die op het land aan het werk waren.”
Een mensendoder?
Ja, het is bekend dat hyena’s mensen hebben gedood! Dat is gebeurd in streken waar het land ontbost was of waar wilde dieren uit het gebied verdwenen waren. Gevlekte hyena’s zullen echter zelden overdag mensen aanvallen. Maar ’s nachts is het wel gebeurd dat inboorlingen die wegens de hitte buiten sliepen, door hyena’s werden aangevallen. Aangezien de hyena’s zich in het algemeen bij zo’n aanval op het gezicht van het slachtoffer richten, hebben sommigen afschuwelijke littekens aan deze ontmoetingen overgehouden. „Ook”, zo zegt The Animal Kingdom, „is het in veel delen van Azië en Afrika onder de inboorlingen gebruikelijk om oude mensen, die op het punt staan te sterven, buiten hun hutten en dorpen te zetten. Deze mensen hebben een bijgelovige angst voor de dood en laten daarom nooit iemand in hun woonplaats sterven. De oude mensen worden ergens buiten achtergelaten om daar aan hun einde te komen, en het hoeft geen verbazing te wekken dat de hyena’s zo’n prachtkans niet aan hun neus voorbij laten gaan. Vaak is ook gemeld dat het dier een grafrover is.”
Het is daarom niet onverstandig praktische voorzorgsmaatregelen te treffen wanneer men niet door deze bottenkraker lastiggevallen wil worden. Overigens verkiest de gestreepte hyena, als hij door honden in het nauw wordt gebracht, de vlucht boven het gevecht. En als hij niet weg kan komen, kan hij de honden van hun stuk brengen door zich dood te houden, om dan, wanneer zijn vijanden even niet waakzaam zijn, op te springen en zich met grote sprongen in veiligheid te stellen. Wat een plotselinge explosie van snelheid trouwens! Wel 64 kilometer per uur!
Is de hyena tweeslachtig?
Volgens de overlevering kunnen gevlekte hyena’s naar verkiezing de rol van het mannetje of van het vrouwtje op zich nemen. En inderdaad hebben de uitwendige voortplantingsorganen van beide geslachten een overeenkomstig uiterlijk. Maar is dit dier tweeslachtig?
Een arts schoot een gevlekte hyena en bemerkte na ontleding dat dit mannetjesdier rudimentaire vrouwelijke geslachtsorganen bezat. Een andere hyena die hij schoot, was een vrouwtje, maar het had rudimentaire mannelijke organen. Volgens het verslag werden ook nog bij een andere hyena rudimentaire mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen aangetroffen. Iemand anders meldde dat hij een hyena had, die niet alleen jongen had verwekt maar ook ten minste één worp jongen ter wereld had gebracht. Er is echter geopperd dat de drie dieren die door de arts onderzocht zijn, geen volwassen dieren waren. Ook schrijft The Animal Kingdom:
„Een rapport, gebaseerd op waarnemingen van parende gevlekte hyena’s in dierentuinen, door K. M. Schreeder, dat in 1952 gepubliceerd is, schijnt definitief te bewijzen dat dit dier niet tweeslachtig is.
Een zoogdier is in het embryonale stadium in aanleg zowel mannelijk als vrouwelijk; als het zich ontwikkelt, gaat één geslacht overheersen. De natuur maakt fouten, en het kan voorkomen dat er bij een dier tekenen van zowel mannelijkheid als vrouwelijkheid optreden. Zo’n dier is nooit in staat de rol van beide geslachten te vervullen, en gewoonlijk zelfs niet van een van beide.”
Dus ook bij de hyena’s brengt het vrouwtje nageslacht voort. In het geval van de gevlekte of lachende hyena gebeurt dat na een draagtijd van 99 tot 110 dagen, waarbij één of twee (een enkele keer drie) jongen worden geboren. Soms zijn de kleintjes bij de geboorte compleet behaard. Hun ogen zijn volledig open en ook kunnen ze onmiddellijk na hun geboorte hard lopen.
Hoe staat het met dat akelige „gelach”?
Ondertussen zult u al hebben begrepen dat niet alle hyena’s „lachende” hyena’s worden genoemd. Die onderscheiding is voorbehouden aan de gevlekte hyena in Afrika. De meeste mensen zullen dus op reis moeten om zijn akelige kreet te horen.
De bruine hyena lacht niet, maar uit een weemoedige roep, „wa-wa-wa”. Trouwens ook de lachende hyena brengt vele geluiden voort. In het algemeen varieert zijn kreet van laag en droef tot hoog en schril. Daarbij houdt hij niet zoals wolven, die ’naar de maan huilen’, zijn kop omhoog, maar dicht bij de grond. Eerst is het een lang en zacht gejammer, maar wanneer ze dicht bij een karkas komen, ontaardt het hyenagehuil in het reeds gemelde, griezelige „gelach”. En aangezien het dier een soort buikspreker is, is het moeilijk om precies te vertellen waar het geluid vandaan komt. U kunt er echt een tijd door in de war worden gebracht, omdat het bedrieglijk veel op het hysterische gelach van een mens lijkt. Maar vroeg of laat zult u waarschijnlijk tot de ontdekking komen dat u de beklemmende roep van de kampioen bottenkraker hebt gehoord — de „lachende” hyena.