De inflatie komt gevoelig aan
Een groot deel van de bevolking wier inkomen niet snel genoeg toeneemt om gelijke tred te houden met de stijgende prijzen, heeft van de inflatie te lijden. Typerend zijn de volgende uitspraken:
Een huisvrouw in Toronto wier man een „behoorlijk inkomen” heeft, zegt over haar drie kinderen: „Ze zijn weldoorvoed, maar groeien op zonder feitelijk te weten wat biefstuk is.” Een taxichauffeur in Rio de Janeiro moet met zijn vrouw (die als secretaresse werkt) en kinderen een appartement delen met een familielid omdat, zoals de man zegt, „wij niet ons eigen appartement konden huren en toch nog te eten hebben”. Een gepensioneerde postbode in Londen zegt dat hij en zijn vrouw „de rekeningen vóór blijven door ons spaargeld aan te spreken”. Hij voegt eraan toe: „Ik ben ermee opgehouden kleren te kopen en koop alleen nog schoenen.” Toen zij op een korte vakantie gingen, „sloegen we de lunch over en gebruikten slechts één behoorlijke maaltijd per dag”, aldus deze ex-postbode.
Een postbeambte in Rome zegt dat de „rampspoedige” prijsstijgingen hem hebben gedwongen een extra betrekking te nemen om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien. Een huisvrouw in Londen die gedwongen was vijftien uur per week buitenshuis te werken, zegt dat ze nu twintig uur per week werkt en dat haar man zoveel mogelijk overwerkt. Zij merkt op: „Maar je kunt niet zeggen dat we er veel mee opschieten als al het extra geld dat we verdienen net zo snel wordt uitgegeven als we het binnenbrengen. Ik vind het schandalig.” Ja, de inflatie komt gevoelig aan. Ze eist een zware tol van degenen die hun inkomen niet snel genoeg kunnen verhogen om gelijke tred te houden met de stijgende prijzen.