Het stieregevecht — Een feest in Spanje
Door Ontwaakt!-correspondent in Spanje
IN MENIG huis op aarde is een van de wanden gesierd met de afbeelding van een behendige stierenvechter. Stierenvechten heeft voor mensen, waar ook ter wereld, iets fascinerends, hoewel de meesten nooit een echt stieregevecht hebben bijgewoond. Hoe gaat het dan toe? Laten we eens een bezoek brengen aan een arena in Spanje — de Plaza de Toros Monumental in Barcelona.
Bij nadering van de arena proeft men reeds een sfeer van spanning en opwinding. Mensen verdringen zich bij de ingang van het in Moorse stijl opgetrokken, onoverdekte stadion. De toegangskaartjes worden betaald met biljetten van 500 en 1000 peseta (ca. ƒ 22 en ƒ 44). Een dure aangelegenheid, maar desondanks is de belangstelling groot.
Bij binnenkomst in de arena hoort u hoog op de tribunes, aan de linkerkant, een groepje musici, die een paso doble hebben ingezet, de vaste muziek bij een stieregevecht. Aan de rechterkant, ook hoog in de arena, bevindt zich de loge voor de presidente, meestal een plaatselijke hoogwaardigheidsbekleder die als voorzitter van het gevecht fungeert en prijzen toekent. Er is ook een afdeling, toriles genaamd, waar zes speciaal gefokte stamboekstieren, die een voorbereiding en training van minstens vier jaar achter de rug hebben, staan te wachten. Bij deze gelegenheid zullen er stieren worden bevochten van 500 kilo elk.
Aan de linkerzijde wachten drie toreros (stierenvechters) met hun respectieve cuadrillas of assistenten, sommigen te paard, anderen te voet. Voordat de dag voorbij is, zullen alle zes stieren door deze drie stierenvechters ter dood zijn gebracht, door elke matador twee.
„La corrida de toros” (Het stieregevecht) begint
De arena wordt ontruimd, alleen de veterano van de drie torero’s blijft achter. Het stierenhok gaat open en een prachtige zwarte stier stormt naar buiten. De halve ton zware spierkolos draaft de arena rond, kop in de hoogte, als om iedereen uit te dagen hem te naderen. Hij hoeft niet lang te wachten. Terwijl de torero toekijkt, beginnen zijn assistenten de stier met hun doeken of capas te testen.
De torero plaatst zich hierna in het midden van de ring, maakt enige beginpassen met de capote, of grote capa, waarbij hij zich langzaam wegdraait van de stier wanneer die hierop een aanval doet. Is de torero volledig zeker van zichzelf, dan doet hij soms het werk met de capa in geknielde positie en laat de stier verscheidene malen door de waaierende plooien van het doek razen. De menigte reageert met een uit volle borst geuite kreet van goedkeuring: „Ole! . . . Ole!” Maar dan klinkt een hoorn.
Dat beduidt het eind van het „doeken”-werk en het begin van de varas, verzorgd door de picador te paard. Met een lans in de hand kiest de picador een positie aan de buitenrand van de arena om de stier tot een aanval te verleiden. Deze ziet plotseling dit veel grotere doelwit en stuift erop af, om het paard met zijn volle gewicht in de rechterflank te treffen. Berijder en geblinddoekt paard worden achteruitgeworpen, terwijl de stier zijn horens diep in de flankbescherming van het paard boort. Het paard tracht zijn evenwicht te hervinden en terzelfder tijd drijft de picador zijn lans met alle kracht in de schoft van de stier, enkele pezen en spieren beschadigend, zodat het machtige dier zijn kop lager laat hangen — een noodzakelijk vereiste wil de torero later met zijn muleta (een kleinere doek) kunnen werken. De stier deinst een moment achteruit en valt dan opnieuw aan, maar nog dieper dringt nu de lans in zijn rug. Kracht en snelheid ebben weg uit het dier.
