Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/5 blz. 24-27
  • „Tjonge, wat een verandering!”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Tjonge, wat een verandering!”
  • Ontwaakt! 1971
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Woningbouw
  • Werk
  • Voedsel en kleding
  • Ontspanning en vervoer
  • De grootste verandering — de mensen!
  • Mijn echtscheiding — Een tweede kans in het leven?
    Ontwaakt! 1978
  • Mijn strijd om de beste te zijn — Was het de moeite waard?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Wat als ik er niet bij hoor?
    Vragen van jongeren
  • Hoe een popartiest iets veel beters vond
    Ontwaakt! 1978
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/5 blz. 24-27

„Tjonge, wat een verandering!”

Door Ontwaakt!-correspondent op IJsland

ER DOEN zich veel veranderingen in de wereld voor. Evenals elders hebben ook de mensen op IJsland hierover gesproken. Als oudere mensen hun gedachten met de jongere generatie zouden delen, zou de conversatie als volgt kunnen verlopen:

„Jullie jongeren kunnen je nauwelijks indenken welke grote veranderingen er zich hebben voorgedaan sinds ik werd geboren. Zelfs de romanschrijver Jules Verne had zich geen denkbeeld kunnen vormen van zoveel veranderingen, ook al leefde hij dicht bij onze tijd. Zie je die Vesuviusachtige vulkaan daarginds op het puntje van het schiereiland? Dat was de plaats waar hij zijn ’Reis naar het middelpunt van de aarde’ het beginnen door zijn helden langs de krater te laten afdalen op de tocht die hen dwars door onze aardbol heen voerde en bij Stromboli in Italië deed uitkomen. Hij schreef dat fantastische verhaal ongeveer een eeuw geleden. Sindsdien is er echter veel veranderd.”

„O vertel mij alstublieft meer; het is altijd zo fascinerend te luisteren naar wat u over die oude tijd vertelt.”

„Sommige jongeren zullen waarschijnlijk niet willen geloven dat het ooit zoveel anders is geweest dan nu, maar deze afgelopen vijftig of zestig jaar hebben ongekende veranderingen te zien gegeven.

Woningbouw

Neem de woningbouw bijvoorbeeld eens. Zie je daar die moderne flatgebouwen? Ze zijn van gewapend beton gemaakt en hebben stalen en aluminium deur- en raamkozijnen. Daarbinnen vind je tapijten met zware noppen, elektrische kachels, koelkasten en andere moderne apparaten. En kijk eens! Geen schoorstenen — ze worden verwarmd met water uit de hete bronnen! Nu, ik ben in een heel ander huis grootgebracht.”

„Hebt u niet in een van die ouderwetse boerenhofsteden gewoond?”

„Ja. En als je er een wilt zien, kun je naar het kleine openluchtmuseum daarginds op de andere heuvel gaan. Mijn huis was zo’n torfbœr, een huis waarvan zowel de muren als het dak van graszoden of turf waren gemaakt. De binnenkant was met planken beschoten. De gevels waren houten constructies met deuren en vensters, de enige vensters in het huis. De vloer was eenvoudig de goede oude aarde zelf!

Vrijwel elke boerenhofstede was zo gebouwd, en zelfs de huizen in de steden. Ze hadden geen elektriciteit, stromend water of ander comfort. Wij hadden een grote open vuurhaard in de keuken. Verder was er geen verwarmingsinrichting, maar wij kregen een beetje warmte uit de koestal. Deze was naast het huis gebouwd en was ermee verbonden zodat wij ’s winters niet naar buiten hoefden te gaan om de koeien te voeren en te melken. Het was echt heel gezellig!”

„Maar waarom bouwde men de huizen zo? Konden ze de huizen niet helemaal van hout maken?”

„Hout was eenvoudig te schaars. Elke splinter hout moest worden geïmporteerd. Zij die aan zee woonden, gebruikten vaak drijfhout. Dat was alles wat zij hadden, en zij moesten het voor de dringendste behoeften bewaren.”

„Goeie genade, wat een huis! Verlangde u nooit naar iets beters?”

„Nee, we wisten niet beter. En met wanhopen of protesteren zouden we niet veel verder gekomen zijn. De mensen, de jongeren inbegrepen, waren toen veel nederiger en veel tevredener met het leven. Zij maakten geen grote ophef door hierover en daarover te protesteren. De jongeren toen hadden geen tijd voor die malligheid. Over werk gesproken, zie je die mensen daar in het hooiland werken?”

„O ja, daar wordt hard gewerkt, vindt u niet?”

Werk

„Ja, volgens moderne maatstaven. Met die tractor en moderne uitrusting zullen ze tegen de avond wel klaar zijn. Maar in mijn tijd maaiden we alles met zeisen en gebeurde het omschudden en bijeenhalen allemaal met de hand. Met ons vochtige klimaat kostte het ons dikwijls weken om dingen te doen die nu met machinerieën in één dag klaargespeeld kunnen worden. Dat is een grote verandering — bijna alles is gemechaniseerd.”

