Belangrijke operaties zonder bloed
TOT voor kort zag men bloedtransfusie als een routineonderdeel van belangrijke chirurgische ingrepen. Nagenoeg alle artsen waren van de noodzaak ervan overtuigd.
Momenteel is dit niet langer het geval. Een toenemend aantal doktoren is thans tot de erkenning gekomen dat zij succesvolle operaties kunnen verrichten zonder bloed toe te dienen. Zij hebben daartoe nieuwe technieken ontworpen, die zeer worden gewaardeerd door het toenemende aantal patiënten dat geen bloedtransfusie wenst.
Bovendien hebben de doktoren ontdekt dat de nieuwe methoden die zij gebruiken, in bepaalde belangrijke opzichten superieur zijn aan de oudere, zodat zij nu algemeen gesproken deze nieuwe maatregelen vaak aan hun patiënten aanbevelen.
De redenen van deze tendens
Wat de redenen zin van deze tendens naar bloedloze chirurgie? Enkele werden er opgesomd in het volgende Associated Press-bericht: „Met bloedloze chirurgie beoogt men twee doeleinden, te weten de mogelijke gevaren die aan bloedtransfusies kleven, te vermijden, onder meer van het overbrengen van de leverziekte hepatitis, en de behoefte aan bloeddonors te verminderen.”
De gevaren van bloedtransfusie worden thans algemeen erkend. Zoals in de Ontwaakt! van 22 augustus jongstleden werd bericht, vinden elk jaar duizenden mensen ten gevolge van transfusies de dood, terwijl tienduizenden op enigerlei wijze letsel oplopen. De oorzaak hiervan moet onder meer worden gezocht in smetstoffen of ziektekiemen die zich in het bloed kunnen bevinden (waarbij we vooral denken aan hepatitis), technische fouten (bijvoorbeeld het toedienen van onverenigbaar bloed) en allergische reacties. Deskundigen geven ruiterlijk toe dat met de huidige bekende proeven dergelijke gevaren niet volledig zijn te voorkomen. Vandaar ook dat Dr. S. Dudrick, die hoofdchirurg is aan een Philadelphisch ziekenhuis, opmerkte: „We grijpen nooit meer zo maar naar een fles bloed.”
Overigens is er nog een andere reden waarom men nieuwe technieken heeft ontwikkeld om de chirurgie vrij te maken van de transfusienoodzaak. De Californische Palo Alto Times berichtte dienaangaande het volgende: „De behoefte aan de ontwikkeling van chirurgische technieken die bloedtransfusies overbodig zouden maken, werd ten dele gestimuleerd door de beperkingen die het geloof van Jehovah’s Getuigen stelde aan de gebruikelijke chirurgische methoden, aangezien hun religie tegen de transfusie van donorbloed is.”
Jehovah’s getuigen willen geen bloed nemen. Zij verwerpen deze vorm van medische behandeling omdat Gods Woord, de bijbel, van christenen vereist dat zij zich „onthouden . . . van bloed” (Hand. 15:20). Bijgevolg zoeken zij, wanneer zij geopereerd moeten worden, naar een arts die een alternatieve behandeling wil geven.
Aanvankelijk waren vrijwel alle artsen die geen getuige van Jehovah waren, niet bereid tot het verrichten van de moeilijker operaties zonder bloed. Maar geleidelijk aan groeide bij enkelen het gevoel van noodzaak om Jehovah’s getuigen zo goed zij konden, te helpen, zodat zij de uitdaging aannamen om naar wegen te zoeken die het mogelijk zouden maken zonder gebruik van bloed te opereren. Toen de nieuwe methoden succesvol bleken, begonnen ook andere artsen ze toe te passen.
Velen van deze doktoren zijn in hun plaatselijke omgeving welbekend. In de Verenigde Staten staat een groot deel van hun namen thans op een lijst die op het hoofdbureau van Jehovah’s getuigen in Brooklyn wordt bijgehouden. Deze lijst houdt geen speciale aanbeveling van de erop voorkomende artsen in, maar is er slechts ten behoeve van diegenen die een operatie behoeven maar geen chirurg weten die deze zonder bloed wil verrichten.
Kunnen de nieuwe methoden voor alle soorten van operaties worden gebruikt? Ja, zelfs met inbegrip van de zeer moeilijke en ingewikkelde aan vitale organen.