Nu is het voor de banderilleros tijd om in actie te komen. Hun taak is, 75 centimeter lange staven met scherpe harpoenachtige weerhaken, zogenaamde banderillas, in zijn rug te steken. Van zo’n 20 à 30 meter afstand trachten zij elk op hun beurt door schreeuwen de aandacht van de stier te trekken. Daarna rennen zij op het dier toe, een banderilla in elke hand, zich op het kritieke moment op de tenen verheffend om met uitgestrekte armen de van weerhaken voorziene staven in het lichaam van de stier te stoten. Deze verrichting herhaalt zich soms viermaal en wordt af en toe ook vanaf een paard uitgevoerd.
De stier heeft nu reeds veel van zijn kracht verloren. Het bloed stroomt tappelings uit zijn schouderwonden en loopt langs zijn flanken. Zijn hele lijf beeft van de inspanning. Opnieuw klinkt de hoorn, de laatste fase van de strijd is ingetreden, de stier moet sterven.
De genadestoot
Alvorens zich gereed te maken om de stier de genadestoot te geven, neemt de stierenvechter soms nog zijn hoed af en draagt hij de stier op aan iemand in het publiek, misschien een vooraanstaand persoon, of aan het publiek in het algemeen. Dan nadert hij de stier met zijn muleta, of kleine strijddoek, en houdt deze uitgespreid voor het dier, om het tot de aanval uit te lokken. De stier, hoewel uitgeput, neemt de uitdaging aan en doet een uitval. [Niet omdat de doek rood is (runderen zijn kleurenblind). Hij wordt aangetrokken door de bewegingen van de doek.]
Verscheidene malen laat de torero de stier terugkomen, elke keer proberend hem dichterbij te brengen, maar zich er wel voor hoedend niet door de gevaarlijke horens gegrepen te worden. Hij doet dit volgens voorgeschreven passen, waarvan er één zo dichtbij is dat hij bijna zijn evenwicht verliest. Wanneer hij zich wendt om de stier nogmaals tegemoet te treden, is zijn pak besmeurd met bloed van de stier.
De torero maakt zich nu klaar voor de genadestoot met de estoque, het speciale executiezwaard. Stier en matador staan voor de laatste maal tegenover elkaar. De ene uitgeput en bloedend, zwaar snuivend, met zes van weerhaken voorziene staven in zijn rug. De ander gespannen, voeten bij elkaar en het zwaard geheven.
Om snel en volgens de regels te doden, moet het zwaard de eerste maal tot aan het gevest tussen de schouderbladen door gaan, om een slagader of vitaal orgaan te raken, iets wat echter maar zelden bij de eerste poging lukt. Ditmaal heeft de torero twee stoten nodig. Dan is de stier eindelijk dodelijk getroffen; enkele ogenblikken blijft hij nog doodstil staan, met rollende tong, terwijl bloed en speeksel uit zijn bek lopen. Dan knielt hij neer, en is dood. Voor alle zekerheid komt er nog een assistent met een speciaal dolkmes, die precies achter de oren het ruggemerg van de stier doorsnijdt.
Na de slachting
Voor het publiek is nu het moment aangebroken om zijn mening kenbaar te maken. Dit kan variëren van volledige stilte (als teken van afkeuring) tot gefluit, applaus en gewuif met zakdoeken. Ondertussen sleept een span paarden de stier weg. Het hele gebeuren, vanaf het eerste verschijnen van de stier tot zijn dood, heeft ongeveer vijftien minuten in beslag genomen.
De presidente beslist nu of er een trofee zal worden toegekend. Heeft de torero goed werk verricht, dan ontvangt hij een van de oren van de stier. Heeft hij zich bijzonder elegant en bekwaam van zijn taak gekweten, dan bestaat de kans dat hij twee oren krijgt, terwijl een superieure verrichting ook een superieure beloning met zich brengt — de beide oren en de staart, gepaard met roem en glorie en, mogelijk, hogere gages bij toekomstige gevechten.