„Maar is dat dan niet goed — de machines voor je te laten werken?”

„Natuurlijk, daar is niets verkeerds aan. Maar werken is evenmin schadelijk. Wij leerden al heel vroeg in ons leven te werken en diverse karweitjes te doen. Op de boerderij van mijn vader moesten wij van alles leren doen. En omdat de boerderij ons kinderen niet allemaal kon onderhouden, visten wij ook veel. De boeren hadden gezamenlijk een boot zodat wij konden wegroeien om te gaan vissen. Wij gebruikten de boot ook om naar de stad te gaan en dingen mee naar huis te vervoeren.

Slechts enkele boten waren toen groot genoeg voor zeilen. Het kon gevaarlijk zijn als er een storm opstak. Er heeft zich menige tragedie afgespeeld als zo’n open boot kapseisde of te pletter sloeg en met man en muis verging. Kleine gemeenschappen konden op die manier praktisch al hun robuuste mannen verliezen. Ik herinner mij dat er een vissersboot verging, ik meen in 1911, waarbij zevenentwintig mannen verdronken. Het aantal personen dat van hen afhankelijk was — vrouwen, kinderen en oude mensen meegerekend — bedroeg ongeveer vijfentachtig. Je kunt begrijpen wat een ramp dat was!”

„Nou en of. Ik geloof niet dat ik persoonlijk graag naar zee zou gaan, maar als ik zou gaan, zou ik de voorkeur geven aan een van die moderne dieseltrawlers daarginds in de haven. Die kunnen toch bijna niet zinken, met al die radar- en sonaruitrusting?”

„Niet kunnen zinken is zelfs in deze tijd een beetje te sterk uitgedrukt. Weet je nog de Andrea Doria? Dat was een kolossale, moderne oceaanboot, maar hij zonk na een aanvaring. Maar het is waar dat een van staal gebouwde duizendtonner bijna elke storm kan doorstaan. Bovendien is het een veel doeltreffender vismachine, om zo te zeggen, dan wat maar ook dat in mijn jeugd bekend was. Maar ook ik wilde veel liever op het land blijven, bijvoorbeeld op een boerderij. Het was een veel gezelliger plaats, iets dat bijna op zichzelf kon bestaan, als het ware een eigen wereldje. Wij stapten niet een-twee-drie in een auto naar de dichtstbijzijnde supermarkt als wij aan voedsel dachten. En wat andere goederen betreft, de meeste maakten wij eenvoudig zelf en wij hadden er nog plezier in ook.”

Voedsel en kleding

„Maar hoe kon dat? Naar mijn weten is de landbouw op IJsland nooit al te produktief geweest. Verbouwde u niet hoofdzakelijk gras?”

„Ja, in hoofdzaak wel, ofschoon dat niet het enige was. Maar daarmee konden wij de huisdieren voeren, zodat er in onze grootste behoeften werd voorzien.”

„Dat begrijp ik niet helemaal. Van de dieren kon u vlees en wat melk krijgen, maar dat was toch nauwelijks genoeg voor uw behoeften, wel?”

„Eigenlijk niet. Maar doordat wij een verscheidenheid van vlees hadden, van de schapen, koeien en zelfs paarden, en melk van de koeien, hadden wij werkelijk veel wat de fundamentele behoeften betreft. Wij konden room, wrongel en kaas maken, en ook zure wei voor het inmaken van vlees als het zout schaars was. Wij verbouwden ook wat groenten — aardappelen, rapen, kool en dergelijke — maar geen koren of andere graansoorten. Zulke gewassen konden in onze korte zomer natuurlijk niet verbouwd worden. Wij kochten het bij zakken tegelijk in de stad, te zamen met wat nog steeds als ’koloniale waren’ bekendstaat, zoals suiker en koffie, alsook spijkers, hout en vele andere dingen.

Gewoonlijk betaalden wij hiervoor met ons overschot aan wol, hetzij ruw of gesponnen, gedroogde vis en visolie en eiderdons. Wij sjacherden en trachtten een goede prijs te maken. En daar wij thuis genoeg wol van de schapen hadden, maakten wij de meeste van onze kleren, eigengesponnen en gebreid. Sokken, truien en zelfs ondergoed van dit soort zijn nog steeds het beste voor ons klimaat.”

„U bedoelt dus dat u gewoon op de boerderij bleef en al die dingen zelf maakte?”

„Zo ongeveer, ja. Wij hadden onze eigen voedingsmiddelen, en soms hadden wij ook verse vis en vogeleieren, en bovendien wat korstmos of IJslands mos en wilde bessen voor de afwisseling. En wat hadden wij behalve voedsel, kleding en een dak boven ons hoofd nog meer nodig?”

Ontspanning en vervoer

„Wat deed u eigenlijk voor ontspanning?”