„Bloedloze” open-hartoperaties
Er is een tijd geweest dat doktoren het ondenkbaar achtten een open-hartoperatie te verrichten zonder bloedtransfusie te mogen gebruiken. Het is derhalve interessant om te zien hoe de bloedloze hartchirurgie zich in de loop der jaren ontwikkeld heeft.
Tot de pioniers op dit terrein hebben enkele teams van doktoren in Houston (Texas) behoord. Zij waren het erover eens dat het onredelijk was eenvoudig te weigeren Jehovah’s getuigen te opereren, aangezien dit in sommige gevallen als het ware neerkwam op een doodvonnis.
In 1962 begonnen deze artsen derhalve methoden te ontwikkelen om die gevallen van Jehovah’s getuigen te kunnen behandelen die andere doktoren hadden geweigerd. Een van de eerste verslagen over een dergelijke operatie stond in The American Journal of Cardiology van juni 1964. In een artikel, getiteld „Open-hartoperatie bij Jehovah’s Getuigen”, verklaarden de doktoren Denton A. Cooley, E. Stanley Crawford, James F. Howell en Arthur C. Beall, Jr., enige van hun transfusievrije technieken.
Wanneer een chirurgisch team een operatie wil verrichten aan het hart, dient dit een korte periode te worden stilgezet. Zijn pompfunctie wordt dan overgenomen door een „hart-long”-machine, die de bloedstroom in stand houdt en ervoor zorgt dat alle lichaamsdelen van de noodzakelijke zuurstof blijven voorzien. Normaal vult men de pompen, buisleidingen en het bloedreservoir van de machine met ongeveer anderhalve liter bloed, alvorens haar op de patiënt aan te sluiten. Wat deden de bovengenoemde artsen nu in plaats hiervan? Zij vertelden:
„De in onze kliniek ontwikkelde techniek maakt het gebruik mogelijk van een oplossing van 5% glucose [een enkelvoudige suiker] in gedestilleerd water om de extracorporele [zich buiten het lichaam bevindende] apparatuur zonder bijmenging van bloed te vullen. De oplossing bevat 25 mg heparine per 1000 ml oplossing om fibrine-afzetting in de oxigenator te voorkomen. Het vulvolume bedraagt 20 tot 30 ml glucose-oplossing per kilogram lichaamsgewicht [ongeveer twee liter voor iemand van 75 kilo].”
Gezien het feit dat er tijdens de operatie geen bloed kon worden gebruikt, moesten de chirurgen bovendien preciezer te werk gaan en zich meer dan gewone rekenschap van „hemostase” geven, waaronder verstaan moet worden: de controle op het bloedverlies uit de verschillende bloedvaten. Uit deze noodzaak is een aantal nieuwe technieken geboren, die thans wijdverbreid toepassing vinden.
Wanneer kunstaderen moesten worden aangebracht ter vervanging van versleten aderen, gebruikte men speciale materialen om bloedverlies te voorkomen, terwijl men tijdens de gehele operatie zout- en suikeroplossingen in de aderen van de patiënt bleef leiden.
Hun toenemende ervaring met Jehovah’s getuigen sterkte deze pioniers op het gebied van transfusieloze chirurgie in de overtuiging dat wat zij deden mogelijk was. Toen, na bijna tien jaar transfusieloze open-hartoperaties, verscheen er in The American Journal of Cardiology van februari 1972 een verslag over het werk van deze doktoren in Houston. De inhoud betrof voornamelijk de operaties die waren verricht aan het Texas-Hart-Instituut van het St.-Lukas-kinderziekenhuis in Houston. Geschreven door de doktoren John R. Zaorski, Grady L. Hallman en Denton A. Cooley, luidde het rapport gedeeltelijk:
„Sinds 1962 is het al bij 5000 operaties in dit instituut routine geweest een bloedvrije vulling [van de hart-longmachine] te gebruiken, en met uitstekende resultaten; verscheidene honderden van deze operaties werden vrijwillig zonder bloedtransfusie verricht, bij patiënten van wie het merendeel geen Getuige van Jehovah was. . . .
De Jehovah’s Getuigen-patiënten ontvingen in deze reeksen dezelfde behandeling als alle andere patiënten, slechts met dien verstande dat ze allemaal voor en na de operatie ijzerinjecties ontvingen en er voor hen in de bloedbank geen bloed in reserve werd gehouden. De enige vloeistof die ze ontvingen was de vuloplossing en de intraveneus toegediende glucose in verdunde zout- of Ringers lactaatoplossing.”
