Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g71 22/5 blz. 27-29
  • Waarom u Jehovah dient

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom u Jehovah dient
  • Ontwaakt! 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom Jehovah dienen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • De juiste beweegreden om God te dienen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1964
  • Hoe moeten we beproevingen bezien?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Traint u zich nu met het oog op de komende beproevingen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
Meer weergeven
Ontwaakt! 1971
g71 22/5 blz. 27-29

„Uw woord is waarheid”

Waarom u Jehovah dient

BEHOORDE u tot de meer dan 164.000 personen die in het afgelopen jaar hun leven aan Jehovah God hebben opgedragen? Zo ja, dan bent u ongetwijfeld verlangend en blij aan anderen te vertellen waarom u Hem dient.

U dient Jehovah God omdat u hem liefhebt. U dient hem uit waardering en dankbaarheid voor wie hij is en voor alles wat hij als de Gever van elke goede gave en van elk volmaakt geschenk voor u heeft gedaan (Jak. 1:17). U dient hem omdat u weet dat zijn Woord waarheid is. U dient hem omdat u voor alles van hem afhankelijk bent. Ja, u dient God omdat het ware en blijvende zegeningen met zich brengt. — Spr. 10:22; Hand. 17:28.

Nu en dan, wanneer u bepaalde beproevingen te verduren krijgt, kan het echter zijn dat u deze bijzonder krachtige redenen vergeet en geneigd bent u door wat anderen doen, in uw dienst voor Jehovah te laten verslappen. Dit zou er gemakkelijk toe kunnen leiden dat u zich volledig van het dienen van God afkeert.

Wanneer zulke beproevingen over u komen, kijk dan naar Jezus Christus en het voortreffelijke voorbeeld dat hij heeft gegeven. Hij bleef zijn hemelse Vader dienen in weerwil van wat de Duivel of iemand anders deed. Zo is daar bijvoorbeeld het geval dat een van zijn twaalf apostelen, Judas, hem voor dertig zilverstukken verried (Matth. 26:14, 15). Wat een schandelijke daad! Maar hield Jezus er daardoor mee op God te dienen? Volstrekt niet! In diezelfde tijd zei hij tot Petrus: „Zou ik de beker die de Vader mij heeft gegeven, niet stellig drinken?” — Joh. 18:11.

Kort daarna sloegen de overigen van zijn elf apostelen op de vlucht en lieten hem alleen, waardoor zij de profetie vervulden: „Sla de herder, en laten de schapen van de kudde verstrooid worden” (Zach. 13:7). Nog later, op diezelfde avond, verloochende Petrus, de energiekste van zijn apostelen, zijn Meester driemaal, maar zelfs dat deed Jezus niet met de dienst voor God ophouden. Ja, Jezus bleef Jehovah God dienen, wat vriend of vijand ook deden. — Matth. 26:69-75.

Jezus was weliswaar volmaakt, maar dat wil niet zeggen dat u hem niet naar uw beste vermogen kunt navolgen. God weet dat u zelfs in fysieke onvolmaaktheid volmaakt loyaal kunt blijven. Hierin kunt u Jezus navolgen, zoals de apostel Paulus schreef: „Wordt navolgers van mij, zoals ik het ben van Christus” (1 Kor. 11:1). De apostel Paulus bleef, hoewel hij onvolmaakt was, Jezus navolgen in het dienen van God ongeacht wat anderen deden. Hij deed dit, ook al gebeurde het bij één gelegenheid dat ’allen in het district Asia zich van hem hadden afgekeerd’. En toen zijn zaak voorkwam om gehoord te worden, bleef hij standvastig, ook al was het toen, zoals hij zelf zegt, weer zo dat „niemand aan mijn zijde [kwam] staan . . . maar de Heer stond bij mij en gaf mij kracht, opdat door bemiddeling van mij de prediking ten volle volbracht zou worden en alle natiën haar zouden horen, en ik werd uit de muil van de leeuw bevrijd”. — 2 Tim. 1:15; 4:16, 17.

U bent misschien niet zo hevig beproefd als Jezus en Paulus, maar u zult ongetwijfeld kleinere beproevingen te verduren krijgen, beproevingen waardoor sommige christenen zich van het dienen van Jehovah hebben laten afbrengen en waardoor zij zijn vergeten waarom zij hem dienden. Door echter ondanks deze kleinere beproevingen getrouw te blijven, zult u ook wanneer er later zwaardere beproevingen komen, staande kunnen blijven. — Luk. 16:10.