Het stieregevecht in de loop der eeuwen
Het stieregevecht heeft zich in de loop van duizenden jaren, en dan vooral in Spanje, ontwikkeld. Een van de oorzaken hiervan is dat het Spaanse stierenras over de speciale eigenschappen beschikt die voor dit gebeuren nodig zijn. De afgelopen vijftien jaar heeft bovendien de snel groeiende toeristenstroom (momenteel zo’n dertig miljoen mensen per jaar) het stierenvechten een extra stimulans bezorgd. De meeste toeristen gaan naar een stieregevecht in de mening dat het een typisch Spaans gebeuren is. Dat is echter verre van waar, al wordt het stieregevecht dan ook beschouwd als Spanje’s fiesta nacional (nationale feest). De meeste Spanjaarden hebben er weinig of geen belangstelling voor en komen nooit in een arena. Maar zolang er voldoende mensen zijn die er wel belangstelling voor hebben en tot betalen bereid zijn, zullen er torero’s en stierenfokkers bestaan. Wat is echter de uitwerking van een gevecht op de toeschouwers?
De uitwerking op het publiek
De reacties op stieregevechten lopen uiteen. Velen vinden het een weerzinwekkende vertoning, terwijl anderen erdoor gefascineerd raken. De aficionado (liefhebber) is bijvoorbeeld iemand die in het geheel niet van streek raakt door de dood van de stier, maar wiens belangstelling voornamelijk uitgaat naar de kunst, de sierlijkheid en de bekwaamheid die de torero bij het gebruik van zijn capa en muleta ten toon spreidt, hoewel gezegd moet worden dat er onder de moderne verdedigers van het stieregevecht behalve oog voor de elegantie en behendigheid van de torero eveneens meer begrip komt voor het lijden van de stier. Ook in een encyclopedie wordt nu bijvoorbeeld erkend dat het stieregevecht weliswaar in de loop des tijds sterk veranderd is „en een groot deel van zijn hardvochtigheid heeft verloren”, maar toch nog steeds „in bepaalde opzichten wreed van karakter is”. — Wij cursiveerden.
Een andere factor om te overwegen, is het opzettelijke risico dat de torero neemt om het publiek te behagen. De Encyclopædia Britannica verklaart hierover:
„Het publiek wil niet werkelijk een man zien sterven, maar de kans op een dodelijke afloop, de doodsverachting die de man aan de dag legt en zijn bekwame ontlopen van letsel, dat brengt de toeschouwers in extase. Het publiek komt niet om een man de arena te zien binnenlopen, op de veiligste manier een stier te zien doden en dan weer ongedeerd te zien vertrekken; men wil vaardigheid, sierlijkheid en durf zien. Een corrida is daarom niet werkelijk een gevecht van een man tegen een stier, maar veeleer van een man tegen zichzelf; hoe dichtbij durft hij de horens te laten komen, hoe ver zal hij gaan om het publiek te behagen?”
Zoals verwacht mag worden, eindigen niet alle gevechten in een overwinning voor de torero. De Encyclopædia Britannica onthult: „Vrijwel elke matador loopt per seizoen minstens één min of meer ernstige verwonding als gevolg van het stoten van de stier op. Belmonte (een van de beroemdste stierenvechters van de jaren ’20) is meer dan 50 maal gewond geraakt. Van de bij benadering 125 belangrijke matadors die er sinds 1700 zijn geweest, zijn er 42 in de arena omgekomen, hierbij niet inbegrepen alle beginnende matadors, de banderilleros en de picadors die in de arena het leven hebben gelaten.” Toch zullen ook het volgende seizoen weer meer dan 3000 stieren in de Spaanse stierenarena’s ritueel worden geslacht en zullen weer tientallen stierenvechters wekelijks diverse malen hun leven wagen.