Uit het rapport bleek dat in de gehele verslagperiode slechts één van Jehovah’s getuigen was gestorven aan wat men „toeschreef aan anemie [bloedarmoede]”. Hij stierf drie dagen na de operatie.
De algemene conclusie van het verslag was als volgt: „Wij geloven dat onze ervaring de uitvoerbaarheid van open-hartoperaties bij Jehovah’s Getuigen heeft aangetoond en bovendien indiceert dat bloedtransfusies spaarzaam gebruikt kunnen en dienen te worden om ziekte en sterfte onder alle patiënten te verminderen.”
Ook anderen beginnen de nieuwe methoden te gebruiken
Naarmate met meer gevallen publiciteit en ervaring werd verkregen, begonnen ook andere chirurgen soortgelijke bloed- of transfusieloze technieken bij open-hartoperaties te gebruiken om Jehovah’s getuigen ter wille te zijn. Zo verrichtte bijvoorbeeld in 1970 Dr. Ch. W. Pearce een transfusieloze open-hartoperatie bij een van Jehovah’s getuigen in het Methodistische ziekenhuis in New Orleans. Dr. Pearce, die verscheidene jaren als onderzoeker voor de Amerikaanse Hartstichting werkzaam was, werd tijdens de operatie bijgestaan door Dr. W. Gibson. Over deze operatie stond een interessant verslag op de voorpagina van de in Slidell (Louisiana) verschijnende Sentry News:
„Veel aan het ziekenhuis verbonden en bezoekende doktoren konden niet begrijpen dat de verrichting ervan mogelijk was en mochten in de operatiekamer getuige zijn van deze ongebruikelijke operatie — zoveel zelfs dat er nauwelijks operatiejassen voldoende waren.”
Het feit dat andere doktoren niet begrepen hoe dit kon worden verricht, demonstreert slechts hoe noodzakelijk het is dat doktoren up-to-date blijven met verbeterde chirurgische technieken, terwijl het tevens onderstreept hoe belangrijk het is om open te staan voor nieuwe methoden die afwijken van wat „normaal en aanvaardbaar” is.
Bij deze onder het oog van zoveel doktoren geopereerde patiënt stond men versteld over zijn snelle herstel. Een leerling-verpleegster noemde hem zelfs voor de grap „Speedy” (Vluggertje). Slechts tien dagen na de operatie werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. In het kranteverslag stond over de ervaringen van Dr. Pearce met transfusieloze chirurgische ingrepen:
„De chirurg meende de gebruikte methode een zegen te mogen noemen, niet alleen voor Jehovah’s Getuigen, maar voor de meeste patiënten die een open hartoperatie moeten ondergaan.
’We hebben deze techniek nu bij honderd opeenvolgende open-hartoperaties voor het herstel van aangeboren hartafwijkingen toegepast’, zo waren zijn woorden, ’en hebben slechts een sterfgeval gehad.’
De beroemde chirurg vertelde nog dat met deze methode zonder gebruik van bloed, de kans op infectieuze hepatitis vrijwel nihil is. Ook de kans op een allergische reactie zou volgens hem verminderd zijn . . . terwijl het de meer ernstige shockreacties vermindert . . .
Bij gebruik van bloed raakt soms kort na een open-hartoperatie de werking van hart, longen en nieren ontwricht, zo legde Dr. Pearce uit. ’Maar met de nu gebruikte techniek . . . is de functionering van deze organen bijna altijd bevredigend’, zo voegde hij eraan toe.”
Steeds meer ingang vindend
Uit berichten van over de hele wereld blijken transfusieloze chirurgische ingrepen ook in moeilijker gevallen als open-hartoperaties bij de gezaghebbende medische instituten steeds meer ingang te vinden. Zo verrichtte bijvoorbeeld een Zuidafrikaanse hartchirurg in Johannesburg een dergelijke operatie bij een veertienjarig meisje, een getuige van Jehovah. In de daar verschijnende Sunday Times werd bericht dat zij „fantastisch herstelde”, en slechts één dag in de intensieve afdeling doorbracht.