„O, we hadden niet veel vrije tijd. ’s Avonds werkten wij ook. Gewoonlijk werkten wij aan de wol, door te spinnen, te breien en dergelijke, wat zowel door mannen als vrouwen werd gedaan. Het was werkelijk verkwikkend om na een lange dag van werk buitenshuis bij elkaar te zitten en van de gezellige omgang met het hele gezin te genieten. Wij lazen de anderen ook om de beurt voor, uit de oude sagen of gedichten of de bijbel — alles bij het licht van eigengemaakte kaarsen of lampen die op robbe- of walvistraan brandden. Zo nu en dan kwamen er gasten, die verhalen vertelden of lyrische gedichten opzeiden over gebeurtenissen uit vervlogen tijden.”

„Dat was misschien wel leuk, maar ging u nooit ergens naar toe?”

„Soms, ja. Het was de gewoonte om elke zondag naar de kerk te rijden, en dikwijls bezochten wij onderweg andere boeren. Sommigen gingen zelfs zaterdag al op weg om meer tijd voor gezellige omgang te hebben.

Hoewel je misschien denkt dat het leven toen niet veel was, moet je niet denken dat het saai en vervelend was. Het was werkelijk een vol leven. En ik zou het in ieder geval heel wat liever hebben dan de haast en verkwisting van de wereld die wij nu hebben. Wij hadden meer tijd. Wij konden nadenken over het werk van onze Schepper. Wij jachtten niet rond in auto’s en vliegtuigen; wij reden paard en velen liepen, omdat zij zich geen paard konden veroorloven. En dikwijls liepen zij vele kilometers langs door schapen en paarden betreden paden te midden van de lavablokken. Jullie jongeren kunnen dit misschien niet begrijpen, maar wij genoten er intens van.”

„Tjonge, wat een verandering! Ik geloof dat je het bijna zelf moet meemaken en met je eigen ogen moet zien om het te begrijpen — en om de veranderingen te begrijpen die u hebt meegemaakt.”

De grootste verandering — de mensen!

„Maar weet je, als ik er zo over nadenk, is de grootste verandering niet door de wetenschap en de moderne techniek tot stand gebracht. Het is de verandering die zich in de geest en het hart van de mensen heeft voltrokken.”

„Wat bedoelt u daarmee?”

„Welnu, de mensen zijn heel erg veranderd; het hek is van de dam, om zo te zeggen. Niets schijnt de meeste mensen thans meer in de weg te staan; zij worden door niets geremd. Over het algemeen is er geen respect voor autoriteit of de rechten van anderen of hun eigendommen. Je kunt bijna niemand meer vertrouwen. De mensen voelen zich niet veilig. Zo was het vroeger niet. In mijn jeugd was een man een man, en een woord een woord, maar dat is eenvoudig niet meer zo. Oneerlijkheid, omkoperij en alle vormen van stelen zijn aan de orde van de dag. Deze nieuwe tendens van wetteloosheid komt voor christenen echter niet als een verrassing. De geesteshouding van de meeste mensen in deze tijd werd lang van tevoren in de bijbelse profetieën beschreven. Kun jij je de verzen in 2 Timótheüs 3:1-5 nog herinneren?”

„Ja, die herinner ik me. Daar zegt de apostel Paulus dat de tijd zal komen dat de mensen ’zichzelf [zullen] liefhebben, het geld [zullen] liefhebben . . . [en] meer liefde voor genoegens dan liefde voor God’ zullen hebben.”

„Ja, dat is het precies. Paulus zegt ook dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen”, en wel wegens de morele ineenstorting onder de mensen in het algemeen. Welnu, wij waren in die tijd, vóór 1914, bij lange na niet volmaakt. Maar toch waren de mensen niet tot het lage peil gezonken dat door de apostel Paulus wordt beschreven. Zij waren eenvoudiger, eerlijker en niet zo verwend. Velen in deze tijd zouden hen naïef hebben gevonden. Maar het leven was minder gehaast en gelukkiger dan nu, in dit tijdperk waarin de mensen door geestelijke en lichamelijke spanningen worden gekweld. De verandering in de geesteshouding van de mensen is net zo groot als al de materiële veranderingen bij elkaar, en ik geloof dat zelfs jij het verschil kunt zien, is het niet?”

„Ja, en wanneer ik over uw woorden nadenk, en ook over wat u mij op andere tijden hebt verteld, zie ik ernaar uit meer inzicht te krijgen in wat de bijbel over Gods nieuwe samenstel van dingen heeft te zeggen.”

„Dat is de juiste denkwijze voor een jonge knaap, en ook voor ouderen, want kennis van Jehovah en zijn voornemens is thans uiterst belangrijk. Je kunt je de kern van Johannes 17:3 wel herinneren, is het niet?”

„Jazeker, daar zegt Jezus: ’Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.’”

„Juist. En de kennis die je nu hebt omtrent de veranderingen die zich sinds 1914 in de wereld hebben voorgedaan, is een hulp voor je om in te zien dat wij thans werkelijk in de voorzegde ’laatste dagen’ leven.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen