Onze gevederde vriendjes
Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika
VOGELS kiezen soms ongebruikelijke woonplaatsen uit. Welke vogel zou nu gaan wonen op het beroemde Zuidafrikaanse Rif dicht bij Johannesburg, op slechts enkele kilometers afstand van de belangrijkste internationale luchthaven van het land, waar straalvliegtuigen met donderend geraas overvliegen, op een plek in een druk industriegebied, die bijna geheel omgeven is door fabrieken? Welke plaats wij bedoelen? Wel, het terrein waar het Zuidafrikaanse bijkantoor of Bethelhuis van het Wachttorengenootschap, met zijn drukkerij en woonhuis voor vrijwillige werkers, is gelegen.
Dit klinkt nu niet bepaald als een geschikte woonplaats voor vogels, niet waar? Hoewel, op dit terrein zijn geen katten, geen jongens met katapulten en geen mensen met geweren. En er zijn verscheidene dingen die vogels aanstaan — een grasveld, een keur van heesters en bloemen, en een prachtige visvijver met lelies. Bovendien bieden slanke populieren en een rij hoge, stevige acaciabomen fijne rust- en nestplaatsen voor de plaatselijke gevederde bevolking.
Ter kennismaking
Laat mij u eens aan enkele van onze kleurige, gevleugelde vriendjes voorstellen. Als eerste natuurlijk Willie, de wevervogel — een knap vogelbaasje, met stralend gele kop, borst en onderzijde, een geelgroene mantel met bruine strepen en een kop die is getooid met een opvallend zwart masker. Hij staat dan ook officieel bekend als een maskerwever en is verwant aan de vinken. En wat is hij opgewekt van aard! Bijna de hele dag zingt hij zijn vrolijke, sjilpende lied.
Dan hebben we nog onze bokmakieries, een soort klauwier, hoewel ze er heel anders uitzien dan de gewone klauwier. Zowel mijnheer als mevrouw bokmakierie hebben een lichtgele borst en onderzijde, terwijl hun rug en vleugels bruingroen van kleur zijn. Ze dragen een elegante, zwarte „strikdas” om hun nek, en uit hun keeltje klinken de welluidendste en meest uiteenlopende wijsjes. Ja, de bokmakieries zijn beroemd om hun zangduetten. Het mannetje zingt een aria en het vrouwtje antwoordt met een tegenzang. Hun bijzonder melodieuze liedjes maken het een stuk gemakkelijker om vroeg op te staan.
Duiven zijn er in Zuid-Afrika in overvloed. Hun vriendelijke „geroekoe” is een typerend en verrukkelijk geluid van het platteland. Wij hier op Bethel genieten ook van hun aanwezigheid. Vooral de Senegalese tortelduiven zijn erg leuk, met hun sierlijke verschijning en hun zachte roep „koeroekoe-koe-koe-koe”. Ja, inderdaad, erg, erg lief!
Een vogel die de Bethelfamilie ook bijzonder op prijs stelt, is de Kaapse kwikstaart met zijn prachtige zwartwitte verendek. Wij genieten van zijn opgewekte gefluit en mooie kanarieachtige zang. Het zijn vriendelijke kleine vogeltjes die al heel wat jaren hier zijn. Zeker, de huismussen hebben we hier ook en die ruziezoekers voegen hun opgewonden gekwetter al vroeg bij het vogelkoor.
Arme Willie!
Maar maken deze gevederde vrienden hier ook echt hun nest en brengen ze er hun gezinnetjes groot? Ja zeker! Maar luister eerst eens naar het nogal droevige verhaal van Willie de wevervogel. Het interessante van zijn soort is dat het mannetje het nest bouwt. En wat voor een nest! Met taai gras bindt hij twee of drie overhangende takken bijeen en weeft dan een rond stevig bouwsel dat aan de onderzijde is voorzien van een opening. (Om in het nest te komen, moeten deze kleine vogeltjes altijd enkele acrobatische luchttoeren verrichten, willen zij ondersteboven bij de ingang landen!)
Dan, wanneer het nest klaar is, komt het kritieke moment. Een vrouwtjeswever wordt uitgenodigd om het nest te inspecteren. Volgens een deskundige op het gebied van vogels in Zuid-Afrika is de voornaamste reden dat een vrouwtje van de maskerwever een nest afwijst, gewoon dat ze nog niet klaar is om eitjes te leggen. Als ze het aanvaardt, zal het niet lang duren of er komen eieren, en later baby-wevertjes om te voeden. Wat een interessant gezicht zo’n kolonie van ronde gras-nesten! Kijk ze eens zachtjes in de wind heen en weer wiegen, terwijl drukke ouders af en aan vliegen.
Willie was echter een pionier, die een nieuwe kolonie probeerde te stichten. Het was fascinerend hem zijn eerste nest te zien bouwen. Toen kwam het grote moment van de inspectie. En, o wat jammer! Na een kort bezoekje vloog zijn vriendinnetje weer weg. Arme Willie! Hij ontmantelde, volgens het gebruikelijke gedragspatroon van zijn soort, stukje bij beetje het hele nest, en toen was hij een dag of twee erg stil. Maar zijn optimisme kreeg de overhand en hij probeerde het opnieuw. Weer mislukt!
Willie bouwde in zijn eerste seizoen maar liefst zeven keer nest na nest. En telkens wanneer een vrouwtje zijn kunstwerk kwam inspecteren, was Willie één bonk zenuwen! Terwijl de dame heel zakelijk haar inspectie verrichtte, vloog hij van tak tot tak of streek ergens met van opwinding trillende vleugeltjes neer, niet wetend hoe zich in bedwang te houden.
Tijdens zijn tweede seizoen heeft Willie weer enkele pogingen ondernomen, maar tot nog toe is er geen wevervogelkolonie. Arme Willie, hij moet vrouwen wel erg lastige schepseltjes vinden. Niettemin bezorgt hij de leden van de Bethelfamilie heel wat vermaak.
Vele van onze gevederde vrienden zijn er daarentegen wel in geslaagd op het terrein van Bethel hun gezinnetjes te stichten. In een dikke heg bij de visvijver hebben de bokmakieries hun nesten verstopt en geven zij hun kleintjes te eten. Zo nu en dan zien we jonge duiven in de tuin. Zij zien er zo lief en tam uit, en ze vliegen alleen weg als iemand héél dicht bij ze komt. De mussen maken hun slordige nesten gewoonlijk tussen de dwarsbalken van de elektriciteitspalen voor het huis, zonder zich iets aan te trekken van het lawaaierige verkeer beneden hen. Het is een leuk gezicht hen hun jongen op het grasveld te zien voeren. Als verwende kinderen klapwieken de jongen hulpeloos met hun vleugeltjes, wachtend op de lekkere hapjes van papa en mama.
De laatste tijd is het aantal werkers op Bethel sterk toegenomen. Er wordt gewerkt aan een grote uitbreiding van het gebouw om gelijke tred te kunnen houden met de toename van de Koninkrijksprediking. De Bethelfamilie telt nu, met de vaste leden en de vrijwillige bouwers te zamen, zo’n 180 personen. Wij vinden allemaal dat Bethel een oase van vrede, veiligheid en geluk is, te midden van een wereld die geteisterd wordt door angst en gevaar. En de vogels houden blijkbaar ook van deze omgeving. Wij vinden het heerlijk ze bij ons te hebben. Onze gevederde vriendjes geven ons een klein voorproefje van de dag, die nu zo dichtbij is, dat God de mensheid zal zegenen met vrede en een volledig herstel van de harmonie tussen mens en dier.