In Spokane, in de Amerikaanse staat Washington, is thans eveneens een team van chirurgen dat bij Jehovah’s getuigen open-hartoperaties zonder bloed verricht. In de Seattle Times werd hun methode als volgt beschreven: „De artsen besloten tot een bloedloze vultechniek over te gaan door gebruik te maken van enkel een glucose-(suiker) en wateroplossing of een suiker-en-wateroplossing mèt Ringers lactaatoplossing (een normale geneeskundige oplossing van natriumchloride, kaliumchloride en calciumchloride).” Naar zij berichtten waren er geen negatieve resultaten opgetreden.
In San Francisco moest een vierenvijftigjarige patiënt hoognodig een hartoperatie ondergaan. Hij was een van Jehovah’s getuigen. Het was voor Dr. E. Hanna en zijn team de eerste ervaring met een transfusieloze open-hartoperatie. Na de meer dan een uur en een kwartier durende operatie, zei Dr. Hanna over zijn patiënt: „Hij reageert uitstekend op al het werk dat we voor hem hebben gedaan.”
In een brief die Dr. J. H. Kay in november 1973 aan het tijdschrift Ontwaakt! schreef, berichtte hij dat zijn team nu eveneens de meeste open-hartoperaties zonder bloed verricht, een mededeling waaraan hij nog toevoegde: „Het is altijd een genoegen geweest patiënten te opereren die Getuigen van Jehovah zijn. Wij geven deze patiënten niets van bloed of bloedvervangingsmiddelen.”
Het is natuurlijk duidelijk dat als dergelijke ingewikkelde operaties als aan het hart met succes zonder bloed zijn te verrichten, dit ook met andere ingrepen het geval is, hetgeen trouwens reeds is bewezen. Gestimuleerd door de ervaring en het succes van anderen, zijn meer artsen dan ooit overgegaan tot de bestudering en toepassing van de nieuwe technieken.
Andere operaties zonder bloed
In Wellington, Nieuw-Zeeland, moest bij een vijftienjarig meisje een hersentumor worden verwijderd, wat een ingewikkelde operatie vergde — die evenwel zonder bloed werd uitgevoerd. De operatie was een volledig succes en ze mocht al een week later naar huis!
In de Amerikaanse staat Milwaukee opereerden doktoren een zestienjarige van wie een hoofdslagader in de borst was gescheurd. Hij had meer dan een kwart van zijn bloed verloren en zou tijdens de operatie nog meer kwijtraken. De Detroit Free Press berichtte dat de doktoren „zout water hadden gebruikt om zijn verloren bloed te vervangen terwijl het gescheurde deel van zijn aorta werd vervangen door een bloedvat van dacron”. Na de operatie was zijn rode-bloedcelgehalte nog slechts een derde van het normale peil. Maar, zoals de doktoren zeiden, met wat ijzertoedieningen en een eiwitrijk dieet zou zijn jonge lichaam het verloren bloed wel weer in enkele weken hebben aangevuld.
In het „Tijdschrift voor de geneeskunde” (Journal of Medicine) van de staat New York stond een artikel met als titel: „Uitgebreide urologische ingreep zonder bloedtransfusie.” Het was geschreven door de doktoren P. R. Roen en Francesca Velcek van de urologische afdeling van het St.-Barnabasziekenhuis in New York. Deze artsen schreven:
„Onze ervaring met de operatiemethoden die bij Jehovah’s getuigen nodig zijn, hebben ons geleerd dat bloedtransfusies niet absoluut noodzakelijk zijn, zelfs niet wanneer het hemoglobineniveau laag is — misschien wel 5 g per 100 ml zoals in een van onze gevallen!
Het indiceert dat deze ervaring met het vermijden van bloedtransfusies op een overweldigend groot percentage gevallen toepasbaar is, ook wanneer de patiënt wel met een bloedtransfusie zou instemmen. Het enige vereiste is een zorgvuldige en preciezere operatietechniek. We hebben ons in al onze gevallen aan deze benadering gehouden, en een bloedtransfusie uit onze handen is een heel ongewone gebeurtenis. . . .