Sommigen van de eerste christenen bijvoorbeeld keken op Paulus neer omdat hij geen welsprekend man was. Maar hij liet zich hierdoor niet van de wijs brengen. Eens had hij flink woorden met Barnabas over het meenemen van Johannes Markus, zozeer zelfs dat Paulus en Barnabas een tijdje uit elkaar gingen. Paulus nam Silas als zijn metgezel mee terwijl Barnabas Johannes Markus meenam. Maar hield een van hen hierdoor met Gods dienst op? In het geheel niet. En jaren later schreef Paulus zelfs aan Timótheüs: „Neem Markus mee en breng hem met u, want ik kan hem gebruiken om dienst te verrichten.” — 2 Tim. 4:11.

Ja, zelfs in nog oudere tijden moesten Jehovah’s dienstknechten steeds in gedachten houden wie zij dienden en zich niet door wat anderen deden aan het struikelen laten brengen. Kijk eens naar Mozes, hoe hij vanaf het begin tot het einde van zijn loopbaan als profeet werd beproefd. Hoe moeilijk maakten de Israëlieten het voor Mozes niet toen Gods bestemde tijd was aangebroken waarop Mozes zijn volk uit Egyptische slavernij moest leiden! Zij beschimpten hem omdat Farao de situatie tijdelijk erger voor hen maakte. Zij klaagden toen het scheen dat zij bij de Rode Zee waren ingesloten. Toen Mozes veertig dagen op de berg was, begon zijn volk een gouden kalf in plaats van Jehovah te aanbidden. Zij morden over het voedsel, het manna, en zij klaagden over gebrek aan water. Zij wilden Mozes en Aäron zelfs stenigen toen zij het slechte bericht van de tien ontrouwe spionnen hoorden, terwijl zij het goede bericht van Jozua en Kaleb verkozen te negeren. Werd Mozes er door al deze en nog vele soortgelijke beproevingen toe gebracht te vergeten waarom hij Jehovah diende, zodat hij ermee ophield? Absoluut niet! Hij bleef tot het einde van zijn dagen, tot de leeftijd van 120 jaar, trouw aan zijn God. — Deut. 34:7.

En zo is het ook met christenen in deze tijd. In dezelfde mate als waarin u het dienen van Jehovah ernstig opneemt, zult u bemerken dat u beproevingen krijgt te verduren, net zoals Jezus en de apostel Paulus en de profeet Mozes. Beproevingen die afkomstig zijn van buitenstaanders dienen te worden verwacht, hoewel het mogelijk is dat u zich er nooit door laat verslappen of nooit door tot struikelen laat brengen. — Joh. 16:33.

Op andere tijden zullen er beproevingen van de zijde van uw eigen christelijke broeders, in uw eigen christelijke gemeente, komen. Uw broeders, die onvolmaakt zijn, zijn misschien overkritisch ten aanzien van uw tekortkomingen. Of misschien zien zij gelegenheden om u de zo nodige medewerking te geven over het hoofd. Sommigen verkoelen misschien of worden ontmoedigd, bitter of materialistisch en houden er helemaal mee op God te dienen. Dit kan allemaal een beproeving voor u vormen, vooral als u in het verleden naar hen hebt opgezien als schitterende voorbeelden.

Ook kunnen er beproevingen van de zijde van uw eigen huisgezin, van leden van uw eigen familie, komen zoals Jezus waarschuwde (Matth. 10:34-36). Jehovah God eist dat u trouw bent aan uw opdrachtsgelofte aan hem èn aan uw huwelijksgelofte, ook al wordt uw huwelijkspartner onverschillig, liefdeloos of een openlijke tegenstander. Welke verkeerde handelwijze uw huwelijkspartner ook volgt, dit geeft u niet het recht een onchristelijke handelwijze te volgen of met de dienst voor Jehovah God op te houden. Beslist niet! Zoals zo dikwijls is gezegd: Het ene onrecht kan het andere niet ongedaan maken. Wat andere mensen wel of niet doen, geeft u niet het recht te verslappen of met het dienen van Jehovah God op te houden.

Als opgedragen en gedoopte christen weet u dat Jehovah de ene ware God is. U weet dat hij exclusieve toewijding van u eist. U weet dat de bijbel het geïnspireerde Woord van God en de waarheid is. U weet dat Jezus Christus uw Redder en Loskoper is en dat u hem als Model en Voorbeeld dient na te volgen. U weet dat u zich aan het doen van de wil van Jehovah God hebt opgedragen en tevens om in de voetstappen van Jezus Christus te treden. En u weet dat het dienen van Jehovah God liefdevol, verstandig en JUIST is. Blijf Jehovah God dus om deze redenen dienen en laat u daar nooit van afbrengen door wat anderen wel of niet mogen doen! Wees als David, die zei: „Wat mij betreft, ik zal in mijn rechtschapenheid wandelen.” — Ps. 26:11.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen