BIJBELS WEETJE
Visnetten in Bijbelse tijden
Sommige discipelen van Jezus waren vissers (Mark. 1:16-20). Wanneer ze in het Meer van Galilea aan het vissen waren, gebruikten ze netten.
Visnetten werden gemaakt door touw of vlasdraad op zo’n manier aan elkaar te knopen dat er een netwerk van gaten of mazen ontstond. De grootte van de mazen hing af van de soort vis die de vissers wilden vangen. Kleine netten waren vaak rond en werden verzwaard met loden of stenen gewichten zodat ze naar de bodem zonken. Grote sleepnetten hadden houten of kurken drijvers aan de bovenkant en gewichten aan de onderkant van het net zodat ze verticaal door het water konden worden getrokken.
Visnetten waren kostbaar. Soms raakten ze beschadigd door rotsen op de zeebodem of scheurden ze door het gewicht van een grote visvangst (Luk. 5:6). De Bijbel zegt dat Jakobus en Johannes ‘hun netten repareerden’, waarschijnlijk met behulp van een naald en vlasdraad (Matth. 4:21). De netten werden mogelijk na elke vistocht gerepareerd. Lukas heeft het over vissers die ‘de netten aan het uitspoelen’ waren om modder en vuil te verwijderen (Luk. 5:2). Daarna hingen de vissers de netten te drogen, waarschijnlijk om te voorkomen dat ze zouden gaan rotten (Ezech. 47:10).
De discipelen die Jezus vroeg om ‘vissers van mensen’ te worden, waren mannen die wisten hoe ze met visnetten moesten werken.