Ofschoon anderen gebruik hebben gemaakt van speciale technieken om bloeding en operatierisico te miniseren, zoals temperatuurverlaging, verlaging van de bloeddruk, het gebruik van colloïdale bloedplasma-vervangende middelen, enzovoort, hebben wij onze toevlucht niet tot dergelijke maatregelen genomen. Onze chirurgische aanval hebben we toegespitst op een zeer precieze operatietechniek waarbij de nadruk ligt op het sparen van elk millimetertje bloed en de vervanging van bloedverlies door een eenvoudige kristalloïdeoplossing, namelijk Ringers lactaatoplossing. De resultaten zien zeer bevredigend te noemen.
Het is bovendien prettig geen zorgen meer te hebben over bloedtransfusiecomplicaties als allergische of hemolytische reacties, functiestoornis van de nieren en hepatitis.”
Welke specifieke „formule” volgen deze doktoren om vóór of tijdens de operatie verloren gegaan bloed, te vervangen? Zij schrijven:
„Onze eigen verzorgingsmethode bestaat slechts uit het toedienen van Ringers lactaatoplossing als bloedvervanging. We volgen geen specifieke formule, maar gebruiken meestal driemaal zoveel van deze vloeistof als het geleden bloedverlies bedraagt. . . .
Isotone glucose- en zoutoplossingen mogen dan algemeen toepassing vinden, een ’evenwichtige’ formule is beter — Ringeroplossing bevat kalium en calcium naast natrium en chloride. Hierbij moet echter worden aangetekend dat de calcium en kalium slechts in ’fysiologische’ concentratie voorkomen en dit preparaat niet bedoeld is om tekorten van deze ionen aan te vullen.
’Verbeterde’ Ringeroplossing bevat natriumlactaat. De gewone Ringeroplossing heeft een lichte zuurgraad; de gelacteerde Ringer vertoont deze zuurachtige neiging minder en is daarom de te verkiezen kristalloïdeoplossing voor intraveneuze toediening.”
Ook uitgebreide buikoperaties zoals de verwijdering van maag en darmen zijn thans in geval van kwaadaardige ziekten al vele malen zonder de toepassing van bloed verricht.
Indringende vragen
Met het oog op deze successen is het volgende commentaar van de artsen Roen en Velcek zeker de moeite van het overdenken waard. Hun commentaar was: „In de meeste gevallen hebben doktoren en ziekenhuisautoriteiten Jehovah’s Getuigen wegens het probleem van bloedtransfusie geweigerd te opereren. Wij stellen dat het verkeerd is deze mensen een operatie te weigeren, onverschillig hoe uitgebreid de beoogde ingreep ook zal zijn.”
Deze doktoren kunnen hele reeksen van gevallen citeren waarbij aan Getuigen een operatie werd geweigerd, waarna ze naar het St.-Barnabasziekenhuis kwamen en met succes zonder bloed werden geopereerd. De successen die andere bekwame chirurgen over de hele wereld met transfusieloze operaties hebben geboekt, vormen een bevestiging van hun conclusie.
Men zou zelfs gerechtigd zijn te zeggen dat doktoren die thans nog weigeren Jehovah’s getuigen zonder bloed te opereren, zichzelf verraden. Aangezien ze ongetwijfeld oprecht zijn, heeft men nu reden om zich af te vragen: Waarom weigeren ze? Zijn ze niet bekend met het werk van vooraanstaande, hooggewaardeerde chirurgen in andere delen van de wereld, of misschien in hun eigen land, stad of provincie? Heeft hun oude opleiding en instelling hun denken verengd en hen onwillig gemaakt met de laatste ontwikkelingen op medisch terrein mee te gaan? Missen zij misschien in sommige gevallen eenvoudig vertrouwen in hun bekwaamheid? Of is er wellicht zelfs sprake van religieus vooroordeel?
In het licht van de moderne ontwikkelingen op medisch terrein, kan geen enkele dokter met goede reden mensen die dit niet willen een bloedtransfusie opdringen.
Andere methoden
Met bovenstaande voorbeelden zijn de thans gebruikte of in studie zijnde methoden voor toepassing bij transfusieloze operaties echter nog lang niet uitgeput. Een andere zeer succesvol gebleken methode komt neer op een reeds van tevoren opbouwen van het bloed van de patiënt, wanneer de tijd dit toelaat, alsook na de operatie. De patiënt krijgt diverse extra voedingsstoffen toegediend, zoals ijzer, vitaminen en aminozuren. Hierdoor zal ook bij bloedverlies tijdens de operatie, het overblijvende bloed zijn transportfunctie beter kunnen vervullen, terwijl de voedingsstoffen voor het lichaam ook dankbare grondstoffen zullen zijn om het verloren gegane bloed weer aan te vullen. Eén dokter die een operatie altijd van deze bijkomende behandeling vergezeld laat gaan, verklaarde: „Het is verbazend te zien hoe snel patiënten er weer bovenop komen.”