De katholieke Kerk en het stieregevecht
Jarenlang zijn stieregevechten op bevel van de katholieke Kerk verboden geweest. Paus Pius V (1566-1572) heeft in pauselijke brieven stierenvechters zelfs met excommunicatie en onthouding van een christelijke begrafenis gedreigd. Andere pausen stelden zich achter dit standpunt, totdat de ambtsperiode van Clemens VIII (1592-1605) aanbrak, die de voorgaande excommunicaties introk en alleen bepaalde dat in Spanje op feestdagen geen stieregevechten gehouden mochten worden. De praktijk pakte echter anders uit. Stieregevechten werden juist de standaardfestiviteit om aan religieuze gebeurtenissen en feesten luister bij te zetten. Een illustratie hiervan levert het volgende commentaar in de Enciclopedia Universal Ilustrada:
„De overbrenging van de allerheiligste sacramenten (Santísimo Sacramento) van het ene naar het andere altaar werd met stieregevechten gevierd, ook de overbrenging van relikwieën en beelden van heiligen, de commemoratie van patroonheiligen van steden en dorpen, de bouw van kerken, heiligverklaringen en vele andere religieuze feesten. Meer dan 200 stieren werden in zo’n 30 stieregevechten vrolijk afgeslacht om de heiligverklaring van de heilige Teresia van Jezus te vieren. In de kathedraal van Palencia werden stieren bevochten; het vlees van de ter ere van de heiligen gedode stieren, werd als relikwieën bewaard om genezingen te bewerkstelligen; de kapittels [besturen van geestelijken] organiseerden en financierden stieregevechten . . . In Tudela werd ’s morgens op de dag van het gevecht een kapucijner monnik langs de stieren geleid om deze door bezwering nog vuriger te maken.”
Stierenvechters zijn meestal erg religieus, maar dan wel, zoals sommigen ook toegeven, in bijgelovige zin. Elke arena, aldus een van hen, heeft zijn eigen kapel waar de torero’s eerst kunnen bidden voordat zij zich met de stieren meten. Veel torero’s hebben zelfs een soort van draagbaar altaar bij zich om daarvoor in hun hotelkamer te kunnen knielen alvorens de arena te betreden.
Zijn stieregevechten voor christenen?
Hoe behoort de houding van een christen in deze tijd ten opzichte van stieregevechten te zijn? Een aantal vragen doen zich in dit verband voor: Indien een mens naar Gods beeld is geschapen en God liefde is, kan iemand die liefde dan weerspiegelen terwijl hij dieren zulke wreedheden aandoet? (Gen. 1:26; 1 Joh. 4:8) Als een christen zijn leven aan God heeft opgedragen, is het dan redelijk dat leven in gevaar te brengen door een wilde stier tot razernij te prikkelen? Zal een dergelijk gebruik zich tot in de nieuwe ordening voortzetten, wanneer zowel mens als dier ’generlei kwaad meer zal doen noch enig verderf zal stichten’? — Jes. 11:9.
Wat valt er daarom te zeggen over het verzamelen en ophangen van stierenvechtersplaten? Getuigt het van een gezonde kijk, een gezonde geest en een verstandig oordeel mensen te verafgoden die minachting hebben voor de gave van het leven en in hun onderhoud voorzien door in het openbaar wreedheden jegens dieren te begaan? Nog iets: Welke uitwerking zou het bezit van zulke platen op andere christenen hebben? Of als een medechristen ons naar een stieregevecht zou zien gaan, hoe zou dat worden opgevat? Dit zijn voor nadenkende christenen ernstige vragen, vooral omdat de apostel Paulus ons schrijft: „Laat een ieder niet zijn eigen voordeel blijven zoeken, maar dat van de ander.” — 1 Kor. 10:24.
[Illustratie op blz. 12]
De ingang van de kapel van de Plaza de Toros Monumental, Barcelona