Een andere methode is ontwikkeld door Dr. J. E. Eckenhoff, hoofd van de medische faculteit van de Northwestern University, en bestaat onder meer uit hypotensie, een kunstmatige verlaging van de bloeddruk om bloedverlies te verminderen. Men acht deze maatregel bijzonder nuttig voor chirurgische ingrepen aan het hoofd, de nek en bovenste lichaamsdelen, bij de neurochirurgie en de plastische chirurgie.
Een andere vorm van transfusieloze chirurgie duidt men aan met de naam cryochirurgie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van extreme koude om bloedverlies te verminderen. Men past deze techniek wel toe bij het verwijderen van kwaadaardige gezwellen en de behandeling van andere stoornissen. Een van de doktoren die deze methode hebben ontwikkeld, is Dr. I. S. Cooper van het Newyorkse St.-Barnabasziekenhuis.
Een ander idee vond zijn oorsprong in het brein van de Newyorkse natuurkundige L. Balamuth. Hem werd patent verleend voor een scalpel (operatiemes) dat met zeer hoge snelheid heen en weer trilt, meer dan 30.000 maal per seconde, waarbij de trilafstand niet veel meer dan een tweeduizendste van een centimeter bedraagt. De bloedvaten die ermee worden doorgesneden, schroeien door de wrijvingshitte meteen weer dicht. Deze methode wordt vooral daarom nuttig geacht omdat er geen doorgesneden aderen of slagaderen meer afgebonden behoeven te worden, terwijl dit mes waarschijnlijk ook een verbetering inhoudt ten aanzien van de elektrische dichtschroeitechnieken waartoe vele chirurgen de afgelopen jaren zijn overgegaan.
Organische fluorverbindingen
Van belang is tevens een ontwikkeling die nog in het experimentele stadium verkeert en te maken heeft met de behoefte van het lichaam aan zuurstof. Normaal wordt in deze behoefte voorzien door de rode bloedlichaampjes die zuurstof uit de longen opnemen, en dan door het hart overal worden heengepompt om hun zuurstof af te staan aan de miljarden lichaamscellen die deze stof voor hun werking nodig hebben. De thans gebruikte plasma-aanvullende middelen kunnen echter geen zuurstof vervoeren, zodat bij groot bloedverlies het zuurstoftransport in het lichaam ernstig is geschaad.
De experimenten betreffen het gebruik van organische fluorverbindingen die zuurstof kunnen binden. Het gaat om organische verbindingen waarvan de waterstofatomen door fluor zijn vervangen. Eén nadeel is echter dat ze de neiging vertonen zich in de lichaamsweefsels op te hopen met alle onvoorspelbare gevolgen van dien, hoewel het tijdschrift Science reeds met het bericht is gekomen dat er nieuwe organische fluorverbindingen zijn vervaardigd die bij proefdieren weer snel uit het lichaam verdwenen.
Geleerden manen echter tot voorzichtigheid, daar het er op dit moment nog niet de tijd voor is om deze proefnemingen op dieren al rechtstreeks in verband te brengen met de gevolgen van toepassing bij de mens. Bovendien wijzen zij erop dat deze organische fluorverbindingen nog ver van een volledig bloedvervangingsmiddel afstaan. Bloed bevat behalve de rode bloedcellen nog honderden andere chemische verbindingen en stoffen. Of bovengenoemd onderzoek dus werkelijk praktisch nut voor de mens zal afwerpen, staat nog te bezien.
Uit alle genoemde en ook ongenoemd gebleven inspanningen mag dus worden geconstateerd dat er goed werk wordt verricht om tegemoet te komen aan de wensen van patiënten die bezwaar hebben tegen het ontvangen van een bloedtransfusie. Zeer bekwame chirurgen hebben reeds methoden ontwikkeld om het gebruik van bloed tijdens operaties overbodig te maken, en met zeer bevredigende resultaten. Stellig mogen er nog meer heilzame resultaten worden verwacht, naarmate er verdere inspanningen in deze richting worden gedaan.